Vryheid. Gelykheid. Broederschap

    Anno 1799, Nummer 126 

    DORDRECHTSE COURANT

     Saturdag den 19 October

     Het vyfde jar der Bataafsche Vryheid

    ’s Hage, den 17 October. In de zitting der Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam van gisteren werdt gelezen: ene missive van het Uitvoerend Bewind, daarby kennisgevende, dat de generaal en chef Brune hetzelve heeft geinformeerd dat de in de slag by Bergen op den 19 September j.l. op de Russen veroverde vaandels, alhier zyn gearriverd, en dat het Bewind tot het openbaar ontvangen derzelven den dag van morgen heeft bepaald; verzoekende het Bewind tevens authorisatie, om, op voordragt van den generaal en chef, de burger Martusewitz, Rietveld en Bruce, wegens hunne uitstekende bewezene diensten in den tegenwoordigen veldtocht, den eersten tot colonel der artillerie en de beide laatsten tot generaals major te avanceeren, met dien verstande echter, dat, door deze promotie, gene nieuwe vacatures zullen geboren worden: En werdt onder ene algemene goedkeuring der Leden, conform dezen voordragt besloten en zonder resumtie aab de Tweede Kamer ter sanctie gezonden.

    Ter dezer gelegenheid stelde de burger Ondorp voor, dat aan alle militairen, die uit hoofde van enige bewezene bravoures geavanceerd worden, kosteloos mogen worden afgegeven, Acten van verdiensten: - In handen van het Uitvoerend Bewind om consideratien en advis.  

    Voords werdt nog op het geproponeerde door den burger van Hall besloten, om van het Uitvoerend Bewind te requireren ene nauwkeurige opgave van alle zodanige militairen, die in ’s lands dienst dapper te strydende zyn gesneuveld of nog in de gelegenheid zyn, daden van dapperheid te verrichten,

    Hierna werdt nog gelezen en voor notificatie aangenomen, ene missive van het zelfde Bewind, houdende kennisgeving, dat het voorzitterschap van den burger van Haersolte geëxpireerd zynde, tot den 17 November aanstaande by hetzelve zal presideren de directeur J.F.R. van Hooff.

    Op enen voordragt de comissie tot de Policie der Vergaderzaal, werden, na voorafgaande verklaring der onverwylde noodzakelykheid, de presidenten der beide Kamers geauthoriseerd, om de nodige orders te stellen, dat op morgen de Lyfwagt van het Vertegenwoordigend Lichaam mede in de plechigheid deel neme, als mede dat de train over het territoir van het Vertegenwoordigend Lichaam moge passeren.

    In de Tweede Kamer werdt dit besluit, zo wel als dat, waarby de burger Martusewitz, Rietveld en Bruce, uit hoofde hunner verdiensten, worden geavanceerd, bekrachtigd.

    De beide kamersadjourneerden zich voords tot aanstaande vrijdag. 

    Heden ochtend ten half elf uren kwam on geheel garnisoen, bestaande in byna een bataillon auxiliaire Franschen, de georganiseerde burgermacht, bestaande in artilleristen, genadiers en fuzeliers, de regimenten van Waldeck en Saxen-Gotha benevens het tweede btaillon der derde halve brigade, de lywagt van het Vertegenwoordigend Lichaam uitmakende, onder de wapenen. Al deze troepen schaarden zich in twe colonnen langs het noordeinde tot aan het oude hof. – Ten 12 uren werdt het geschut in de maliebaan gelost, de nationale vlag opgehyst, en de optogt van den train nam een aanvang, begevende zich dezelve van het hotel van den Agent van Oorlog, het plein langs, het binnen en buitenhof over, langs de plaats en het noordeinde tot aan het oude hof, terwyl alle de gewapende corpsen, waarby de train passeerde voor denzelven parareerde. – De train was zamengesteld als volgt: Een detachement Fransche jagers te paard, een corps burger muziekanten, een halve compagnie burger grenadiers, de drie veroverde vaandels door twee zwaar gekwetste Bataafsche en een Fransch militair gedragen wordende; de brigade-generaal Clement, de collonel Martuschewitz en een aantal andere generaal en staf-officieren, een halve compagnie burger grenadiers, en een detachement van het eerste regiment cavallery.

    De train aan het Bewind gekomen zynde, werden de Vaandels in tegenwoordigheid van alle de vreemde Ministers, de Agenten, een groot aantal Representanten en enen ontzachlyken toevloed van Volk overhandigd. De generaal Clemens, de Agent van oorlog, en de collonel Martuschewitz dede elk enen Aanspraak; - De President van het Bewind beantwoordde dezelven. En hier mede nam deeze plechtigheid een einde, begevende zich elk Corps naar zyne loopplaats, waar dezelven bedankt werden.  

    Dordrecht, den 18 October. Paticuliere brieven verzekeren, dat de vyand aan onzen general en chef, om enen vryen aftocht gevraagt heeft, met aanbieding van 5000 krygsgevangenen, zonder uitwisseling; doch dat men van dezen kant er 15000 en de teruggaaf der geroofde vloot gevraagd heeft.  

