| archief 2003 | |
|
Meneer CWI Ik zit in de wachtkamer van het CWI. Drie beginletters van drie grote woorden. Ze zijn in principe niet erg groot in lengte of breedte, maar toch zijn ze behoorlijk groot. Ik denk terug aan de vorige gemeente en de gezichten die ik goed kende en die mij ook goed kenden. De oude gezichten waren een stuk vrolijker dan deze nieuwe gezichten. Ik denk nu terug aan de eerste dag waarop mijn voeten de grond van dit platte land betraden. Toen kende ik de gezichten die ik ontmoette ook niet, toch moest ik naar hen luisteren, hen inlichten wie ik was. Het mooie van het kleine dorpje was dat ze lachten tegen je gezicht zonder dat ze je eerst hoefden te kennen. Naarmate het dorp groter wordt, wordt het lachje bleker, stiller, de stem killer en het gezicht serieuzer. Geldt dat voor iedereen of alleen voor mij? Ik kijk een poosje rond en zie de gezichten van de bezoekers die net als die van de medewerkers serieus voor zich uit kijken. CWI moet dus zeer belangrijk zijn. Ja, wat is heel Nederland eigenlijk anders dan een centrum voor werk en inkomen? Ik ga ervan uit dat werk en inkomen nog steeds de enige dingen zijn die de Nederlander met deze barre harde samenleving verbinden. Werken hier lijkt mij de beschaafde tegenhanger van de gevechten in het Midden-Oosten. Ik zie me weer op zaal in een militair uniform. Zonder wapen en in afwachting van de officier die mij straks binnen laat om mij de laatste woorden van eer, moed en dapperheid toe te dienen en dan een inkomen toe te zeggen. Het bloed vergiet men in Nederland niet gratis op het slagveld maar wel duur op de werkvloer. Ze vallen aan met de pen en verdedigen zich achter een berg van papier en argumenten. Ze moeten onophoudelijk vechten totdat, net zoals het vechtende volk van het vaderland, hun hersenen en het lichaam uitgeput raken. Om eindelijk naar een verpleeghuis of naar een inrichting verwezen te worden - of naar het graf, door een welwillende huisarts. Nou moet ik zitten en afwachten. En ze hebben mij heel lang laten wachten. Omdat ik behoefte heb aan hen, en niet andersom. Als ze mij nodig zouden hebben zouden ze geen minuut verspillen en mij meteen binnen hebben geroepen. Nu komt na een uurtje meneer CWI naar mij toe om mij naar zijn kamertje aan het einde van de gang te leiden. Ik glimlach tegen zijn gezicht. Hij vermijdt mijn vriendelijke gebaar. Hij is zich volkomen bewust van het feit dat mijn inkomen en toekomst in zijn handen liggen. Hij ziet geen Freeyad Ibrahim voor zich, die tot dusverre honderden stukken voor kranten heeft geschreven en duizenden e-mails heeft verstuurd, maar hij ziet een kale onbekende zwerver die om een kaal inkomen uit zijn handen smeekt. "Dus gaat het niet goed met uw gezondheid, neem ik aan," mompelt hij, starend in mijn ogen nadat hij het medisch rapport heeft ontvouwen. "Ja en nee," verzucht ik. Hij neemt mijn gegevens stuk voor stuk uit een tien centimeter hoge berg papier die voor hem op tafel ligt, maakt daar zwijgzaam kopieën van en geeft mij die later de ene na de andere weer terug. "Ik zal er mijn verhaaltje bij zetten," zegt hij tenslotte en werpt me een vlugge onderzoekende blik toe. In mijn hoofd komt de vraag op of de onbekende officier meneer CWI mij als een vechtende onbekende soldaat zal goedkeuren bij de overheid of mij als ongeschikt zal afkeuren. Ik zal niet voor de tweede maal kunnen afhaken. Toch is het uitvoeren van een op voorhand verloren strijd zinloos. Mijn enige troost bij het afhaken is dat mijn kinderen niet als borg in gijzeling genomen zullen worden totdat ik terugkeer naar de frontlijn, en bij het werken, dat ik voortaan weer tegen lachende bekende gezichten kan aanlopen.
Klaagcultuur De gewone moslim klaagt vijf maal per dag met beide handen ten hemel geheven. "Allah, ziet u niet hoe machteloos, hoe uitzichtloos, hoe zwak, ziek en zielig ik ben? Verhoor mijn gebed. O! Heer van de werelden, ik ben toch uw slaaf." Vaak verhoorde Allah zelfs in levensgevaarlijke situaties mijn vaders gebeden niet. Dan keerde vader, nog altijd op zijn gebedstapijtje, Allah de rug toe en sprak hij ons klagend toe. "Ik heb jullie meerdere malen gewaarschuwd om Allah te gehoorzamen en om te bidden, maar tevergeefs, en dit is nu het resultaat: een dove Allah." In bijna alle onze gezangen, gedichten en volksliedjes klaagt de minnaar zijn beminde aan. "O! dulberm, mijn geliefde, jij hebt mijn hart gestolen, jij hebt mij verwond met de scherpe pijlen van jouw oogopslag. Wreed, jij hebt met de speer van jouw ogen mijn hart doorboord, jouw zwarte slangachtige haarlokken hebben mij een fatale beet toegebracht. Ik ben in de val van jouw sierlijkheid gelopen, haal me daaruit alsjeblieft, heb genade, wees barmhartig O! Habiebatie! Sinds jij afscheid van mij nam en mij alleen liet, ben ik er rusteloos achtergebleven, O! mijn tabiebie, hakiemie, mijn doctor, jij bent de enige die mij genezen kan…" Je zult niemand horen klagen of vragen: "Heb jij even tijd voor me?" Want de mensen hebben altijd eventjes tijd voor elkaar om te klagen. Na de alomtegenwoordigheid van de fietsen en de honden was de grote hoeveelheid islamieten de derde verrassing voor mij in Nederland. Wat mij later dan weer verraste was het feit dat onze gastheren en gastvrouwen tegenover elkaar vrijwel nooit klagen of een ander de schuld geven van iets. Bij een goede kennis klaagde ik eens over mijn rugpijn, zere knieën en slechte nieren. Bij het tweede en derde bezoek had ik het opnieuw over mijn medische problemen. Toen ik bij het vierde bezoek weer begon met ach- en weeklachten, bezwaren en kritiek op artsen en nutteloze medicijnen, was voor haar de maat vol en keek ze me een ogenblik opmerkelijk diep in de ogen en zei spottend: "Zielig, wat ben jij zielig! Jij hoeft me niet keer op keer je zielige verhaaltjes te laten horen, ik weet dat je klachten hebt, maar van klagen wordt niemand beter." Gisteren hadden twee vriendinnen met mijn vrouw hard gewerkt aan het opknappen van onze nieuwe woning. Toen het theetijd was, kwamen ze uit hun kamers. Een van hen haalde onhoorbaar haar zakje kruidenthee uit haar tasje en zette dat kalmpjes in haar glas met heet water. Zij heeft migraine, maar daar heb ik haar nog maar één keer echt over horen klagen. De tweede bleef zachtjes in haar thee blazen en roeren. Ik pakte het doosje paracetamol uit Sana's handtasje en haalde er snel een tabletje uit dat ik met behulp van de thee doorslikte onder het uitroepen van: "Wat een vreselijk hoofd pijn!" En toen deed ik twee stappen naar achteren om op mijn stoel neer te ploffen met de klacht, "Oef, mijn knieën!" Gebarend naar de keuken en naar mij begon Sana haar nek flink te masseren. "Het is daar zo stervenskoud. Het lijkt wel een koelkast! Oei mijn armen! Wat een vieze keuken! Hadden ze die nooit eens schoon kunnen maken? Feryad, wees barmhartig en schiet me eens te hulp…Ach! Oef! Wai babbaa…"
Verhuizing Door Freeyad Ibrahim Zodra ik een nieuw huis aangeboden krijg, zie ik mijn vader weer voor mij. "Adjaar qablad ddaar," de buur gaat voor de huur. Als kind hadden wij een jaloerse overbuurvrouw. Wij haalden altijd de hoogste cijfers op school, haar kinderen altijd de laagste. Na elk succesvol schooljaar bestookte ze ons huis met bakstenen. Wij kwamen toen bij vader met een voorstel dat hij vlug afwees. "Hoe zou ik mijn mooie tuin met al die granaatappelbomen, sinaasappelbomen, druivenranken, vijgenbomen en de mooiste bloemen ooit kunnen verlaten?" Toen hij overleed hebben wij mijn moeder dezelfde suggestie gedaan, maar ook zij protesteerde. "De wil van jullie vader is God's wil en de mijne ook." Na haar overlijden gingen we allemaal zo ver mogelijk van onze oude wijk wonen. Toen ik in Nederland voor het eerst naar een eigen woning verhuisde, was de naaste buurvrouw met iets heel anders bezig. Zij reisde naar het AZC Emmen, waar ik een tijdje woonachtig was geweest, om te informeren wat voor vlees zij straks in de kuip zou hebben. Bij de deur zei ik volgende dag "Hallo" tegen haar, waarop zij onhoorbaar antwoordde. Op haar lippen zag ik staan: "Zo te horen ben jij een aardige intellectuele vent, maar heb jij tijdens jouw verblijf daar te veel romantische brieven aan mooie jonge blonde vrouwen geschreven." Voor het eerst in mijn leven voelde ik