Karma
Vaak wordt te pas en te onpas het woord karma gebruikt om alles in het leven te verklaren. Als je ziek wordt is het je karma. Als iemand struikelt, is dat zijn karma. Word je gehandicapt geboren, is het weer je karma uit een vorig leven. Dit is misbruik maken van het woord karma wat tot veel verdriet en misverstanden kan leiden.
Karma yoga zegt: "Werk onophoudelijk, maar geef alle gehechtheid aan het werk op." Met andere woorden, werk vanuit de heelheid van je hart en niet om je ik te vergroten.
Karma wordt in het westen gezien als handelingen en daden, die voortkomen uit het ik van de mens.
Een handeling die we voltrekken vanuit onze innerlijke verdeeldheid, vanuit conflicten wordt kryia genoemd en geen karma. Maar dit terzijde.
Het is een misverstand dat karma, dat handeling betekent, een wet zou zijn van oorzaak en gevolg, op grond waarvan wij een schuld afbetalen in dit of in een volgend leven. Deze opvatting zit verankerd in ons denken en berust ook op een wensvolle gedachte om vooral te blijven voortbestaan en omdat het ons gevoel van eerlijkheid en rechtvaardigheid bevredigt en het idee dat we door hogerhand bestraft en beloond worden. Er is echter geen karma dat ons afstraft; straffen doen wij ons zelf wel.
De gedachte dat wij een schuld afbetalen in dit of in een volgend leven berust op de aanname dat er een volgend leven komt. Wat reïncarneert, is het leven zelf en geen persoonlijkheid. Het leven zelf is onuitroeibaar; als een vorm oplost komt daar weer iets anders uit voort. En hoe kan een persoon reïncarneren als die persoon zelf een gedachte is?
Het woord karma wordt vaak figuurlijk gebruikt om je menselijke erfenis te ontkennen.
Je lichamelijke erfenis, je psychisch geconditioneerd zijn. Zij zijn activiteiten uit het verleden, niet alleen van je ouders maar van alle voorouders. Het totale menselijke verleden is in ieder van ons aanwezig.
Karma is geboren worden in een geconditioneerd menselijk lichaam, met de erfenis van de cultuur waarin je geboren wordt. Met die beperkingen en conditioneringen vangt je leven aan.
In de Bhagavad Gita staat dat je fysieke structuur en je psychische structuur je karma zijn, je lot, samengevat: je erfenis waaraan je niet kunt ontsnappen. Je kunt blijven analyseren wat je meegekregen hebt van moeders kant of van vaders kant. Je hebt genen van beide zijden meegekregen. Je kunt dit blijven analyseren, maar het brengt je niet tot inzicht in en acceptatie van je leven. Door je leven te accepteren zoals het is, kun je op onderzoek uitgaan om tot inzicht te komen.
Al lang voor je geboorte was je verbonden met het universum. Bij je geboorte was je nog steeds verbonden. Verbonden met ieder ander menselijk wezen, maar ook met al het bestaande dat een uitdrukking is van de suprème intelligentie, die wij samenvatten in het begrip God. Deze suprème intelligentie kan niet gevangen worden door het denken, kan niet uitgedrukt worden in termen van het gekende.
In het dagelijkse leven zijn er zonder dit te beseffen genoeg "Zijns" momenten. Het ik is dan even verdwenen en we zijn niet in staat om achteraf naar die momenten terug te kijken om op onderzoek uit te gaan, naar dat wat toen niet aanwezig was. Het is je ontgaan, niet opgevallen, of heel gewoon. Toch komen er steeds weer momenten dat wij ons, zonder het te beseffen, afscheiden van die 'heelheid' en de dualiteit zijn intrede doet door de identificatie met een gedachte en/of een gevoel. Maar pas als je bestormd wordt door vervelende gedachten, besef je de wurggreep van de identificatie met het denken. En die wil je maar al te graag kwijt. Zomaar oplossen zullen vervelende gedachten niet doen, maar wel door inzicht.
De heelheid is, zonder dat we dat beseffen, steeds aanwezig, maar we blijven gevangen door de ik gedachte. De gedachte: een persoon te zijn met verschillende eigenschappen. Maar zowel de persoon als de eigenschappen bestaan alleen als gedachte. Door dit te doorzien is er 'heelheid'. Een heelheid zonder object. Alleen een innerlijk verlangen naar die heelheid zal de weg tonen die je kunt gaan. Inzien wat karma werkelijk is zal een last van je schouders halen.
Het is aan de mens zelf of hij/zij zich door inzicht aan die beperkingen kan of wil onttrekken
Kundalini
Kundalini, een woord dat zijn oorsprong heeft in de hindoeïstische traditie, kent vele verschillende richtingen. Je zou deze kunnen vergelijken met de verschillende christelijke stromingen die in de loop van de tijd zijn ontstaan. Het hindoeïsme heeft eigen opvattingen over reïncarnatie en karma. Opvattingen die je in de veda's en upanishads niet tegenkomt.
In de boeken over hindoe-religie zul je termen vinden die geleend zijn uit de veda's, de upanishads en de bhagavad gita. De termen zijn geleend en er is een verworven mening die helemaal niets van doen heeft met de originele betekenis van de spiritualiteit, met adhyatma (geen dualiteit). De vedische of de upanishadische betekenis is soms totaal verschillend van de betekenis van de woorden die door de religieuze boeken er aangegeven of geschonken zijn. Spiritualiteit spreekt niet over je moraal en immoreel zijn; zij handelt over het allerbeste, de suprème werkelijkheid, over inzicht. Spiritualiteit is een wetenschap van het leven. Er staat niets in wat je moet geloven of wat je kunt bereiken. Wat wel in de veda's, de upanishads en de bhagavad gita staat is: je eigen leven te onderzoeken.
Wat is kundalini? Kundalini is de vurige kosmische energie, gesymboliseerd door een opgerolde slang, slapende in de stuit. Die, als hij ontwaakt, kan opstijgen tot boven in het hoofd en verschillende centra activeert. Kundalini is een kosmische energie.
Volgens de aanhangers van de kundalini techniek zou kundalini het volgende geven:
Een transformatieproces tot verlichting, en het bewustzijn schonen van karma uit vorige levens en uit het huidige leven.
Voor transformatie is geen gevaarlijk kundalini-proces nodig. Voor transformatie is de weg naar inzicht voldoende
Het bewustzijn schonen van karma uit vorige levens en uit het huidige leven. Het is een aanname dat reïncarnatie bestaat. We willen dit wel graag omdat het ons gevoel van eerlijkheid bevredigt. Maar daarom bestaat het nog niet. Wat karma werkelijk is: is als mens geboren te worden, met de erfenis van de totale mensheid. Het is je karma geboren te worden in een geconditioneerd menselijk lichaam. Fysiek en psychologisch geconditioneerd. Karma betekent handelen, actie. Handelen uit de volheid van je hart zonder oordeel of veroordeel. Zonder te bedenken wat het oplevert.
Kundalini yoga-en alle andere methodes om kundalini bewust op te wekken- betekent spelen met vuur. Vuur dat, als het losbreekt en er is aan een aantal lichamelijke en geestelijke voorwaarden niet voldaan, maar zeer moeizaam te hanteren is. Alle mogelijke psychische en fysieke klachten kunnen optreden. Iemand die daaraan begint moet zich dat goed realiseren.
Wat meestal niet verteld wordt is dat je voor het beoefenen van kundalini een ijzersterk zenuwgestel nodig hebt. Heb je geen ijzersterk zenuwgestel, dan kan het wel beschadigd worden en soms zelfs onherstelbaar beschadigd. En waarom dit alles te riskeren terwijl het transformatieproces vanzelf tot stand kan komen, door je dagelijks leven en alles wat daarbij hoort te onderzoeken.
Waarom gaat iemand kundalini-oefeningen doen? Dat is de kernvraag. Soms horen ze van een bekende hoe leuk dat is; wat er allemaal bereikt kan worden en zonder verder onderzoek begint men eraan. Iemand die het niet via een bekende heeft gaat op zoek naar informatie in de boekhandel en gaat verschillende boeken over dit onderwerp lezen. Gaan deze boeken over wat je kunt 'bereiken' met kundalini-oefeningen, dan sluipt het verlangen om die te gaan doen langzaam naar binnen. De boeken over het bereiken van verlichting zijn verleidend en gevaarlijk. Een kritisch boek over dat onderwerp lezen of andere informatie opzoeken wordt meestal vergeten.
Er zijn een aantal disciplines die met kundalini opwekkende oefeningen werken. De meest voorkomende zijn: kundalini-yoga, tantra-yoga, krya-yoga, siddha-yoga, chakra-yoga en agni-yoga. Maha yoga is geen kundalini yoga. Maha yoga is de grote yoga, de wijsheid uit de upanishads en dat is de weg naar inzicht.
Wat zijn kundalini-verschijnselen? Er zijn lichamelijke en psychische verschijnselen. De lichamelijke kunnen zijn: trillen of schokken van armen en/of benen, pijn in armen en benen, ook verlammingsverschijnselen zijn mogelijk. Urenlang zingen. Koude of hitte ervaringen. Trillingen door energiestoringen in het lichaam. Pijn en druk in het hoofd. Ook vreselijke pijnen zijn bekend. Bijvoorbeeld gek van de pijn worden.
De psychische verschijnselen kunnen zijn: Het horen van stemmen of geluiden, depressies, angsten, onbestemde gevoelens, woede-aanvallen, verdriet en huilen. Maar ook helderziendheid, helderhorendheid, heldervoelend zijn, gedachten lezen en soms het gevoel van uit het lichaam te treden. Extremer kan ook nog, zelfmoordneigingen en zelfmoord.
In de tijd dat ik als yogatherapeute in de psychiatrie werkte heb ik dat helaas meermalen gezien.
In de psychiatrische DSM code IV 62.89 staan deze verschijnselen bekend onder: religieuze en spirituele storingen.
