Reactie op Telderslezing: ‘Tegencultuur en liberalisme” van Frits Bolkestein op 28 februari 2002                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            

Ontkenning van waardenconflicten als een belangrijke oorzaak voor de tegencultuur

 

In zijn Telderslezing van dit jaar zoekt Frits Bolkestein naar de oorzaak van de huidige tegencultuur. Hij gaat vooral terug naar de eerste helft van de 19e eeuw, de Romantiek. Een erg romantische visie heeft Bolkestein niet op de Romantiek, het is een bron van veel ellende. In een rijk historisch overzicht laat hij zien hoe de tegencultuur zich de afgelopen twee eeuwen heeft gemanifesteerd: van de Sturm-und-Drang-kunstenaars, via de bohémiens van begin 20ste eeuw, naar de protestgeneratie van de jaren zestig en de antiglobalistische beweging en het postmoderne relativisme van nu. Met o.a. de verwijzing naar het geweld in de straten van Genua, stelt Bolkestein dat de tegencultuur een gevaar vormt voor de klassieke waarden van de Verlichting en het liberalisme. Bolkestein heeft gelijk dat in de Romantiek een belangrijke bron voor de tegencultuur ligt, maar er zijn in de loop van de geschiedenis ook tegenstromingen voor de Romantiek geweest, zoals bijvoorbeeld de Franciscaanse Beweging. In deze bijdrage wil ik een aanvulling geven op Bolkesteins Telderslezing vanuit een recent filosofisch perspectief, namelijk het waardenpluralisme. Hiertoe maak ik gebruik van de filosofie van Isaiah Berlin (1909-1997), die als vader van het waardenpluralisme beschouwd kan worden en thans vele ethici en filosofen inspireert.[1] Vanwege zijn enorme kennis van de Romantiek verwijst Bolkestein in zijn Telderslezing al veelvuldig naar deze erudiete Engelse filosoof, wiens vele essays een waar genoegen zijn om te lezen (zie Berlin,1999a). In deze bijdrage benadruk ik echter Berlin’s waardenpluralisme.[2] Hiervan kunnen we leren dat waardenconflicten onontkoombaar zijn en dat in de ontkenning daarvan een grote bron van kwaad ligt, niet alleen destijds in de Koude Oorlog, maar – naar ik meen – thans ook in het postmoderne tijdperk. Ik zie juist de ontkenning van waardenconflicten als een belangrijke oorzaak van de hedendaagse tegencultuur. Ik eindig deze bijdrage met een analyse wat de acceptatie van deze filosofische positie voor het liberalisme kan betekenen.

 

In zijn filosofie is Berlin beïnvloed door zowel de klassieke waarden van de Verlichting als de positieve erfenis van de Romantiek. Ik begin met de Romantiek. Inspiratiebron voor Berlin was met name de vroege Johann Gottfried von Herder[3] (1744-1803) die grote waardering had voor verschillende culturen (Berlin, 2000:168-242). Als één van de eerste Westerse denkers realiseert hij zich dat elke cultuur een andere wijze van denken en doen heeft. Herder verzette zich ook tegen het 19e eeuwse kolonialisme dat een vernietiging van culturen met zich meebracht. Waardering voor culturele verscheidenheid beschouwt Berlin dan ook als een positieve erfenis van de Romantiek.[4] Maar Berlin is tevens kind van de Verlichting. Besef van culturele diversiteit mag voor hem niet leiden tot moreel relativisme (de overtuiging dat moraal afhankelijk is van waar en wanneer je geboren bent). Er bestaat volgens Berlin een basismoraal. In elke cultuur wordt het zomaar vermoorden van mensen veroordeeld. Mensen kunnen niet straffeloos liegen en bedriegen en samenlevingen hebben een veilige omgeving nodig om kinderen op te laten groeien.[5] Op grond waarvan baseert Berlin deze uitspraak? Hij fundeert de basismoraal niet in heilige geschriften of metafysische noties als de natuurwet, maar op waarden en normen die zijn blijven hangen in gestolde ervaring.[6] Het zijn regels die mensen in de loop van de geschiedenis zodanig geïnternaliseerd hebben, dat ze als essentieel onderdeel van het menszijn beschouwd kunnen worden (Berlin,1969:164). Op grond van die basismoraal kunnen we schurkenstaten, terroristen en boeven veroordelen. Het waardenpluralisme is dan ook een andere filosofische positie dan het postmodern relativisme, want in die stroming wordt een universele maatstaf ontkend. Maar wanneer aan de basismoraal is voldaan, dan is voor waardenpluralisten verdere veroordeling, net als bij postmoderne relativisten, erg lastig. Pluralisme betekent erkenning – en het liefst ook waardering – van culturele verscheidenheid. Dit betekent dat we mensen dus niet kunnen veroordelen omdat ze - in onze ogen - rare kleding dragen, vies eten of vreemde feesten en occulte rituelen erop na houden. Voor hedendaagse liberalen, die bewust of onbewust een tik van de postmoderne molen hebben meegekregen, kan het waardenpluralisme een aantrekkelijke optie zijn. Het werpt namelijk een dam op tegen het ongebreideld relativisme door de universele basiswaarden te benadrukken maar het sluit ook aan op het hedendaagse inzicht van culturele verscheidenheid.

