Zes ton olifant


Mark de Boer

Geschreven voor de reiswebsite Reis om de Wereld.

2000.

De huiskrokodil
Met een pilsje zit ik langs de afrastering van de brede greppel die het hotel scheidt van de open vlakte rond het meertje. De huiskrokodil zwemt rond met een stuk prooi, zo te zien een niet zo erg vers gnoejong. Langs de oever lopen twee maraboe's met de krokodil op, hopend op een stukje gnoe. Als de prooi dicht bij de rand drijft proberen de ze een deel te bemachtigen. Met een groots staartgespetter van de krokodil verdrinkt de hoop van de twee vogels. Pesterig zwemt het reptiel weer naar het midden van het meertje.
Rond de lichtmast vliegen termieten en mestkevers. Domme kevers, ze vliegen rond, zoemen als helikoptertjes en landen op een wel hele simpele manier: vleugels inklappen en hopen dat je goed terechtkomt. Een zeven centimeter groot exemplaar valt net naast mijn bord, een termiet waagt het zelfs om in mijn Castle-biertje te landen. Met het vallen de avond trekken vele dieren langs. Gnoes en impala's voeren de boventoon. Een jakhals snuffelt tussen het gras naar insecten.
Plotseling ruik ik olifanten. Enkele tellen later staan ze bij de zoutpoel, vijftien meter van mijn stoel vandaan, alleen van hen gescheiden door een greppel. Even later zijn ze weer weg, mijn verbazing over hun geruisloze optreden niet.

Summamalisha Pan
Vlak voor mijn auto trekt een grijsbruin vogeltje de aandacht. Volgens Newman's Birds of Southern Africa is het de Greater Honeyguide, de Indicator indicator. Dit honingwijzertje is een meester in het vinden van bijennesten en lokt andere dieren naar het nest om het voor hem open te breken. Ik waag mij er niet aan maar misschien loopt er nog ergens een honingdas rond die ook trek heeft in verse honing. Op weg naar Summamalisha Pan houdt een stel in een oude Ford mij aan. olifant
'Heb je ook die wilde olifantenstier gezien,' vragen de twee, zo te horen Scandinaviërs. Ik heb vandaag nog geen olifant gezien. Zij wel. Enkele uren geleden waren ze lastig gevallen door een grote olifantenstier die de weg als de zijne zag. Ik antwoord ontkennend, wat hen zichtbaar oplucht. Mijn eigen onbevangenheid is echter vervlogen. De grote hoeveelheid vernielde bomen in dit park is tekenend voor te veel aan olifanten in een te klein gebied, een grote grijze plaag.
De rondrit via Summamalisha Pan is deels geasfalteerd en deels een dirtroad. Als het niet te hard regent is deze weg prima te berijden. De eerste regens van het seizoen zijn onderwerp van weddenschappen. Ook mijn Zimbabwaanse vriend Derek heeft er enkele lopen. Eergisteren viel er wat nattigheid. Maar volgens Derek, die de eerste bui over tien dagen verwacht is een regenbui pas een regenbui als je niet meer dan honderd meter voor je uit kunt kijken. Maar nu vallen er precies zulke 'showers'. Gelukkig kan het raampje van de auto voor driekwart dicht.
'Tegen zes ton olifant is geen auto bestand. Honderd meter, tachtig meter, zeventig meter. De kolos kijkt naar mij, ik naar hem. Wat gaat hij doen?'
Op de weg terug kom ik hem tegen. Met zijn kont duwend tegen een boom. Als hij mij ontwaart legt hij zijn oren plat in zijn nek. Stapvoets rij ik verder, niet provoceren, kalm blijven. Tegen zes ton olifant is geen auto bestand. Honderd meter, tachtig meter, zeventig meter. De kolos kijkt naar mij, ik naar hem. Wat gaat hij doen? Het antwoord is duidelijk, hij draait een kwart slag en buigt zijn kop naar beneden, zeventig meter is de kritische grens. Een uitval. Met zweet in mijn handen zoek ik naar de versnellingspook die net als het stuur aan de verkeerde kant van de auto zit. Schakelen gaat net zo moeizaam als anders, maar nu lijkt het minuten te duren. En dan eindelijk vol gas achteruit.
De olifant houdt zich na tien meter al in. Met mijn hart in mijn keel vraag ik mij af of ik hier moet blijven staan totdat hij wil vertrekken of ik verder terug zal gaan. Alleen is dit de enige weg naar de uitgang van het park dus wacht ik maar even. Een stel Zuid-Afrikanen in een dure, veel nieuwere maar beslist niet olifantbestendige auto vraagt wat er aan de hand is. Met een air van 'wij zijn niet bang voor Dombo' rijden ze verder. Nog geen twintig seconden later staan ze weer vlak voor mij.
Na een kwartiertje heeft de olifant het wel gezien, sloopt nog een boom en loopt langzaam weer het bos in.



Mark de Boer
Zimbabwe 1991

 

home