Er is een andere weg die niets belooft, maar wel helpt de onwetendheid te verdrijven. Een weg zonder gevaren van kundalini storingen. Jnana yoga. De yoga van éénheid en inzicht, belooft niets, zij zegt: onderzoek het gekende (het dagelijkse leven) en je komt uit bij het ongekende. Een ding is zeker, je kunt als ik, als persoon zijnde, niets bereiken. Het andere is er, als het ik afwezig of doorzien is. Niets kunnen bereiken, klinkt in deze tijd vreemd. We willen op maatschappelijk terrein iets bereiken, maar hier gaat het over geestelijke zaken. Doorzie de dualiteit, krijg inzicht in denken, voelen en emoties. Dan groeit het inzicht vanzelf. Het transformatieproces gaat via de weg van de geleidelijkheid.
Sri Ramana Maharshi zegt over deze weg naar inzicht het volgende: One who adopts it, need not to worry about kundalini, nadis, brain, sushumna, breath-control.
Van de 45 jaar lesgeven heb ik bijna 5 jaar als yoga therapeute in de psychiatrie gewerkt. Daar heb ik verschillende patiënten meegemaakt die totaal ontoerekenbaar waren door de kundalini verschijnselen. In de Bilthovense periode ben ik vele keren gebeld door mensen met kundalini klachten. Die klachten waren soms zeer ernstig; sommige personen kon je tijdens gesprekken aanwijzingen geven maar bij enkele kwamen die aanwijzingen te laat. Sinds 1997 heb ik op maandagochtend telefonisch spreekuur; ook dan spreek ik nog regelmatig mensen met kundalini verschijnselen. Het ergste van alles is dat ze door de mensen van wie ze les hebben gehad afgestoten worden en aan hun lot overgelaten. Men geeft les maar weet niets van de gevaren, noch hoe dit te begeleiden.
Waarom dit alles? Omdat men denkt dat verlichting bereikt kan worden. Maar hoe kun je iets bereiken wat er altijd al is. Het wordt door de foutieve identificatie niet gezien en niet doorzien.
U.G. Krishnamurti over de endocriene klieren in het lichaam
De cultuur heeft het de mens onmogelijk gemaakt om zichzelf op zijn eigen manier uit te drukken, omdat de cultuur andere ideeën heeft. Dit heeft een neurotische toestand en ook verschillende bewegingen in het denken geschapen. Deze verschillende bewegingen moeten tot een einde komen, opdat wat het ook is of zijn mag, tot bloei zal komen.
Is er een mogelijkheid voor deze bloei? Ja, die is er mits je inzicht krijgt in de denkstructuur en het geheugen.
Die mogelijkheid is een deel van het menselijke mechanisme. Ieder mens heeft die mogelijkheid met de geboorte meegekregen, deze is ingebouwd. Het probleem is de wijze van denken. Iedere beweging van het denken, in iedere richting, op ieder niveau geeft continuïteit aan de denkstructuur. Aan deze scheiding tussen lichaam en mind (geest) moet een eind komen. Feitelijk is er geen scheiding. Ik heb niets tegen het woord mind maar het is niet beperkt tot een bepaalde locatie of gebied. Iedere cel van je lichaam heeft een mind van zichzelf; zijn functioneren of werking is totaal verschillend van die van andere cellen.
Dus moet het heel chemische systeem van het lichaam veranderen, het heeft een soort alchemie te ondergaan, als ik het zo mag zeggen. Gelukkig zijn er bepaalde klieren in het menselijke organisme die zich buiten de controle van het denken bevinden (Je kunt dit accepteren of verwerpen). Dit zijn klieren, die je de klieren met speciale secretie noemt.
U zegt: gelukkig?
Gelukkig en tegelijkertijd fortuinlijk, anders is het met de mens gedaan. De dag dat de wetenschap deze klieren onder controle heeft, is het einde van de mens. Hij zal alles verliezen, hij zal "worden". Er zullen altijd mensen zijn die dat aan een gemeenschap zullen opleggen. De mens zal geleefd worden door allerlei regels die door de cultuur opgelegd worden. Hij zal verloren zijn met dat beetje vrijheid dat hij nog kan hebben, met maar een beetje gelegenheid om expressie aan zijn persoonlijkheid te geven.
Bedoelde klieren vallen niet onder de controle van het denken. Zij hebben een eigen interne secretie. Een secretie die in het lichaam op voeding, op lichamelijke en geestelijke spanningen reageert. In het Sanskriet wordt het woord chakra gebruikt voor de organen met interne secretie. De Hindoes hebben aan het woord chakra een eigen betekenis gegeven. Zij hebben er een heel eigen systeem van gemaakt. De klieren zitten op dezelfde plaats waar ze de chakras hebben "gespeculeerd". Zelfs met een andere plaatsaanduiding. Wat wij klieren met interne secretie noemen moeten zij gevoeld en ervaren hebben.
De klieren zitten niet in het geestelijke lichaam; er bestaat niet zoiets als geestelijk lichaam of oorzakelijk lichaam.
Er wordt veel geld door de wetenschap gespendeerd voor onderzoek om uit te vinden wat de functies van deze klieren zijn, dus van de hypofyse, de pijnappelklier, de thymusklier enz. Ik wil het woord "chakras" niet noemen omdat het verkeerd begrepen kan worden. Ik noem hen zoals ze heten: "klieren met interne secretie".
Ik kan niet zeggen dat er zo iets als een evolutionair proces is, maar dit schijnt er te zijn. Wat zijn natuur is, wat zijn doel is, weet ik niet, maar het schijnt iets te willen scheppen. De mens blijft incompleet, tenzij het hele menselijke organisme opbloeit tot wat het wezenlijk is.
Er is een klier die de thymus genoemd wordt. Deze klier is heel actief als je kind bent - heel erg actief - de kinderen hebben dan gevoelens, buitengewone gevoelens. Als de puberteit intreedt, wordt de thymus "slapend", ten minste dat is wat men zegt. Als dit weer gebeurt als je "herboren bent door inzicht" is de thymus automatisch geactiveerd, dus al het gevoel is daar. Voor iemand die de ik beperkingen overstijgt, zijn lichamelijke gevoelens geen losse gedachten, geen emoties. Je voelt voor iemand; als je het lichaam stoot voel je het daar. Het gevoel is in het gebied van de thymus. Niet als een pijn, maar als een gevoel.
Om een voorbeeld te geven: Ik was er eens getuige van dat een moeder haar kind hard sloeg. Op dat moment wist ik niet met wie ik medelijden moest hebben, met de slaande moeder of met het kind. Ik keek van de een naar de ander en daarna vond ik allerlei vlekken op mijn lichaam, dus was ik ook een deel van dat gebeuren (Ik zeg dit niet om iets te claimen).Dit was mogelijk omdat bewustzijn niet verdeeld kan worden. Alles wat er gebeurt beïnvloed je, dat is beïnvloeden.
Het is geen kwestie om iemand te veroordelen, de situatie is zoals hij is, dus word je erdoor beïnvloed. Je wordt door alles wat binnen je veld van bewustzijn gebeurd beïnvloed. Bewustzijn is natuurlijk niet beperkt. Als jij daar een pijnlijke plek voelt, voel je die ook hier (gebied thymus). Als je gekwetst bent is er een onmiddellijke reactie bij de thymus. Ik kan dit niet zeggen met betrekking tot het hele universum, maar wel in jouw veld van bewustzijn waar je op dat moment je ook bevindt, je reageert, niet dat jij als persoon reageert, de reactie gaat buiten je om.
De andere klieren reageren ook; er zijn zoveel klieren bijvoorbeeld de hypofyse.
Wanneer de tussenkomst van het denken beëindigd is, neemt de hypofyse het commando over. Het is de hypofyse die de orders en instructie, "niet meer te denken" aan het lichaam geeft, het denken kan er zich dan niet meer mee bemoeien.
Maar jullie hebben een harnas gebouwd, met gedachten een harnas gecreëerd, en je staat jezelf niet toe om door de dingen ontroerd of beïnvloed te worden.
Denken is een defensief mechanisme; als je het niet of nauwelijks meer gebruikt brandt het vanzelf op.
Doorzie al de bewegingen van het denken en de identificatie met het denken.
Dit is wat "ik zelf" heb ondergaan. Dit zou heel veel mensen moeten overkomen. Maar het overkomt maar enkele.
Ouderen en spiritualiteit
Als tiener heb ik eens aan een tante van ruim tachtig jaar – met een gezicht als een verschrompeld appeltje – gevraagd: ”Tante Rietje, voelt u zich ook zo oud als u er uitziet?” Een wat onbetamelijke maar eerlijke vraag; ik wilde graag weten hoe dat aanvoelde. Zij gaf het volgende antwoord: ” Nee, ik voel mij geen dag ouder dan jij, maar als ik in de spiegel kijk, schrik ik wel.”
Dat antwoord ben ik nooit vergeten. Het gevoel van ”oud” was er dus niet. Zij appelleerde waarschijnlijk aan iets anders, maar aan wat? Toch schrok ze als ze in de spiegel keek. Vond zij dat ze niet het oude lichaam was?
Maar wat was er dan?
Haar antwoord en mijn vragen hebben mij alert gemaakt voor vragen en antwoorden van jongeren en ouderen met betrekking tot ouder worden en spiritualiteit.
Toen in de jaren zestig het boekje ”God is dood ” uitkwam, deed dat veel stof opwaaien. Het was het begin van de storm die een ommezwaai van en veranderingen in de kerken en het godsdienstig denken veroorzaakte. De normen en waarden waaiden als bladeren in de late herfst van de bomen. Soms terecht, soms ten onrechte. Veel mensen raakten in verwarring doordat alles in de maatschappij en vooral in de R.K.-kerk veranderde.
Deze verwarring, die ook nu nog bij vele ouderen aanwezig is, constateerde ik toen ik in de jaren zeventig een dag per week yogales gaf in een R.K.- bejaardentehuis. Alles wat de bewoners in hun jonge jaren thuis en in de kerk geleerd hadden, was aan het veranderen. Heel veel was fundamenteel aangetast of verdwenen waardoor er voor hen maar weinig houvast was overgebleven.
Als je in een bejaarden- of verzorgingstehuis komt wonen, heb je- meestal- je fysieke beperkingen al voor een deel geaccepteerd. Moeilijker te accepteren is de beperkte woonruimte waarmee je steeds wordt geconfronteerd. Als dan ook het godsdienstige houvast nog wegvalt, komen veel ouderen in de problemen.