 

Berlin is geen gewone pluralist maar een waardenpluralist. Hij erkent niet alleen dat er verschillende culturen zijn, maar ook dat er een pluraliteit is in waarden en waardensystemen (religies, levens- en wereldbeschouwingen). Die verscheidenheid brengt met zich mee dat waarden en waardensystemen ook met elkaar in conflict kunnen zijn. Berlin schrijft vooral tijdens de Koude Oorlog en zijn bekendste voorbeeld is het waardenconflict tussen vrijheid en gelijkheid. Wanneer teveel nadruk ligt op gelijkheid dan gaat dat ten koste van vrijheid. Berlin erkent overigens ook dat dit ook omgekeerd geldt: wanneer teveel vrijheid gegeven wordt aan de wolven, dan eten ze de schapen op. Een ander voorbeeld is te vinden in de rechtspraak. De waarden ‘barmhartigheid’ en ‘rechtvaardigheid’ zijn op zichzelf goed, maar wanneer een rechter te barmhartig is tegenover de dader, is hij niet rechtvaardig tegenover het slachtoffer. Gelijkheid / vrijheid of barmhartigheid / rechtvaardigheid zijn allemaal op zichzelf goede waarden, dus daarin zit het probleem niet. Maar in combinatie met elkaar kunnen ze in conflict zijn. De reden hiervoor is dat ze niet tegelijkertijd gerealiseerd kunnen worden of niet bij elkaar passen (Berlin noemt dit probleem incompatabliteit). Een additioneel probleem is dat er geen universeel geldige oplossingen zijn voor conflicten tussen (goede) waarden. (Berlin noemt dit probleem incommensurabiliteit). Verder zit er aan waardenconflicten een tragisch aspect vast. Wanneer partijen een waardenconflict proberen op te lossen (of een individu wordt geconfronteerd met een innerlijk dilemma) dan is er in de oplossing of compromis altijd sprake van opoffering. Eén van de waarden, die op zich goed is, moet (ten dele) opgeofferd worden. We zien dit bijvoorbeeld in het hedendaagse dilemma van de goed opgeleide vrouw die moet kiezen tussen kinderen of carrière. Kiest zij voor een deeltijdoplossing, dan worden beide waarden (moederschap en carrière) ‘halfslachtig’ gerealiseerd. De deeltijdwerkster is niet altijd thuis met een kopje thee voor haar kinderen en op haar werk mist ze hoogst­waarschijnlijk carrièrekansen die een fulltimer wel kan pakken.

 

Hoe moeten waardenconflicten volgens Berlin opgelost worden? Wanneer er waarden in het spel zijn die niet door de beugel kunnen, is het natuurlijk niet zo moeilijk te kiezen welke vóór gaan, maar in waardenconflicten tussen goede waarden is het lastiger om vaste richtlijnen te geven. De culturele, levensbeschouwelijke en etnische achtergronden speelt dan altijd mee dus een universele sleutel kan niet gegeven worden. Volgens Berlin moet in elk conflict naar de specifieke situatie gekeken worden. De oplossingen moeten bovendien als tijdelijk worden gezien die altijd weer opengebroken kunnen worden wanneer er zich nieuwe feiten voordoen. Van een bestuurder verwacht Berlin een praktische wijsheid (phronesis) en een Aristotelische middenweg. Die middenweg is meestal saai en weinig heroïek. Bij het sluiten van een compromis kan bovendien niet iedereen tevreden gesteld worden.

