| |
N.B. Het onderstaande voedingsadvies is niet geschikt voor een hond
die dagelijks een lange wandeling met de baas maakt!
Voor alle honden deelnemend aan hondensporten geldt, dat het voer:
Energieleverende
voedingsstoffen zijn:
-
koolhydraten (= suikers en zetmeel),
-
vetten en
-
eiwitten
Eiwit is echter de minst geschikte energiebron, want eiwit moet
vooraf in de lever in energie worden omgezet.
Welke energieleverende voedingsstof is de beste?
Koolhydraten en vetten zijn na opname direct beschikbaar als
energiebron.
Hoe uit deze energieleverende voedingsstoffen energie voor de
spiervezels wordt aangemaakt, is afhankelijk van het soort prestatie
dat geleverd moet worden.
Sprinters zoals de Greyhounds op de renbaan leggen 0,3 tot 0,6 km in
30 - 40 seconden af. Dit zijn korte
krachtinspanningen.
De sledehonden in een lange afstandrace zoals de Iditarod Trial Sled
Dog Race in Alaska, waarbij zo’n 1700 km in 14 - 21 dagen wordt
afgelegd bij extreem lage temperaturen, moeten
langdurig een krachtinspanning leveren.
Voor korte krachtinspanningen (honden
op de renbaan).
-
Daar koolhydraten noch
vetten tijdig uit het voer gehaald kunnen worden, moet ter
plaatse in de spieren een snel beschikbare energiebron (=
spiersuiker) voorhanden zijn.
Alleen door gepaste training en via erfelijkheid kan deze
energievoorraad in de spieren worden verhoogd en deze energie (=
spiersuiker) sneller en efficiënter worden aangemaakt.
Dieetmaatregelen kunnen dit niet veranderen.
-
Hoewel een sprinter
enorme inspanningen levert in zeer korte tijd, en daarbij zeer
veel energie verbruikt, stijgt het energieverbruik per dag
nauwelijks, omdat de duur van de race zo kort is (< 1 minuut).
Wanneer een Greyhound 3 - 4 races op een dag loopt zal hij/zij
die dag slechts 15 à 20% meer energie verbruiken. Dus het hele
jaar, ook tijdens de trainingsperiode, kan het onderhoudsvoer
worden gegeven.
-
We willen bij de honden
voor de renbaan de energievoorraad in de spieren (= spiersuiker)
verhogen. Dit gebeurt optimaal indien de voornaamste maaltijd
gegeven wordt als de spieren weinig energie bevatten, dus na de
race. Bovendien is de energie die ’s morgens wordt opgenomen
toch niet beschikbaar voor deze kortstondige inspanning.
Een grote fout die vaak gemaakt wordt is glucose-poeder of
glucoserijke dranken (dus suikers) te geven een uur voor de
race. Omdat glucose zeer snel wordt opgenomen reageert het
lichaam onmiddellijk met een (te) hoge insuline afscheiding,
hetgeen een te laag bloedsuikergehalte en slapte tijdens de race
kan veroorzaken.
Samengevat:
-
Geef hoogwaardig
onderhoudsvoer, dat voldoende koolhydraten (zetmeel) bevat met
een zeer hoge verteerbaarheid.
-
Zetmeelproducten zijn
bijvoorbeeld brood, macaroni en rijst.
-
Vermijd dat de hond met
een volle maag gaat trainen of racen.
-
Geef ’s morgens 3 à 4
uur vòòr de races of de training ¼ van de dagelijkse
hoeveelheid.
-
Laat nà de races de hond
eerst tot rust komen, geef hem te drinken en daarna de
hoofdmaaltijd. Geen glucose (= suiker) vlak vòòr of tussen de
races geven.
-
Geef de hond goed fris
drinkwater tussen de races, want uitdroging moet voorkomen
worden en het risico hiervan is belangrijker dan het risico van
tekort aan energie.
Koud water smaakt beter en helpt het lichaam af te koelen.
Het effect van training en koolhydraatrijk voer wordt op zijn
vroegst zichtbaar na 5 weken. Dus begin tijdig om resultaten tijdens
de wedstrijden te behalen.