me ineens een bron van gevaar. Op dezelfde avond overhandigde de buurman mij een krant. Ik had daar geen verklaring voor. Op bijna iedere bladzijde stonden berichten over een jonge Friese vrouw die ergens nabij een asielzoekerscentrum dood was aangetroffen. Er is een bekend Arabisch spreekwoord: "Niet alles wat wit is, is vet en niet alles wat zwart is, is dadel." Het leek me of mijn nieuwe buren dit gezegde zonder NIET hadden overgenomen. Nadat ik naar een stadje in de buurt was verhuisd, kwamen enkele landgenoten mij verwelkomen. Onder hen een paar conservatieve religieuzen. Als ze mij in de zomer op straat met een T-shirt eens zagen lopen, maakten ze spottende opmerkingen. "Zo westers! Hoe durf je met blote armen in het openbaar te lopen?! Drink je alcohol? Dat mag niet van ons geloof." Ik zou in hun gezicht willen schreeuwen en de bal terugkaatsen, maar op dat moment gonsden Napoleon's woorden door mijn oren. "Zich terugtrekken is soms de overwinning." Ik schreef direct een brief aan de woningstichting. "Ik wil ergens wonen waar ik alleen maar Nederlanders als buren heb, zo leren wij beter van elkaar." Al gauw kreeg ik een huisje in het dorpje toegewezen waar ik nu al vijf jaar woon. Natuurlijk hebben de mensen het recht om eerst de kat uit de boom te kijken. Ik lachte iedereen zo lief en beleefd mogelijk toe, zelfs een kind en een in de wieg liggende baby. Een van de buurmannen zag ik de eerste week regelmatig om mijn woning cirkelen en met ogen op steeltjes door het raam heen naar binnen kijken. Benieuwd of er een poes of een leeuw lag te slapen?! Na een keiharde witte oorlog met de 'regeltjes' kwam mijn gezin eindelijk bij mij. Eensklaps werd alles anders. Ze hebben direct alle macht in handen genomen. Ze bepalen nu ook waar we gaan wonen. Onlangs ging ik bij de nieuwe buurvrouw in Heerenveen op bezoek om haar in haar onzekerheid een hart onder de riem te steken. Ik stelde me voor en verklaarde dat haar nieuwe buurman schrijver is en dat gebrek aan vervoer en een te klein huis de enige redenen zijn om te verhuizen. "Ik heb een moderne vrouw en drie mooie kinderen. Ze doen het ook heel goed op school." zei ik tegen de aanstaande buurvrouw. Toen ik daarna onze nieuwe woning weer voorbij liep en ergens een stapel bakstenen zag staan, besefte ik dat ik haar vergeten was te vragen of haar kinderen het ook goed doen op school.
Ga door… Kort geleden schreef ik Janne een tweetalige brief met een groot glas Scotch Whisky erbij én een glaasje beerenburg. "Dit is de laatste keer dat ik mijn teksten in het Nederlands schrijf, vandaag is de dag waarop ik afscheid moet nemen van het Nederlandse woord om zo gauw mogelijk weer in het Engels te gaan schrijven. It seems to me that my skill in the Dutch language is still insufficient. I feel sometimes ashamed to be still dependent on you in almost all my writings. I think I have wasted my time here with the most boring and the least used language in the world." Na elke faalgeval in Nederland en in het Nederlands kijk ik weer met begeerte naar de Engelse boeken die op de onderste plank van mijn boekenkast liggen, zoals iemand bij zijn faillissement zijn oude geldkist tevoorschijn haalt opzoek naar oude bankbiljetten. "Schrijven is een eenzaam beroep," antwoordde Janne. "Niemand heeft gezegd dat het gemakkelijk zou zijn. Jij wou eigenlijk naar Engeland, maar bent in Nederland terechtgekomen. Misschien is dat wel jouw tragiek. Maar blijf schrijven." Schrijven is het enige middel waarmee ik mijn verloren identiteit terug kan vinden. Schrijven is de vertroosting dat ik nog knuisten aan mijn lijf heb. Dat ik een deelnemer ben en geen omstander. Dat ik me ook niet zomaar inadequaat voel, ook al ben ik door een mislukte rugoperatie minder adequaat. In mijn eenzaamheid in obscure en barre tijden was de pen het enige gezelschap en het papier de enige betrouwbare vriend. Ik schrijf in een vreemde taal tussen een vreemd volk. Een volk dat zo zacht is als zijde in het gesprek en zo hard als diamant in de beoordeling. Ik zit gevangen in een land waar je mag zeggen wat je wilt zeggen, maar waar je moet doen wat de anderen willen. Dan klinken de woorden van Jellie, de bibliothecaresse van het Opvangcentrum weer in mijn oren. "You'd better go to England, you speak Engish fluently, don't hesitate." Ze gaf me het beste advies ooit. Daaraan denkend zette ik alle Nederlandse boeken op de onderste plank van mijn boekenkast en de Engelse boeken op de bovenste. "Weg met jullie, ik laat jullie aan Hirsi Ali over en de Marokkanen." Moge God of Allah mij zeven jaar jonger en gezonder maken. De tijd van de mens kruipt de eerste tien jaren, slentert de tweede tien, wandelt de derde tien, loopt de vierde tien, maar rent de vijfde en de zesde tien jaar. Soms reageert Sana onthutst als zij mij eindeloze uren achter elkaar zittend, liggend, staande ziet schrijven en vraagt ze me verbijsterd naar al die verspilde energie en tijd. "Ik ben verdwaald en zoek nog altijd het juiste land en de juiste taal! But what a pity! I am not young and healthy enough to start anywhere else afresh." "Ach Sana, ik bevind me voorwaar in dezelfde situatie als die van de Arabische leider Tariq bin Ziaad en zijn leger toen hij Spanje via de zee binnenviel en zijn manschappen toesprak: "De zee is achter en de vijand staat voor, er is dus geen uitweg anders dan door te vechten…"
Cadeautjes Door Freeyad Ibrahim In het vaderland is het de gewoonte dat men cadeaus geeft aan een andere persoon om indruk te maken. Meestal krijgen de mensen die je nodig hebt veel van zulke cadeautjes omdat ze zo meer gemotiveerd worden om je op een of een andere manier te helpen. Ik was leraar Engels. Zeven maanden lang kreeg ik geen bezoek thuis. Totdat de examens kwamen. Dan had ik twee maanden lang elke dag bezoek. De ene leerling kwam met zijn vader of moeder met een grote pot pure honing uit het berggebied als de vader boer was. Van de slager kreeg ik een lammetje als zijn kind niet goed was op school. De automonteur bracht me met zijn zoon twee nieuwe autobanden of hij repareerde mijn auto gratis. Ik weet niet wat voor motivatie mijn eigen vrouw heeft bij het uitdelen van haar eten aan de mensen in Nederland. Maar ik weet zeker dat zij in Engels en wiskunde op de middelbare school altijd onvoldoendes haalde. Voordat zij met mij trouwde was zij vaak met haar ouders bij de leraren geweest om een voldoende te regelen. Zij vertelde mij dat niet en ik wist niet dat zij dat deed totdat ik haar na zes jaar weer zag. "Necessity is the mother of invention," zeggen de Engelsen. In ons dorp hebben wij gebrek aan vervoer, gebrek aan emoties, gebrek aan contact, gebrek aan aandacht, gebrek aan waardering, gebrek aan de taal. En Sana is een genie als kokkin, maar ze heeft geen talenknobbel of de ervaring om op latere leeftijd nog een nieuwe taal te leren. Zij spreekt ook nog steeds de Koerdische taal niet optimaal, hoewel zij twintig jaar tussen Koerden heeft geleefd. En wat zij kan doen om zich te redden in deze nieuwe situatie? Een man die veel ouder is dan zij, in een cultuur waar een vrouw als speelgoed gekocht en verkocht wordt. En een taal waarin zij haar gevoelens niet goed uit kan drukken. En de buren die zich in de gevangenis van hun huizen hebben gestopt. En de gemeente die van haar eist de taal te leren om snel aan een 'uitkeringgelijkmakende' baan te komen. En in te burgeren, hoewel zij hoofdpijn krijgt van het taalprogramma en verplicht achter de computer moet zitten. Zij past daarom al geruime tijd haar oude methode toe. De vrouw die haar naar de stad brengt krijgt van haar kubba, en die haar naar het ziekenhuis brengt krijgt van haar dolma. De schoolmeester die onze zoon extra aandacht geeft, krijgt van haar speciale gerechten die ik zelf never geproefd heb. De meester krijgt van haar zo veel eten dat hij op zijn buik trommelde en wel drie maal achter elkaar zei: "Ik zal het niet vergeten, zodra ik honger heb, ga ik aan je denken." De oude vrouw die haar vanwege haar eten complimenten geeft, krijgt keer op keer speciale zoetigheid. Het lijkt of zij een groot behoefte aan complimenten heeft. Want die vervangen het feit dat zij hier bijna een nobody is geworden. Een onbekende vrouw in een onbekend land. Wie wil nog wat lekkers?
