Oman


Mark de Boer

Geschreven voor de reiswebsite Reis om de Wereld.

2000.


'Pap, kijk hier, nog een mooie schelp.' Coen opent zijn hand en daar ligt 'ie, een puntgave Carditis bicolor. Voorzichtig neem ik hem over, veeg wat zandkorreltjes weg en geniet. 'Ik ga er nog meer zoeken, Pap!' en Coen rent al weer richting zee, het wassende water tegemoet.

carditis Langs de vloedlijn van Al Suwadi lopen enkele Omani's net als ik te turen in het zand, op zoek naar de mooiste schelpen. De Omani's lopen in hun traditionele lange witte gewaad de dishdasha. Af en toe zakt er een door zijn knieën, raapt een schelp op en gooit hem weer weg. Voor hen weinig nieuws. Ik poets mijn aanwinst nog eens op, leg hem bij de rest en schrijf hem bij in mijn notitieboek. 16 december 2000 - Carditis bicolor - Al Suwadi - Oman.

Vanochtend zijn we al vroeg vertrokken uit Muscat. Onze eerste stop was in Seeb, een vissersplaatsje ruim 50 kilometer vanaf Muscat. Vlakbij Seeb ligt het internationale vliegveld. Niet groot, wel modern. Op de route naar Seeb ligt een van de paleizen van Sultan Qaboos. Niet dat je er iets van kunt zien of er kunt komen, want het ligt achter een grote muur. Maar de wetenschap dat het er ligt maakt wel nieuwsgierig.

Via een rotonde rijden we het dorp binnen. Langs het strandje bij de vissuq is nog plek voor onze auto. Coen springt als eerste uit de auto. Nieuwsgierig loopt hij naar de markthal waar een visverkoper bezig is met het fileren van een hamerhaai.vis
'Kijk, die hebben we in de dierentuin ook,' roept hij vol enthousiasme. 'En die ook!' Een barracuda lijkt glazig naar het fileermes te kijken.
Coen houdt ervan om naar vissen te kijken, of ze nou levend of dood zijn. Toch pakt hij mijn hand wel wat steviger vast als de verkoper met het grote mes naar hem lacht. Het hulpje van de verkoper, een jongetje in een Engels voetbalshirt vol bloedvlekken en schubben leert mij de vissen te herkennen. Tonijnen, rode snappers en makrelen.

De oude suq in Al Suq Street is vol met geuren van tabak en kruiden. Kramen vol met groentes, fruit, huishoudelijke artikelen en kleding. Een verkoper zet gauw een kumma - een bestikt kapje, het traditionele hoofddeksel uit de streek - op Coen's hoofd. Gecharmeerd van zulke acties is hij niet, een boze kinderblik valt de man ten deel.
Coen's boosheid is snel over als hij ziet dat de buurman van de kumma-verkoper Pokémon-ballonen verkoopt. Deze verschrikkelijke Japanse stripfiguren kom je hier op elk marktje tegen in alle maten en staan op de meest uiteenlopende artikelen. Gelukkig kan ik hem verleiden om een plastic Mickey Mouse voetbal te kopen voor op het strand. Hij trapt er pas in nadat de ballenman er een rood netje omheen heeft gedaan.

Bij het strand van Al Suwadi is een grote parkeerplaats met picknicktafeltjes en bankjes, toiletten en een speeltuin. De speeltuin ziet er van een afstand leuk uit, maar vele speeltoestellen zijn op diverse punten doorgeroest. Voor de kust liggen enkele eilanden. Een visser biedt aan om ons er heen te varen, maar de golven zijn mij iets te hoog. Ik word al zeeziek als ik alleen maar kijk naar de kleine bootjes die door de stevige branding varen. Hier en daar raap ik wat schelpen op, veeg ze schoon en bekijk ze. Enkele doe ik in mijn Tupperwaredoosje, de rest gooi ik terug op het strand.
Een hoorn, zo op het eerste gezicht een Bulla ampulla, mag mee. Net als enkele Mactra's, een schelpenfamilie waarvan ik er al veel heb. Maar hier zijn ze wel erg mooi. Net als ik er weer een zie schitteren stuitert Mickey Mouse voorbij.
'We gaan voetballen,' schreeuwt Coen me toe.


Mark de Boer
Oman 2000

 

home