Cementiri del Sud-Oest

 

 

Mark de Boer

Gepubliceerd in Passages, dertig reizen naar heilige plekken. November 2001.
Een reisverhalenbundel uitgegeven door Uitgeverij SKVR Schrijversschool, Rotterdam.
ISBN 90-806730-1-3

Hij leest de namen op de pilaar van beneden naar boven. Bijna halverwege de naam van zijn vader, Antoni Mercadal. Geëlimineerd door de aanhangers van Franco, na een maandenlange strijd tegen de Generaal.

     Zonder woorden zegt hij zijn vader gedag en loopt naar de achterwand van de groeve. Het gras onder zijn voeten gaat over in stoffig steenslag. Daar, bij de wand, liggen graven in het verdorde gras. Hij zegt opnieuw gedag, niemand luistert.

     Pa heeft zijn rust gevonden. Bij de steengroeve. Een nooit gezochte rust.

     Hij was een magere man in manchesterbroek, hoge laarzen, wollen jack, een muts met het partij-insigne. Op een foto uit roerige tijden staat hij samen met enkele kameraden van de poum: de marxistische arbeidersmilitie.

     Geen held, geen idealist. Naar het front gestuurd door zijn ouders, de 10 peseta’s die hij verdiende waren hard nodig. Het exercitieterrein op die foto, vlakbij de Plaza de Espanya. Weg, net als de Leninkazerne. Een tastbare herinnering aan vader, de plek waar hij werd vermoord, aan de voet van de Montjuïc.

 

Langzaam loopt hij de berg op naar moeder. De Via Sant Jordi nabij de hoek met de Via Sant Francesc. Daar rust ze, 3 hoog, nummer 5858. Dicht bij vader, maar toch zo ver weg. Eeuwige rust voor beiden.

 

Langs gebouwen met laden. Laden met resten van Barcelonezen. Flatgebouwen, zes hoog en twaalf breed. Een asfaltweg slingert zich over de begraafplaats, een wijk van silo’s des doods. Nabestaanden parkeren hun auto gewoon voor het graf. Of ze komen met de bus. Haltes in de dodenstad. Geen lanen met bomen, geen cipressen, buxus of taxus. Alleen verkoeling in de schaduw van de overledenen.

     Een blauwe Seat staat stil voor 8750. Op een trap een jonge vrouw, op één been balancerend bereikt ze net het hoogste raampje. Met korte, driftige bewegingen veegt ze haar vader schoon, zes hoog. Hij kan trots zijn. Een schoon raam, uitzicht op Mar Mediterrania.

     Hier, bij het graf van moeder is het rustig. Veel oude laden staan leeg, haar buren zijn al jaren niet meer bezocht. Verderop nieuwbouwflats. Daar zijn de doden nog lang niet vergeten. Van 5858 lamenteert het scharnier van het raampje, een hoge piep, een protest van verwaarlozing.

     ‘Sorry mama.’

     Haar foto is vrijwel onherkenbaar vergeeld. In de tas zit het mapje met de nieuwe foto en drie rozen, wit plastic. De oude waren verwelkt achter het glas. De brandende zon heeft het plastic gelig en week gemaakt, de stelen bros. Thuis gaan ze de vuilnisbak in. Niet hier. Met een doek en spiritus wordt haar ruit schoongeboend totdat ook zij weer helder kan zien. En wat olie voor het scharnier.

     ‘Zo, mama, u ligt er weer netjes bij.’

 

De man met de oude rozen stapt in bus 38. Hobbelend rijdt hij over Cementiri del Sud-Oest, langs geliefden, ouders en grootouders, al dan niet vergeten. Terug naar Plaza Catalunya. De jonge vrouw giet het sop over het warme asfalt.

 

home