Extreem mes! In mijn jeugd weigerde ik tijdens de Ramadan eens om in opdracht van mijn vader een kip met een mes de hals door te snijden. Om het beestje de tijd te gunnen om weg te lopen, zei ik: "Vader, het mes is niet scherp genoeg," Snel haalde vader het slijpapparaat en stopte dat in mijn rechterhand: "Pak aan en slijp het mes." Daarop maakte hij aanstalten om naar de moskee te gaan, omdat de oproep tot het gebed uit de acht luidsprekers van de moskee klonk (in de koran staat: "Als er voor het gebed wordt opgeroepen dient de moslim zich onverwijld naar de moskee te haasten en zijn zaak en handel te verlaten.") Gelukkig dat vader weg moest. Anders zou hij streng in de gaten hebben gehouden of ik zijn bevel wel uitvoerde. De oproep tot gebed spaarde het kippetje het leven. "Laat me eerst deze taak afmaken," zei ik zeer beleefd. "Vanavond hebben wij een gast en moeder wil de kip braden, ik kom even later." Een witte leugen is honderd keer eerlijker dan een zwarte waarheid. Vader reageerde schor: "Vergeet niet midden in de hals te snijden en laat zoveel mogelijk bloed weglopen anders is het niet halaal." Hij ging weg en ik gooide het mes direct in de vuilnisbak. Ik ging maar niet naar de moskee. Twee vliegen in een klap. Ik vond de imam van onze wijk oneerlijk en een dief. Die mening had ik nooit durven openbaren. Hoe zouden deze ezelskoppen mij ooit geloven? Die vonden de imam Allah en de vertegenwoordiger van de profeet! Volgens mij vertegenwoordigde hij alleen maar zichzelf en zijn dikke portemonnee. Het was 45 graden Celsius en ik moest mijn vasten 's middags wel breken met een glas water, maar dan stiekem natuurlijk. Ik at niet, maar ik wilde geen zelfmoord plegen door niet te drinken. Ik ging naar buiten met de kip in handen, gaf die aan een klasgenoot en ging naar de winkelier Oom Bapier om een kant en klaar geslachte kip te kopen en naar moeder te brengen. Ik hield niet van messen en hekelde om die reden alle slagers van onze stad. Maar er zijn toch geloofsgenoten die wel messenliefhebbers zijn. Eentje daarvan is de Marokkaan Mohammed B, de slager van de dapperheids- en -onvoorzichtigheidskampioen Theo van Gogh. Wie heeft het mes in de handen van de moordenaar gestopt? Zeer waarschijnlijk is het een blinde haatzaaiende imam, een religiehandelaar, een vleermuis die al te graag in de duisternis wil blijven leven en die een hekel heeft aan het licht, een van die types die volgens een van onze oosterse filosofen "weliswaar ook in het zonlicht staan, maar met hun rug naar de zon. Zij zien enkel hun eigen schaduwen en hun schaduwen zijn hun wetten." De wolf en de hyena zijn twee verschrikkelijke roofdieren. Maar als een wolf in een kudde komt doodt hij een prooi zonder extra schade aan de rest toe te brengen. De hyena doodt een prooi maar verwondt tegelijk ook nog eens tientallen andere schapen voordat hij met zijn prooi vertrekt. De hyena is in het vaderland het symbool van een extreem wild dier. Mohammed B. is geen wolf, maar een hyena. Sadiekie
Steensma
Zes
jaar geleden
was de vrouw
van de dominee
zeer aardig
tegen mij. Ik
ging ook vaak
bij hen op
bezoek. Na
twee maanden
zei ik tegen
haar man: “U
bent nu mijn
vriend.”
Hartelijk
protesteerde
hij: “Nee ik
ben jouw
vriend nog
niet, ik ben
maar een
dominee!” De
volgende dag
ontving ik een
brief van zijn
vrouw waarin
stond dat ik
tenminste twee
jaar moest
wachten om een
vriend te
worden. Ik
moest hier aan
denken nadat
ik bijzonder
bezoek had
gehad. Er werd
aangebeld en
toen ik de
deur opendeed
stond daar een
onbekende oude
man die heftig
mijn hand
schudde en
zich
voorstelde:
“Steensma,
de vader van
Dave…” Verbaasd
en aangenaam
verrast
verzocht ik
hem binnen te
komen. Hij is
immers de
vader van een
door Irakese
handen
gesneuvelde
soldaat.
Tegelijkertijd
vroeg ik me af
wat deze man
hier, bij mij,
te zoeken had.
Ik ben de
enige Irakees
in het dorp.
Even werd ik
door een
gevoel van
onzekerheid
overvallen.
Wie weet was
hij zo woedend
op alle
Irakezen dat
hij het bloed
van de eerste
de beste
Irakees die in
zijn handen viel
wel kon
drinken. Het
kon zijn dat
hij wraak kwam
zoeken. Hij
zat een poosje
stil als het
graf. Plots
stak hij zijn
dikke hand in
de zak van de
jas die hij
tot mijn
verbijstering
nog aan had en
haalde daar
een stuk
papier uit
tevoorschijn
dat hij mij
met een beetje
trillende
handen
overhandigde.
Met één oog
op het papier
en het andere
op zijn dikke
gelaat
sprongen mijn
ogen over de
woorden. Het
was een
computeruitdraai
met een foto
met het
Arabische
woord
‘Sadiekie’
en het Engelse
woord ‘Love,’
allebei in
rood en met
dikke letters
geschreven, en
een tekening
van een
bloedrood
hart. Volgens
het
Nederlandstalige
bijschrift
stonden de
woorden en het
hart
geschilderd op
de brug over
de Eufraat in
As-Samawah,
“…
hoogstwaarschijnlijk
dezelfde brug
waarop eerste
sergeant Dave
Steensma is
verwond door
een
handgranaat.
Later is hij
in het
veldhospitaal
in Camp Smitty
overleden.” Toen
ik de naam
Dave uitsprak
keek ik in
zijn ogen of
er tranen in
opkwamen. Maar
die kwamen
niet
tevoorschijn.
Ik vroeg hem
of de relatie
tussen hem en
Dave goed was.
Hij knikte van
ja. Ik vroeg
hem of hij van
de overheid
een auto en
een huis als
beloning had
gekregen. Nee,
schudde hij.
Saddam
Hoessein gaf
die aan de
vader van
gesneuvelde
soldaten. Even
later zei hij:
“Dave
is geen held,
hij werd
vermoord.” Ik
was dat met
hem eens. Maar
ik moest ook
concluderen
dat Dave zijn
taak
vrijwillig
deed en er
niet toe werd
gedwongen,
zoals het
geval was
onder de
dictator.
Ik
wilde een
vriend voor
hem zijn en
bood hem een
kopje van de
beste koffie
die wij thuis
hebben en de
lekkerste
Irakese
koekjes. Hij
nam de brief
weer uit mijn
hand en wees
naar het in
het Arabisch
geschreven
woord met een
flink
vraagteken op
zijn rode
gelaat. “Wat
betekent
dit?” “Sadiekie betekent ‘mijn vriend’ in het Arabisch,” zei ik. “De tekening van het hart is in het vaderland een symbool van pure zuivere vriendschap en liefde en dat kan zowel tussen mannen en vrouwen als mannen en vrouwen onderling zijn.” Ik hoorde zijn ademhaling zachter geworden en zag het vraagteken bijna verdwijnen. Ik legde uit dat Irakezen heel snel met een vreemde bevriend raken. Het kost niet twee jaar maar twee minuten plus twee mooie woorden en een vriendelijke glimlach. Dat is voldoende om de naam Sadiekie te verdienen. Ik
bekeek daarop
de brief nog
een keer. Er
zaten drie
gaatjes in die
waarschijnlijk
door de
handgranaat
veroorzaakt
waren. De ene
granaatscherf
was in het
woord Love
terechtgekomen,
de tweede in
het hart en
het derde in
het woord
Sadiekie. En
dat laatste
was voor mij
het
allerpijnlijkst.
