door
Wio Joustra
Rotterdams Dagblad
26 juni 2003
George Orwell, de man die in zijn boek '
1984'
de wereld waarschuwde voor een alomtegenwoordige en nietsontziende overheid,
ontpopte zich vlak voor zijn dood zelf als een Big Brother. Voor het ministerie
van Buitenlandse Zaken in Londen stelde hij in 1949 een lijst samen van Britse
intellectuelen die hij verdacht van communistische sympathieën, zoals
Charlie Chaplin. Daarbij ging de afkeer van Orwell van het totalitaire systeem
hand in hand met de liefde voor een mooie vrouw die werkzaam was bij een
geheime afdeling van dat ministerie, waar onder meer onderzoek naar communistische
propaganda werd gedaan.
Het 'verraad van Orwell is wereldkundig gemaakt door de bekende Britse
politicoloog en historicus Timothy Garton Ash in de krant
The Guardian.
De onthulling heeft de reputatie van de wereldberoemde auteur als 'het troosteloze
geweten van de naoorlogse generatie' aan het wankelen gebracht. Orwell, wiens
echte naam Eric Blair was, werd gisteren honderd jaar geleden geboren.
Garton Ash beschikt over de lijst met 38 namen. De daad van ontrouw aan
zijn vrienden en bekenden roept herinneringen op aan het McCarthyisme in
de Verenigde Staten - de heksenjacht in de jaren vijftig op vermeende sympathisanten
van het communisme, onder leiding van de ultra-rechtse senator Joe McCarthy.
Orwells lijst bevat de namen van bekende Britten als de komiek Charlie Chaplin,
de schrijver J.B. Priestley, de acteur Michael Redgrave en de historici en
Ruslandkenners E.H. Carr en Isaac Deutscher. Pikant detail is dat Chaplin
in die tijd terugkeerde naar zijn geboorteland, juist om de heksenjacht van
McCarthy in Amerika te ontvluchten.
Garton Ash kreeg een kopie van de lijst uit de nalatenschap van de vorig
jaar overleden Celia Kirwan, een van de vrouwen waarvoor Orwell een grote
liefde ontwikkelde. De auteur bracht toen al zijn tijd door in een sanatorium,
waar hij in 1950 stierf aan tbc.
Bekend is dat hij in zijn laatste levensjaren steeds wanhopiger werd over
de dreiging van het Sovjet-communisme voor het vrije westen. De alles ziende
en alles controlerende overheid -'Big Brother is watching you' - uit het
boek '
1984', is gebaseerd op de angst voor de ultieme vorm van staatsbemoeienis,
waarin de mens niet meer is dan een slaafse robot in handen van de machthebbers.
Het later verfilmde boek, dat hij schreef in 1948, is de klassieke anti-utopie,
waarin Orwell niet alleen het stalinisme verfoeide maar elke vorm van totalitarisme
afwees als een bedreiging van de vrijheid en eigen persoonlijkheid
van het individu.
Orwell stelde de lijst samen in de tijd dat de Koude Oorlog zich intensiveerde.
Hij was bevriend met Kirwan en duidelijk uit op het winnen van haar genegenheid.
Zijn huwelijksaanzoek had zij afgewezen. Kirwan riep de hulp in van de auteur,
die zich bewoog in vooraanstaande intellectuele en literaire kringen, om
tegengas te bieden aan het propaganda-offensief van het communistische blok.
Maar in hoeverre hij zich door de liefde voor Kirwan of door angst voor Moskou
heeft laten leiden blijft een mysterie.
De onthulling komt voor kenners van Orwell niet als een donderslag bij
heldere hemel. In 1998 maakte de samensteller van zijn uit twintig delen
bestaande verzamelde werk, Peter Davison, al melding van het bestaan van
notities over 'cryptocommunisten, sympathisanten en anderen in wie ik geen
vertrouwen heb als anti-communistische propagandisten'. In zeker één
geval had Orwell het bij het rechte eind: de journalist Peter Smollett werd
door meesterspion Kim Philby gerekruteerd om gedurende de oorlog voor de
Russen te spioneren op het Britse ministerie van Informatie.
Volgens Garton Ash is niet bekend hoe de Britse autoriteiten met Orwells
lijst zijn omgegaan. "Maar het intrigeert hoe dit symbool van politieke onafhankelijkheid
en journalistieke integriteit collaboreert met een propagandistisch onderdeel
van de bureaucratie, hoe marginaal en goed bedoeld die samenwerking misschien
ook is geweest. Ik denk dat wanneer hij was blijven leven en we hadden het
hem pakweg vijf jaar later kunnen vragen, hij dan zou hebben toegegeven
dat hij een fout gemaakt had," aldus de historicus.
Lees ook: Joost Zwagerman,
NRC, 27 juni 2003; Elsbeth Etty, NRC, 28
juni 2003; Rob Hartmans, De Groene Amsterdammer,
5 juli 2003.