De horecabranche wordt in toenemende mate bedreigd door agressie en geweld van gasten, al dan niet veroorzaakt door alcoholmisbruik of het gebruik van harddrugs. Wapenbezit en gebruik en andere vormen van criminaliteit bedreigen eveneens de gastvrijheid – en veiligheid. Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat het Ministerie van Justitie heeft bepaald dat horecaportiers een licentie moeten hebben om hun werkzaamheden als portier uit te mogen voeren. Een horecaportier krijgt een licentie als hij:
Het portiersexamen wordt afgenomen door SVH (Stichting Vakonderwijs Horeca).
Het examen bestaat uit een schriftelijk examen (multiple choice vragen) en een
praktijk examen (praktijksituaties spelen tegenover een acteur).
De screening
wordt uitgevoerd door de politie waar de portier werkzaam is.
De portiersopleiding behandelt alle lesstof die nodig is voor het behalen van
het portiersexamen.
De opleiding wordt afgesloten met een examentraining.
Elke deelnemer krijgt na de opleiding een speciaal ontworpen speld.
Hiermee kunt u zich onderscheiden als een vakbekwaam opgeleide horecaportier.
Met enig bijstuderen kunt u ook examen doen voor het diploma Sociale hygiëne.
Met dit diploma bent u tevens bevoegd om op te treden als beheerder of
bedrijfsleider. De portiersopleiding speelt in op de behoefte aan een
professionele portier, die:
De opleiding is praktijkgericht en voor een ieder goed te volgen. Tijdens de opleiding wordt veel aandacht besteed aan de eigen levensachtergrond en werkervaringen. Van elkaar leren krijgt veel ruimte en aandacht. De inhoud van de opleiding is afgestemd op de exameneisen en de inhoud van het leerboek voor de horecaportier (zie item: Leermiddelen). Veel lesstof wordt behandeld middels films. De gespreksmodellen (onderdeel van het praktijkexamen) worden geoefend aan de hand van zelf ingebrachte praktijksituaties met acteur.
De duur van de opleiding
Dit is afhankelijk van het ervaringsniveau van de deelnemers.
De duur wordt in overleg met de opdrachtgever bepaald.
Examentraining
De cursus wordt afgesloten met een examentraining.
Die bestaat uit:
- het ondergaan van een theoretisch proefexamen (40 multiple choisevragen)
- het ondergaan van een praktijkexamen.
Losse examentraining
Examenkandidaten kunnen ook alleen een examentraining ondergaan.