archief 2003

archief 2004

The Clash of Names

 

by Freeyad Ibrahim

 

Nothing is such a sensitive issue/ topic  in the Islam community than talking about Omar and Ali. Nothing is more painful in the Western society if one would be ill treated because of his name.

Omar is the most beloved and popular figure among the Sunnis. Ali is the most prominent personality among the Shiites. The split between the Sunnis and Shiites of Islam is rooted in the question of rightful succession after the death of Muhammad in 632. The Shia believe that Muhammad designated Ali, his son-in-law and cousin, as his successor. An assembly however elected Muhammad's successor Abu Baker, a close companion of Muhammad, as Caliph, or successor, of God's messenger. Ali was the third successor to Abu Baker, Omar the second, Othman the third. Omar died in 644, was the victim of an assassin's dagger. `Umar's killer  was a Persian slave who is said to have held a personal grudge against Umar; he stabbed the Caliph six times as `Umar led the dawn prayers in the Masjid al Nabawi mosque. The hatred of Sunnis towards Persians en Shiites is therefore enormous.

In our eastern culture is the tallness of a man is the symbol of his stupidity. And the short stands for Fitna, corruption and confusion on earth. Omar the tall, and Ali the short are exceptional from the rules. There is a popular saying among the Iraqis, “All the tall are stupid except Omar, all the diminutive are fitna, trouble maker, except Ali.”

G.W. Bush is thus no exception. He is short and fitna!

Currently in Bagdad every one who carries the names such as Ali, Mahdi, Sadiq, Jafar, Hussein or Hassan or the name of any other one of the twelve imams of Shiites can live peacefully and securely among the Shiite community. The people with the names: Omar, Ottoman, Abu Bakr, Hajaj, or any other Ummyat caliphs must therefore preferably move to a district where the Sunnis majority live. Muhammad’s name however is in both sides equally welcome.

 You may expect such things on daily basis in a primitive society. But yesterday I received a telephone call from Nuon, the Dutch greatest electricity board, which gave me a shock.

“Do I speak to Haji?” the man asked.

“Neen, you are speaking to High, my name is High,” I replied hastily. Because I am afraid, to be discriminated on the background grounds.

“The gas price is raised, meneer,” he added. “Meneer” in Dutch stands for “Sir” in English.

“You have already raised the cost. My question is that if you have sent the same letter to all citizens in this country?” I argued.

 “No, meneer, the baker doesn’t sell bread to everyone at the same price, you know,” he argued.

“It seems to me that you send the letters with a new price only to those who carry the names as Haji, Ali or Omar…!” I objected fiercely.

 Not only Nuon but also telecommunication company KPN sends to Hajis, Ahmeds, Alis, Omars … etc double invoices. The schoolchildren who carry foreign names and who get equal marks during the central Cito-tests get from the teachers a lower school advice than the native pupils. De names which sound strange are the last to be employed for a job, and the first to be fired here in Netherlands. Misuse and abuse take multiple forms and shapes today overall in the world. In primitive society the physical violence is used against those who belong to other sector, cult or religion or ethnic minority within the same community.

In the West, inclusive the Netherlands, the “psychological and financial violence” is stealthily committed against members of ethnic minorities, especially after the assassination of the film-maker Theo Van Gogh here and the terror attacks in U.K. and U.S.  Clash of civilization on the border between the different civilizations is less horrendous than the clash between the majority and minority within the same civilization.

 

Samuel Huntington should take ‘the clash of Names’ into consideration in his next text.

2-3-2007



Vrouwen zonder mannen

 

door Freeyad Ibrahim

 

In mijn buurt en overal wonen er alleenstaande oude vrouwen wier mannen overleden zijn. Vrouwen leven gewoon veel langer dan mannen. De vraag die mij al bezig houdt zolang ik in dit land woon, is: wat is het geheim dat daarachter zit?

Ik heb tot op heden zelden een man gezien wiens vrouw overleden is. De enige man in ons vroeger dorpje van wie de vrouw overleden was, overleed kort na haar dood zelf.  Hij schonk geen tranen, maar bloedde wel in zijn binnenste: “Grietje, waar zit je nou?”

In onze buurt woont een oude vrouw die voor de vierde keer is getrouwd. De man zit somber achter het raam met een pen in zijn hand en papier voor zich op tafel, maar zij beweegt zich net zo levendig als een lentevlinder, met in haar hoofd dit idee: “Wie weet dat ik me bij de vijfde man een stuk beter ga voelen.”

Sinds mijn verblijf in Nederland hebben oude vrouwen mij op het fietspad al talloze malen gevraagd “Wil jij koffie bij mij komen drinken?” En dat deden ze door hun rechterhand de vorm van een bekertje te geven. Ik maakte een gebaar door mijn twee wijsvingers tegen elkaar te wrijven. Om aan te geven dat ik verbonden was door een huwelijk.

