door
Elsbeth Etty
NRC Handelsblad
28 juni 2003
Woensdag was de honderdste geboortedag van George Orwell (Eric Blair,
1903-1950). Met
Nineteen Eighty-four en
Animal Farm geldt hij als één
van de invloedrijkste bestrijders van totalitaire praktijken en systemen.
Hij is deze week in alle toonaarden herdacht. Vrijwel gelijktijdig verschenen
drie nieuwe biografieën van Orwell, gisteren in deze krant door
Joost Zwagerman besproken.
De interessantste herdenkingsartikelen waren, zoals wel vaker, de persoonlijk
getinte, waarin wordt uiteengezet wat de lectuur van Orwell voor iemands
eigen ontwikkeling en wereldbeeld heeft betekend. In
The Guardian vertelt
de Canadese schrijfster Margaret Atwood dat
Animal Farm haar als puber
leerde hoe een idealistische bevrijdingsbeweging kan veranderen in een totalitaire
dictatuur onder leiding van een despoot.
Zelf behoor ik tot een generatie die dit met de paplepel kreeg ingegoten.
De bekende dierenfabel was in de jaren vijftig en zestig verplichte lectuur
in de eerste klas van de middelbare school. Eigenlijk was dat een paradoxaal
staaltje orwellianisme. We kregen de uitleg er panklaar bij: de heerschappij
van de varkens in een samenleving die preekte dat "alle dieren gelijk, maar
sommige dieren meer gelijk dan andere waren" stond model voor het stalinistische
communisme en hield dus ook een waarschuwing in tegen het Russische gevaar
in de tijd van de Koude Oorlog. Het was de ultieme dystopie ofwel anti-utopie.
Aan oudere generaties, de tijdgenoten van Orwell, geven diens boeken,
zoals J.J.A. van Doorn deze week in
HP/De Tijd opmerkt, "de nerveuze
en tumultueuze jaren veertig op een ongeëvenaarde wijze terug", hij
beschreef "ons aller nachtmerrie". In vrijwel alle beschouwingen over Orwell
wordt erop gewezen dat de in
Nineteen Eighty-four beschreven nachtmerrie-
een samenleving die berust op leugens, hersenspoeling en manipulatie -niet
verdwenen is met de ondergang van de totalitaire ideologieën die de verschrikkelijke
twintigste eeuw hebben bepaald. Met name Bush moet het ontgelden als vertolker
van orwelliaanse newspeak ('War is Peace') in de aanloop tot de oorlog in
Irak. Nog veel sterkere staaltjes gaf natuurlijk de -volgens sommige berichten
inmiddels opgepakte -Informatieminister van Saddam Hussein, Al-Sahhaf, die
tot vermaak van de westerse wereld de Amerikaanse militaire vorderingen nog
glashard bleef ontkennen toen hij de Amerikaanse tanks al uit het raam kon
zien ('Ignorence is strength').
Waaruit maar weer blijkt dat je ook met Orwell tegengestelde kanten op
kunt. Zowel Bush als Saddam ('Freedom is slavery') worden met Big Brother
vergeleken.
Uit de beschouwing van Margaret Atwood kun je afleiden dat voor haar
Animal
Farm en
Nineteen Eighty-four vallen in de categorie van 'het beslissende
boek', getuige ook de titel van haar verhandeling: 'Orwell and me'. Twee
jaar lang verscheen in de Boekenbijlage van deze krant de serie 'Het beslissende
Boek' waarin Margot Dijkgraaf en Martijn Meijer een keur van Nederlandse
en Vlaamse auteurs vroegen welk boek voor hen zo herkenbaar was geweest of
zulke nieuwe vergezichten opende dat het hen schrijver deed worden, hun wereldbeeld
ondersteboven wierp of hun leven doorslaggevend veranderde. Opmerkelijk
genoeg heeft niemand die in deze reeks aan het woord kwam een werk van Orwell
als beslissend boek aangewezen. De bijbel, ja, de koran, Homerus'
Odyssee.
