Poort 5
door Mark de Boer

Gepubliceerd in de verhalenbundel Passages, dertig reizen naar heilige plekken.
Uitgeverij SKVR Schrijversschool
, Rotterdam, oktober 2001.



Donderdagochtend, kwart over vijf. Daan loopt door de Kerkstraat naar oom Wim en tante Sjaan. Op de lege Oostkade fluit hij late spoken voor zich uit richting het water. Het monumentale gebouw waar oom en tante wonen, kijkt uit op de Hellevoetse vuurtoren. De laatste lichtbundels glijden over het Haringvliet. Tweehonderd jaar geleden was het pand aan de haven een marinehospitaal. Nu is het opgedeeld in appartementen. Oom en tante wonen aan de achterzijde, in de schaduw van grote beuken en populieren die de Vestingwallen sieren.
    De achterdeur staat open. Oom Wim zit aan de keukentafel. Tante Sjaan verwelkomt Daan met een vluchtige zoen. Ze voelt week aan, zonder kunstgebit. Voorzichtig schenkt oom Wim zijn thee uit het kopje op het schoteltje, blaast de hete dampen van zich af en spoelt het laatste stuk van zijn boterham weg. Tante smeert de boterhammen voor onderweg, met spek voor oom Wim en voor Daan, zoals elke reis, met oude speculaasjes.
    `Vandaag moeten we naar Putten, naar die machinefabriek’, mompelt oom Wim met volle mond. `Dan naar Pieterburen en terug over Peize.'
    Het lunchtrommeltje verdwijnt in de linnen tas bij het oude fototoestel van vader, een paar pakjes chocomel, Bubblegum en een boek vol avonturen van Hielke en Sietse Klinkhamer.

Om half zes fietsen ze naar Nieuwenhoorn. Daan op de stang van de zwarte Gazelle. Op de parkeerplaats aan de Rijksstraatweg glimmen de vrachtauto's van Van Marion. De grote Scania's zijn al weg, die rijden op Polen, Perzië en Portugal.
    Over de oude smalle Baileybrug en de Botlekbrug rijden ze naar de rokende pijpen van de petrochemie. Het spoor over naar de Shell, daar gaat oom Wim de wagen laden, daar begint het wachten. In de portiersloge, Poort 5, de hoofdingang van de raffinaderij.

De portiersloge staat vol met rook van sigaretten, het zonnetje dat tussen de luxaflex heen kruipt, kleurt de ruimte blauw. In de bekleding van de bank zit een diepe scheur, de uitpuilende witte voering als een kronkelige rivier in een donkerrood landschap. Met zijn vingers duwt Daan de voering weer terug. Waar de rivier een bocht maakt zit onder het skai het snoeppapiertje van gisteren. Een Rang.
    `Een echte Rang’, zegt oom Wim altijd, `is pas Rang als er Rang opstaat.' Daan schuift het papiertje van vandaag erbij. Zo krijgt het rode land zijn eigen berg. De berg van Rang.
    `Nog een bekertje warme chocomel, jochie?' vraagt de portier. Daan schrikt op uit zijn droomwereld.
    `Nee. Nee, dank u wel meneer. Mijn oom komt zo, en dan gaan we naar Putten, Peize en Pieterburen meneer!' Hij kijkt naar de grote kalende man in donkerblauw uniform. Te groot voor zijn pak, de middelste knopen kunnen zo van zijn buik wegspringen.
    Voor elke reis pakt Daan zijn Grote Bosatlas. Dromen over dorpen en steden, ver weg van Pernis, met bijzondere namen. Windhoek, Tombouctou en Philadelphia. Poznan, Wladiwostok en Potchefstroom. Zwammerdam, Kerkdriel en Kwintsheul.
    Het rode skai plakt aan zijn blote benen als hij gaat verzitten. Met zijn handen onder zijn dijen kijkt hij naar de ronkende diesels die bij de portier stoppen. Elke reis begint bij Poort 5.
    De grote wijzer van de klok in de wachtruimte komt voor de tweede keer boven. Acht uur. Nog een uurtje vrachtwagens kijken.
  
Door het dagelijkse wachten kent Daan elk transportbedrijf, elke vrachtwagen. Mercedes, Scania of Volvo, elk type heeft zijn eigen geluid. Hij kan zelfs aan de buitenspiegels het merk herkennen.
    Er stopt een wagen met krakende remmen naast de Poort, een Volvo van Van Amerongen.
    `Je ome Wim komt zo, hij stond achter me op de weegbrug’, roept de chauffeur. De meesten kennen hem nu wel, elke vakantiedag wacht hij hier op oom Wim.
    Tijdens het wachten dwalen de gedachten van Daan af naar de belevenissen van de afgelopen dagen. De Bentleys in de garage van Hessing in Bilthoven, de kapotgeschoten trein van de Molukkers op het station van Zwolle. De Molukken, daar kom je niet met de tankauto. Verder dan Perzië gaat niemand.

Er komt een Shellauto aan. Het is oom Wim. Net onder de zilvergrijze letters DAF loopt een witte band met daarop VAN MARION + ZN BV. Nog een keer naar de weegbrug en dan gaan ze op weg.
    Oom Wim vult de formulieren in en zegt de portier gedag. Daan klimt met grote stappen de wagen in.
   Uit de rook, in de rook. Oom Wim mag weer roken, de geur van Zilvershag vult de cabine. Zalig, shag en geurige vrachtwagendiesel. De reis begint, met 30 ton smeerolie in de tank. De avonturen van de Kameleon in de tas, de boterhammen met speculaas op het dashboard. Nederland rolt weg. Putten, Peize en Pieterburen.




terug