 

Volgens Berlin is er altijd een tendens geweest om het bestaan van waardenconflicten te ontkennen of vermijden. In het nadenken over de oorzaak hiervan sluit hij zich aan bij de existentialist Jean-Paul Sartre. Veel mensen willen bevrijd worden van de last die verbonden is met het maken van moeilijke keuzen (Berlin,1999b:176). Kiezen vraagt verantwoordelijkheid en wanneer je verkeert kiest dan kan je soms je hele leven met de gevolgen zitten. Een keuze betekent ook een waarde opofferen die op zich goed is en mensen willen in hun leven het liefst alles hebben. Soms staan mensen voor tragische dilemma’s en kunnen ze niet anders dan vuile handen maken om een erger kwaad te voorkomen. De morele orde is volgens Berlin minder harmonieus dan mensen willen geloven.

 

Eén van de belangrijkste ontkenningsmechanismen waar Berlin zich aan stoort is het utopisme en daaraan gekoppeld het monisme. Utopisten geloven dat er een perfecte samenleving mogelijk is zonder waardenconflicten. Er komen natuurlijk wel waardenconflicten voor, maar die zijn op te lossen door vaste prioriteiten in waarden. Orthodoxe socialisten bijvoorbeeld zijn ervan overtuigd dat de waarde van gelijkheid altijd voorrang moet krijgen op vrijheid en dat individuele belangen altijd ondergeschikt moeten worden aan groepsbelangen. Voor hen is dan ook een perfecte samenleving mogelijk waarin alle mensen gelijk zijn, zonder dat dit de waarde vrijheid aantast. Waar deze utopisten last van hebben, volgens Berlin, is het monisme. Monisme is de overtuiging dat er slechts één weg is richting de waarheid. In de geschiedenis heeft het monisme een hoop ellende voortgebracht want de waarheid moest ten koste van alles verdedigd worden. Voor dissidenten of ketters is meestal weinig plaats want zij staan de waarheid of de realisering van de utopie in de weg.

 

Een belangrijk vermijdingsmechanisme van waardenconflicten dat Berlin noemt is het wijzen op de domheid of onwetendheid van mensen. In bepaalde religieuze kringen wordt de zondigheid van mensen benadrukt. Het geloof in een goede God is namelijk moeilijk te combineren met het bestaan van onvermijdelijke waardenconflicten waarin mensen soms niet anders kunnen dan vuile handen maken en dus zondigen. Een religieuze denker als Thomas van Aluin ziet een waardenconflict niet als kenmerk van een niet-harmonieuze morele orde (want Gods schepping is goed) maar als teken van menselijke zonde of onwetendheid waardoor de juiste oplossing (tijdelijk) niet wordt gezien. In de meeste theïstische religies is een rijke traditie van casuïstiek ontstaan waarin religieuze leiders voor de gelovigen de juiste oplossingen voor de vele waardenconflicten hebben gevonden. Een recent voorbeeld daarvan is het Rooms-katholieke waardenconflict tussen zedelijkheid en aids-preventie. Het is voor de Paus overduidelijk dat promiscuïteit te allen tijde voorkomen moet worden, ook al betekent dit meer aidswezen.

 

Het ontkennings- en vermijdingsmechanisme zien we thans ook duidelijk werkzaam in het immigratiedebat. In dit moeilijke vraagstuk is er sprake van een conflict tussen de waarden ‘barmhartigheid’ en ‘rentmeesterschap’ (leefbaarheid). Beide waarden zijn op zichzelf goed, maar zijn dit geval met elkaar in conflict. De waarde ‘barmhartigheid’ staat voor gevoelens van solidariteit voor politieke vluchtelingen en medelijden met mensen die in een land zonder perspectieven moeten leven. De waarde ‘rentmeesterschap’ staat voor het gevaar dat Nederland als één van de dichtstbevolkte landen ter wereld nauwelijks meer kan voldoen aan de ruimteclaims die woningbouw, industrie, landbouw, infrastructuur, recreatie maar ook natuur en milieu stellen.[7] In Nederland staan de schaarse groengebieden onder druk van ruimteclaims die niet alleen door economische groei, maar ook door bevolkingsgroei worden veroorzaakt. Rent­meesterschap staat ook voor de effecten van immigratie op de overheidsfinanciën, veiligheid en economie wanneer de integratie niet goed of snel genoeg lukt. In dit lastige waardenconflict zien we dat vooral aan de linkerzijde van het politieke spectrum de prijs ontkend wordt die betaald moet worden voor de waarden barmhartigheid of solidariteit. We zien hier dat de vermijdingsmechanismen volop in de strijd worden gegooid. Mensen die de andere kant van het waardenconflict - vaak geheel oprecht - benadrukken worden door de ‘politiek-correcten’ uitgemaakt als racist en zijn dus zondig en dom. Het waardenconflict kan in politiek Den Haag ook gemakkelijk verdoezeld worden omdat de beleidsterreinen van VROM, Sociale Zaken of Justitie keurig van elkaar gescheiden zijn. In het politieke debat kan daarvan handig gebruik gemaakt worden door verschillende woordvoerders in te zetten.