Love en hart
zonder
Sadiekie is
voor mij geen
cent waard. Na
een uur stond
hij op en
schudde me
weer hevig de
hand en
nodigde mij
uit om bij hen
langs te
komen. Ik
bleef in de
deur staan om
de heer
Steensma in
zijn auto uit
te zwaaien en
glimlachend en
luid naar hem
roepen: “Tot
ziens,
Sadiekie
Steensma!” Perfect en vredig Irak Gijzelingen, aanslagen en moorden zijn de middelen waarmee de vijanden van de beschaving zich het duidelijkst kunnen manifesteren. Het Allahuakbar-mesje komt te voorschijn om de ontvoerde te kelen, waarna de slager zich door het leedvermaak laat vermaken. Hoopvolle en gelukkige mensen doen dat niet. Moedeloze schepsels wel. Het zijn mensen die door het leven failliet zijn gegaan en die niets meer over hebben om te verliezen. Was de oorlog echt een bevrijdingsoorlog? Volgens Bush W. is het een onderdeel van het terreurbestrijdingsproces. Met andere woorden: "We gaan aanvallen, het land ruïneren en het volk na dertig jaar trauma opnieuw traumatiseren om Amerika te kunnen beveiligen." Wat een verachting! Wat een minachting! Wat een arrogantie! Wat een superioriteitscomplex jegens de wereldbevolking! Wat een schokkende hotemetoot, deze kleine superman! Straks gaat hij Falludja en Samarra platbombarderen om Osama bin Laden in Afghanistan in zijn kraag te vatten. Een veilig Amerika is een onderdeel van een veilige wereld. De wereld veiliger maken is echter de specifieke taak van de VN, maar onder Kofi Annan is die machtelozer, besluitelozer en sprakelozer dan ooit. In tegenstelling tot de VN voorzitter, vind ik de Irak-invasie volkomen legaal. Het was volstrekt rechtvaardig en fair. Niet als terreurbestrijding - maar de aanval op en de val van de dictator zie ik als een internationale historische correctie van een internationale historische misdaad die dertien jaar geleden in de naam van VN tegen het Irakese volk is gepleegd. Het volk werd nimmer zo wreed en brutaal onderdrukt nadat de vader van Bush geheel onverwachts de gemotiveerde opstandelingen in de steek liet. En de Irakese kinderen werden nimmer zo weerzinwekkend uitgehongerd als toen het volk economische sancties werden opgelegd door deze zwarte organisatie. En waarom is de invasie pas nu, na meer dan twee jaar plots illegaal? Ik bewonder Bush W. overigens om zijn onmetelijke dapperheid, maar ik voel me toch wel eens misselijk worden van zijn walgelijke dwaasheid! Dankzij zijn dapperheid is Irak van het vuur verlost. Dankzij zijn domheid is het volk in het moeras van de Allah-fanatiekelingen verzonken. Dapperheid en domheid zijn onafscheidelijk. Deze onafscheidelijkheid zal, tragisch genoeg, Bush W. zijn troon kosten bij de komende verkiezingen. Om te redden wat er nog te redden valt, kondigde Donald Rumsfeld kort geleden af dat het niet uitgesloten is dat de Amerikanen na januari de troepen geleidelijk aan naar huis zullen halen. "Irak is nooit perfect en vredig geweest en zal dat waarschijnlijk ook wel nooit worden," argumenteerde hij. De regering Bush focust op dit moment alleen maar op het voorlopige omfloersen van de oorlogstrom. Het is weer een beetje aaien over de bol van de Amerikaanse burgers die steeds meer doodskisten met de Amerikaanse vlag thuisbezorgd krijgen. Of er in Irak echt verkiezingen komen in januari is, gezien de wanorde en ontregeling, onwaarschijnlijk. Zelfs als deze verhoopte verkiezingen daadwerkelijk worden gehouden, kan men stembusfraude niet uitsluiten. De meerderheid van fundamentalistische Sjiieten is een obsessie voor de Amerikanen en the Bushes in het bijzonder. En Bush heeft tenslotte ervaring met het vervalsen van verkiezingen. In het brein van de Amerikaanse strategiemakers is een ander post- verkiezingsscenario in de maak. Met de moed der wanhoop trekken de VS hun troepen uit Irak terug. En dan breekt er een burgeroorlog uit. Dan zal er op een gegeven moment een Irakese kolonel of een enthousiaste soennitische ex-generaal opduiken die de macht in handen grijpt. Die dient, als voorwaarde om te kunnen blijven regeren, zijn loyaliteit te betuigen aan de supermacht. Deze Irakese Karzai of Musharraf zal op zijn beurt de Arabische vagebonden en Allahuakbar-bandieten tot aan de hel gaan verjagen. En die zal, op de wijze van alle Arabische golfsjeiks, goedschiks of kwaadschiks, voor zijn heren en oliechefs nederig neerknielen. "Irak mág nooit perfect en vredig worden," heeft Rumsfeld vast bedoeld. Wie is de terrorist? Vandaag zie ik Maam Rostam uit het dorp Halabdja voor me, die tien minuten voor de gifaanval naar de bergen was gegaan om zijn land te ploegen. Zo overleefde hij het inferno. Hij verloor zijn hele gezin. De zielen van zijn vrouw en acht kinderen waren in vijf minuten tijd naar het eeuwige vaderhuis verplaatst. Sindsdien zit hij op hetzelfde dak van het wederopgebouwde huis met een traditionele houten pijp in zijn mond om er treurig in te blazen. En hij praat sedert met niemand. Een oude vrouw die twee ogen verloren heeft, vertelde me eens over het gas: "Het rook naar sinaasappel, heel lekker, ik wist niet dat het mij blind kon maken." Ik zie hoe de bergen als woestijnen zo kaal, boomloos, bloemloos en plantloos zijn geworden. Zelfs het onkruid krijgt geen kans meer. Poere Aisha, een van de overlevenden, die op één been en met twee krukken onder de armen staat, zegt: "Wij kennen vele doden en lijden nog immer terwijl Ali Chemicali nog leeft en geniet bij zijn gifgasleveranciers." Aan de zijkant van een weggetje staan zes middengrote gasflessen waarin planten zitten. Gyjaan, een meisje met één oog, één arm en één voet, wijst er sidderend naar en zegt: "Het zijn de bommen die door de vliegeniers van Ali Tsjimiaai (zo spreken ze die naam uit) op ons werden gedropt." De slachtoffers van het Irakese dorpje dat vijfduizend zielen telde, waren merendeels kinderen. Net als in Beslan. Kan een mens zo ver ontaarden zonder zijn menselijke identiteit op te geven? Ik lijd deze dagen aan een soort droefgeestigheid, wat mij sinds de gifgasaanval op Halabdja in 1988 niet is overkomen. Ik heb mijn eigen ziekten al verzuimd, ik ben onbarmhartig met mijn lichaam en geest, ik lig lang te overpeinzen, ik laat mijn geweten niet in slaap sussen. Ik laat me zelfs niet indommelen. Ik zal me laten uithongeren. Het zou een daad van barbarij zijn om uit te rusten en van het leven te genieten terwijl daar baby's in het ziekenhuis liggen en zij die minder gelukkig zijn onder de aarde liggen begraven. Ik zou me nu liever opsluiten dan buiten in de natuur te wandelen op het moment dat de bloemen van vlees en bloed, de bloesems en knoppen vroegtijdig met bebloede gewetenloze handen zijn gesnoeid. "Hoe heeft dit kunnen gebeuren?" Ik stel deze vraag als een bescheiden burger die in deze moderne wijde oceaan ook wat aandacht naar zich toe tracht te trekken. Het recente bloedbad dat op de school in Beslan werd aangericht is een bloederige botsing tussen de Tsjetsjeense aandachtvragers die door razernij, langdurige frustraties en machteloosheid met volle afkeer en walging jegens zichzelf en de menselijkheid optreden. En wat is de wijze waarop de gijzeldrama eindigde anders dan de invulling van het algemene arrogante gedachtegoed aan de kant van president Poetin en de Russische burgerij jegens landgenoten die tot een minderheid behoren? Ieder misdadiger claimt dat hij zelf het slachtoffer is. Als je Saddam Hoessein in de rechtszaal gaat vragen: "Wat mankeerde jou om de genocide tegen jouw eigen volk te plegen?" zal hij antwoorden: "Mij treft geen enkele blaam, ik deed dit uit zelfverdediging. Er waren in mijn land vele samenzweringen tegen mij. Vraag dat maar aan Reagan en Bush sr." Saddam was slachtoffer van zijn eigen hersenspinsels. Er vallen elke dag tientallen doden in Irak. De Amerikanen beschuldigen de islamitische terroristen van de chaos en de aanhoudende bloederige gevechten, terwijl die juist zeggen dat de aanwezigheid van de Amerikanen in Irak tot de chaos heeft geleid. En de slachtoffers blijven maar vallen. Dat geldt ook voor het Palestijnse volk. En Sharon en zijn rivaal Arafat, blijven ieder op eigen wijze maar de slachtofferrol spelen. En de dagelijkse slachtingen onder de onschuldigen aan beide kanten gaat ongehinderd door. Eigenlijk is de wereld momenteel nauw beklemd geraakt tussen de hamer van de machthebbers en aanbeeld van de machteloze, vooruitzichtloze gefrustreerde zelfmoordplegers. Wat is de ontzaglijke aanwezigheid van het onhebbelijke Amerikaanse leger in Irak zelf anders dan een arrogante machtstentoonstelling jegens het Midden-Oosten. Is de wijze waarop Amerika het internationale terrorisme aanpakt echt een wijze… wijze? Neen, de wereld is verhard, de terreuraanslagen zijn tegenwoordig nog meer verspreid, uitgebreider en furieuzer geworden. En geweld tegen geweld is natuurlijk een onbegonnen tactiek. Bovendien riekt deze oorlog momenteel meer naar een verkiezingsoorlog dan een bevrijdingsoorlog. Elke harde aanval op welk doel waar dan ook in de wereld is tegelijkertijd een aanval op de democratische kandidaat John Kerry. Ik denk daarom niet dat de Amerikaanse Republikeinen echte tranen om Beslan hebben vergoten. Mijn zoontje, zo bedroefd door de bloederige beelden, vroeg me gister, "Wie is de terrorist, pap?" Ik wist zo gauw geen antwoord te bedenken. Voorwaar! Het is nu eenmaal een oorlog tussen de goden en de duivels. En zelfs in de koran staat dat het mensdom het slachtoffer is in de strijd tussen Allah en Sheitaan, vanaf het moment van de schepping. Want anders zouden wij met z'n allen nog steeds in de eeuwige vredige Hemel hebben gezeten! En wie probeert erachter te komen wie van de ruziënde partijen de duivel is en wie God, die moet waarschijnlijk wachten tot de dag van de opstanding!