Wij hebben tijdens de lessen veel gesproken over het verschil tussen godsdienst en religie en over echt religieus zijn. De godsdienst uit hun jeugd was aannemen wat je geleerd werd. Religie echter is een verbinding maken met de stilte, stilte die leidt naar een spiritueel leven met als enig gezag je eigen innerlijk. Hierbij waren de spirituele mudra’s (= handhoudingen ) een echte ondersteuning. In plaats van het gezag van buitenaf op zich te laten inwerken, leerden zij naar het eigen innerlijk toe te werken en de eigen verbinding met het goddelijke centraal te stellen. Zij leerden voelen hoe de spirituele handhoudingen gingen werken wanneer ze hun aandacht op de werking en daarna op de uitwerking daarvan richtten. Het leren voelen en leren verwoorden van de handhoudingen is een openbaring op zichzelf geweest. Handen vouwen was voordien een routinegebaar; het werd nu een wezenlijk contact maken en toelaten van de “stilte”.
Wanneer ik nu met ouderen over ouder worden en spiritualiteit praat, moet ik constateren dat er- vooral bij hen die in de zestiger/zeventiger jaren alles over boord hebben gezet - een oud verlangen naar boven is gekomen, een verlangen naar het geloof van hun jeugd. Vanuit dit verlangen wordt het verleden opnieuw bezien en wordt de weg naar innerlijke verdieping ingeslagen, maar nu veel bewuster, zelfstandiger en spiritueler dan in het verleden. Dit leidt tot het ontdekken van de gedachten en gevoelens met betrekking tot het religieuze gebeuren in hun bestaan; het is nu niet meer nodig deze gevoelens te onderdrukken, ze mogen er zijn en geactiveerd worden.
Anderen hebben zich soms vastgebeten in het idee dat er na dit leven niets meer is. Bij een ernstige of terminale ziekte komt dan soms euthanasie ter sprake. Euthanasie wordt door veel ouderen geaccepteerd. Maar naarmate het einde steeds meer in zicht komt, dringen oude angsten uit hun jeugd zich steeds meer op. De gedachten aan hel en verdoemenis komen steeds vaker omhoog. De gedachte aan euthanasie wordt door hun angst steeds verder vooruit geschoven. Er komen steeds meer vragen met een dwingend karakter. Gesprekpartners zijn in die fase erg nodig. Gelukkig zijn er vanuit diverse overtuigingen veel hulpverleners en hulpverleensters die zich hiervoor beschikbaar hebben gesteld. Soms vraagt een patiënt zelf om een gesprek met iemand waar hij of zij vertrouwen in heeft. Ook zijn er predikanten, pastoors en pastorale werkers die graag geestelijke bijstand verlenen.
Echte gesprekken ontstaan op een bepaald moment soms vanzelf. Goed luisteren is hierbij erg belangrijk; de antwoorden komen dan vanzelf zonder tussenkomst van het denken.
Luisterend en om je heen kijkend zie je dat het wezenlijke probleem van de mens een religieus probleem is. Men is afgescheiden van het leven en van de medemensen. Er is geen zorg en vertrouwen meer voor en in de medemens.
Godsdienst kan leiden tot fanatisme; religie leidt tot harmonie en innerlijk niet meer verdeeld zijn.
Zo lang religie geen wezenlijk deel van de mens zal zijn, zullen oorlogen, geweld en agressie de mensen blijven teisteren. Het “willen hebben” van macht of van materiële zaken zal de boventoon blijven voeren. Zowel in de politiek als in alle geledingen van de maatschappij.
Wat kunnen wij als ouderen daaraan doen? Op de eerste plaats laten zien dat ouder worden geen straf en geen schande is. Op de tweede plaats tonen dat de ouderen geen uitgedoofde mensen zijn, maar midden in de samenleving staan. Veel interesses hebben, actief en ondernemend zijn en zeer betrokken bij de hele samenleving. Veel vrijwilligerswerk wordt door vutters en gepensioneerden gedaan omdat de jongeren er geen tijd voor hebben. Ouderen kunnen de jongeren laten zien dat de zin van het leven, het leven zelf is, dat geleefd wordt in harmonie wat zichtbare spiritualiteit voor de ander kan zijn.
Ieder mens zal in het leven de keus moeten maken en bepalen wat de zin van zijn/haar leven is. Als het goed is, zal het een mens vergaan als in het bijbelse verhaal over de ”verloren zoon”, die na zijn zoektocht en veel ervaringen weer huiswaarts keert en welkom wordt geheten. Dit “thuis”is onze Oorsprong waaruit alles ontstaat en tevens de ”Schoot” waarin alles weer wordt opgenomen.
De werkelijke bedoeling van de lichamelijke yoga
Er bestaan heel wat misverstanden over de lichamelijke yoga ook wel hatha yoga genoemd. Ik hoop door middel van dit artikel die misverstanden weg te nemen en de lezer te laten zien waarom het in werkelijkheid gaat en welke mogelijkheid er ook is.
Er bestaan in ons land verschillende yoga-“scholen”. De meeste houden zich alleen maar aan allerlei oefeningen; het geestelijke aspect van de yoga wordt niet of nauwelijks aan de orde gesteld. Dat is een van de redenen waardoor bij de gemiddelde Nederlander het idee is ontstaan dat yoga zoiets is als op je kop staan en heel veel oefeningen doen. Maar daar gaat het in de yoga niet om. Welke richting van yoga je ook wilt beoefenen, het geestelijke aspect van de yoga behoort daarvan deel uit te maken. Alleen oefeningen doen voor een sterk lichaam en een heldere geest is op zichzelf heel verdienstelijk, maar het doet onrecht aan de yoga die veel meer inhoudt dan oefeningen doen en ontspannen. De lichamelijke yoga is de eerste opstap om inzicht te krijgen in vragen als, heb ik een lichaam, wat is leven en wie of wat ben ik?
Yoga is een wetenschap, die in eerste instantie zo ook benaderd kan worden; door het gekende (het lichaam) te leren onderzoeken komt men uiteindelijk uit bij het ongekende.
Als je yoga wilt gaan beoefenen, begin je aan een ontdekkingsreis. Een ontdekkingsreis die met het lichaam aanvangt, door eerst je lichamelijke houding goed te leren voelen; hoe sta je op je voeten, staat je bekken recht, heb je geen verkeerde voorkeurshouding, hoe is de stand van het hoofd, de nek en de schouders? Een competente yogaleraar of -lerares zal, nadat het een en ander gecorrigeerd is, zonder dat je het merkt, erop letten dat je niet weer in een oude fout terugvalt en indien nodig, deze weer corrigeren. Een correcte lichaamshouding zorgt ervoor dat in het lichaam alles beter kan functioneren en dat de lichaamsenergieën zonder enige obstructie hun werk kunnen doen.
Tijdens een van de eerste yogalessen wordt er al een begin gemaakt met kleine eenvoudige oefeningen, en met het lichaam tijdens en na de oefening te observeren en dit te leren verwoorden. Daardoor kan de leerling vertrouwd raken met zijn of haar lichaam en met de inwendige werking hiervan, zowel organisch als energetisch. De leraar of lerares geeft, nadat de leerling kort verwoord heeft wat er waargenomen is, hier feedback op.
Leren voelen houdt heel veel in. Je gaat ontdekken dat al deze wisselende observaties van het lichaam, het idee dat je eerst van je lichaam had, doen veranderen. Je kunt allerlei lichamelijke gevoelens ontdekken. Ook de gevolgen van emoties en na verloop van tijd kun je steeds meer energieën voelen, die in het lichaam aanwezig zijn. Leren voelen is ook leren pijn toe te laten. Dit kunnen lichamelijke en/of psychische pijnen zijn; je hebt moed en doorzettingsvermogen nodig om deze “pijnen” te leren voelen, te leren zien en te doorzien. Je leert dit tijdens het “stilzitten”; vanaf de tweede les wordt iedere keer “stilgezeten” om te leren kijken naar gedachten en gevoelens en hoe snel we ons met een gedachte of gevoel verbinden, ons ermee identificeren. Men heeft soms moeite met het woord “identificatie”, maar identificatie is niets anders dan het “ik” dat aan alles gekoppeld wordt. Ben je boos, dan is er een identificatie met een ik dat boos is. Heb je kiespijn, dan is er een identificatie met een ik dat kiespijn heeft. Heb je problemen dan ben je iemand die lijdt aan de problemen en ze probeert op te lossen.
Vandaar dat de problemen in deze tijd hand over hand toenemen en er maar weinig hulpverleners zijn die de identificatie met het proces van denken en voelen echt duidelijk kunnen maken. Je kunt dit proces wel in woorden vangen, maar het vraagt een lange tijd om te ervaren dat het zo werkt.
Door het leren observeren heb je al snel door dat er een afstand komt tussen jou en datgene wat je observeert. Als je ook nog leert om geen denkcommentaar te geven, dan komt er steeds meer het besef dat er inzicht groeit en dat je dat steeds beter in het dagelijkse leven kunt toepassen.
Het deconditioneren van verkeerde identificaties is een langdurig proces. Je kunt wel denken dat je dit beheerst of weet, maar dat wil niet zeggen dat het inzicht er ook werkelijk is; dat kan alleen de ervaring je leren door steeds maar weer te ontkoppelen. Als dat niet meer nodig is, is er inzicht.
Een ander belangrijk onderdeel, maar tevens ook veel moeilijker, is: het terugtrekken van de zintuigen. Als je iets ziet word een zintuig daar naar toegetrokken, maar het ontgaat je meestal wat er daarna in je psyche en in je lichaam gebeurt. Door de identificatie blijft je aandacht gericht op dat wat je waarneemt. Als dit gebeurt bij iets wat onrust geeft komt er angst omhoog. Angst die lang duurt, beïnvloedt het chemische systeem negatief waardoor het moeilijker wordt om het angstgevoel opzij te zetten.
Bij iets wat je mooi vindt en graag wilt hebben, gebeurt het volgende. Je kunt op de eerste plaats je hart al sneller voelen kloppen; de opwinding heeft alles in gang gezet. Je ademhaling en je lichamelijke gesteldheid is veranderd en daarmee is ook de chemische werking in je lichaam veranderd. Probeer dit zelf maar eens uit, het zal een ontdekking zijn.
