gepubliceerd in Vrij Nederland nr.31 6 augustus 2005

GEZOCHT: EEN CHARMANTE, TROMMELENDE MINNAAR

De liefdesmarkt van Gambia

 

Barbara van Erp

2      

Gambia is behalve een zonzekere en goedkope vakantiebestemming ook een jachtterrein van oudere vrouwen, op zoek naar een minnaar. Jongens en mannnen bieden zich overal aan. Hoe werkt die liefdesmarkt?
'De vrouwen strálen en de jongens lijken het ook leuk te vinden. Maar na een tijdje zie je alleen nog maar economie'.

 

Als de zon langzaam ondergaat aan de stranden van Kololi, komt het
toeristische stadje aan de kust van Gambia tot leven. Europese
vakantiegangers zetten hun eerste schreden in Afrika, buiten de veilige
muren van hun hotel. Ze eten een pizza en drinken een biertje op het terras,
een haag van obers houdt de lokale bevolking op afstand. Een enkele vrouw
met zakjes gebrande pinda¹s op het hoofd schuifelt over straat,
taxichauffeurs maken zich op voor het avondgebed in de geïmproviseerde
moskee op de parkeerplaats. Een straatventer houdt een stukgelezen Libelle,
het Brabants Dagblad en een leesbrilletje omhoog. Het AD kopt: 'Donner maakt
knieval!¹. Uit de open ramen van een Jeep klinkt de stem van André Hazes.
Op het terras eten twee forse vrouwen van boven de zestig een pizza. Ze zijn
onopvallend, geen make up, geen sieraden. Een degelijke broek met sandalen
eronder. Ze aaien over de gespierde lichamen van twee Afrikaanse jongens,
die onderuitgezakt aan tafel hangen. Het strelen gebeurt ongemerkt,
geroutineerd bijna. De jongens van hooguit twintig ondergaan het zwijgend.
Ze lurken aan hun rietje in een Fanta-flesje. Het gesprek kabbelt voort,
zonder hen. Als de verveling aan tafel bijna ondraaglijk wordt, betaalt een
van de vrouwen de rekening en vertrekt het gezelschap. Zwijgend lopen ze
hand in hand de nacht in.

 

Enige uren eerder, tijdens de wekelijkse chartervlucht van Nederland naar
Banjul, draait Jos van der Klei een flesje rode wijn open. Van der Klei is
antropoloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Jarenlang heeft hij zich
verdiept in het door alle reisfolders verzwegen verschijnsel van toerisme in
Gambia: oudere Europese vrouwen die er een jonge minnaar vinden.
Van der Klei had gereageerd op een bericht op gambia.pagina.nl, waarin we
vroegen om vrouwen die ervaring hebben met een jonge vakantieminnaar. Een
paar uur later regende het verontwaardigde reacties van de bezoekers van de
site. Dát gebeurde toch niet in Gambia? En er waren zoveel interessantere
dingen over het land te zeggen. Liever lazen de Gambialiefhebbers een
reportage over de Gambiaanse kunstscene, een stuk over de vele vogels die
het land rijk is, of een uitgebreid verhaal over hun liefdadigheidsproject
in het land. Maar Van der Klei mengde zich niet in deze reacties en stuurde
een persoonlijk mailtje: 'Je ziet dat dit onderwerp ontzettend veel emoties
teweeg brengt,' schreef hij. 'Het raakt direct onze Westerse heilige koe: de
liefde.'
Nu is hij onderweg naar zijn vakantiehuis in Abéné, een kustenaarsdorpje in
Senegal waar veel Nederlanders wonen. 'Je ziet ze overal. Het is net als in
Thailand, alleen gaat het hier om vrouwelijke toeristen die verliefd worden
en een relatie aangaan.' Van der Klei vertelt dat de meeste vrouwen de
eerste keer niet direct op een vakantieliefde uit zijn. 'Het overkomt ze.'
Gambia is zes uur vliegen en heeft het hele jaar door zonzekerheid (op juli
en augustus na). Bij D-Reizen kost één week driehonderdvijftig euro,
inclusief vlucht, hotel en ontbijt. De meeste toeristen komen voor een
weekje zon. 
Het is met Isla Margarita in de Cariben een van snelst gegroeide nieuwe
vakantiebestemmingen van de laatste tien jaar.
De bevolking van Gambia heeft die ontwikkeling niet helemaal kunnen
bijbenen. Er is geen zelfstandige lokale toeristenindustrie gegroeid. De
hotels zijn van Europese projectontwikkelaars, de cafés en restaurants van
Libanezen. Voor de Gambianen bleven er een paar baantjes over:
taxichauffeur, ober, gids, of djembéleraar. 'Die baantjes zijn wel aardig,¹
zegt Van der Klei, 'maar hun échte droom is een enkeltje naar Europa.¹ En
dus gaan de mannen op zoek naar een Europese vrouw. Sommige vrouwen worden
verliefd en blijven een paar keer per jaar terugkomen voor méér. 'Het begint
al straks op het vliegveld,' zegt hij, 'als ze worden opgehaald door hun
vriendjes. Het ziet er heel echt uit. De vrouwen strálen en de jongens
lijken het ook leuk te vinden. Maar na een tijdje kijk je er dwars doorheen.
Dan zie je alleen nog maar economie.'