In het waardenconflict rond immigratie is de waarde van rentmeesterschap (of leefbaarheid) vanwege de Linkse meerderheid jarenlang verwaarloosd en we zien nu de opkomst van tegenpartijen aan de rechterkant van het politieke spectrum. Ze springen in op de gevoelens van ongenoegen die door de taboeïsering van het immigratievraagstuk is ontstaan. Probleem met deze tegenpartijen is dat de oplossingen die ze geven (wanneer ze die überhaupt geven) op hun beurt ook weer het waardenconflict ontkennen en zij negeren op hun beurt de waarden van barmhartigheid en rechtvaardigheid voor echte politieke vluchtelingen. De opkomst van deze tegenpartijen kan overigens niet alleen verklaard worden als reactie op de taboeïsering van immigratievraagstuk door Links. Bij veel gewone burgers ontbreekt ook de nodige kennis van politiek en is er dus ook onbegrip voor het politiek ‘geharrewar’ en de noodzaak voor het sluiten van compromissen in een waardenconflict. De teleurstelling is groot wanneer de idealen, die in de verkiezingsstrijd uitvergroot zijn, in het gevonden regeerakkoord in hun ogen slechts slappe aftreksels zijn geworden.

 

Een ander belangrijk hedendaags waardenconflict is economie versus ecologie. We zien dat President George W. Bush weigert het (volgens milieuactivisten toch al slappe) Kyoto-verdrag te ondertekenen. Ook zijn er multinationals die weigeren hun milieu-troep op te ruimen en zonder veel schroom kinderarbeid inzetten. De ontkenning van dit waardenconflict leidt tot het oproepen van een andere tegencultuur, namelijk de bonte verzameling van milieuactivisten, anti-globalisten en socialisten. De historische bron van deze beweging kan, zoals Bolkestein laat zien in zijn Telderslezing, inderdaad teruggevoerd worden tot Jean-Jacques Rousseau en wat naïeve Romantici die terug naar de natuur willen. Maar de hedendaagse motivatie van deze tegencultuur is ook oprechte zorg voor de negatieve effecten van het vrije marktmechanisme. Ze zijn echter zo vol van hun goede idealen dat ze geen oog hebben voor het effect van strenge ecologische en protectionistische maatregelen op de welvaart. Een zondebokmechanisme treedt in werking tegen alles wat naar kapitalisme ruikt. Zij zien Shell en MacDonalds – de boegbeelden van een mondiale economie – als vereenzelviging van het kwaad. Omdat democratische besluitvorming veel te traag werkt, ziet een aantal onder hen meer heil in eco-dictaturen en de demonstraties in Genua lieten zien dat geweld niet altijd geschuwd wordt om hun idealen te bereiken.

 

Wat betekent Berlins waardenpluralisme en inzicht in de ontkenning van waardenconflicten voor lberalen? Ik denk uiteindelijk meer kansen dan bedreigingen. 