Als je geleerd hebt om je zintuigen los te koppelen -je er dus niet mee te identificeren- dan treedt er geen reactie op. Op deze manier kun je onder een goede begeleiding leren hoe je de zintuigen kunt ontkoppelen. Zo kan de lichamelijke yoga een weg naar bevrijding worden.
Maar helaas zijn wij zodanig opgevoed dat je die gedachten of gevoelens bent. Maar je bent niet die gedachte en niet dat gevoel, je neemt gedachten en gevoelens waar. Wat je diep wezenlijk bent, kan nooit iets zijn dat je waarneemt. Yoga is een zoektocht, een ontdekken dat de zin “ik kan nooit iets zijn dat ik kan waarnemen” op waarheid berust en dat dualiteit niet bestaat.
De lezer zal begrijpen dat deze begeleiding een competente leraar vraagt en dus niet iemand die de theorie uit boekjes geleerd heeft, maar iemand die het bovenstaande zelf doorleefd heeft.
Alleen dat waar je zelf doorheen bent gegaan, wat je zelf ontdekt hebt, kun je doorgeven en daardoor in een wisselwerking met je leerlingen komen en blijven.
Wat is yoga dan eigenlijk wel?
Yoga is in het westen een verzamelnaam geworden van allerlei takken van Yoga. Iedere tak is- als het goed is- de weg van een zoeker en hij of zij zoekt de weg die in eerste instantie het beste aansluit bij zijn of haar menszijn. Yoga, welke vorm van yoga je ook gaat beoefenen, is altijd een weg die dieper moet gaan. Te vaak wordt gedacht dat yoga beoefenen vrijblijvend is; yoga is wel vrijwillig maar niet vrijblijvend.
Ik zal in het kort verschillende takken van yoga noemen:
Jnana yoga, de yoga van kennis en inzicht, is een non-duale weg. Jnana yoga kent geen geboden of verboden, maar reikt de informatie aan hoe je door middel van het gekende het ongekende kunt ontdekken. Het uitgangspunt is dat het Leven EEN is en dat de dualiteit ontstaat door het denken en verkeerde identificaties. Om deze stap voor stap te ontdekken kan het leren observeren van het lichaam en de werking en uitwerking van oefeningen, het waarnemen van de energieën in het lichaam en het verwoorden van de waarnemingen een groot hulpmiddel zijn. Inzicht in het denken en hoe identificaties zich voltrekken maakt de leerling vertrouwd met de wisselende gedachten en gevoelens en met het feit dat je nooit iets kunt zijn dat aan verandering onderhevig is. Dit vraagt een competente leraar of lerares, die door feedback te geven de leerling langzaam maar zeker het vertrouwen geeft dat zijn of haar waarnemingen juist zijn. Hierdoor wordt het inzicht in de werking van het lichaam, in het denken en voelen een basis om verder te gaan.
Bhakti (devotie) yoga is een is een overgave aan God; een zoeken dat begint, voortgaat en eindigt met de liefde voor het allerhoogste.. Er zijn gelukkig nog altijd mensen die vanuit een overgave aan God de medemens liefdevol benaderen en letterlijk liefdevol behandelen, waar anderen het laten afweten. Elke yogarichting die intens beoefend wordt is verbonden met bhakti yoga. Elk egoïsme dat in de weg staat, verdwijnt langzaam maar zeker.
Karma wordt in het westen gezien als handelingen en daden, die voortkomen uit het ikje van de mens. Het is een misverstand dat karma, wat handeling betekent, een wet zou zijn van oorzaak en gevolg, op grond waarvan wij een schuld afbetalen in dit of in een volgend leven. Deze opvatting zit verankerd in ons denken en berust ook op een wensvolle gedachte omdat het ons gevoel van eerlijkheid en rechtvaardigheid bevredigt. Er is echter geen karma dat ons afstraft; straffen doen we ons zelf wel.
Een handeling die we voltrekken vanuit onze innerlijke verdeeldheid, vanuit conflicten wordt kryia genoemd en geen karma.
Karma is als mens geboren worden met alles wat ooit geweest is ofwel met het verleden van de totale mensheid. Hierin zal ieder mens inzicht moeten krijgen, willen we niet meewerken aan de totale ondergang van de mensheid.
Karma yoga is een handeling die je met je hele wezen voltrekt als een offer aan het Goddelijke.
Dit kan op verschillende manieren gebeuren bijvoorbeeld door wat je voor je medemensen doet.
Maar je kunt ook je zwakheden die zich voordoen, offeren door er op dat moment van af te zien.
Raja Yoga is het achtvoudige pad van Patanjali met in het begin geboden en verboden zoals Yama - onthouding en Niyama - voorschriften, vervolgens Asana - lichaamshoudingen, Pranayama – ademoefening. Pratyahara - het terugtrekken van de zintuigen. Dhyana –meditatie. Dharana – contemplatie. Samadhi - extase.
De asanas zijn in het westen bekend als hatha yoga. Maar in veel hatha yoga lessen wordt helaas niet of nauwelijks aandacht geschonken aan het geestelijke aspect van yoga noch aan observeren of feedback geven. Inzicht in het lichamelijk functioneren en leren herkennen hoe de reacties in het lichaam kunnen zijn, kan ondersteunend werken op de weg naar inzicht.
Mantra yoga is - tijdens een meditatie - het voortdurend herhalen van een “heilig woord”.
In mantra yoga worden de energieën van het geluid gebruikt en die manipuleren de vibratie op een zodanige wijze, dat je de zintuigen kunt hypnotiseren tot een staat van gemanipuleerde extase.
Door de mantra steeds te herhalen wordt verder alles buitengesloten; dit werkt niet bevorderlijk op de ontwikkeling en het inzicht.
Tantra yoga. Er is een verschil tussen de Hindoeïstische en Boeddhistische opvattingen en praktijken van tantra. De boeddhistische tantristen bedienen zich van een bijzonder krachtige en doeltreffende methode van inzichtoverdracht om de ogen van de leerling te openen voor de werkelijkheid. De praktijk is gebaseerd op een zeer grondige kennis van de psychologie en van de natuurwetenschappen. Zij stellen dat verlichting hier-en-nu gerealiseerd kan worden.
Tantra yoga is de yoga van de vereniging van de manlijke en vrouwelijke energieën. Dit is symbolisch bedoeld. In een bepaalde periode rond 1200 is dit verkeerd begrepen en letterlijk nagevolgd. Uit deze opvattingen zij excessen opgetreden die ook nu nog plaats vinden. Door de seksuele energie te gebruiken en te manipuleren, gaan de energieën door diverse zenuwcentra waardoor er een gemanipuleerde extase in de hersenen wordt veroorzaakt. Dit is niet zonder een gevaar voor het zenuwgestel dat op deze wijze onder druk wordt gezet.
Als laatste de Kundalini Yoga; voor de westerling een zeer gevaarlijke vorm van yoga. Deze vorm van yoga wordt in het westen te vaak gegeven zonder de noodzakelijke voorbereiding, waardoor de gemanipuleerde energieën in beweging komen. De gevolgen zijn door de persoon niet te overzien . Het zenuwgestel wordt namelijk door de gemanipuleerde energieën onder zware druk gezet. De gevolgen kunnen ernstig zijn: een opname in een psychiatrisch ziekenhuis en /of zelfdoding zijn niet uitgesloten.
Onze opvoeding en culturele achtergrond zijn op deze vorm van yoga niet ingesteld. Wij willen alles kunnen bereiken en beseffen niet dat het -ik- dat dit wil bereiken tevens de grootste hinderpaal is. Het -ik- kan het ongekende niet bereiken.
Dit zijn in het westen de meest bekende vormen van yoga.
Al deze stromingen zijn takken van dezelfde boom en hebben een gezamenlijke basis en dat is Yoga, yoga de wetenschap van het leven. Toch wordt de basis vaak niet behandeld en alleen de afgeleide vorm van yoga. Door de basis te vergeten wordt de essentie van yoga genegeerd. Dan wordt yoga beoefenen een weg van willen bereiken.
Ten slotte: als je werkelijk wilt veranderen, tot inzicht wilt komen, zal - na de gewone eenvoudige voorbereidingen - het vuur in je hart ontstoken worden en zul je geen gebruik maken van allerlei stimulaties en manipulaties van de biologische en neuro-chemische energieën. Dan komt de verandering op een moeiteloze wijze, opgebouwd uit: begrijpen en inzicht, stap voor stap opgebouwd vanuit het leren voelen, vanuit het leren observeren tot het gewaarzijn van dat wat is: De heelheid van het leven.
Reïncarnatie, een weet of een vraag!
Dit artikel over reïncarnatie is bedoeld voor de persoon die niet zonder meer aanneemt dat reïncarnatie wel of niet bestaat. En voor de persoon die problemen heeft met hem of haar in hun jeugd opgelegde godsdienstige stellingen betreffende hemel, hel en vagevuur.
In Nederland zijn “hemel en hel en vagevuur” woorden die bekend zijn. Zelfs als je uit een atheïstisch gezin komt weet je wat er mee bedoeld wordt zonder dat dit invloed op je heeft. Anders ligt het voor iemand die uit een godsdienstig gezin komt. Die krijgt de zwaarte van hemel, hel en vagevuur met de paplepel ingegoten. Als je als kind de vraag stelde wat dan in de hemel, hel en vagevuur zou komen was het antwoord ‘je ziel’. Als kind neem je zonder meer aan dat dit zo is. Zo wordt in menig gezin een angst als basis gelegd voor de verdere toekomst. Een angst waarmee velen op latere leeftijd in het reine moeten komen.