Vrouwen zonder mannen ventileren hun innerlijke emoties gemakkelijk dankzij de gaatjes in hun lichaam waardoor het lichamelijke en geestelijk afval keurig weggespoeld kan worden. De voornaamste daarvan zijn twee: het mondgaatje en de tranengaatjes. Vrouwen hebben daarom geen last van een zure maag. Terwijl de mannenbuik altijd opgezwollen is door onderdrukte woede of sentiment.

De dichter der Arabieren omschrijft zijn eigen vrouw zo: “En zij opent een mond / als je hem zo ziet / ga je denken dat er een deur van vuur wordt opengeslagen!”

Tranen bij de man zijn uitsluitend de uitdrukking van verdriet, bij de vrouw zijn het wapens met talloze doeleinden. Neem Maxima bijvoorbeeld. Zij huilde nooit om de slachtoffers van haar vader, maar weende bitter om een stuk muziek omdat ze wilde laten zien: Beste domme Nederlanders, ik ben in het bezit van een teder hart, ook al ben ik de dochter van een wrede man.

Vrouwen - zowel westerse als oosterse - hebben in elk geval één ding gemeen. Als er een goede daad is verricht, zijn zij de dader. Als er iets slechts is gedaan,  wijzen ze met een beschuldigende vinger naar de mannen. En gaan hem aanklagen bij Allah, God of een menselijke vertegenwoordiger van een van beiden. Een Arabische wijsheid zegt: “Zij sloeg me en toen weende zij, toch ging zij voor mij mij aanklagen.”

Dit gezegde hangt samen met Jozefs belevenissen met Zulaiga de vrouw van de farao van Egypte.  “Zij scheurde zijn hemd van achteren en zij ontmoetten haar echtgenoot aan de deur. Zij zeide: "Wat zal de straf zijn voor iemand die kwade bedoelingen had met uw vrouw, anders dan gevangenneming of een pijnlijke kastijding?" Jozef zeide: "Zij is het die mij tegen mijn wil zocht te verleiden.”….Toen haar man zag dat zijn hemd van achteren was gescheurd, zeide hij: "Dit is zeker een list van u, vrouwen. Uw list is inderdaad sterk." (uit de Koran)

De sluwheid van Westerse vrouwen is over het algemeen vergelijkbaar met die van Ronald Dahls vrouwelijke personage mevrouw Bixby  ( weer een ‘gold-digger’ naast Maxima en Anna Nicole Smith ) die een stiekeme relatie had met een buitengewoon rijke kolonel. Een tante die zij regelmatig zou hebben bezocht, was haar alibi.

Over haar man heet het: “Wanneer haar man in zijn spreekuur vrouwelijke patiënten ontving, liet hij zijn witte jas altijd open hangen, zodat ze een glimp opvingen van wat hij eronder droeg, en op de een of andere onduidelijke manier was dat kennelijk bedoeld om de indruk te wekken dat hij een grote versierder was, maar mevrouw Bixby wist wel beter: al die opschik was bluf... Het deed haar denken aan een oude pauw die trots over het gras schrijdt terwijl hij nog maar de helft van zijn veren bezit.”

Gisteren zag ik van verre iemand op een groot paard rijden. Nieuwsgierig achtervolgde ik hen - om voor de zoveelste keer te constateren dat het weer een jonge blonde vrouw was die met haar bovendijen tegen het zadel van het mannelijk paard constant en ritmisch up en down drukte. In tien jaar heb ik nog nooit een jongen of een man op een paard zien zitten. Raadsel!

Ik moet wel concluderen: dit is weer een slim gebruik van een ander gaatje. Die vrouwen geven een hint: “Beste man, wij zijn geëmancipeerd en onafhankelijk, ons maakt het niet uit of wij op je buik zitten of op de rug van een paard.”

 19 februari 2007

Druiven, rozijnen en de Heilige Geest

Door Freeyad Ibrahim

 

Niet alleen het Iraakse van Saddam, maar àlle Arabische islamitische regimes zijn eenpersoonsregeringen. En bij hun machtsmisbruik, spelen ook altijd twee dingen een rol:  de islam en Amerika.
“Gehoorzaam Allah en jullie wettelijke vertegenwoordigers, dus ons, de leiders,”  citeren ze uit de Koran als ze het volk toespreken.
“De Arabische regimes willen Amerika ervan overtuigen dat er maar twee opties zijn: Islamieten of dictaturen,” schreef Tom Friedman in zijn column in New York Times.
Zo kiezen de Amerikanen gedwongen voor de dictaturen.
Er zijn genoeg voorbeelden dat na de val van een dictator of alleenheerser, als er een politiek vacuüm ontstaat, de macht om de een of een andere reden in handen van de islamieten komt. Het regime van Iraanse ayatollahs, Hamas, Hezbollah, de fundamentalistische sjiieten uit Irak, Somalië, zijn daar voorbeelden van. Die regimes proberen, met behulp van de moskee, haat te zaaien in de bevolking. Niet alleen tegen de Westerse dominantie, maar ook tegen de Westerse normen en waarden.
Dat is gelijk een verklaring voor de massale en gewelddadige demonstraties in de moslimlanden en door fanatieke moslims in de hele wereld na de Deense cartoons van Muhammad. Terwijl het dagelijkse, onvoorstelbare geweld van moslims tegen moslims in Irak bijna net zo veel reacties oplevert als het horen van het weerbericht! Omdat de regimes in de cartoon-rel achter het protest stonden.