En van de lateren: Gorter, Kafka, Joyce, Mann, Musil, Nabokov, Camus, Virginia
Woolf, Proust, Naipaul. Een heel pantheon vol, maar geen Orwell.
Hoe dit te verklaren? Hella Haasse wees er in haar inleiding bij de bundeling
van een keuze uit deze serie interviews op dat in verschillende perioden
van haar leven telkens andere boeken haar gedachten beheerst en haar verbeelding
aangewakkerd hebben. Uiteenlopende intense leeservaringen kunnen op een niet
vergelijkbare manier 'beslissend' zijn. Neem de deze week overleden Amerikaans-Poolse
schrijver Leon Uris die met
Exodus dan misschien wel geen literair
meesterwerk heeft geschreven, maar dat wel doorslaggevend is geweest voor
de kijk van talloze mensen op het bestaan van Israël en op het Israelisch-Arabische
conflict.
Het hangt er, afgezien van literaire kwaliteit, maar vanaf wanneer, op
welke leeftijd, beladen met welke levenservaring, onder invloed van welke
impulsen, politieke en sociale verhoudingen, culturele veranderingen, enzovoort,
je ontvankelijk bent voor een boek: dat een wending aan je leven geeft.
Dat is het moment waarop je beseft dat iemand de thematiek heeft aangesneden
en de taal heeft gevonden om je beeld van de werkelijkheid ingrijpend te
veranderen.
Toen ik op mijn zeventiende
Nineteen Eighty-four las, had ik geen
enkele reden om aan de verpletterende waarheid van Orwells waarschuwingen
tegen het totalitarisme te twijfelen. Maar ze waren ook al tot propagandistische
gemeenplaatsen geworden die je voor kennisgeving aannam. Sartre, Camus en
De Beauvoir waren 'mijn' ontdekkingen, openden mijn ogen, betekenden een
ommekeer. De revoltérende mens sprak mij -en ik denk dat dit voor heel
wat van mijn generatiegenoten geldt- meer aan dan de angst van de in slavernij
gebrachte mens.
Decennia later geef ik Atwood gelijk met haar constatering dat de wegen
der vrijheid, die ik met Sartre wilde bewandelen, tot de door Orwell beschreven
afgrond kunnen voeren (en op dat moment al hadden gevoerd). En dan is het
alleen maar een, wel bijzonder wrange, voetnoot dat Orwell zelf in die menselijke
afgrond afdaalde toen hij in zijn angst voor het communisme zijn vroegere
medestrijders tegen het fascisme als de eerste de beste verklikker en heksenjager
bij de geheime politie aanbracht. De historicus Timothy Garton Ash onthulde
een week geleden de complete lijst van de 38 door hem bij de Britse overheid
aangegeven journalisten, geleerden en acteurs die "naar mijn (Orwells) mening
cryptocommunisten zijn of fellow-travellers of daar naar neigen" .Op de -door
de Britse regering na 54 jaar nog altijd angstvallig geheim gehouden -lijst
staan de namen van onder meer filmacteur Charlie Chaplin, romanschrijver
J.B. Priestley, acteur Michael Redgrave, historicus E.H. Carr, Trotski-biograaf
Isaac Deutscher en vooraanstaande Labourpolitici.
Zo ontpopte 'het sombere geweten van een generatie' die Big Brother ontmaskerde
zich als hulpje van Big Brother en zo werd de vijand van de gezichtloze bureaucratie
tot gluiperige dienaar van een verklikkersysteem. Orwell als medeplichtige
aan wat toen al orwelliaanse praktijken heette. Maar Garton Ash toonde zich
in
The Guardian vergevingsgezind. Hij zei ervan overtuigd te zijn
dat Orwells reputatie hierdoor nauwelijks wordt geschaad. "Als hij vijf jaar
langer had geleefd, zou hij waarschijnlijk gezegd hebben: 'Ik heb een fout
gemaakt'."
Reactie op dit artikel door Rob Hartmans in De Groene Amsterdammer, 5
juli 2003.
Lees ook: Joustra, RD, 26 juni 2003.