Jonathan Swift was er een meester in. George Orwell ook. Zijn 'Animal Farm'
werd door kinderen verslonden en

door volwassenen, voor zover ze de Sovjet-Unie bewonderden of respecteerden,
na lezing uitgekotst. Orwells satire - die Stalin ontmaskerde als napoleontisch
varken en het Russische volk in schaaps- en ezelskleren hulde - gold, bij
haar verschijning in 1945, in vrij brede kring als politiek incorrect. De
hete oorlog, waarin Stalins legers de moffen hadden verslagen, was nauwelijks
voorbij en de koude moest nog op gang komen.
Ettelijke Britse uitgevers wezen het manuscript af. De grote schrijver T.
S. Eliot erkende de literaire waarde ervan, maar vond als directeur van Faber
& Faber publikatie niet opportuun. De firma Secker & Warburg wèl,
al getuigde haar eerste oplage - 4 500 stuks - niet van hooggespannen commerciële
verwachtingen. Diezelfde firma heeft nu, vijftig jaar en vele miljoenen exemplaren
later, een oogstrelende jubileumeditie uitgebracht, met tekeningen-in-kleur
van Ralph Steadman.
Of de aanblik van zijn dierenboerderij anno 1995 Orwell triomfantelijk zou
hebben gestemd, is overigens de vraag. Hij wilde - schreef hij in 1947 -
de mythe van de Sovjet-unie helpen vernietigen om zo een herleving van de
socialistische beweging mogelijk te maken. Dat ideaal is tot dusverre ijdel
gebleken. Maar wie weet reikte Orwells vooruitziende blik tot ver over de
horizon van de twintigste eeuw?