Allereerst de bedreigingen. Waardenpluralisme en de erkenning van waardenconflicten betekent dat ook liberale waarden in strijd kunnen zijn met andere waarden. Berlin stelt dat vrijheid niet per definitie voorrang krijgt. De waarde vrijheid kan ingeruild worden om andere waarden mogelijk te maken zoals voor veiligheid, gezondheid of educatie. Voor ‘orthodoxe’ liberalen kan dit wellicht bedreigend zijn. Berlin stelt overigens wel dat er grenzen in die vrijheid zijn die een fatsoenlijke overheid moet respecteren en deze ruimte behoort tot de basismoraal.[8] Hoeveel vrijheid boven die minimale grens een burger gegund is, is uitkomst van een politiek krachtenspel. Daarin kan een liberale partij als de VVD, in concurrentie met andere (levensbeschouwelijke) visies, haar rol in spelen. Acceptatie van waardenpluralisme betekent voor liberalen dus ook het onderscheid maken tussen liberale principes die een democratische rechtstaat mogelijk maken (en dus als neutraal kunnen worden beschouwd) en het liberalisme als politieke stroming  met een eigen (niet-neutrale) wereldbeschouwing waarin vrijheid en verantwoordelijkheid de belangrijkste waarden zijn die in het politieke debat over waardenconflicten zoveel mogelijk prioriteit moeten krijgen. (Het is de vraag of Bolkestein dit onderscheid wil?)

Voor liberalen, voor wie het vrije marktmechanisme een primaire waarde is, betekent waardenpluralisme óók het zich open stellen voor ecologische en sociale implicaties daarvan. Gelukkig vinden we in Nederland een groeiend aantal bedrijven en multinationals die verantwoord wenst te ondernemen en een balans zoekt tussen economie en omgeving en dit in hun milieujaarverslagen ook publiekelijk toetsbaar maken.

Verder is de hardnekkige ontkenning van waardenconflicten bedreigend waardoor politieke compromissen, die recht trachten te doen aan alle waarden, niet als een deugd maar als een slaptebod worden gezien. Het gevolg hiervan is afkeer van de politiek. Het bijbrengen van besef van waarden­pluralisme is een lastige zaak, zeker bij de gemiddelde burger waarvan het politieke inzicht toch al niet als groot beschouwd kan worden. Dit vraagt investeringen in onderwijs en het verplicht volgen van maatschappijleer, een vak dat thans optioneel is en op de schop ligt.

 

En nu de kansen. Vanuit hun utilistische traditie hebben liberalen van oudsher oog voor eigen verantwoordelijkheid en de consequenties van keuzen. Omdat ideologie in het liberalisme een minder grote rol speelt, is het animo om waardenconflicten te willen verdoezelen kleiner. Wellicht kunnen liberalen de ontkennings- en vermijdingsmechanismen daardoor sneller herkennen om ze vervolgens in het politieke debat vlijmscherp te ontmaskeren.

Verder is een politieke partij zoals de VVD beter in staat recht te doen aan waardenpluralisme dan een single-issue organisatie binnen het maatschappelijk middenveld. Organisaties die zich voor één waarde inzetten, zoals het milieu, armoedebestrijding of vluchtelingenopvang,  kunnen het zich permitteren de ogen te sluiten voor waarden aan de andere kant van het waardenconflict, zoals bijvoorbeeld het effect van strenge milieumaatregelen op de economie, van hogere uitkeringen op de overheidsfinanciën, of van een soepel immigratiebeleid op veiligheid en ruimtebeslag. Een serieuze politieke partij daarentegen biedt de kiezer een totaalplaatje waarin de effecten van alle keuzen in waardenconflicten zichtbaar worden. Wanneer single-issue organisaties geen oplossingen kunnen bieden die ook rekening houden met de prijs die betaald moet worden voor het ideaal, dan zijn hun leuzen eigenlijk politiek ‘gratis’. Het is overigens ook niet toevallig dat de nieuw opgekomen tegenpartijen het weinig hebben over echte oplossingen. Ook bieden zij hun aanhang geen doorberekening van het CPB. Zij maken slim misbruik van de ontevredenheid die altijd weer ontstaat wanneer in het compromis aan de grote idealen niet voldaan kan worden.

 

Afrondend concludeer ik dat het mogelijk moet zijn dat een politieke partij als de VVD het waardenpluralistisch perspectief in haar filosofie integreert. (Ik ben benieuwd of Frits Bolkestein het hier met mij eens kan zijn). Met behulp van een goede communicatiestrategie – kunnen VVD-politici daarmee burgers wijzen op de waardenconflicten achter het politiek ‘geharrewar’, inzicht geven in de eigen (consistente doch niet dogmatische) voorkeur voor waarden zoals vrijheid en eigen verantwoordelijkheid; in het politiek debat ontkennings- en vermijdingsmechanismen trefzeker ontmaskeren en begrip kweken voor de noodzaak van het sluiten van ‘saaie’ compromissen. Met andere woorden, met behulp van het waardenpluralistisch perspectief kunnen liberalen meewerken aan het herstel van het vertrouwen in de politiek.