De
eer van de
Irakezen
Niet Belangrijk Zeker weten, mevrouw van het persbureau, ik ben niet belangrijk. Zelfs een haartje van Dick Advocaat op de Telegraaf is veel belangrijker dan mijn hele lichaam. Want het haartje brengt geld voor u - geen glorie, geen eer, geen moraal. Kijk eens naar het Friesch Dagblad. Zij wordt dunner en dunner met de dag. Kijk weer eens naar de Telegraaf. Zij wordt dikker en dikker met de dag. De tweede is dik omdat zij volgens de mediacultuur van nu heel belangrijk is. De eerste, die ik soms mijn lotgenoot noem, is dun omdat leugentjes ontbreken, omdat zij nog steeds geen erotische massages en hoeren aanbiedt. Elke keer als Geertje de twee kranten, dus de dikke en de dunne, in mijn brievenbus gooit, word ik overmand door verdriet. Dan moet ik denken aan hoe verwaarloosd mooie, eerlijke, geloofwaardige woorden in deze samenleving zijn, hoe de mentaliteit in dit land gewond en beschadigd is geraakt door de uiterlijke kant der dingen. Zeker weten mevrouw van het persbureau: ik ben niet belangrijk. Maar ik ben wel trots op mezelf, ben er trots op dat er velen, die de zedelijkheid en de moraliteit nog belangrijk vinden voor een gezonde maatschappij, mij ook belangrijk vinden. In mijn denken tellen hun criteria, dus die van u niet. Als u mij niet belangrijk vindt, komt dat door het feit dat u belangrijk zijn associeert met schaamteloosheid en onfatsoen. Volgens uw overtuiging is ex-wethouder R. Oudkerk honderd keer belangrijker dan alle andere wethouders van dit land. Omdat u mij niet belangrijk vindt, vindt u vervolgens mijn boek ook niet belangrijk. Omdat ik, volgens u, niet belangrijk ben hebt u ook gedurfd om mij uit te maken voor leugenaar. Sinds mijn geboorte heeft niemand mij ooit als een leugenaar bestempeld. Ik moet dan even naar de reacties van de lezers kijken. Ik heb trouwens al heel mooie reacties van goede mensen ontvangen. Hier een paar voorbeelden: "Ademloos heb ik het uitgelezen. Het geweldige vind ik dat je het doet zonder ook maar een moment grof of kwetsend te zijn. Daar kunnen onze cabaretiers wat van leren." "Duidelijk liefdevol maar vooral bedoeld om aan te zetten tot wederzijds respect." "Bedankt voor de brug die je slaat tussen geloven door ieder in z'n waarde te laten." "Jouw humor is als een spiegel die mij 'mooier' maakt." Ach, als er maar een enkel seksueel schandaal in mijn boek stond, dan zou u daar een mooie recensie van hebben gemaakt. Op dit moment verzamelt zich uw Nederlands journalistengilde, verslaggevers, redacteuren en tv-presentatoren, rond het saaiste boek van de afgelopen jaren alsof ze een schatkist hebben gevonden. Nee, ik heb me net vergist, die schatkist is er al. Dankzij de kut van Monica. U vindt Bill nu ongetwijfeld veel belangrijker dan toen hij president was. Ik ben echter niet de enige "niet-belangrijke" in de wereld van de Media en het wereldje van uw persbureau. Alle daklozen, alle kanslozen, alle zieken, alle gelovigen, alle beleefden, alle respectvolle mensen, alle religieuze mensen, alle zwakken, alle zwijgzame wezens, alle oude mensen, alle allochtonen, alle asielzoekers, alle kwetsbaren, alle eerlijken, alle fatsoenlijken, alle liefdevolle vrouwen en mannen zijn volgens u ook niet belangrijk. Hebt u trouwens ooit het Friesch Dagblad gelezen? Ik weet het niet. Maar ik weet zeker dat u dik bent, gezond bent van buiten, want ook u leest die dikke krant van Nederland. Maar van binnen bent u mager en ziek. Desondanks vind ik u niet "Niet Belangrijk". En dat is het verschil de 'dunnen' en de 'dikken'!
D-DAY "We will not wait for known enemies to strike us again," zei Bush ooit. Geen absurde redenering om een oorlog te beginnen. Wraak. Dapper. Kort geleden schreef zijn zo beminnelijke voorganger zijn autobiografie "My Life". Terwijl Bill Clinton op de bank lag te slapen in het Witte Huis, greep Osama Bin Laden in Afganistan de kans om te ontsnappen. De voormalige alleenheerser van Bagdad is al weg om plaats te maken voor het internationale terrorisme. De Irakezen zijn bevrijd van 'slager van Bagdad' maar lijken nu in de handen van de "Allahu Akbar Slagerij" terecht te komen. De wereld staat vandaag tegenover een nieuwe en kennelijk aanstekelijke bedreiging die niet minder is dan het nazisme! Het is opnieuw D-Day. De invasie van Irak is nog niet tot een goed einde gebracht, en na zestig jaar doet Amerika nu beroep op Europa om van Irak een nieuw Normandië te maken. Hoopgevend. Voor zowel de Amerikanen als de Irakezen. Dapper is G.W. Bush. Maar dom is hij ook. En domheid en dapperheid zijn onafscheidelijk. Ik was toch niet dom toen ik hem steunde. Premier J.P. Balkenende ook niet die voor de oorlog nog zei: "Het is de firma list en bedrog. Ze moeten geen ruimte aan Saddam Hoessein geven voor meer spelletjes." De ultieme standvastigheid. De domheid betreft wat er daarna is gebeurd. Als je een regering verdrijft, moet je allereerst het machtsvacuüm opvullen. Volle vrijheid geven aan een volk dat dertig jaar onderdrukt is, wordt misverstaan, misbruikt en misgeïnterpreteerd. Het afschaffen van het Irakese leger was een grote fout. Het uiteindelijke doel - "de democratisering van Irak" - weerspiegelt weer deze domheid en kortzichtigheid, en getuigt ervan dat mister President wat getikt of misschien net afgekickt is. Amerika heeft "the hearts and minds" van de Irakezen nog altijd niet gewonnen. "Je kunt geen vrijheid vieren als er sprake is van angst of een gebrek aan voedsel," zei de Amerikaanse president Franklin Roosevelt na de bevrijding van de Duitse bezetting in Europa. Daar komt bij dat de Irakezen weinig vertrouwen hebben in hun bevrijders. In het geheugen van de gemiddelde Irakees is Amerika de duivel die alle wereldsproblemen op zijn geweten heeft. Zelfs AIDS, SARS, kanker en terrorisme zijn van Amerikaanse makelij. De Irakees is wel slim genoeg om te beseffen dat Irak het eeuwige slachtoffer is van de Amerikaanse bemoeienis in hun regio. De bevrijdingsarena is nu veranderd in een slagveld tussen twee vijanden waar het volk niets te maken heeft. De oorlog is voorwaar eindeloos geworden. Door de zware sancties, de VS gebruiken de VN als het hen zo uitkomt, leven de Irakezen in erbarmelijke omstandigheden. De Irakezen hebben zelfs het vertrouwen in zichzelf verloren. De alleenheerser zaaide voortdurend haat. Het volk is vervolgens ontaard. Ze voelen zich ook meerdere malen bedrogen, verraden en het slachtoffer van verschillende machtsstrijden: tussen de extremisten en de Amerikanen, tussen de bevolkingsgroepen onderling, tussen de Amerikanen onderling voor de presidentiële verkiezingen, en tussen de Amerikanen en Europese bondgenoten. Irak staat nu op de drempel van een nieuwe tijdsperk. De uitdagingen die de interim-regering te wachten staan zijn onpeilbaar en ontelbaar. De machtsstrijd kan een bloedige vorm krijgen. De handen van de interim-regeringsleden die op het podium voor de camera's elkaar schudden, kunnen later tegen elkaar vechten. Ze lachen, maar feitelijk is het tandenknarsen. De machtsstrijd blijft de situatie opgrond overschaduwen. Er zijn meer dan vijftig