Dan komt vroeg of laat een moment waarop je heel aarzelend jezelf vragen gaat stellen. Vragen die steeds weer omhoog komen en niet meer ontkend kunnen worden. Twijfelen aan datgene wat je geleerd is, kan een gevoel geven van ‘schuldig zijn aan twijfelen’. Betwijfelen wat je ouders je in je vroege jeugd geleerd hebben, alle godsdienstlessen, die je gedurende je jeugd gekregen hebt. Is dit waarheid of zijn het stellingen die door een godsdienstige richting opgesteld zijn? Waarom twijfel je, waarom stel je vragen? Waar komt dit wantrouwen vandaan? Het gevoel van innerlijke onvrede laat zich niet meer wegdrukken. Voor mij was de oorzaak dat ik niet kon bevatten dat de liefdevolle Vader in de hemel zondige mensen in alle eeuwigheid met de vreselijkste pijnen in de hel liet branden. De goede mensen kwamen meteen in de hemel en de kleine zondaars in het vagevuur. Was dat de waarheid of alleen de leer van de godsdienst. Was ‘ik’ een slecht mens door te twijfelen? Tijdens een gesprek kwam dit onderwerp ter sprake; het antwoord was: hij of zij die oprecht de ‘Vader’ zoekt zal nooit verloren gaan. Dit antwoord viel op zijn plaats en nooit meer was er een gevoel van schuldig zijn door te twijfelen.
Door mijn yoga studie kwam ik in contact met reïncarnatie. De eerste tijd dat ik daar mee bezig was kwam het begrip me heel logisch voor. Het idee, dat je vroeg of laat boet voor je handelingen, deed mijn gevoel voor eerlijkheid goed. Er was rust gekomen.
Echter, alles wat je zonder verder onderzoek aanneemt als juist, geeft je een beperking waar je vroeg of laat mee geconfronteerd kunt worden. Zo verging het mij tenminste.
Het belangrijkste uitgangspunt van de jnana yoga is, dat men nooit iets kan worden wat men niet al is. Alleen moet men zich bewust worden van wat men werkelijk is. “Je kunt nooit iets worden wat niet al is”, werd van alle kanten benaderd. Uiteindelijk na drie jaren zen - boogschieten, had ik door wat “worden” inhield en hoe dit zich manifesteerde.
Naarmate ik de niet dualistische vedanta, de jnana yoga, bestudeerde, kon ik de vraag: ‘bestaat reïncarnatie van de persoonlijkheid wel echt’, niet meer terzijde schuiven. Is het soms een wensvolle gedachte dat je leven na leven steeds terug zult keren, zodat er geen einde is voor je persoonlijkheid. De twijfel werd steeds groter.
Ook op de vraag “wat is een ik” had ik nog nooit antwoord gekregen, totdat ik een boekje met een duidelijke uitleg van Sri Ramana Maharshi uit India toegestuurd kreeg. Het boekje gaf antwoord op al mijn vragen inclusief het antwoord op de vraag of een persoonlijkheid wel of niet bestaat. Deze antwoorden kun je verifiëren. Het is niet de bedoeling, deze antwoorden op gezag van Sri Ramana als de waarheid te accepteren.
Wij hebben in de loop van ons leven een aantal begrippen over de ziel, het ik, het ego, de mind, de persoonlijkheid en het lichaam aangenomen ( dit rijtje noem ik verder ik ). Waarop steunen deze begrippen? Het is nodig om na te gaan waarop deze begrippen gebaseerd zijn. De meeste mensen geloven dat er ‘iets’ is, als waarnemer van de zintuiglijke objecten, die de buitenwereld vormen en de denker van gedachten die in de mind verschijnen.
We nemen het voor waarheid aan dat er een ik in ieder lichaam aanwezig is. Dit ik beschouwen we als ons zelf. Dat dit zelf beperkt is tot het lichaam en de geassocieerde mind (geest) nemen we als waarheid aan. Tevens geloven we dat dit ik gebonden is en onderworpen aan de wetten van ruimte en tijd en oorzakelijkheid. Sommigen geloven ook dat dit ik vrijheid (verlichting) kan bereiken, hoewel we niet allemaal hetzelfde bedoelen met het woord vrijheid. De meeste geloven ook dat dit ik steeds weer herboren wordt in een ander lichaam. Niet door eigen wil, maar door de dwang van de effecten vanuit het verleden.
Verder is er bijna het universele dogma, dat het ik van God afgescheiden is. Sommigen geloven dat die afgescheidenheid verdwijnt bij het bereiken van de vrijheid. Alle anderen geloven dat de afgescheidenheid eeuwig zal zijn. Deze gelovigen stellen geen vragen over de realiteit van tijd en ruimte.
De meeste van deze gelovigen nemen aan dat de mind het ik is, waaruit volgt dat dit ik een persoon is, een individu. Al de vragen over het ik zijn te reduceren tot één vraag “ is het ik een persoon?”.
De relatie tussen het levende fysieke lichaam en bewustzijn moet duidelijk gezien worden. Het bewustzijn kan slechts dan van zichzelf bewust worden als het zich in een levend lichaam gemanifesteerd heeft. Of dit nu een mens een worm of een dier is.
Het lichaam voltooit zijn leven en ‘sterft’. Dat wil zeggen, keert terug naar de vijf elementen en het bewustzijn, dat door het lichaam beperkt werd, komt vrij en versmelt met het Onpersoonlijke Bewustzijn.
Het bewustzijn is vanaf de bevruchting latent aanwezig. Het is duidelijk dat bewustzijn de werkelijke natuur van het lichaam is. Het lichaam dat zelf inert is, zegt geen ik; het echte totale Bewustzijn is. Maar tussen die twee, tussen het lichaam en Het Bewustzijn, verschijnt een onecht wezen, een ik dat de maat en vorm van een lichaam heeft. Dit ik is de mind, fungerend als een verbinding tussen Het Bewustzijn en het lichaam. Dit is het geconditioneerde bestaan, het ik, de slavernij en het gevoelige lichaam. Dit is de werkelijke natuur van het zogenaamde ik.
Als het ik verschijnt, dan verschijnt ook de wereld. Als er geen ik is, is er ook geen wereld.
Dit ik, dat maar een spook is zonder vorm van zichzelf, komt tot ‘zijn’ door identificatie met de vorm. Door de identificatie en door te genieten van zintuiglijke objecten, groeit hij in kracht.
Het werkelijke Bewustzijn ligt voorbij de tijd en komt niet op en verdwijnt niet.
Het is zoals de zon die niet ophoudt te schijnen na zonsondergang.
Het verschijnen en verdwijnen van het ik wordt hiermee vergeleken. Het ik gevoel is ook niet steeds aanwezig. Apart van het ik gevoel is er niets. Het ik verschijnt in de periode dat je wakker bent en in de droom. In de diepe slaap is er geen ik. Dit kleine ik kan daarom niet geïdentificeerd worden met de Werkelijkheid, noch met het lichaam.
Wat je lijkt te zijn is het uiterlijke lichaam, wat je bent is Bewustzijn. Het Bewustzijn is helemaal geen ding, geen object. Het bewustzijn kan niet geboren worden, niet sterven en niet herboren worden.
Het Bewustzijn is.
Naarmate je langer jnana yoga bestudeert, leer je steeds beter zien, dat alles wat je als binnen en buiten ervaart, uiteindelijk alleen maar gedachten zijn die jij waarneemt, inclusief je zogenaamde persoonlijkheid. Je zogenaamde persoonlijkheid is niets meer dan een denkbeeld.
Hoe kan een denkbeeld dan reïncarneren?
Yoga en geboorte
Wanneer twee mensen besluiten dat zij samen een kind willen, wordt in dat besluit al de band met het kind gelegd. Dan wordt meestal zorgvuldig de richting van de zwangerschapsbegeleiding gekozen. Voor beiden is een goede voorbereiding een groeiproces voor het aanstaande ouderschap. Een groeiproces, dat door samen de lessen te volgen, tevens de relatie verdiept. De Samsara zwangerschapsyoga geeft alle aandacht aan de lichamelijke en geestelijke kant van de zwangerschap. Aan de ontspanning, de ademhaling en het opvangen van weeën, de perstechniek en de periode na de baring. Ook worden oefeningen geleerd om een eventuele bekkeninstabiliteit te voorkomen.
De aanstaande vader wordt geleerd hoe hij zijn vrouw het beste kan ondersteunen. Dit laatste is vooral erg belangrijk voor de aanstaande moeder.
Tijdens de ontsluiting en de overgangsfase naar de uitdrijving kan er een periode zijn die extra aandacht vraagt van de partner en de begeleiding. Het vervolg van dit artikel zal dit duidelijk maken.
Van ontspanning naar de activiteit van het uitdrijven.
Als ik “Van Dale”opensla bij het woord “ontspannen”, lees ik het volgende: wat gespannen is laten terugveren; weer slap maken; door afleiding tot rust doen komen.
Maar weet je nu ook wat ontspanning is of wat ontspannen zijn inhoudt?
Er kunnen zich tijdens een ontsluitingsfase allerlei problemen voordoen die met een goede voorbereiding tot een minimum beperkt kunnen worden. Dat hier de medewerking van de verloskundige, arts of specialist niet gemist kan worden zal wel duidelijk zijn. Streef daarom altijd naar een goede samenwerking.
We hebben de volgende voorbeelden:
1. De gespannen aanstaande moeder.
2. De ontspannen aanstaande moeder.
3. De ontspanning gaat over in onderspanning.
Eerst even iets over spierspanningen. Als het lichaam een juiste lichamelijke spanning heeft en men geestelijke alert is, wil dat zeggen: een juiste druk of kracht om te handelen of tot actie over te gaan.
Overspanning van de spieren wil zeggen: te veel lichamelijke spanning en geestelijke druk.
Ontspanning is lichamelijke en geestelijke kracht in rust die gemobiliseerd kan worden.
Onderspanning is het ontbreken van lichamelijke en geestelijke kracht; het coördineren van de spieren komt niet op tijd of niet op gang.
Ik denk dat ieder die bevallingen leidt, de drie voorbeelden regelmatig tegenkomt.
Welke voorbereiding de aanstaande moeder ook heeft gedaan, zij heeft leren ontspannen. Maar niet altijd is de a.s. moeder geestelijk in staat zich aan de ontspanning over te geven. Spanning in het gezicht met het accent op ogen, mond en kaken, dient tijdens de bevalling zoveel mogelijk voorkomen te worden. Vooral de gespannen kaken en een dichtgeknepen mond maken de bevalling onnodig langer.
Ook thuis kunnen de a.s. ouders dit goed oefenen.
Voor de vrouw, die zich tijdens de ontsluiting niet of nauwelijks kan ontspannen, zal de bevalling een zware tegenvaller zijn. De teleurstelling kan leiden tot onredelijkheid of tot kwaad zijn op de aanstaande vader. Als dit te lang duurt, is dat niet in het belang van moeder en kind. Laat de partner haar tot rust brengen met dat wat hij op les heeft geleerd. Is dit niet voldoende, dan weet de begeleider/ster hoe dit te doen.