Voor langdurige inspanningen (jachthonden en
sledehonden)
-
Vet is de rijkste en
meest efficiënte energiebron.
Vet is na opname direct beschikbaar als energie voor de spieren
en levert ongeveer 2,5 maal zoveel energie dan eiwit en suikers
of zetmeel.
-
Verder verteert een hond
vetten beter dan de mens. Op lange termijn veroorzaakt vet bij
de hond ook geen ziekten als arteriosclerose, en is dus niet
gevaarlijk.
Bovendien verteren sledehonden (Huskey’s o.a.) zetmeel minder
efficiënt en kan koolhydraatrijk voer (= suikers en zetmeel) bij
hen maandagziekte in de hand werken.
-
Een vetrijke,
koolhydraatarme voeding kan tijdens extreme duurspanning de
prestaties verbeteren.
-
De capaciteit van het
lichaam om vet als energiebron te gebruiken, wordt verhoogt als
vetrijke voeding vòòr en tijdens de training wordt gegeven.
-
Het vetgehalte moet
minimaal 20% van de droge stof bedragen en verhoogd worden als
de inspanningen stijgen. Tevens moeten de vetten heel goed
verteerbaar zijn.
-
Door toevoeging van vet
aan het rantsoen mag echter de opname van het voer niet dusdanig
laag worden dat te weinig andere voedingsstoffen zoals eiwitten,
mineralen en vitaminen worden opgenomen
Samengevat:
-
Geef vetrijk,
koolhydraatarm voer met een zeer hoge verteerbaarheid.
-
Voer 2 maal daags. ’s
Morgens 1/4 tot 1/3 van de dagelijkse hoeveelheid, minstens 2
uur vòòr de training of de wedstrijd, zodat de hond niet met een
zwaar gevulde maag hoeft te presteren.
-
Na de wedstrijd laat men
de honden gedurende 1 à 2 uren tot rust komen en geeft
ondertussen te drinken. Daarna de tweede maaltijd geven. Het
laten drinken en rusten vermindert het eventuele risico op
maagtorsie.
Het is niet voldoende om zonder meer met honden te werken en
tweemaal per dag het gepaste voer te geven.
Je kunt een hond niet uit de kennel halen en verwachten dat hij/zij
op de eerste dag van het jachtseizoen optimaal presteert.
Jachthonden kunnen dan tijdens de jacht plots niet meer verder
willen, beginnen te trillen en verliezen eventueel even hun
bewustzijn ten gevolge van een te laag bloedsuikergehalte.
Om dit te vermijden moet men jachthonden tenminste een maand vooraf
beginnen te trainen en geleidelijk op het nieuw type voer over te
schakelen.
Voor sledehonden die nog meer extreme inspanningen leveren, zal deze
overgangsperiode zelfs 2 maanden duren.
Indien honden toch moeten presteren zonder een aanpassingsperiode,
dan kan men het risico van een te laag bloedsuikergehalte tot een
minimum herleiden door voer mee te nemen en elke 1 tot 2 uren een
handvol te geven.
De honden moeten tijdens prestaties regelmatig te drinken krijgen.
Sledehonden eten sneeuw waar beschikbaar, maar tijdens
sportprestaties moet men er toch opletten dat tijdig water wordt
gegeven. Bovendien kan teveel sneeuw eten aanleiding geven tot
braken en/of diarree.
Waarom niet teveel eiwitten voeren?
Training en wedstrijden verhoogt de behoefte aan eiwitten (=
vlees). Eiwit is echter de minst geschikte energiebron, want eiwit
moet vooraf in de lever in energie worden omgezet. Dus overvoer de
honden niet met eiwitten.
Overtollig eiwit wordt in het lichaam niet als zodanig opgeslagen om
later weer gebruikt te worden. Wanneer een hond te veel eiwit
opneemt, wordt dit als energie verbrand of als
vetreserve opgeslagen.
De optimale eiwitconcentratie in het voer is:
Bij lichte inspanningen (sprinters en jachthonden) 20% van de droge
stof.
Bij zwaardere inspanningen (sledehonden in Alaska) 25 - 30% van de
droge stof. |