nationale, etnische, religieuze, islamitische, communistische, baathistische, Koerdische, christelijke, Turkmeense partijen die daar actief zijn. De vijandschap tussen de Koerden en Sjiieten is op dit moment zichtbaarder dan ooit. En de sjiietische gemeenschap die de meerderheid vormt, eist in 'een nieuw Irak' het politieke mandaat op. Wat de soennitische Arabieren en de Koerden nooit zullen aanvaarden. Zelfs het redelijk rustige Koerdistan is een wespennest, een kruitvat. De Koerden zijn het grootste volk op aarde zonder eigen land. Ze streven naar zelfbestuur binnen Irak. Ze zijn al decennialang de speelbal van de regionale grootmachten. Voor hun gold ook het onappetijtelijke motto: "De vijand van mijn vijand is mijn vriend". En het gevolg was de genocide met mosterdgas op 16 maart 1988. De Irakezen leven nog te veel in het verleden. Er zijn ook nog duizenden leden van de Baath-partij en aanhangers van het oude regime die er alles aan doen om hun negatieve strijd voort te zetten. En de buurlanden houden hun handen ook niet thuis. In plaats van bevrijdingsbloemen sturen ze bommen en explosieven naar Irak. Maar ik houd het op een oud Koerdisch gezegde: "Een boom gaat nooit dood zolang het gevaar buiten zit." En wat is nou de uitweg uit die lange duistere tunnel? Eerst een nieuw leger opbouwen. De Irakees heeft de neiging ontwikkeld om naar niemand te luisteren en geen kracht te vrezen behalve het eigen leger en de eigen veiligheidsdienst. In het land van absolutisme luistert men liever naar de kracht van de mens dan naar de kracht van de wet. Misschien is het kiezen van de clanleider, sjeik Gazi al Jawar als ceremonieel president van Irak nu, daarom een slimme keuze geweest. De komst van internationale troepen is van belang, maar het kan de stabiliteit toch nog niet garanderen. Ook kan het van geen enkele invloed zijn om het verzet te verminderen. De overheersende Amerikaanse obsessie blijft echter dat de fundamentalistische groeperingen het uiteindelijk voor het zeggen krijgen. Misschien is er in dat geval al een nieuwe Saddam in de maak bij het Pentagon. Mijn advies, als ex-Irakees, is gericht aan zowel de oude als de nieuwe leiders en de gezaghebbers onder de politieke partijen en de etnische bevolkingsgroeperingen is en blijft: "Acht het belang van het land hoger dan je eigen persoonlijke belangen. Niet de tegenstellingen uit het verleden eerst willen oplossen. Schuif die aan kant. Kweek solidariteit en werk eerst samen aan de opbouw van het land. Die autonomie voor de Koerden komt later wel, de godsdienstvrijheid voor sjiieten ook." Een verzoek wil ik nu nog indienen bij het volk in het bijzonder, "Dit is die historische kans! Dit is die gouden kans! Pak hem, laat hem niet uit je hand vallen, want anders moet je een nieuwe tiran met dezelfde inhoud maar andere vorm verduren, het juk van ellende, slavernij en slagerij weer accepteren. Dan valt de bevrijders niets te verwijten. Je eigen schuld, de wereldopinie zou geen enkele blaam treffen! 28-6-2004 KRAB De krabben en de kreeften hebben in het vaderland de naam ‘billenknijpers’ gekregen. Als je na een slopende reis te paard of op de ezel bij de rand van een waterbron wilde uitrusten, moest je eerst heel goed rondkijken. De kans was groot dat er plots een krab tevoorschijn sprong om met zijn twee vreesaanjagende lange tangen op het moment dat je met een onweerstaanbare slaperigheid worstelde, je in je billen te knijpen. Met een behoorlijke schrik sprong je dan op om eerst je gal over je eigen onoplettendheid te spuwen, en daarna met al de kracht die je in je benen had een onstuimige schop te geven onder de kont van het onbreekbare en buigzame doorboorapparaat. Ria
Lubbers zie ik
nu onbekommerd
toekijken hoe
haar man over
het
internationale
zitvlakschandaal
struikelt.
Maar Ruud is
niet de enige
Nederlandse
politicus die
struikelt. De
Nederlandse
politiek heeft
iets met het
struikelen.
Kok verloor de
glans van een
Vader des
Nederlands
omdat hij vlak
voor de finish
nog over
Scebrenica
struikelde. Als
de baas
zichzelf eens
niet meer de
baas is, valt
hij als een
gemakkelijk
prooi in de
val van zijn
onderbaas. Wat
bezielde deze
oude Ruud
toch? Ik werd
door een
gevoel van gêne,
diepe schaamte
en smart
overvallen
toen ik van
deze
ongewenste
intimiteit van
de Hoge
Commissaris
van UNHCR
vernam. Was
hij blind van
het feit dat
een landje als
Nederland niet
tegen
schandalen
kan? Om weer
schoon en
behaaglijk uit
een
schandalen-sloot
te kruipen,
heb je
Amerika,
glans, geld en
Hillary
Clinton nodig.
Dan schijnt
het pijpen
fatsoenlijker
te zijn dan
het knijpen.
Arnold
Schwarzenegger
kneep in de
tepels van de
Britse
tv-presentatrice
Anna
Richardson en
toch slaagde
hij op zijn
weg naar
California
’s
gouverneurspost.
Het
recht van de
sterkste geldt
kennelijk ook
bij de
seksuele
schandalen.
Met zijn
onfatsoenlijke
daad riep Ruud
Lubbers
herinneringen
uit het
vaderland in
me op, en
bezorgde hij
tegelijk Kofi
Annan een
nieuw
VN-schandaal -
na de recente
fraude in het
“Olie voor
Voedsel
Programma”. UNHCR,
FAO, WHO, VN
en de andere
humanitaire
organisaties
die tijdens de
economische
sancties in
Irak werkzaam
waren, hebben
alle
internationale
normen en
mensenrechten
met de voeten
getreden. Ze
waren allemaal
corrupt en
betrokken bij
onzedelijke
handelingen.
Ze hadden
naast hun
eigen speciale
medewerkers
ook behoefte
aan wat
Irakese
arbeidskrachten.
Maar men kwam
pas in
aanmerking
voor een of
een ander werk
als aan twee
voorwaarden
werd voldaan.
Ze moesten
over een
bemiddelingsbewijs
beschikken van
een
gezagsdrager,
en ze moesten
daarnaast in
staat zijn om
mooie meisjes
voor de
organisatie te
regelen.
Aforistisch
hebben wij, om
die reden, het
beruchte
programma de
naam “Olie
voor Kut”
programma
gegeven.
Slechts tien
procent uit de
inkomsten van
bijna een
miljoen
olievaten per
dag werd
daadwerkelijk
besteed aan
voedsel en
medicijnen
voor de zwaar
onder sancties
lijdende
Irakezen. De
rest daarvan
werd tussen
deze verdachte
organisaties,
de politieke
maffia daar en
hun
kuttenverkopers
eerlijk
verdeeld. Voor
mij is het dus
niet
verbijsterend
dat een hoge
commissaris
van de
vluchtelingen
in de billen
van een
medewerkster
knijpt. Maar
het lijkt mij
wel volstrekt
krankzinnig
dat hij
daardoor zijn
post verliest.
Bij deze
corrupte
organisaties
werd er niet
alleen in de
konten
geknepen, maar
ook in de
kutten.
Terecht is het
dus dat die
kuttenknijpers
een zwaardere
straf gaan
ontvangen dan
de
kontenknijpers.
Onterecht is
het dus dat
Lubbers tot
ontslag wordt
gedwongen. In
het huidige
tijdperk van
de verziekte
moraal zit de
wereld vol
Rebecca’s,
Monica’s en
Anna’s. Ook
lijkt de jacht
op rijke en
beroemde
mannen door de
geld- en –
beroemdheidzoekende
vrouwen de
mode van de
eeuw geworden.
De duivel van
de eeuw – de
media –
betaalt en
beloont de
schaamtelozen
gul en
overvloedig
ook. De
enige
vertroosting
voor deze
internationale
oude krab ligt
nu bij Ria
Lubbers, die
net verklaarde
dat zij haar
Ruud thuis met
open armen zal
ontvangen.
Zijzelf is ook
nog wel
enigszins
gebaat bij de
billenaffaire.
Zij had nog
anderhalf jaar
moeten wachten
voordat zij
haar
vrouwengek
Ruudje thuis
terug had
kunnen
verwachten.
