Tijdens mijn studieweek (en ook nog tijdens onze vakantie in België) heb ik het boek Zwijgen bij volle maan van dr. Hendrik Vreekamp bestudeerd. Een boek, dat in 2003 uitkwam. Toen het boek uitkwam, intrigeerde het me meteen. Niet alleen, omdat het over de invloed van de heidense sagen en mythen van onze voorouders in Europa gaat, en hoe deze invloed op ons christelijk geloof hebben, maar vooral ook, omdat de schrijver een hervormde predikant is, die tot de richting van de Gereformeerde bond behoort. In het verleden is hij dan ook predikant in Oosterwolde (bij Oldebroek) en Epe geweest. Later is hij predikant voor Kerk & Israël geweest. Kortom, heel veel ingrediënten om met grote belangstelling dit boek door te nemen. Uiteraard kun je een dik boek nooit in een kort bestek volledig weergeven, maar ik geef enkele lijnen.
Als predikant voor Kerk & Israël heeft Vreekamp de kerk telkens erop gewezen, dat zij nooit en te nimmer vergeten mag, dat de wortels van ons christelijk geloof, en dus van de kerk, in het jodendom liggen. Het is een misvatting om te geloven, dat de kerk de plaats van Israël ingenomen hebben zou. Dat is door de kerk veel te veel geleerd, waardoor het idee ontstond, dat het joodse volk voor God afgedaan hebben zou, met alle anti-joodse gevoelens vandien, wat zijn grote dieptepunt in de uitroeiing van zoveel Joden in de 2e wereldoorlog geleid heeft.
In dit boek nu trekt Vreekamp de lijnen consequent verder door. Hier in Europa - en wij ook in Nederland dus - heeft ons geloof niet allereerst de joodse wortels, maar feitelijk de wortels in het oorspronkelijk heidense geloof. De mythen en sagen, die onze verre voorouders vertelden, werken tot ver in ons christelijk geloof en ons dagelijkse bestaan door. We leven sinds de Here Jezus weliswaar met 2000 jaar christendom, maar de helft ervan - tot bijna het jaar 1000 - was er aan tijd nodig om het evangelie tot in de streken van Scandinavië en IJsland te brengen. En tot aan die tijd hadden de mensen hier in Europa hun eigen geloof en godsdienst van duizenden jaren lang. En die liet zich niet zomaar door een nieuwe godsdienst, het christendom, verdringen.
Vreekamp vertelt een aantal oude Veluwse mythen en sagen. We horen bijv. over hoe onze verre voorouders hier meenden, dat het Uddelermeer er gekomen is, en waarom de plaats Dieren zo genoemd is. Over de strijd van de wereldslang met de dondergod Thor. En zo geeft hij veel meer Veluwse voorbeelden van volksverhalen. Uiteindelijk blijken deze echter een variant op de Edda uit IJsland te zijn. Daar vinden we de wortels van de verhalen, zoals de voorouders die in een Veluwse variant doorvertelden.
Toen in de 8e eeuw het christelijk geloof hier verkondigd werd, wilde de kerk hier het oorspronkelijk heidens geloof van de Germanen en Saksen beëindigen. Zij allen moesten christen worden. Het geloof nu werd volop verkondigd, vooral met behulp van een groot christelijk lied, de Heliand. In dit lied zijn de 4 evangeliën in 1 groot lied onder woorden gebracht. Hierin wordt de Here Jezus als Heliand verkondigd. Wie nu echter de tekst van dit lied nauwkeurig bestudeert, bemerkt op veel plaatsen, hoezeer de evangeliën met de woorden en beelden van het oude Germaanse geloof bezongen wordt. Zo wordt er gezongen van fort Nazareth en fort Rome, David wordt een graaf genoemd, de bewakers bij het graf heten hertogen, en de hemel is een goddelijke gaarde en groenende weide overeenkomstig het beeld van de Germanen van de hemel. In het Onze Vader horen we de Here Jezus bidden Geef ons dagelijks raad, want het was de Germanen hun eer te na, dat ze geen eten hebben zouden, en ook Laat ons niet verleid worden om van de afschuwelijke wichten te doen hun wil, want de Germanen meenden, dat gnomen, trollen en allerhande ‘klein volk’ aansprakelijk zijn voor de dingen, die mis gaan! Wat echter erger is, is, dat de Heliand ook een duidelijk anti-joodse stemming heeft: zij zijn het slechte volk, dat de Heliand gedood heeft.
Het christelijk geloof, dat verkondigd werd, sloot in heel veel punten aan bij het geloof en de wereldbeschouwing, die onze veluwse voorouders al hadden. Dat was een levensbeschouwing, die nauw bij het dagelijkse leven, de getijden en seizoenen aansloot. Zoals we dat vandaag de dag nog bij menig agrariër tegenkomen. Vreekamp beschrijft dat heel fraai vanuit het dagelijkse leven van Evert (p.36-43). Ook de oorspronkelijke godsdienst van onze voorouders stond in het teken van deze seizoenen met de goden Saxnot, Wodan en Thor (waarnaar onze dagen dinsdag, woensdag en donderdag nog vernoemd zijn). De latere kerk sloot bij deze behoeften aan via de kerkelijk kalender, waarin er een vast jaarlijks ritme is, waarin allerlei feesten en gedenkdagen op vaste data in bepaalde perioden door het jaar heen weer terugkeren.
