Bijlage Volkskrant, zaterdag 19 juli 2003



‘De koeien maken het uitstekend’

Veel boeren zijn allang niet meer alleen maar boer.
Aflevering 3: de stadsboerderij van Tineke van den Berg en Tom Saat.


Peter Bekkers

‘Je mag alle witte stieren meenemen’, zegt Tineke van den Berg tegen de slachter. De witte stieren zijn Marchigiani. Ze komen uit de Niarche, een streek in Italië. Ze hebben een goed leven gehad op de stadsboerderij. Spoedig zullen ze veranderen in schouderlappen, biefstukken, suddervlees, sucadelappen, riblappen, saucijsjes, hamburgers, rookworsten, gehakt, entrecotes, rosbief, rollades, soepvlees, schenkel. ‘Wij slachten gemiddeld eens in de twee weken een koe of een stier, die met de dikste billen.’

Tineke van den Berg (43) en Tom Saat (45) hebben een gemengd bedrijf met akkerbouw, groente- en veeteelt. Ze hebben geen melkvee. Ze hebben vleesvee. De vader van Torn Saat was verzekeringsagent, de vader van Tineke van den Berg was elektricien.
Hun grond ligt in en rond Almere. ‘Dat maakt deze boerderij tot een stadsboerderij. Wij hebben de stad opgezocht. Dat willen de meeste boeren niet, ze leven met de rug naar de stad. Maar Nederland wordt steeds meer een bebouwd land. Wij hebben van de bedreiging een kans gemaakt. Ons jongvee staat midden in Almere, bij het Centraal Station.”

Ze pachten de grond van de gemeente en van Staatsbosbeheer. In totaal zo’n zeshonderd hectare land, ongeveer twaalfhonderd voetbalvelden, waarvan ze ook het natuurbeheer doen. Dat gaat haast vanzelf. Het grootste deel van de grond, zo’n vijfhonderd hectare, is bos voor de koeien. Vleeskoeien staan niet in de wei, zoals melkkoeien, ze staan in het bos. Ze vreten veel weg. Er ontstaan open plekken in het bos. Er komt meer licht. Daardoor kun je erdoorheen kijken, onder het bos door als het ware. Dat is een mooi gezicht.

Uit de nieuwsbrief van de stadsboerderij: ‘De koeien maken het uitstekend. In april en mei hebben we ze naar buiten gebracht. Dan rennen ze het bos in. Jammer genoeg moeten de kippen in de ren blijven, vanwege de vos. We hebben ook haviken, buizerds, een kerkuil, torenvalken.'
De nieuwsbrief is voor de stedelingen. ‘De deur staat altijd open. Sommige mensen komen drie keer in de week naar de koeien kijken. Er komen ook veel schoolklassen en mensen die op excursie zijn, zoals brandweerlieden of Japanse burgemeesters. In oktober is er een oogstfestival. En elke zaterdag hebben we boerenmarkt. Daar staan we dan altijd met ons vlees.’

Het publiek doen ze er gratis bij. Dat geeft ze bestaansrecht in Almere.

Dit jaar is het onkruid op de akkers gewied door asielzoekers. Dat gebeurt met een groot wiedrek dat door een tractor voortgetrokken wordt. Op het rek bevinden zich acht eenpersoons wiedbedden naast elkaar. Daar lagen ze, acht asielzoekers, op hun buik op bet wiedrek, dertig centimeter boven de grond, terwijl de trekker langzaam over de akkers reed.