Een kneepje in
de bil
verwerkelijkt
een wens soms
bliksemsnel. 7-6-2004
IRAK EN DE MACHTSTRIJD De geschiedenis van Irak is vol bloederige conflicten om de macht tussen verschillende bevolkingsgroeperingen. Het verhaal van de Heerser van Al- Hadjdjaadj is bekend bij bijna alle Irakezen, jong en oud. De politieke situatie in Irak was, door langdurige bloederige gevechten tussen de stammen, zo verslechterd dat de "Kalief van de Islam" die strenge man er naartoe stuurde om de orde te herstellen en de rebellie met ijzeren hand te onderdrukken. Hij ging naar de stadsmoskee in Koefa. Zijn mannen hebben de inwoners al opgeroepen om zich daar te verzamelen. Daar besteeg hij gemaskerd de minbar en sprak het volk als volgt toe: "Jullie, het volk van Irak, jullie de bron van conflict en hypocrisie, ik zal jullie als een kudde wilde kamelen slaan, ik zal jullie aan dadelboomstammen kruisigen…" Op dat moment stond er een man in de menigte op en riep tegen hem, 'En wie ben jij zelf?" Hij zwaaide met het Mohammedaanse zwaard en antwoordde: "Ik ben de zoon van de opheldering tussen de duisternis en het licht, zodra ik mijn masker afdoe, herkennen jullie mij." Hij deed het en liet zijn boze gezicht zien. Eensklaps heerste er een absolute stilte, niemand durfde zelfs naar hem te kijken. Hij regeerde zo'n drieëntwintig jaar en het land genoot in die tijd volmaakte vrede. Het land van conflicten en hypocrisie werd altijd door tirannen, megalomanen en dictators geregeerd. En Saddam was een van de bloederigste tirannen in de Iraakse geschiedenis, een die van die conflicten overvloedig gebruik maakte. "Verdeel en heers!"was de enige tactiek die hij kende. Alle oppositie, zowel van politieke als religieuze fanatici, liquideerde hij genadeloos - meteen en ter plekke. Maar wie heeft deze Saddam gemaakt? Het antwoord is Amerika, het Westen en de Arabieren zelf. Amerika vanwege zijn internationale belangen in de regio. In de jaren tachtig was Saddam een bondgenoot tegen het fundamentalistisch Iran. En "een vijand van mijn vijand is mijn vriend", was het onappetijtelijke motto. Het Westen keek alleen naar de oliebronnen. Maar wie heeft hem zolang aan de macht laten blijven? Het antwoord is: "Wij, de Irakezen zelf." Het was de schuld van het volk. Hij beval, en het volk gehoorzaamde blind. Als de angst bezit neemt van het hart, is de vrijheid weg. Erger nog, er waren mensen die de dictator van harte hekelden, maar toch hun snor lang lieten groeien, omdat die zo op Saddams snor zou lijken en geliefd zou worden door hem en zijn kudde volgelingen. Of men droeg een zwart pak omdat hij dezelfde kleur prefereerde. Of men droeg een grote zwarte bril, zoals hij die vaak op had. Sommigen gingen nog verder en hadden zijn foto aan de muur van hun kamers gehangen om ervoor op de knieën te gaan om hem te aanbidden. Was dat allemaal angst of hypocrisie? Als een broer aangifte doet bij de geheime dienst tegen zijn eigen broer, en de zoon de vader verraadt uit angst of voor geld, is het dan voor een deel niet de schuld van ons allemaal? Het totalitaire systeem heerste in alle bevolkingsgroeperingen en maatschappelijke kringen. En in de mentaliteit van de Irakees ook. Men luistert liever naar de stem van de mens dan naar de stem van de wet. Want de wet is in de mens zelf gepresenteerd, en niet andersom. De sjeeg in een stam in Falloedja is een kleine dictator in zijn eigen stam. De ayatollah of hudjdjattullah of een imam in Karbala of Nadjaf heeft het eerste en het laatste woord. Zelfs in het Koerdische noorden zijn de leiders van de twee grootste partijen dictators in hun eigen landsdeel. De verhouding tussen de Arabische soennieten, de Arabische sjiieten en de Koerden was en is nog steeds gevoelig en fragiel. Dit heeft zijn wortels in de geschiedenis. De sjiieten geloven dat Ali, en later zijn zonen Hassan en Hoessein, de Profeet Mohammed moesten opvolgen, en dat de soennieten dat historisch recht van hen gestolen hebben. Sindsdien vormen ze de oppositie onder de moslims. De Arabische soennitische minderheid had dus door de geschiedenis heen de touwtjes in handen. En Saddam was de laatste soenniet die de macht greep. En de allerbloederigste ook. Saddam Hoessein, Hadjdjaadj de tweede, zoals wij hem soms stiekem noemden, was een soennitisch leider die de sjiieten zwaar onderdrukte en hun stem liet verstikken. Was hij een zegen of was hij een vloek? Allebei tegelijk eigenlijk. Een zegen, want hij verenigde alle verschillende etnische en religieuze groeperingen. Een vloek, want hij ruïneerde het land. Wat willen de Irakezen nou? Dat is de hamvraag. Waarom al dat verzet tegen de coalitiemacht? Irak is na dertien jaar economische sancties als een uitgeput lichaam op het sterfbed. De Irakezen zouden zelfs de duivelsregering accepteren als deze welvaart en vrede kon terugbrengen. Maar er is toch nog geen enkele stap in die richting genomen. De twijfel in de zielen en de harten van de Irakezen aan de goede bedoelingen van de Amerikanen neemt toe. Sommigen vragen zich zelfs af wie Amerika uiteindelijk heeft bevrijd: Saddam of het volk? Het heftige verzet is in Falloedja begonnen. Onder nieuwe nationalistische soennieten. Als het verzet alleen in het soennitische westen, in het midden en een deel van het noorden van Bagdad was ontstaan, zou men het over de oude aanhangers van de oude dictator hebben, maar nu de sjiieten ook in opstand gekomen zijn, die het zwaarst onder de oude bewind hebben geleden, moet men een andere verklaring voor de situatie zoeken. Misschien vraagt u zich af: waarom is er geen verzet is in het noordelijke, Koerdische deel van Irak? Het antwoord is dat er in de regio twee kleine dictators het gezag stevig in handen hebben. En de Koerden zullen toch nooit de kans krijgen om het land te besturen. Tijdens Saddam's bewind waren er een paar Koerdische ministers, maar die werden door de bevolking "Mister Ja inshaa Allah"genoemd vanwege hun machteloosheid. De situatie is echter zeer zorgwekkend. Het was en het is nog steeds een Amerikaanse obsessie dat in het zuiden fundamentalistische sjiieten de macht in handen krijgen. Die obsessie was er de directe oorzaak van dat de opstand in 1991 faalde. Het verzet tegen de bezittingsmacht is niets anders dan een strijd om de macht tussen de twee grote religieuze stromingen. Om meer macht te krijgen in de regering, welke dan ook, die eind juni waarschijnlijk gevormd zal worden. De sjiietische meerderheid vindt dat ze meer stemmen en ministersposten moeten hebben in die komende regering. Maar zullen de soennieten en de Koerden dat aanvaarden? Nee, zeker niet. Zouden de Amerikanen zelf aanvaarden dat bijvoorbeeld ayatollah Al-Sistaani , de hoogste geestelijke in Nadjaf, de nieuwe leider van Irak wordt? Onvoorstelbaar, want die zou meer naar de stem van de Iraanse geestelijken luisteren dan naar de stem van zijn eigen volk. Dan is de kans erg groot dat het redelijke, moderne Irak terugvalt in de middeleeuwen. We staan op een keerpunt in de Iraakse geschiedenis. Er zouden verkiezingen, een regering, grondwet en een kabinet komen. Maar de situatie in de regio, de revolutionaire aard van de Irakezen, en de oeroude machtsstrijd tussen de twee stromingen blijft de situatie overschaduwen. Zelfs als er tijdelijk rust en stabiliteit terug zou keren in het kapotte land, zou dit weer kunnen leiden tot opstanden en staatsgrepen. Dan zal Amerika een nieuwe bondgenoot zoeken tegen het internationale terrorisme. En het onappetijtelijke motto "een vijand van mijn vijand is mijn vriend" zal deze keer gelden voor vijandige groepen binnen het Iraakse volk zelf: de soennieten en de sjiieten zullen elkaar vinden.. Ook een nieuwe vorm van Saddamisme of een nieuwe Saddam kan men niet uitsluiten. Die wij dan misschien wel weer de derde Hadjdjaadj mogen noemen…! SCHIET NIET OP DE IRAKEES! Door Freeyad Ibrahim Tijdens Saddam's invasie aan het begin van de eerste Golfoorlog in het buurland Iran had een Irakese schilder in ballingschap een karikatuur gemaakt van Saddam Hoessein die in opdracht van Amerika de Tiran van Teheran zo'n schop onder de kont gegeven dat zijn voet in de kont van zijn rivaal vast zat. Hoewel Saddam zijn voet eruit wilde trekken, lukte hem dat niet. De wereld keek lachend toe. Mijn vader sprak ons op dat moment toe, "Allah zegt dat de tiran mijn zwaard is waarmee ik wraak neem op een andere tiran. Zodra het met de eerste gedaan is, keer ik me tegen de tweede tiran en neem ik weer wraak op hem door de andere tiran." De Irakezen hebben in dertig jaar van het