Om nu enigszins beeld van de verschillen te houden, geeft Vreekamp de onderlinge verschillen weer middels gesprekken tussen 4 fiktieve personen, te weten Adelheid, Samuël, Paulus & Maria. Adelheid staat voor de oorspronkelijke Veluwnaar met zijn levensbeschouwing, die heel nauw bij de natuur en de seizoenen aansloot. Samuël is de vertegenwoordiger van het volk Israël, Paulus staat voor de Jood, die christen geworden is, en Maria is de heiden, die christen geworden is. In deze beeldende gesprekken ondervragen ze elkaar, waarom zij de zaken geloven, zoals zij die doen. In deze gesprekken blijkt echter telkens weer, dat Maria steeds meer door Adelheid en Samuël in het nauw komt, terwijl Paulus er doorgaans maar het zwijgen toedoet.
In deze fiktieve personen en gesprekken verbeeldt Vreekamp ongetwijfeld veel van de eigen moeiten, die hij als voormalig bondspredikant in de loop van de jaren doorgemaakt heeft. Een kerk, die zichzelf als de enige ware kerk ziet, en ‘die God in ons vaderland geplant heeft’, gaat aan haar eigenlijke wortels voorbij, en overschreeuwt zichzelf door al het andere - het heidense en joodse - als demonisch af te schilderen. Dat is niet alleen dom, maar ook gevaarlijk, want de 2e wereldoorlog heeft laten zien, waartoe antigevoelens uiteindelijk toe leiden kunnen.
De enige uitweg, die Vreekamp dan ook nog ziet, is de weg van bekering, zoals hij dat noemt. Daarmee bedoelt hij, dat de kerk zich weer voor haar eigenlijke wortels opent. Leden van de kerk zijn Joden en heidenen. Wanneer één van beiden ontbreekt, is er sprake van een niet volgroeide kerk (p.262). In ons geval - Nederlanders - betekent dat te erkennen, dat we ten volle heidenen zijn. Pas zo kunnen we begrijpen, wat Luther met de uitspraak bedoelde, dat we tegelijk rechtvaardig en zondaren zijn. Simul iustus, simul peccator, rechtvaardige èn zondaar word ik genoemd. Honderd procent heiden en honderd procent christen ben ik, beide tegelijkertijd (p.302). Een christen is iemand, die altijd de heiden en de Jood aan zijn linker– en rechterzijde heeft. Hij kan zich van hen nooit losmaken. Hij wortelt in hen.
Tot zover dit boeiende boek. Het goede ervan is zonder meer, dat Vreekamp ons iets van onze oorspronkelijke wortels van onze voorouders in Nederland meegeeft (de Veluwnaren noemt hij ‘pars pro toto’, staat als deel voor het geheel (p.10) van Nederland. Hoe leefden zij, wat geloofden zij, hoe was hun levensovertuiging? Ook al weten we dat niet aan de hand van oorspronkelijke bronnen, lijnen erheen kunnen we wel trekken. Hun oorspronkelijke sagen en mythen zijn een verrijking om eens te vernemen.
Toch zit er ook een zwakheid als rode lijn door het gehele boek heen. De christen heet niet origineel, omdat hij zijn wortels in het heiden– en jodendom heeft. Dat zal ongetwijfeld waar zijn. Maar als het vervolgens over de Joden gaat, dan komt het maar mondjesmaat te voorschijn, dat uiteraard ook zij volledig in het heidendom van de semitische volken van de tijden vòòr hen wortelen. Ook al wordt dat hier en daar aangereikt, in grote lijnen vertegenwoordigen zij wel de openbaring van God in pure zin. Dat lijkt me echter tweeslachtig: als de Joden wel allerhande werkelijke openbaringen van God hebben, waarom zou de Here Jezus Zelf dan niet ook de grote Openbaring van de levende God in deze wereld zijn? Ook als is dat als Jood, in het gewaad, de woorden en tijd van het Jodendom, maar toch als daadwerkelijk nieuw Begin van de levende God. Doortrekking van de goede, oude lijnen, maar óók breuk met het foute verleden. Die lijn, die Paulus bedoelt aan te reiken, verzandt te veel in zijn zwijgen. Dat is jammer.
Tot slot wil Vreekamp goed merken laten, dat hij zich op zijn boek terdege voorbereid heeft. Hij vult maar liefst 38 (!) pagina’s met allerhande titels van boeken en verhandelingen, die hij van tevoren doorgenomen heeft. Die hele lijst heeft wat lachwaardigs om dat zo potsierlijk allemaal te vermelden. Maar goed, dat zal wel bij de etiquette horen!
Desondanks blijft het een zeer lezenswaardig boek, dat van harte aan te bevelen is, en voor € 25,- te koop is.