De ontspannen aanstaande moeder.
Bij ontspannen a.s. moeders komt soms een ander probleem kijken. Hier ligt een punt waar een beoordelingsfout kan worden gemaakt. Hoe komt dat nu? We weten dat een a.s. moeder heeft leren ademen en ontspannen en goed de weeën heeft leren opvangen. Ze kan zonder verzet de weeën voor de laatste centimeters van ontsluiting laten komen en gaan. Zeker de laatste twee centimeters van de ontsluiting moet zij alle zeilen bijzetten om ontspannen te blijven. Zij zal dan meestal haar ogen gesloten houden en nauwelijks contact zoeken met haar omgeving. Ze is passief om de baby zo ontspannen mogelijk geboren te laten worden. Als ze af en toe haar ogen open doet ziet men alertheid. Die blik vertelt iets over de ontspanning en vooral over de psychische ontspanning. Zolang die blik open en alert blijft is de ontspanning goed.
Bij volledige ontsluiting heeft deze a.s. moeder even tijd nodig om van de passieve ontsluitingsfase over te gaan naar de actieve uitdrijvingsfase. Zij heeft zich zo geconcentreerd op de ontspanning, dat als zij te horen krijgt: “U mag nu gaan persen”, en de persweeën nog niet optimaal zijn, zij dan niet weet wat zij moet gaan doen of hoe het te doen. Het woord persen heeft geen betekenis voor haar. Hierbij kan de echtgenoot - indien hij dat geleerd heeft - een grote steun zijn. Deze overgangsfase moet wel even geleid worden. Echte ontspanning wil zeggen: kracht in rust. En nu moet die kracht gemobiliseerd worden voor de uitdrijving. Meestal is het voldoende om oogcontact te maken en haar langzaam te vertellen wat zij moet gaan doen. Laat haar even actief ademhalen of proefpersen totdat zij genoeg zelfvertrouwen heeft. De natuur zal dan verder haar werk doen.
Zowel in het voorgaande als in het volgende kan een beoordelingsfout worden gemaakt en wel wanneer de aanstaande moeder volledige ontsluiting heeft en er - ondanks de voorbereiding - toch iets dreigt mis te gaan. Dit als de a.s. moeder te weinig reageert op dat wat tegen haar wordt gezegd. Daardoor kan de begeleider/ster wel eens in een dwangpositie komen. Immers, niet iedereen die een bevalling leidt heeft evenveel ervaring. Eén ding moet voor beide partijen duidelijk zijn: als voor de baby de tijd gaat dringen moet de begeleiding ingrijpen. Is er geen tijdnood, besteed dan meer tijd aan het begeleiden van de overgangsfase.
De onderspanning.
Als voorbeeld de passieve a.s. moeder. Er kunnen zich omstandigheden voordoen dat men door medische handelingen in bed moet blijven. Maar het kan ook de wens van de vrouw zelf zijn om tijdens de ontsluiting liever in bed te blijven liggen. Dit laatste om zonder noodzaak zo passief te blijven is niet aan te raden. Door te weinig beweging en de ontspanning kan na verloop van tijd de ontspanning overgaan in onderspanning. Zowel lichamelijk als geestelijk. Uiterlijk lijkt dit op ontspanning, maar de mogelijkheid om het lichaam binnen een redelijke tijd actief te laten reageren ontbreekt. Er is geen kracht in rust die tot actie kan overgaan, maar onderspanning, dat wil zeggen dat er veel meer tijd nodig is om haar te laten reageren. De blik in haar ogen is niet alert maar onzeker en vaag. Soms wordt onderspanning niet herkend en besluit men, omdat de a.s. moeder niet meewerkt, te vlug tot een kunstverlossing.
In een situatie van dreigende onderspanning kan het nodig zijn de a.s. moeder alerter te maken of uit bed te laten komen. Eerst, zittend op de rand van het bed, de benen laten bewegen en dan, gesteund door twee personen, moet zij proberen wat te lopen. Dit is natuurlijk ter beoordeling van de begeleiding.
Er is in deze situatie maar één vijand in de kraamkamer en dat is haast, haast omdat de toestand van de baby verslechtert of haast van de begeleiding. Aan het eerste kan niemand wat doen. Aan het tweede wel. Laat de begeleiding met haast zich wel realiseren wat daar de consequentie van kan zijn: een zeer belangrijke levenservaring van drie mensen, de ouders en de baby positief of negatief maken.
Het zal wel duidelijk zijn dat een goede voorbereiding op de bevalling heel belangrijk is voor moeder en kind en dat bij de voorbereiding het accent niet alleen op de bevalling moet liggen, maar op de hele zwangerschap. Ook het geestelijke groeiproces van “vader en moeder worden” enerzijds en het afsluiten van de jeugdfase anderzijds zijn belangrijk.
Zou het accent alleen op de bevalling komen te liggen en vooral op de uitdrijving, dan wordt het een examen doen waarvoor je kunt slagen of zakken; dit geeft dan een extra spanning. Het moeten slagen, het beantwoorden aan verwachtingen van jezelf en anderen is een extra spanning die alles op kan houden, zowel de ontsluiting alsook de uitdrijving.
Een vrouw die alert ontspannen is, zal steeds goed naar haar lichaam luisteren en daaraan beantwoorden. Zelfs als zij opgenomen moet worden in een ziekenhuis, zal zij goed blijven meewerken. Dan kan zelfs een zware bevalling toch een goede en positieve ervaring zijn. Dit laatste is voor de jonge moeder erg belangrijk voor haar zelfvertrouwen en haar eigenwaarde.
Voor meer informatie over dit onderwerp zie: Boeken.
Jnana yoga, een bevrijdende “weg”
Jnana yoga is de yoga van Inzicht en Kennis en is een non-duale weg. Het woord Inzicht spreekt voor zichzelf en kennis is tot op zeker hoogte nodig om het proces om tot inzicht te komen te ondersteunen.
Er zijn veel goede boeken over jnana yoga geschreven. Ik wil ook niet ingaan op de filosofische teksten. Teksten kun je op een bepaald niveau begrijpen. Toch is begrijpen geen inzicht. Op het moment van inzicht herken je iets zeer fundamenteels. De “weg” van jnana yoga is geplaveid met deze stukjes herkennen.
Om tot herkenning te komen is het belangrijk om inzicht te krijgen in je gedachten, gevoelens en je verleden, kortom in dat wat zich in je dagelijkse leven afspeelt. In de literatuur was geen boek verkrijgbaar dat je deze handreiking doet. Dit heeft mij doen besluiten om een boek als lesmateriaal voor het dagelijkse leven te schrijven.
Een boek dat laat zien wat zich in het dagelijkse leven in je binnenste afspeelt en hoe je daarmee kunt omgaan. De titel van mijn nieuwe boek is: Jnana yoga in de praktijk. Een weg naar vrijheid. De titel kun je letterlijk nemen. Het boek geeft praktische aanwijzingen en oefeningen voor deze moeilijke materie.
Ik ben zelf deze weg gegaan en heb er 45 jaar les in gegeven. De inhoud van dit boek is aan zeer velen doorgegeven.
Doordat ik zelf vroeger een heel moeilijke tijd heb gehad en een leraar kreeg die les gaf met de inzichten van jnana yoga, is dit ook mijn “weg” geworden.
Vanaf dat ik begon met lesgeven, heb ik bijna altijd gewerkt met mensen die problemen hadden en soms heel zware problemen.
Alle variaties van angst, problemen met het verleden, problemen met het denken, problemen met het gevoel, maar ook de problemen met de verbeelding van bepaalde gevoelens die in allerlei technieken gebruikt worden kwamen daarbij aan de orde. Dit zowel binnen als buiten de psychiatrie.
Ik zal een voorbeeld uit de praktijk geven. De heer J, een dertiger, getrouwd, twee kinderen en een goede baan. J. was al een aantal jaren onder behandeling geweest voor zijn straatfobie. Zijn vrouw bracht hem naar en haalde hem van zijn werk. Tijdens het telefoongesprek heb ik hem gevraagd of hij zonder hulp de laatste tien meter naar mijn huis wilde lopen. Op de afgesproken tijd stond er een roodbezwete man voor mijn deur die zowat letterlijk binnenviel.
Ik heb hem uitgelegd wat jnana yoga was. Verder wat verteld over denken en voelen en over de identificatie met een gedachte. Ik vertelde o.a. dat angst ook een gedachte is die – als je hem durft aan te kijken en te blijven aankijken- vanzelf oplost. Na een lang en intensief gesprek vroeg ik hem of hij bereid was de angst te ontmoeten. J. antwoordde met ja. Hij legde op mijn verzoek zijn handen in mijn handen, sloot zijn ogen en nodigde de angst uit.
Na 10 minuten vroeg ik hem zijn ogen weer open te doen. De immense opluchting op zijn gezicht zal ik niet vergeten toen hij zei: Er was geen angst, is dit het nu? Waarop ik ja knikte. Met een snik in zijn stem zei hij: Waarom hebben ze me dit nooit eerder verteld? Waarom hebben ze me zo lang laten lijden? Een lijden dat niet nodig was.
Het herkennen dat angst een gedachte is, wil niet zeggen dat je meteen van het probleem bevrijd bent. De moeilijkheid is dat je alle denkimpulsen die je in de loop van de tijd versterkt hebt, moet gaan deconditioneren. Elke keer dat de angst omhoog komt, de angst niet te voeden door de angst weg te willen hebben. Een gedachte of gevoel weg willen hebben maakt de gedachten of gevoel steeds opdringender. En dat kan alleen met veel geduld en doorzettingsvermogen om iedere keer als de angst omhoog komt, dit als een gedachten te zien en te blijven zien.
Denk nu niet dat jnana yoga een soort therapie is. Het is geen therapie maar heeft wel een therapeutisch effect en dat is wel iets anders. Langzaam tot inzicht komen werkt bevrijdend in je dagelijks leven. In mijn lessen gebruikte ik vaak het volgende: ieder mens heeft een volle rugzak op zijn rug. Naarmate je tot inzicht komt wordt de rugzak steeds lichter totdat er niets meer inzit en de rugzak als het leven zelf over blijft.