bewind van Saddam en zijn Baath-partij alleen bevelen en opdrachten van boven gekregen en de wil van de tiran blind gehoorzaamd. Daar werd, door geld en beloning, de broer tot een spion gemaakt van zijn eigen broer, de zoon spion van eigen vader en de vader spion van eigen zoon. Er is geen band van vertrouwen tussen zowel de individuen als tussen de bevolkingsgroeperingen. En als er onderling al geen vertrouwen is, waarom zouden ze dan wel de Amerikanen vertrouwen? Democratie en de wetgeving in de westerse zin baten dan ook niet in dat land. De Irakezen begrijpen nog niet wat democratie inhoudt. Zou het Nederlandse volk op dit moment een dictatoriaal regime kunnen aanvaarden? De Amerikanen zijn ook niet geslaagd om het hart en het hoofd van de Irakezen te veroveren zoals de verwachting was. De\afkeer tegen het woord "Amerika" is in de ziel van de gemiddelde Irakees ook zeer groot. Tijdens het oude regime moesten zelfs de schoolkinderen de leus "Dood aan Amerika, dood aan het Zionisme, dood aan het Imperialisme" dagelijks tenminste een keer gezamenlijk roepen. En een jaar om die gedachte te ontwortelen is te kort! Bovendien: hoe kan je het hart en de ziel van een volk winnen als er geen enkele sprake is van levensverbetering in de periode na de val van het oude regime? "Out the frying pan into the fire…" hoor je de intellectuelen onder de Irakezen tegen hun beschermers roepen. De kloof is ook erg groot tussen de twee leefwerelden, die van de Irakezen en die van hun bevrijders en hun beschermers nu. Een concreet voorbeeld. Een Nederlandse marinier schoot een Irakese plunderaar dood in de rug. De Nederlandse minister van Defensie bood daarop een schadevergoeding aan de nabestaanden van het slachtoffer, terwijl schadevergoeding in de herinnering van een gewone Irakees betekent dat de nabestaanden van de slachtoffers zelf het geld moeten betalen als vergoeding voor de dodelijke kogels die afgevuurd werden. Van harte hoop ik echter dat Bush en alle originele goedwillende Irakezen die van vrede houden, de strijd tegen de vijanden van de beschaafde wereld en van Irak, het land van de oudste beschavingen op aarde, eindelijk winnen! Ik wil dan ook mijn oude landgenoten aansporen een standbeeld van hem op te richten op het Saahat al Firdauws Plein in Bagdad. Daar is nog wel een plaatsje vrij. Ik twijfel nog wat er op de sokkel moet staan. George W. Bush - 2003 - Bevrijder van Irak of George W. Bush - 2003 - Bevrijder van Saddam. De tiran zat uiteindelijk zo vast met zijn voet in de kont van het volk, dat ik me soms afvraag wie wie heeft bevrijdt. Maar ook Bush zit vast met zijn voet in zowel de kont van Saddam als de kont van Irak. Ik zou hem aanraden om, na zijn verlies bij de komende presidentsverkiezingen, de plek in te nemen van de vermoeide en machteloze Paul Bremer. Misschien kan hij dan zijn ambities met Irak waarmaken. George W. Bush was het zwaard van Allah voor wraak op Saddam. Wie zou het zwaard van Allah voor wraak op George W. Bush kunnen zijn?
IK HEB GEDROOMD…! Psychologen verschillen van mening bij het definiëren van de droom.
Sommigen denken dat dromen de verlangens van de mens weergeven die niet
uitgekomen zijn. Anderen zien de droom als het afval van de geest dat je
via de droom kwijt kunt. Degenen die niet meer kunnen dromen, zouden dan
aan een of een andere psychische aandoening lijden. In het vaderland zag
ik vaak vogels en vissen in mijn dromen en vertelde ik vader daarover. En
hij werd daar erg blij van, klapte hevig in handen en riep: "Volgens
die droom moet je in de toekomst of koning of minister worden." Maar
in plaats daarvan ben ik een ex-asielzoeker geworden in een laag land dat
naar niets anders streeft dan zowel letterlijk als figuurlijk hoog te
blijven. Mijn dromen zijn nu verdeeld in twee delen: de ene helft heeft te
maken met mijn achtergrond en de andere helft is betrokken bij Nederland.
Kort geleden droomde ik vroeg in de ochtend eens dat ik tot reservedienst
in het leger van de ex-dictator werd opgeroepen. Slechter nieuws dan dat
bestaat er niet in het geheugen van de Irakezen. Beangstigender nog is dat
volgens vader de ochtenddromen voor honderd procent daadwerkelijk uit
zouden moeten komen. In de lijst van 'de reservedienst' droom stonden de
namen van degenen die opgeroepen werden in het Arabisch, maar bij elke
naam stond de duur van de dienst merkwaardig genoeg in de Nederlandse
cijfers geschreven: van 2004 tot 2007.
Integratie met kubba
Soms verbaast het me dat zoveel mensen hun toevlucht zoeken tot antidepressiva als Seroxat en Prozac, terwijl het beste middel om gelukkig te worden een glimlach is, die krult om de mond van de buurvrouw op het moment dat zij Sana's kubba met een heftige handdruk aanneemt en daarna een paar mooie woorden met haar wisselt. In twintig jaar oorlog kenden wij geen enkel geval van depressie, gewoon omdat er geen enkele ruimte was voor individualisme onder de bevolking. "Wat de boer niet kent, dat eet hij niet," reageerde de buurvrouw die eens gast was geweest bij ons toen Sana haar kubba aanbod. Het spreekwoord begreep Sana niet, maar zij las de weigering op het strakke sombere gezicht van de buurvrouw. Sana heeft de taal nog steeds niet goed onder de knie. Zij probeert echter toch nog wat te inburgeren door iets te laten zien, iets te maken, iets te kunnen betekenen. Eerst liet ze iedereen die bij haar langs kwam de stapel foto's zien van haar en haar land en de familie daar. Nu probeert ze het met kubba. Ze hoort en leert vervolgens het belangrijkste woord in het Nederlandse woordenboek: LEKKER. Lekker eten, herhaalt ze. Ja lekker is de joker in de Nederlandse taal. Lekker slapen, lekker warm, lekker drinken, lekker zwemmen, lekker zitten, lekker weer, lekker vrijen, lekker kletsen, lekker wandelen, lekker schrijven Iedere vrouw die iets aardigs tegen Sana zegt, beloont ze met kubba. Maar ook aan degenen die niet zo aardig doen geeft Sana kubba in een poging hen te laten ontdooien. Zelfs de schoolmeesters en -juffen gaan de naam Sana tegenwoordig met kubba associëren. De ene noemt het Kubas. De andere koeba, kanba of koobe… Laatst bracht Sana de vrouw met wie zij soms gaat volleyballen thuis een bord vol kubba. Bij de deur vraagt ze verbijsterd: "Eén?!" "Nee, alles," antwoordt Sana. Zij kan haar ogen nauwelijks geloven. "Sana doe niet te gek," waarschuw ik soms. "Wat zullen ze van je denken? Hier geeft de één nog geen haar aan de ander voor niets!" Mijn advies is weer een spreekwoord uit het vaderland, "Niet te zoet om gegeten te worden, en niet te bitter om uitgespuugd te worden." In anderhalf jaar tijd krijgt Sana met haar kubba hetzelfde verspreidingsgebied als ik met mijn krantenartikelen. Straks gaan we het eens over Elfsteden kubba hebben! Mirjam die ons eens komt te interviewen en tegen Sanas kubba "Verrukkelijk"roept, krijgt van haar een pot vol met kubba die zij naar huis mag meenemen. Een paar dagen later krijg ik een e-mailtje binnen van Mirjam: "Trouwens, Dick vond die rijst met vleeshapjes ook heel lekker!" Slimme journaliste noemt het beestje niet bij zijn naam! Een dorpsmeisje vroegt Sana laatst, "Waarom begin je geen restaurant dan? Jouw eten is lekkerder dan dat van de Chinees en dan kun je veel geld verdienen." Ik herinnerde me op dat moment een jonge journaliste die mij eens vroeg waarom ik voor een krant schrijf waar ik niets mee verdien? Ook het commentaar van Gerrit Komrij, Nederlands Nationale Dichter, luidde eens: "Nederlanders vragen naar het nut van alles, willen eerst weten of het verkoopt, ze hebben weinig met de dingen die het leven aangenamer kunnen maken.." Morgen gaat Sana weer haar kubba uitdelen. En ik ga dit stukje schrijven. Wie weet, kunnen wij daarmee het leven van sommige depressieven wat aangenamer maken! GESTOPT MET ROKEN, MAAR…! In het vaderland is roken puur mannelijk
gedrag, een positief kenmerk en een teken van wijsheid. Zij die niet roken
krijgen het predikaat "de mannetjes die niet roken." Vrouwen die
roken worden daarentegen "vrouwen met stinkende adem" genoemd.
Onder de onwetenden en de gelovigen is het roken populairder dan onder de
hoogopgeleiden en ongelovigen. "Bismilaah al rahmaan al rahim"-
in de naam van de barmhartige Allah wordt de kwade geest uit de sigaret
verjaagd om plaats te maken voor Gods zegen. [19 januari 2004]
|
© Reyer Boxem Freeyad Ibrahim was in Irak hoogleraar Arabische taal- en letterkunde. Hij woont nu in een dorpje in Friesland. Hij publiceerde in april 2004 een verzameling columns en schetsen in Hallo op de fiets
|