door
PETER DE WAARD
De Volkskrant
26 juni 2003
George Orwell (1903-1950) bepaalde in zijn testament dat hij geen biografie
wenste. Hij moet zich nu haast wel in zijn graf omdraaien, want ter gelegenheid
van zijn honderdste geboortedag -gisteren -kwamen er in één
klap drie uit. Zo verschenen er biografieën door D.J. Taylor (
Orwell),
Gordon Bowler (
George Orwell) en Christopher Hitchen (
Orwells Victory).
Orwells weduwe Sonia had bij zijn dood in 1950 al niet de illusie dat aan
een biografie te ontkomen zou zijn. Zij benoemde Malcolm Muggeridge tot officiële
biograaf, maar hij voldeed niet aan zijn opdracht. In 1980 verscheen uiteindelijk
Bernhard Cricks
George Orwell. A Life. Deze biografie liet de reputatie
van Orwell onaangetast. De schrijver van klassiekers als
Animal Farm en
1984 bleef net zo goed de held van anti-imperialisten
en klassenstrijders als van anti-communisten, socialisten en liberalen -kortom,
van links, rechts en het centrum.
Klassenstrijders en socialisten hadden
Down
And Out In Paris And London en
The Road
To Wigan Pier: twee boeken waarin de uitbuiting van de arbeidersklasse
werd beschreven. Liberalen hadden
Animal Farm en
1984, waarin
het communisme op de hak werd genomen.
Orwell verhief de politieke slogan tot kunst. Hij was de bedenker van de
term Koude oorlog (tenminste volgens een van zijn biografen), en tijdloze
uitdrukkingen als 'Big Brother is watching you' uit
1984 en 'Alle dieren
zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere' uit
Animal
Farm.
Orwell werd uiteindelijk op een huizenhoog voetstuk geplaatst als het 'geweten
van de natie'. Zijn naam werd zelfs een bijvoeglijk naamwoord, hoewel onder
het begrip Orwelliaans behalve totalitair nu van alles wordt verstaan. De
bewieroking van Orwell kreeg in de jaren zestig en zeventig mythische proporties.
Popmuzikanten als David Bowie en The Jam grepen terug op Orwell. Orwell was
de literaire profeet, de schrijver die de ondergang van de drie verfoeide
ideologieën -fascisme, communisme en imperialisme –voorspelde en uiteindelijk
gelijk zou krijgen.
Ruim twintig jaar na Cricks boek is er in de woorden van een van zijn nieuwe
biografen Christopher Hitchen echter grote behoefte Orwell te ontdoen van
alle 'ziekelijke verering en sentimentele verheerlijking'.
Orwells leven is een grote paradox geweest. Hij werd in 1903 geboren als
Eric Blair: een kind van
middle-class ouders; zijn vader verbleef als
koloniaal politie-agent vaak in het buitenland. Eric werd naar een snobistische
basisschool gestuurd en ging daarna naar Eton, de school van het establishment.
Hij had een bloedhekel aan het autoritaire schoolsysteem en voerde weinig
uit. Na Eton trad hij net als zijn vader toe tot de koloniale politie in Birma,
een merkwaardige stap voor iemand die nu als anti-imperialist geldt.
Maar hij keerde snel terug en besloot schrijver te worden. Hij werd bordenwasser
in Parijs en zonderde zich daarna af in de achterbuurten van Engelands beruchtste
industriesteden. Daar beschreef hij de ellende van de arbeidersklasse. Om
zijn familie niet in verlegenheid te brengen, koos hij het pseudoniem George
Orwell voor
Down And Out In Paris And London dat in 1933 verscheen.
In 1937 trad hij toe tot de Republikeinse Garde tijdens de Spaanse Burgeroorlog.
Hij vocht mee tegen Franco, maar raakte al snel teleurgesteld in zijn 'communistische'
medestrijders.
Orwell greep de oorlog tegen Hitler aan om een satire te schrijven over
de communistische bondgenoten, waarin Stalin en zijn trawanten als varkens
werden afgeschilderd. Gezien het politieke klimaat, de Sovjet Unie was een
bondgenoot, wilden uitgevers hun vingers niet branden aan
Animal Farm.
'De bereidheid om Rusland te kritiseren is een test voor de intellectuele
eerlijkheid', verdedigde Orwell zichzelf in 1944.
Uiteindelijk verscheen het boek dat hem wereldberoemd maakte in 1945. Vier
jaar later kwam
1984 uit. In 1950 overleed Orwell aan tuberculose.
Orwell is honderd jaar na zijn geboorte een veel gecompliceerder persoon
geworden. Hij wordt door de een net zo Engels genoemd als lauw bier en door
de ander juist een internationalist die drie talen sprak. Hij nam het op voor
minderheden, maar had joodse antipathieën. Zeven jaar geleden werden
al beweringen gedaan dat Orwell een lijst met vermeende KGB-agenten aan de
Britse inlichtingendiensten had doorgespeeld. Nu liggen de bewijzen op tafel
dat Orwell de namen van de acteurs Charlie Chaplin en Michael Redgrave, de
schrijver J.B. Priestley en 35 andere journalisten en kunstenaars als mogelijke
communistische agitators doorspeelde aan de opsporingsinstanties.
De kunstenaar Orwell is misschien geen godheid meer, maar een mens van vlees
en bloed vol tegenstrijdigheden. Orwells reputatie als het 'geweten van de
natie' mag deuken hebben opgelopen, het doet aan zijn naam als meest invloedrijke
politieke schrijver uit de twintigste eeuw in Engeland weinig af.