 

Literatuur:

Berlin, Isaiah, Four Essays on Liberty, Oxford University Press, 1969

Berlin, Isaiah (ed. Henry Hardy), The Sense of Reality, Pimlico, 1996

Berlin, Isaiah (ed. Henry Hardy), The Roots of Romanticism, Chatto & Windus, London, 1999a

Berlin, Isaiah, Concepts and Categories, Pimlico, London, 1999b

Berlin, Isaiah (ed. Henry Hardy), Three Critics of the Enlightenment, Pimlico, 2000

Bolkestein, Frits, ‘Tegencultuur en Liberalisme’, Telderslezing 28 februari 2002

Galston, William A., ‘Value Pluralism and Liberal Political Theory’, in: American Political Science Review, Vol. 93, No. 4, December 1999, p.769-778

Gray, John, Berlin, Fontana Press, London, 1995

Rorty, Richard, Contingency, Irony and Solidarity, Cambridge University Press, 1969

 

 

Over de auteur:

Drs. Connie Aarsbergen-Ligtvoet

Is lid van de VVD en afgestudeerd in theologie (specialisatie ethiek en godsdienstfilosofie). Zij onderzoekt thans de levensbeschouwelijke kant van het liberalisme, humanisme en waardenpluralisme en schrijft een dissertatie over Isaiah Berlin met als titel ‘Isaiah Berlin, a value pluralist vision on human nature and the meaning of life’. Dit proefschrift maakt onderdeel uit van het interreligieuze project van de Vrije Universiteit: ‘Why are human beings on earth?’ Het liberaal-humanistische mensbeeld van Berlin zal in een tweede fase vergeleken worden met mensbeelden van belangrijke vertegenwoordigers uit het Christendom, de Islam, het Boeddhisme en Hindoeïsme.

 

Back

Home

 

 

 



[1] Tot de waardenpluralistische beweging rekent men William Galston, John Gray, Stuart Hampshire, John Kekes, Charles Larmore, Steven Lukes, Thomas Nagel, Martha Nussbaum, Michael Stocker, Charles Taylor en Bernard Williams. Zij nemen echter niet alles van Berlin over en leggen eigen accenten. (zie ook Galston,769).

[2] Berlin geeft in verschillende essays uitleg van zijn waardenpluralisme. Het duidelijkst doet hij dat toch in zijn wereldberoemde essay ‘Two Concepts of Liberty’ (Berlin,1969:118-173).

[3] De latere Herder is helaas besmet geraakt door het virus van het nationalisme. Terecht wijst Bolkestein in zijn Telderslezing erop dat de Romantiek ook bron geweest is voor extreem nationalisme en Fascisme.

[4] De Romantiek was voor Berlin ook een bron voor positieve waarden zoals authenticiteit, zelfontplooiing, zelfexpressie en romantische liefde.

[5] Berlin geeft in zijn werk geen nauwkeurige beschrijving van wat die basiswaarden zijn. De reden hiervoor is dat, alhoewel de kern vrij permanent is, de basiswaarden in de periferie kunnen veranderen. Politiek filosoof John Gray herkent in Berlins basiswaarden de invloed van het Wittgensteinse concept van familiegelijkenis (Gray,69).

[6] In tegenstelling tot latere postmoderne denkers zoals Richard Rorty, heeft Berlin  de wens om de basismoraal in onze werkelijkheid te gronden. Hiermee sluit Berlin nog aan in de traditie van de Verlichting. 

[7] Hiertoe verwijs ik naar de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening van VROM.

[8] In de politieke filosofie is thans een discussie gaande in hoeverre (Berlins) waardenpluralisme en liberalisme met elkaar te verenigen zijn. De discussie is begonnen in 1995 met policoloog John Gray die Belrin’s liberalisme ‘agonistic’ noemt omdat vrijheid elke keer opnieuw bevochten moet worden. (Gray,141). volgens filosoof William Galston (1999) biedt Berlin’s waardenpluralisme echter genoeg bescherming tegen inbreuk op essentiële liberale waarden. (Galston,769).