Realiseer je dat jnana yoga niet sleutelt aan de persoonlijkheid die je denkt te zijn, maar je langzaam maar zeker laat ontdekken dat je geen persoonlijkheid, geen gedachte kunt zijn. Je bent te allen tijde alleen maar kenner van gedachten.
Belangrijk is dat je leert herkennen dat in ieder mens - dus ook in jou - de cultuur waarin je leeft aanwezig is. Dat de cultuur van het gezin waarin je geboren bent en van je verdere familie in jou aanwezig is. Maar ook het zaad van het totale menselijke verleden is in ieder van ons aanwezig.
Als je de patronen van gezin, omgeving en het land gaat herkennen en deze patronen wilt veranderen, is er de noodzaak om deze patronen gevoelsmatig niet meer te activeren, maar te accepteren. Alleen dat wat je eerst als een gegeven kunt accepteren, kun je ook veranderen. Dan pas kun je het deconditioneren.
Bij het deconditioneren van patronen waar je als mens moeite mee hebt, is het noodzakelijk om goed te kunnen observeren zonder dat je vervalt in een analyse van je probleem. Je problemen analyseren heeft geen enkel nut; je laat dan de ene gedachte oordelen over de andere.
Om je problemen te kunnen deconditioneren heb je een basis nodig van waaruit je bezig bent.
De basis is voelen, observeren en een sterk ontwikkeld ik hebben (een labiel ik zou er verward door kunnen worden). Iemand met een sterk ik die graag wil onderzoeken is ook bereid inzicht in het verschijnsel ik te krijgen, ondanks al het werk dat er voor gedaan moet worden.
Ik wil duidelijk stellen dat Jnana yoga non-duaal is, dat er in jnana yoga geen voorschriften, geen geboden of verboden zijn. Er is geen moeten, ook geen heilig moeten en je neemt nooit iets aan op gezag van een of andere autoriteit. Laat het je wel duidelijk zijn dat je als ik de “verlichting” niet kunt bereiken. Besef hebben van je ik is altijd dualiteit. In het Zijn is er geen ik meer, dat dit zou kunnen waarnemen.
Ik heb in de yogalessen de lichamelijke yoga verweven met “Stilzitten”; stilzitten vanuit de jnana yoga, om via het gekende, “het lichaam en het dagelijkse leven”, uit te komen bij de bron, het ongekende. Het stilzitten werd ondersteund door er ook over te spreken en door wat je op les aangereikt werd, thuis in praktijk te brengen.
Ik vertel steeds over het belang van leren voelen, leren observeren en het trainen van innerlijke waakzaamheid. Waarom leg ik hierop steeds weer de nadruk? Als je niet kunt waarnemen hoe je lichaam reageert en waardoor dit komt, zul je eerder de identificatie met een gevoel of een gedachte aangaan. Inzicht in lichamelijke processen is geen theoretische kennis die je geleerd hebt, maar een geleefde ervaring van wat er in het lichaam plaatsvindt.
De wetenschap van jnana yoga is niet voor niets de wetenschap van het zuiveren van de biologische en de psycho-fysieke structuur. Om dit proces te ondersteunen is het leren observeren van dat wat zich in het lichaam afspeelt zo belangrijk. Yoga kan niet beperkt
blijven tot het doen van lichamelijke oefeningen en het beoefenen van een beetje concentratie of het praktiseren van de spirituele discipline.
Jnana yoga is een weg van innerlijke revolutie, die jou langzaam verandert van een fragmentarisch verdeeld mens tot de heelheid van je wezen.
En Nu De drie onruststokers.
De drie onruststokers zijn: het cerebrale orgaan, het zenuwgestel en het chemische systeem.
De biologie van herkennen en waarnemen vraagt een gezond, sterk en evenwichtig zenuwgestel om de veranderingen die in het lichaam plaatsvinden te laten gebeuren.
De hersenen zijn nooit rustig en kunnen daarom nooit een instrument van waarneming worden.
Als de hersenen niet rustig zijn, kunnen zij niet goed functioneren omdat het chemische systeem dat zichzelf kenbaar maakt in de vorm van emoties, wensen, vreugde, boosheid, agressie, verdriet enz. enz. steeds blijft storen.
Als de hersenen niet in rust zijn, als het zenuwgestel niet vrij van spanning is en het chemische systeem niet vrij is van druk, dan zullen deze drie onruststokers een chronische onrust blijven veroorzaken in denken en voelen.
Aangezien het cerebrale orgaan de oppasser is van zowel het zenuwgestel als van het chemische systeem, kent het geen rust.
De rust in het zenuwgestel en een ontspannen chemisch systeem maakt zichzelf kenbaar in het waarnemen en in een goede relatie met de materiële wereld.
Maar in het dagelijkse leven blijft de mind (geest) rusteloos, de hersenen onstabiel, het zenuwgestel gespannen.
We weten niet goed hoe we moeten leven. We willen menselijke problemen met onze hersenen oplossen, maar - ondanks soms goed bedoelde acties - lukt dit niet.
Maar laten we niet vergeten dat het zaad van alle menselijke problemen in ons ligt, in deze drievoudige onruststoker en in rusteloosheid. Als dit een vaste factor van ons leven is, wat gaan dan spirituele discipline, lichaamshoudingen en pranayama’s daaraan doen? Hoe leiden zij naar een transformatie?
De biologie van het kennen en de chemie van het waarnemen zullen samen moeten komen. De zuivering hoort plaats te vinden in de bron van kennen en waarnemen, de biologische en chemische bron.
Krishna legt het in het tweede hoofdstuk van de BG vers 58 t/m vers 72 als volgt aan Arjuna uit:
De zintuigen horen opgevoed te worden in de kunst en wetenschap van de zelfbeheersing.
Krishna vertelt aan Arjuna; als de zintuigen niet opgevoed worden, als de zintuigen niet gevuld zijn met de kracht van de zelfbeheersing, als gevolg van de opvoeding, dat het dan vergeefse hoop is om te denken, dat je in naam van discipline, ethiek, religie of spiritualiteit, de zintuigen onder controle krijgt. Zelfbeheersing is noch discipline noch controle.
Zoals een zeilschip door sterke wind uit de koers raakt, zo zal op dezelfde wijze het schip van je denken je op een dwaalspoor brengen, als de zintuigen geprikkeld worden door de indrukken van de materiële wereld.
We gaan terug naar de dagelijkse praktijk.
Jezelf onder druk zetten door middel van het moeten, heeft geen enkel nut. Zelfs een kleine dwang werkt niet in het menselijke lichaam. Het lichaam is een elektromagnetisch gevoelig organisme; des te meer druk je erop zet, des te meer zal het opspelen. De drievoudige onruststoker zal alleen met een goede opvoeding van de biologische structuur verdwijnen.
De hersenen zorgen door middel van de zintuigen en door identificatie met wat je hoort, ziet, ruikt, proeft of voelt, dat er steeds denkimpulsen omhoog komen die worden verbonden met een zogenaamde persoon die de gedachten waarneemt. Het denken kan voor een mens een enorme plaaggeest zijn, zelfs zodanig dat het denken de mens hanteert, in plaats van dat de mens het denken hanteert. Zoals de heer J.
Als je problemen hebt, veroorzaak je door steeds weer aan je problemen te denken, dat de denkimpulsen sterker worden en frequenter omhoog komen. Hoe groter je probleem is des te vaker zullen de denkimpulsen omhoog komen.
Dit gebeurt niet alleen met problemen, maar bij alles wat je in het dagelijkse leven doet. Elke identificatie met een gedachte is weer een voeding voor de volgende denkimpuls. Toch vraag je dan jezelf af waarom die gedachten steeds omhoog komen. Maar je ziet niet in dat je dit zelf veroorzaakt door er waarde aan te geven en door je ermee te identificeren.
Leren voelen en observeren en het ontwikkelen van innerlijke waakzaamheid maakt het mogelijk om via het gekende te ontdekken dat ik nooit iets kan zijn dat aan veranderingen onderhevig is en dat ik uiteindelijk alles alleen als een gedachte kan waarnemen.
Het denken kan het ongekende niet benaderen, geen ik kan het bereiken.
Wat het ongekende genoemd wordt, is een staat van Zijn.
Het proces van heel worden groeit naar heel zijn, het zorgt dat het lichaam steeds veranderingen ondergaat om een staat van evenwicht te bereiken. Het is niet nodig dat jij er voor zorgt. Het lichaam doet dit zelfstandig als het geen energie meer hoeft te steken in het harmoniseren van verkeerde reactiepatronen in het lichaam. De drievoudige onruststoker krijgt dan steeds meer rust.
Naarmate je langer bezig bent verandert er steeds meer. Je lichamelijke grenzen verdwijnen. Het individuele bewustzijn dat eerst als een spiegelbeeld reflecteerde, verliest steeds meer beperkingen. Het wordt Bewustzijn( in hoofdletters), het observeren verdwijnt en Gewaarzijn blijft over.
Gewaarzijn is niet een brug die beide oevers met elkaar verbindt. Het is zoals de positieve en negatieve stralen die samen gebundeld licht uitstralen. Het negatieve van het individuele bewustzijn en het positieve van het kosmische bewustzijn samen in harmonie verenigd.
Door het gekende verder te onderzoeken komen er steeds meer inzichten. Het gekende is het alledaagse leven. Het alledaagse leven dat men vaak de werkelijkheid noemt. Is dat de werkelijkheid? Nee, het is niet de werkelijkheid.
De echte Werkelijkheid is niet te verdelen; het is het Totaal van Dat Wat Is. Je kunt de werkelijkheid zelfs niet verdelen in een schepper en een schepping. De oorzaak wordt het effect zonder zijn oorzakelijkheid te verliezen. Dit is het geheim van de advaita – niet twee zijn – en dat is Eenheid. Deze Eenheid is de essentie van het leven.
Ik wil besluiten met de laatste zinnen van mijn nieuwe boek die de essentie van de jnana yoga weergeven: Wij hebben “Dat Wat Is” een naam gegeven omdat we het met onze hersenen niet kunnen bevatten. Uit “Dat Wat Is” is alles voortgekomen en wij zullen in alle eeuwigheid niet anders zijn dan dat waaruit wij voortgekomen zijn.
