eyes_067

Peter Koning in de Bataafse Armee

Bevel over de 2de Halve Brigade

De commandant van de 2e halvebrigade tot de opheffing op 11 juni 1805 was Kolonel Stuart Johan Bruce. (Stewart Jean) Bruce was, hoewel zijn naam dat niet doet vermoeden, een Nederlands krijgsman die op 21 juni 1767 in Breda werd geboren als zoon van George Bruce, majoor bij het regiment Schotten, en Elisabeth Snellen. In het staatse leger was Bruce kapitein in het regiment van generaal-majoor Dundas in garnizoen te Sas van Gent, Assel en Breda, in het cordon van Holland, te Muiden, Hoorn en Enkhuizen. In Enkhuizen werd hij in de maand oktober 1787 gesuspendeerd en vertrok hij naar Frankrijk.

Stewart John BruceGeneraal-majoor Stewart John Bruce (1767-1847), 1801. Blijkens de vermelding op de achterzijde van het portret (verblijfplaats onbekend) is dit in het jaar 1801 te Wuerzburg vervaardigd, tijdens of kort na de veldtocht van de Bataafse troepen onder Dumonceau in Duitsland  (1800/1801), Illustratie overgenomen uit: [De Wilde, 1999]

Bruce werd in 1795 kolonel en nam in 1799 deel aan de veldtocht in Noord-Holland. Hij werd hiervoor op 17 oktober 1799 bevorderd tot generaal-majoor. In 1805 was hij intussen luitenant-generaal en kreeg hij het bevel over Walcheren. Van 1806 - 1807 was hij de bevelhebber van de 4e territoriale divisie met de staf in Deventer. Onder deze divisie ressorteerden de troepen gelegen in Gelderland, Overijssel en Drente.

Bij de landing van de Engelsen in juli 1809 op Walcheren, waar Bruce het bevel over voerde, ontruimde hij zonder tegenstand te bieden zijn stelling bij het landingspunt en vervolgens ook Veere en Zuid-Beveland met het fort Bath.

Bruce werd wederom weer gestationeerd in Deventer, waar hij van 1809 - 1810 als bevelhebber werd aangesteld van het 3e militaire arrondissement. Hiertoe behoorden wederom de troepen van Gelderland, Overijssel en Drente.

Het Hoog Nationaal Gerechtshof veroordeelde hem tot cassatie (ontslag uit militaire dienst), maar in 1814 werd het vonnis door Willem I wegens incompetentie van dat Hof herroepen. 

Bruce was getrouwd met Christina Schimmelpenninck op 22 februari 1801 te Deventer en kreeg met haar op 9 oktober 1803 in Deventer de latere politicus en staatsman George Isaac Bruce en op 29 september 1805 in Deventer Hermanna Aleijda. Steward Jean Bruce overleed op 14 februari 1847 in Deventer.


Adjudantmajoor van Bruce in de 2e halvebrigade was van 17 december 1795 tot 23 oktober 1806 jhr. Adriaan Frans Meyer (Axel, 4 september 1768 - Amsterdam, 1845). Zoon van Jacobus Gijsbertus Meijer, onderofficier, en Adriana Korthoudt (-1820).  Tweemaal gehuwd, in eerste huwelijk in 1792 met Arnolda van Varseveld (1769/70-1802). In het tweede huwelijk voor 1809 met Maria Coule. Op 3 februari 1809 kregen ze een zoon genaamd Simon Pierre Francois te Haarlem.

Volgde na een moeizame schoolopleiding vanaf 1785 een militaire loopbaan; lag in garnizoen in Bergen-op-Zoom, Doesburg en Oosterhout. Van 1786 tot 1788 was Adriaan Frans cadet bombardeur bij de artillerie te Bergen op Zoom en sergeant bij het regiment van Bijland sinds 15-1-1787 tot na 1788, gekantonneerd te Benschop, in garnizoen te ’s Gravenhage en Heusden. Hij werd in 1794  bij Charleroi krijgsgevangen gemaakt en keerde in 1795 via Zwitserland terug. Diende in het Bataafse leger onder 2e halvebrigade en nam deel aan veldtochten in Noord Holland en Duitsland en was van 1804-1805 gelegerd op Walcheren.

Adriaan Frans MeijerMeyer werd op 7 januari 1808 weer benoemd bij zijn oude onderdeel als Adjudantmajoor. onder Kolonel Adriaan Sels en later op 18 october 1810 onder kolonel Aertis Jacques Hardyan.

Meyer kwam na de inlijving in Franse dienst en vocht in Italie en Oostenrijk. Trad in 1814 in Nederlandse dienst in de rang van generaal-majoor. In 1815 wordt hij als generaal-majoor van de 3e brigade genoemd, onderdeel van de 2e infanteriedivisie onder Luitenant-generaal Gijsbert Maarten Cort Heyligers. Op 20 december 1826 werd hij luitenant-generaal. Tijdens de 10-daagse veldtocht tegen de Belgen in 1831 voerde hij de derde divisie aan. Meyer pensioneerde in 1838.

In 1836 kocht Meyer het landgoed Winkelsteeg bij Nijmegen. Hij noemde het landgoed naar hemzelf: “Meyerswijk”. Nadat zijn erfgenamen het goed weer hebben verkocht in 1842 werd het opnieuw Winkelsteeg genoemd.


