|

Op 18 augustus 1994 werd
Rashid ziek. Vanaf dat moment zijn allerlei
mensen, ongevraagd, om me heen gaan staan,
mensen, die mij, Rashid en Karim door een hele
moeilijke tijd heen sleepten.
Het waren lieve vriendinnen, die van alles voor me deden en
daardoor mijn taak om Rashid te verzorgen zo
veel mogelijk verlichtten.
Er werden boodschappen gedaan en cadeautjes
gebracht; we werden van
en naar het ziekenhuis gereden. Er werd
geluisterd, gelachen, gehuild, armen werden om
me heen geslagen. Toen Rashid’s haar weer ging
groeien, werd het geknipt.
Rashid mocht komen spelen en er werd op hem
gepast als ik naar allerlei afspraken moest.
Toen het beter met Rashid ging, leerde ik nieuwe mensen kennen, nieuwe
vriendinnen, die altijd een kopje koffie voor me
hadden en een luisterend oor.
Langzamerhand trokken al deze vriendinnen zich een beetje terug en
hielden ons vanaf een afstandje in de gaten,
maar ze waren er nog steeds, steeds weer als ik
hen nodig had.
|
 |
Tijdens de ziekteperiode
werd Rashid begeleid door een juffrouw van de
Thuisschool. Zij heeft heel wat boze buien van
hem moeten verdragen, hem moeten stimuleren en
motiveren, maar het is haar toch gelukt. Ik ben
haar er intens dankbaar voor. Langzamerhand
lukte het haar om de achterstand, die Rashid
opgelopen had door de vele ziekenhuisbezoeken,
weg te werken en voor de Rashid de weg terug
naar zijn eigen school makkelijker te maken.
De school van Rashid
leefde intens mee met zijn ziekte en genezing.
Zijn juffen waren erg lief voor hem. Bij hen was
hij veilig. Ik liet hem met een gerust hart op
school achter. Zijn klasgenootjes droegen hem op
handen, maar dat kon alleen maar omdat er een
lieve juf voor de klas stond, die voor begrip
vroeg voor een kind, dat het zo moeilijk had.
|
 |
Toen sloeg het noodlot
opnieuw toe. Rashid kreeg een recidief. Op 6
september 1996 kregen we te horen, dat hij niet
meer beter zou worden. De huisarts nam de
verzorging van de oncoloog over en kwam elke dag
naar haar patiëntje kijken. Bovendien hield ze
mij ook in de gaten.
Weer stonden mijn vriendinnen voor me klaar: de
hond werd uitgelaten, er werden boodschappen
gedaan, weer waren er armen om me heen,
luisterende oren, warme, lieve, ontroerende
gebaren van intens meeleven, ik kreeg bloemen,
er werden foto’s voor me weggebracht, er werd
een inzamelingsactie op touw gezet om Rashid's
laatste wensen te kunnen verwezenlijken, er werd met
me meegedacht waar ik Rashid kon laten
begraven….
Ze waren er elke dag, mijn
lieve vriendinnen. Ik kan niet in woorden
uitdrukken hoeveel ze voor me gedaan hebben en
hoe waardevol hun aanwezigheid, hun hulp en hun
steun voor me was.
Nadat Rashid gestorven was, hebben ze me niet in de steek gelaten. Zij
sleepten me door de moeilijkste periode van mijn
leven heen. Zonder hen had ik het niet gered.
Toen ik langzamerhand steeds meer grip op mijn
leven kreeg, trokken zij zich terug. Toen leerde
ik andere mensen kennen, die lieve dingen voor me deden, mij
en Karim een keertje extra verwenden, altijd
maar weer naar me luisterden en me lieten zien,
dat Rashid niet vergeten was.
|
 |
Doordat het leven me meenam, leerde ik nieuwe mensen kennen, die
niets wisten van het drama dat zich in mijn
leven afgespeeld had, en die Rashid nooit gekend
hadden.
Moest ik hen het verhaal van Rashid vertellen? Ik wilde niet het stigma
krijgen van die vrouw met het overleden kindje.
Was dat op de werkvloer wel op zijn plaats?
Toch vertelde ik mijn verhaal, aarzelend in het begin, huilend,
onzeker, moeizaam. En weer vond ik mensen met
een luisterend oor, mensen, die mijn verdriet
niet uit de weg gingen en op voor mij moeilijke
dagen belden, een kaartje stuurden, bloemen
brachten, me niet lieten vallen. Elk gebaar, hoe
klein ook, hielp me weer even door een moeilijk
moment heen.
Ik leerde lotgenoten
kennen, mensen die net als ik weten wat het
zeggen wil om met zo’n enorm verdriet te leven