Lichamelijke yoga als ontdekkingsreis
Deze vorm van yoga is gebaseerd op de jnana yoga. Jnana yoga is de yoga van inzicht en kennis en is non-duaal.
De lichamelijke yoga als ontdekkingsreis is meer dan alleen maar oefeningen doen om een soepel lichaam te krijgen.
Het is een ontdekkingsreis die ons leidt naar verwondering en bewondering voor de werking van het lichaam. We realiseren ons veel te weinig dat het lichaam een geweldig en prachtig instrument is. We gaan er gedachteloos aan voorbij dat dit unieke instrument ook onderhouden en gestemd moet worden.
In de praktijk blijkt dat de mens in doorsnee weinig van het lichaam af weet. Laat staan in staat is om tijdens de oefeningen in het lichaam te kunnen voelen wat er gebeurt en daarna de uitwerking van een oefening te kunnen observeren en te verwoorden.
Kennis van het lichaam helpt als je gedachten, gevoelens, de energetische en chemische werking in het lichaam gaat observeren. Om dit te kunnen zullen we het lichaam de nodige aandacht moeten geven. Dit is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Het leren voelen is een subtiel gebeuren, dat veel tijd en alle aandacht vraagt, maar wel de moeite waard is.
Dit is één zijde van de lichamelijke yoga. De andere en niet de minst belangrijke zijde is dat de lichamelijke yoga de mogelijkheden biedt als opstap naar het geestelijke aspect van yoga. Dat leid je via het gekende naar het ongekende. Het gekende is het lichaam en het dagelijkse leven. Door op deze manier de lichamelijke yoga te beoefenen kom je steeds meer in de richting van de bron, het ongekende. Het ongekende is dat wat door een ik niet bereikt kan worden.
Als je aan yoga begint is het belangrijk dat je je realiseert dat je dit vrijwillig gaat doen, maar dat het niet vrijblijvend is. Yoga doen is een ontdekkingsreis in de ware betekenis van het woord: ontdekken, blootleggen. Ontdekken dat je eigenlijk niets van het lichaam afweet, laat staan dat je tijdens de oefening de werking kunt voelen en na de oefening de uitwerking kunt observeren. Wil je het lichaam beter leren kennen dan zul je er de tijd en de moeite voor moeten nemen om die kennismaking te intensiveren.
Het is moeilijk om het lichaam te observeren zonder er een oud gevoel op te projecteren, of er een denkplaatje op te plakken. Het echte observeren is een direct waarnemen zonder tussenkomst van het denken van het zal wel zoiets zijn.
Ik wil benadrukken dat leren voelen ook te maken heeft met pijn toelaten. Fysieke en psychische pijn uit het heden of uit het verleden. Pijn die je verhindert om in harmonie te leven, omdat de hersenen en het lichaam de pijnlijke herinneringen hebben opgeslagen. Pijn die jij zelf zonder het te beseffen steeds weer voedt, door er op te reageren. Hierin inzicht krijgen leidt tot bevrijding.
Dit alles begint met leren voelen. Goed leren voelen heeft een aantal voordelen. Ten eerste: je leert door het observeren tijdens en na een oefening je lichaam beter kennen omdat je meer inzicht krijgt in de werking en doorwerking van de verschillende onderdelen van het lichaam. Ten tweede: je schept afstand tussen het gevoel en de waarnemer van het gevoel. Door letterlijk en figuurlijk afstand van het gevoel te nemen vindt er minder snel een identificatie met het gevoel plaats.
Deze vorm van yoga waarin het lichamelijke en het geestelijke aspect in een les verweven zijn, is niet populair en ook niet spectaculair, maar wel bevrijdend. Deze vorm van yoga bevrijdt je van onwetendheid, geeft inzicht in je gebondenheid aan het verleden en ondersteunt het afpellen van verkeerde gewoontes, conditioneringen en verkeerde identificaties.
De oefeningen in de eerste maanden.
In de lessen worden de lichamelijke oefeningen langzaam opgebouwd zodat je alles kunt blijven voelen en observeren. Na de oefening wordt de uitwerking geobserveerd, waarbij tijdens de les ieder op zijn beurt in het kort verwoordt wat zijn of haar ervaring is. De leraar geeft hier uitgebreid feedback op zodat er geen misverstanden kunnen ontstaan.
Langzaam maar zeker ontdek je dat het lichaam een geweldig mooi instrument is dat jij leert bespelen. Dat jij zelf kunt voelen wat er in je lichaam gebeurt en je niets hoeft te voelen wat een ander je eventueel suggereert wat je zou moeten voelen. Je eigen autoriteit zijn of worden is in de eerste jaren van yoga beoefenen nodig. Om dat op den duur weer te laten varen voor het directe waarnemen.
Verder wordt in elke les aandacht besteed aan het Stilzitten. Sommigen zouden dit meditatie noemen. Echte meditatie is niet gebonden aan een lichamelijke houding, maar is een innerlijke houding van niet meer verdeeld zijn. Eenheid in al je handelingen. Stilzitten is op weg zijn naar een meditatief leven, Stilzitten is kijken en luisteren naar je innerlijk. Stilzitten is niet “doen”, is leren luisteren, is leren onderscheiden wat ik allemaal niet ben.
Dit afpellen van het verleden, van verkeerde ideeën en inzichten is nodig, om ooit weer een vrij mens in vrede en harmonie te kunnen zijn.
Te veel mensen zijn nog steeds gevangen in hun verleden; het dagelijkse leven wordt niet geleefd, zoals het zou kunnen, al hun doen en laten wordt helaas door het verleden gedomineerd.
Inzicht in het denkproces, inzicht in hoe de denkimpulsen werken, inzicht in de identificatie- processen, zou al veel leed besparen en doen inzien dat je geen gevangene van het verleden behoeft te zijn.
Het observeren
Als je de lichamelijke yoga gaat beoefenen is het de bedoeling dat je elke oefening iedere keer- tijdens en na de oefening – blijft observeren. De werking en uitwerking van een oefening zijn altijd weer nieuw, want je leert voelen wat er nu is en niet om – met je geheugen – het gevoel van gisteren te projecteren.
Het is onze fout dat we – door een goed gevoel van gisteren steeds te willen herhalen en te projecteren – het gevoel op het moment zelf laten verkommeren in plaats van het heel levend te houden door het iedere keer weer als nieuw te ervaren.
Bij het woord observeren heeft men vaak het idee dat het met de ogen gebeurt. Maar dit is niet zo. Het werkelijke observeren is een voelend zien een zien zoals een blinde dat doet: zien met het gevoel.
Als je thuis met de oefeningen begint, zorg dan voor een geventileerde ruimte en geen tocht. De aandacht voor elke oefening is hetzelfde. Een aandacht die niets uitsluit of dwingt, maar die met belangstelling volgt wat het lichaam doet. Zonder dwang, zonder forceren. Gaat een oefening niet zoals jij wilt, probeer het dan morgen weer.
Leer de spieren bewust aan te spannen en los te laten. Leer de verschillen voelen tussen onderspanning, overspanning, de juiste spanning en ontspanning.
Om de werking en uitwerking van een oefening te observeren, is het nodig om stil en aandachtig te zijn. Zo lang er allerlei gedachten in het hoofd rondspoken, missen wij de aandacht bij het gebeuren en kan het lichaam zijn verhaal niet vertellen.
Na verloop van tijd merk je dat dit een opstap is naar de geestelijke kant van yoga. Je merkt dat je alerter wordt en dat je innerlijke waakzaamheid toeneemt.
Als je zo leert observeren, is elk stapje dat je zet, elke ontdekking die je doet, al een bevrijding op zichzelf. Je gaat steeds vlugger waarnemen waar verkeerde spanning zit en hoe het verdedigingsmechanisme van het lichaam werkt.
In de opbouw van de lessen neemt de ademhaling een grote plaats in. Goed in - en uitademen is voor iedereen erg belangrijk. Ook leer je om tijdens de uitvoering van een oefening de adem vrij te laten stromen. Er wordt aandacht besteed aan een eventuele geblokkeerde ademhaling als gevolg van een geblokkeerd diafragma. Of aan andere blokkades die de ademhaling belemmeren. U leert ook verschillende zuiverende ademtechnieken. Tevens alle in en outs die betrekking hebben op de ademhaling. Onder andere: hoe je ademhaling reageert op je denken en emoties.
De verdere opbouw van de oefeningen. Na de inleidende maanden, waarin met kleine oefeningen werd gewerkt, komen de echte yoga asana’s aan de beurt. Om een asana goed op te bouwen is het nodig dat de docent onder ander inzicht heeft in de werking van kringspieren en spierketens.
Kringspieren hebben het vermogen om andere kringspieren op afstand te laten samentrekken. In een goed functionerend lichaam bestaat een samenwerking tussen alle kringspieren door middel van spierketens en diafragma’s, die met alle kringspieren verbonden zijn en met elkaar een functionele eenheid vormen.
Bij alle vormen van incontinentie en verzakkingen is het opnieuw activeren van de kringspieren noodzakelijk.
Voor de opbouw van een asana is de hele bekkenbodem belangrijk. Via de voorste of de achterste kringspier kun je de noodzakelijke spierketens aan de voorzijde of de achterzijde van het lichaam activeren. Bij het beoefenen van torsies zullen de bekkenbodemspieren en de daarmee verbonden spierketens rugklachten voorkomen. Ook de bekkenbodemspieren en het perineum hebben in dit geheel een belangrijke functie. U kunt dit alles uitgebreid terugvinden is mijn boeken “De Kern van Yoga”, “Yoga anders benaderd” en “Herstel zelf je spierkracht”.
Ik hoop dat ik een beetje duidelijk heb kunnen maken, dat het gekende je dagelijks leven is, dat zich in je lichaam afspeelt, inclusief je denken en je emoties.
Hoe belangrijk goed leren voelen en observeren vanaf de eerste stap van yoga is? Ook al zou je niet verder willen gaan met yoga; dat wat je geleerd hebt zul je nooit meer vergeten. Je lichaam blijft altijd de moeite waard om er de juiste aandacht aan te blijven geven. Inzicht in denken en voelen zal rust en vrede in je leven geven.