 

Het toeristische uitgaanscentrum van Gambia bestaat welbeschouwd uit één
straat, die loopt van twee hotels aan de kust naar de hoofdweg. Op deze
straat verdringen zich de internetcafés, pizzeria¹s, nachtclubs en
terrassen. Er is wijn, er is bier, er is eten. Er is vierentwintig uur per
dag elektriciteit, stromend water, de weg is geasfalteerd. Beschaving op een
strip van honderd meter.
Loop de straat uit, en het is donker. Hier wordt een villawijkje gebouwd
voor een handjevol rijken. Drie blokken verder beginnen de compounds -
stukjes grond met een muur eromheen, een paar mangobomen en een golfplaten
huisje. In de berm verbrandt men hier dagelijks het vuil van de hotels. Er
is twee uur per dag elektriciteit, en alleen 's morgensvroeg een uurtje
stromend water. De rest van het leidingwater in de omgeving is nodig om de
weelderige tuinen van de hotels te besproeien, de toeristen te laten douchen
en de wc's van de uitgaansstraat door te spoelen.
Deze vakantie-enclave is het speelveld van de gelukzoekers die proberen te
ontsnappen aan de uitzichtloze armoede van hun geboortestreek. Ze komen uit
het binnenland van Gambia, zijn gevlucht voor de slachtpartijen van Sierra
Leone, de burgeroorlog van Liberia, of de rebellen van de Casamance in het
zuiden van buurland Senegal. Verder naar het noorden begint de Sahara, in
het oosten ligt een uitgestrekte Sahelzone vol armoede, aan de zuidkust een
reeks landen - Guinée, Sierra Leone, Liberia, Ivoorkust - die bekend staan
om gewapende conflicten of kampen vol vluchtelingen. En nu, op deze
verlichte weg, hebben ze werk gevonden en zien ze toeristen driehonderd
dalasi (tien euro) voor een pizza betalen.
Er is geen georganiseerde industrie die de vrouwen bedient. Het is iets dat
de mannen erbij doen. Overal bieden ze zich aan. Een oud taxichauffeurtje
begint bij het afrekenen geheimzinnig met zijn geeldoorlopen ogen te
knipperen. Een strandbeddenjongen fluistert: 'Als je straks gaat zwemmen,
zorg ik ervoor dat je niet eenzaam bent.' De receptionist van het hotel wil
samen naar een optreden. De ober van toeristenterras Ali Baba schiet uit
zijn afstandelijke rol zodra zijn baas niet kijkt. En een vrouw die voor de
tweede keer bij Ibrahim geld komt wisselen, mag de volgende dag ganja komen
roken bij hem thuis. Kordaatheid, ongeïnteresseerdheid, boosheid, of helder
uitleggen dat je niet geïnteresseerd bent, haalt niks uit. Ze blijven achter
vrouwen aanlopen die ze meestal niet, maar soms wel zien staan.
2