om het feit, dat je kind levensbedreigend ziek
is geweest of overleden is. Als moeders konden
wij de armen om elkaar heen slaan, bij elkaar
uithuilen.
|
 |
Tenslotte leerde ik mijn
man kennen, die niet wist wat het zeggen wilde
om getrouwd te zijn met een vrouw met zo’n enorm
verdriet. Ook hij luisterde naar me, hij leerde
me opnieuw leven en steunde me bij het laatste
grote project, dat ik voor mijn kind wilde
afronden: er moest een boek komen over Rashid,
zodat iedereen wist hoe dapper hij was, hoe
lief, hoe mooi, hoe geweldig en hoe ondeugend.
Er moest een boek over hem komen, zodat zijn
naam genoemd zou blijven.
Hennie bracht me in contact met mensen, die me raad gaven over het
tot stand te komen boek en me een eindje op weg
hielpen, me een steuntje in de rug gaven. Ook
zij kenden Rashid alleen maar uit mijn verhalen.
Dat verhaal ontroerde hen intens, Rashid
ontroerde nog steeds heel veel mensen. Ik raakte
er hoe langer hoe meer van overtuigd, dat ik
zijn verhaal aan de buitenwereld moest
vertellen. Hij mocht niet vergeten worden.
|
 |
Hoe kan ik dit verhaal
mijn oudste zoon ongenoemd laten? Mijn oudste,
waarvan ik zoveel houd, die net als ik heel veel
verdriet had om het verlies van zijn broertje.
Wij rouwden niet tegelijkertijd, begrepen elkaar
aanvankelijk niet zo goed. We hadden veel
problemen samen, maar vonden toch steeds weer
troost bij elkaar. Ook nadat Karim bij zijn
vader is gaan wonen, was hij de enige met wie ik
echt over Rashid kon praten. Wij deelden immers
hetzelfde grote verdriet en hij was ook degene,
die me door de jaren heen constant gestimuleerd
heeft om het boek te maken, dat ik in gedachten
had.
|
 |
Ooit, toen Rashid nog in
het ziekenhuis lag, gaf iemand mij een dagboek
om op te schrijven wat er allemaal met Rashid
gebeurde, wat er met mij, met Karim gebeurde. Ik schreef het boek vol met gebeurtenissen,
bloeduitslagen, onderzoeken, verdriet, vreugde,
angst en zorgen. Ik bleef schrijven, ook nadat
Rashid overleden was. Nachtenlang vertrouwde ik
al mijn emoties toe aan het papier, dat altijd
geduldig luisterde. Ik schreef 14 dagboeken vol
totdat het leven me met zich meetrok en ik geen
tijd meer had om te schrijven.
Langzaam, stukje bij beetje, met vallen en opstaan, ben ik begonnen
om van deze 14 dagboeken een leesbaar geheel te
maken. Het heeft 10 jaar geduurd voordat
ik zover was om al mijn emoties aan een ander
dan Rashid te laten lezen.
Heel bijzonder was het
voor me, om Karim mijn manuscript te laten
lezen: mijn emoties van verdriet, pijn, wanhoop,
boosheid, frustratie, machteloosheid, vreugde,
trots, schaamte, spijt. Karim begreep ze en hij
zag de strijd van zijn broertje door mijn ogen.
Heel treffend zei hij, dat hij door het boek te
lezen heel veel herinneringen teruggevonden had,
maar ook zijn broertje opnieuw verloren was.
We spraken samen, overlegden samen, hij stond me met raad en daad bij en hielp me om het boek te maken tot wat het
nu is geworden: een monument voor Rashid.
Wie anders dan mijn oudste
zoon kon ik het eerste exemplaar van dit
boek overhandigen? Karim, dank je wel voor je
steun, voor je liefde. Ik hou van je.

Heel bijzonder vind ik
het, dat bij de herdenkingsdienst, die ik voor
Rashid georganiseerd heb, ook zijn beide
vrienden aanwezig waren. 18 en 17 zijn ze
inmiddels; hun leven is doorgegaan, maar ze zijn
hun vriendje niet vergeten. Het aandenken aan
Rashid, dat ik hen ooit gegeven heb, hebben zij
nog. De foto's van Rashid hangen nog in hun
kamertjes. Dank je wel voor jullie vriendschap
en liefde voor Rashid.
Ik heb op Internet
prachtige dingen gevonden om iemand te
herdenken: zakjes bloemzaad met
vergeet-me-nietjes, gedenkdoosjes,
gedachteniskaartjes, kaarsen, noem maar op, het
is er. Ik kan maar één manier bedenken om
anderen
een aandenken aan Rashid te geven: een boek vol herinneringen.
Vergeet hem
niet.

Bestel nu, klik hier!



|