GEZOCHT: EEN CHARMANTE, TROMMELENDE MINNAAR

De liefdesmarkt van Gambia

     

Barbara van Erp

  

 

In Ali Baba's Garden is de avond al goed op gang als Mohamed Maria de
dansvloer op leidt. Ze staan dicht tegen elkaar aan. De band put elke avond
uit hetzelfde repertoire als dat van de taxichauffeurs, bars en restaurants.
'Girl, I want to make you sweat', klinkt het overal, in vlakke uitvoeringen.
Veel flarden 'Oh cherio cherio baby', en het zeurende: 'Let's get together
and feel allright'. In Ali Baba's Garden worden vrouwen nauwelijks lastig
gevallen, daar zorgen de Libanese eigenaren wel voor. Op de dansvloer dansen
jongens in hun eentje, wachtend op respons. Af en toe heeft er een beet en
dan volgt er een gedestilleerde versie van jaren zeventig stijldansen. De
vrouw wordt de dansvloer op geleid, de man legt zijn hand nét boven de
billen, de overgebleven handen in elkaar verstrengeld. En dan voorzichtig
heen en weer wiebelen, keurig afgesteld op de leeftijd van de dames.
Als het nummer afgelopen is, komen Mohamed en Maria afscheid nemen. Mohamed wil zijn volledige naam en e-mailadres achterlaten. In blokletters schrijft
hij: SHEIKH M.I. KROMAH. Maria kijkt verbaasd. Als ze naar de wc is, begint
Mohamed haastig te vertellen hoe graag hij contact wil houden. Hij wil onze
e-mailadressen, hier en nu. Als we zeggen dat Maria die toch heeft, probeert
hij het nog eens, tot ze terug komt en ze vertrekken.
Een paar weken later, terug in Nederland, komt er een mailtje van hem, met
als onderwerp: 'Breaking News'. Hij heeft het uitgemaakt met Maria, schrijft
hij. Wegens 'egoïstisch gedrag' van haar.

In haar woonkamer in een dorpje in Overijssel, zit Beatrice met haar benen op
een leren voetenbankje. Ze woont er alleen in een jaren zeventig
eengezinswoning. Haar tuin is vol en groen. In de vensterbank staan drie
orchideeën, die de buurvrouw water geeft als ze er niet is. Ze serveert
vruchtengebakjes met een kerstservetje. In de boekenkast staat een fikse rij
Lonely Planets. Aan de muur hangen foto's van haar eerste reis naar Gambia.
Een portret van de vriendin waarmee ze ging, een trommelaar voor de Baobab
Bar en een foto van een jongen met dreadlocks en een stralende lach. 'Dat is
die oplichter,' zegt ze. 'Beeldschoon, hé?'
Het is een regenachtige maandagochtend. Buiten wachten groene vuilcontainers
op de ophaaldienst. Beatrice vertelt enthousiast dat zij en Paul in Abéné nog
een stukje grond hebben gekocht. Ze wil er een handeltje in beginnen. 'Paul
als makelaar!' lacht ze. Hij heeft toestemming gegeven voor de foto's. Hij
was bang dat ze gebruikt zouden worden voor ansichtkaarten, en iemand er
geld aan zou verdienen.
In Gambia is ondertussen het regenseizoen begonnen. Er zijn geen toeristen
meer. In het hoogseizoen verdienen Paul en zijn vrienden een of twee euro
per dag, fooien van toeristen. Als ze gevraagd worden in een van de hotels
te spelen, krijgen ze hetzelfde bedrag, ongeveer de prijs van een pilsje
daar. Maar in augustus en september is het uitgestorven. Dan is de regen in
volle gang en nemen de spinnen, slangen en lizards de tuinen van de verlaten
hotels over. 
Vroeger hadden Paul en z'n vrienden in die maanden moeite om aan eten te
komen. Dan rookten ze wat extra ganja om de eetlust te stillen. Nu heeft
Beatrice een zak rijst van vijftig kilo achtergelaten. De laatste keer dat ze
terug naar Nederland ging, had hij al zijn geld opgemaakt aan een landje dat
betaald moest worden. 'Ik belde hem en vroeg: hoe gaat het? 'Niet goed,'
antwoordde hij. Hij had al twee dagen niet gegeten.' Geld lenen was voor hem
ook geen optie. 'Dan zeggen ze: je hebt toch een Europese vrouw?' Dus Beatrice
belde haar vaste reisbureau in Leiderdorp, dat ook een vestiging heeft in
Gambia, en vroeg hen vijftig euro aan Paul te geven. Dat kon gelukkig, maar
de volgende dag pas. 'Dat was toch wel even afzien voor hem,' zegt ze. Nu
heeft ze een rekening voor hem geopend, daar kan-ie van pinnen als het nodig
is.
Ze is nog steeds heel verliefd, maar ze wéét dat er iets wringt. 'Een grote
liefde, dat is natuurlijk wat ik wil. Maar de kans dat geld bij hem een
grote rol speelt, lijkt me zeer waarschijnlijk.'
Ze staart even naar buiten. Het is stil in het groene woonwijkje. Een vrouw
loopt voorbij met een hond. De vuilnis is nog niet opgehaald. 'Het is te
mooi om waar te zijn. Dat denk ik wel eens.'

= = = = =

 

   2

Barbara van Erp