1e bataljon

De luitenant-kolonel van het 1e bataljon was van 21-12-1797 tot 18-6-1803 Anthonius Montanus. Hij werd geboren 21-08-1752 te Doornik. Hij trouwde met barones Carolina Isabella Elbertina van Haersolte op 25 september 1796 te Zutphen. Hij trad tot de brigade op 21 december 1797 als opvolger van luitenant-kolonel Jean Georg Krafft, die op 4 augustus 1797 te Culemborg overleed.


De majoor vanaf 29 juli 1799 was Johannes Rochell. Hiervoor diende hij als kapitein in de 2e halvebrigade. Rochell werd geboren in Namen. Johannes diende in het staatse leger onder luitenant-generaal Onderwater, garnizoen te Rotterdam, Wageningen en Nijmegen als vaandrig (6 jaar), luitenant (3 jaar) en kapitein (7 jaar). Johannes heeft het battaljon gecommandeerd in de campagnes van de jaren 1799 en 1800 in Noord Holland en in Duitsland.


2e bataljon

De luitenant-kolonel van het 2e bataljon was Johan Coenraad van Hasselt, geboren op 12 juli 1754 te Zutphen (gedoopt 17 juli), als zoon van Johan Coenraad en Arnoldina Lucretia Wenthold, die zusterskinderen waren. Zijn vader Johan Coenraad was gecommitteerde van de generaliteit in Gelderland. 

Johan Coenraad trouwde voor de eerste maal op 2 mei 1816 met Arnoldina Margaretha Anna van Hasselt te Zutphen en hertrouwde op 28 november 1823 met Maria Adriana van Vredenburch te Rijswijk. Hij overleed op 9 november 1829 te Nieuwvoorde (Rijswijk).

Van Hasselt was luitenant in het regiment van de erfprins vanaf januari 1786 in Breda tot juni, waarna hij verlof had tot maart 1787, waarna hij zich bij het regiment in Nijmegen voegde, in mei dat jaar in Amerongen als kapitein. Hij ging in het regiment Suljart in particuliere dienst van Holland. In juli 1787 in Woerden, in oktober gelicentieerd en naar Frankrijk vertrokken. Vanaf 8-7-1795 was hij luitenant-kolonel in de 2de Halve Brigade, vanaf 18-7-1801 kolonel in dezelfde brigade en vanaf 6-10-1806 generaal-majoor. Op 18 september verliet kolonel Van Hasselt met zijn IIIe regiment infanterie van linie onder bevel van generaal Boivin het kamp Zeist op weg naar Duitsland. Begin februari 1807 voerde generaal-majoor Van Hasselt de 1359 tellende 4e brigade aan, gelegerd te Bergedorf. Op 1 juni 1809 diende hij als generaal-majoor van de 2e infanterie brigade (8e en het 9e regiment infanterie) in de 3e Hollandse divisie onder lt-gen Pierre Guillaume Gratien. Deze divisie resulteerde onder het 10e legerkorps (Westfalen) onder bevel van Jerome Napoleon Bonaparte.Van Hasselt werd na het ontslag van Gratien bevelvoerend generaal en keerde met zijn divisie weer terug vanuit Stralsund naar Zeeland met het oog op Britse landingen alhier.


De majoor van het 2e bataljon was Coenradus van Dooren, gedoopt 23-08-1745 te ‘s Gravenhage als zoon van Anthonie van Dooren en Joannae Schaaps. Hij trouwde op 1 september 1805 met Maria Helena Gerlach te Nijmegen.

Coenradus was majoor in de 2de Halve Brigade van 28 juni 1799 tot 23 januari 1801. Hij diende van 1786 tot 1788 in Arnhem als kapitein in het 1e bataljon van de luitenant-generaal Van Sommerlatte.  


3e bataljon

De luitenant-kolonel van het 3e bataljon van 8 juli 1795 tot 18 juli 1806 was Joseph Pitcairn, geboren ca. 1760 en afkomstig uit Schotland als zoon van Alexander Pitcairn en Marquerite Elisabeth Stuart. Zijn opa, ook Joseph, was predikant in Newburgh & Kingsbarns. Joseph was gehuwd met Sophia van Buuren. Op 9 maart 1821 overleed hij te Amersfoort.

Paspoort 2e halve brigadeIn het Staatse leger was Pitcairn luitenant tot 11 juni 1787 en later kapitein tot 11 juli 1787 in het regiment van generaal-majoor Dundas in garnizoen te Sas van Gent, Assel en Breda, in het cordon van Holland, te Muiden, Hoorn en Enkhuizen. In Enkhuizen werd hij in op 10 oktober 1787 gesuspendeerd en vertrok hij naar Frankrijk. Na zijn bevel over het 3e bataljon in 1806, kreeg kolonel Pitcairn het bevel over het IIe Hollandse Regiment infanterie van Linie onder bevel van de divisie van generaal Boivin.


De majoor van het 3e bataljon vanaf 12 maart 1800 was Christiaan Heinrich Degenhard, geboren ca. 1748, waarschijnlijk in Pruisen. In het staatse leger was Degenhard adjudant in het regiment Sommerlatte en lag hij tussen 1786 en 1788 in Hulst en Arnhem in garnizoen. Daarna ging hij 9 maanden met verlof naar Lunenburg en Hannover. Op 21 februari 1792 trouwde hij te Zutphen met Anna Rhenius. Hij was toen luitenant in het regiment van Generaal Majoor Willem Carel Hendrik, Graaf van Randwijck. Dit regiment ging in 1795 over in het 3e bataljon van de 2e halvebrigade. Tot 12 maart 1800 was Degenhard kapitein in het derde bataljon.