    De generaal Daendels heeft thans mede het volgend rapport, betreffende het voorgevallene by den linker vleugel onzer armee in Noord-Holland, aan ons Uitvoerend Bewind ingezonden:

    Hoofdkwartier te Nieuw Nieuwdorp, den 14 October 1799. 

    De lieutenant-genraal Daendels aan den Agent van oorlog der Bataafsche Republiek.

                Burger Agent!

    Zedert gisteren eerst heb ik mynen staf van Hoorn kunnen doen komen, en ben tot dien tyd toe van myn vertrek van Purmerend, in de onmoogelykheid geweest een behoorlyk raport in te zenden. Ik heb zelfs den generaal en chef niet anders kunnen informeren, als door den general-major van Zuilen, van Hoorn, dewelke ik billerten, met potlood geschreven, toezond.

    Den 9 dezer ben ik met myn divisie gemarcheerd op Hoorn, alwaar vele desordres door het Oranje-gepeupel bedreven waren, doch derzelver hofden waren gevlucht, zo dat ik nog niet heb kunnen doen arresteren de genen, welke het huis, alwaar het Constitutioneel gezelschap gehouden word, hebben doen plunderen, de vryheidsboom hebben doen omhakken en gewapende burgers mishandeld.

    Ik heb echter de generaal-major van Zuilen order gegeven om ze te doen arresteren, zo dra ze te vinden mogten zyn, alsmede om de gewapende burgermacht te herstellen, en zo goed te wapenen als mogelyk was.

    Den 10 ben ik gemarcheerd op Winkel. Te Opmeer wierd myne avant-guarde geattaqueerd, doch met zulk een slegt gevolg voor den vyand, dat wy hem 1 officier en by de 20 man gevangen namen, en 13 paarden buit maakten, hare infanterie vluchtte naar Eertswoude, alwaar ik ze liet attaqueren, en in haar retranchement voor Winkel joeg, het welk zy op den Zeedyk achter enorme coupures gemaakt hadden. Ik formeerde vervolgens drie attaques tegen Winkel, alwaar de prins Eduard van Glocester in persoon commandeerde; de attaque van ’t centrum kon niet avanceren, om dat de vijand de bruggen over de Lange Reys had afgebroken, en de jagers zelve gerepousseerd wierden: de attaque aan de linker zyde vond dezelfde difficulteit. Ik wilde deze attaque niet brusqueren en nutteloos volk verspillen, maar afwachten het gevolg van de attaque van den regter vleugel, welke de vyand moest trachten te tourneren, zo als ook werkelyk gebeurde, want zo dra verscheen dezelve niet op den Zeedyk en attaqueerde den vyand met houwitsers, of hy verliet eerst de coupures en naderhand het retranchement en eindelyk Winkel, na dat er bruggen over de coupures en de Lange Reys geslagen waren. Ten 8 uren ’s avonds rukten wy in Winkel, doch maakten niet meer dan 6 krygsgevangenen. De vyand retireerde op Colhorn en verliet gedurende den nacht Oud- en Nieuw Nieuwdorp en het Nieuwdorper verlaat, ’t geen de generaal Bonhomme dienzelfden dag , doch zonder succes geattaqueerd had; ons verlies op dien dag beslaat slechts in twee doden en veertien gewonden.

    Ik kan niet genoeg roemen het gedrag van de differente commandanten, van de grenadiers, infanterie, cavallerie en artillerie, en declarere ronduit nooit beter troepen onder myne orders te hebben gehad en waar onder een beter geest heerscht.

    Het was gelukkig, dat wy dezen dag tot Winkel konden voortrukken, want een der coupures in de Zeedyk was reeds 19 voeten diep, en het was te vrezen, dat haar oogmerk was, geheel Noord Holland te doen verdrinken.

    Den 11 avanceerde ik tot Lutkewinkel en de Sluis aan de Zeedyk, liet alle Bruggen herstellen en opende de communicatie met de divisie van den generaal Dumonceau, welke, Dirkshorn genomen hebbende, aan een gedeelte van zyn divisie het Nieuwdorper Verlaat liet passeren en Zydewind tot boven de kerk liet bezetten.

    Dien zelfden dag liet ik Medenblik occuperen, en belette daardoor, dat niet alle de magazynen en de fregatten, welke reeds met brandbare stoffen waren gevuld, vernield wierden; slechts een magazijn en een klein gedeelte van een twede is een prooi der vlam geworden; doch de schade daar dor toegebragt is zeer groot.

    Den 14 heb ik myn gehele divisie doen avanceren en gisteren myn hoofdkwartier alhier genomen.

    Ik schryf op dit ogenblik aan den generaal en chef over differente zaken, waar van ik de eer heb copie te zenden, alsmede van de bylagen, waaraan ik my kortsheidshalve referere 

    Heil en eerbied!

     

    Daendels.