 De Westerse wereld heeft zich al eerder bevrijd van twee soorten slavernij: godsdienstige slavernij door de scheiding de kerk en staat; politieke slavernij door democratische verkiezingen en - het mooiste product daarvan – de vrijheid van meningsuiting.
Het christendom heeft drie fases doorgemaakt: radicale hervorming, Renaissance en Verlichting.  Westerse christenen kijken bovendien op hun geschiedenis terug met vrees, angst, walging en afkeer. Ze aarzelen ook niet die als bloederig te betichten. Ze hebben de kruisiging afgeschaft, hun lesje geleerd. En zodra er een fundamentalistische figuur, politiek of religieus, te voorschijn komt, wordt deze ter plekke geneutraliseerd. Men durft de kerk en zelfs de paus te bekritiseren.
Het christelijk Westen heeft bovendien van de oosterse islamitische wereld heel veel geleerd en geleend. En ze schamen zich niet om dat te erkennen en toe te geven. De boeken en theorieën van wetenschappers als Ibn Sina, al Razi, Ibn Alheitham, Ibn Khaldoen en nog veel meer, werden als leerboeken op hun universiteiten gebruikt.
L . Harrison schrijft  in zijn in boek The Central Liberal Truth: “Er zijn verschillende verklaringen  voor de  culturele onbuigzaamheid van de Islam, met name de culturele onwilligheid om te leren van anderen. Dit feit heeft ook te maken met een psychische dimensie: leren van andere wordt beschouwd als een wond in de ego van de mens.”
De afwijzing van vernieuwing is de tweede hoofdfactor, aldus Harrison.
Mijn gedachte gaat vandaag echter naar twee van de Oosterse dichters. Onze dichters worden dan ook als symbool van de vernieuwing gezien.
De Koerdische dichter Faaik be Kas (“Be Kas” betekent: degene die niemand heeft als steun en kennis – een gebaar of een hint dat de Koerden het enige volk op aarde zijn dat nog steeds niet in het bezit is van een eigen land) en de Perzische dichter Omar al- Khayyaam .
Op een en dag vroeg een fundamentalist aan Faaik be Kas terwijl hij arak, een sterke alcoholische drank, zat te drinken: “Dit is toch haraam, wat ben jij, ongelovige, zondig!”
Hij antwoordde door Khayyam te citeren: “Jullie drinken het bloed van de mensen, wij drinken maar het bloed van de druiven. Zeg me maar: wie is de zondige?”
Op een dag werd Faaik door een plaatsgenoot thuis bezocht. Voor Faaik stonden een glas arak en twee borden: de ene vol druiven en de andere vol droge rozijnen.
Hij vroeg de dichter: “Wat heb jij daar Faaike Koor?” (‘koor’ betekent blind, want hij had slechte ogen).
Be Kas antwoordde:  “Dit is de vader,” en verwees hij naar de druiven. Arak wordt van druiven gemaakt.  “Dit is de zoon,” en hij wees naar de rozijnen. De rozijnen komen immers uit de druiven. “En dit is de heilige geest,” verwees hij naar de spirituele drank arak.
“Deze heidenen hebben een partner gevonden voor Allah,” bezweerde hij luid en hij ging eensklaps el–Ichlaas soera citeren:
Zeg: “God is de enige.
God is zichzelf genoeg, Eeuwig
Hij verwekte niet, noch werd hij verwekt
En niemand is hem in eigen op zicht gelijk.”
Faaik be Kas lachte toen merkwaardig:  “En dit is toch de kern van de democratie. Deze ongelovigen hebben op aarde een democratische regering. En boven hebben ze ook weer drie leden in het hemelse parlement zitten. Ze mogen zowel de aardse als de hemelse wet op elk moment overtreden zonder bang te hoeven zijn!” 

 31 jan. 2007

Kunstnier met koekje daarbij

Door Freeyad Ibrahim,

De dialyse is een slopende zaak. Toch is de kunstnier geliefd bij mij, want anders zou ik geen stukjes meer kunnen schrijven, noch de bejaarden koffie en koekjes zien nuttigen.
Mijn lieve kunstniertje heeft mij de mogelijkheid gegeven om voor mijn kinderen te zorgen, om officiële instanties met ijzeren hand terug te schrijven, en de executie van Saddam Hoessein te mogen horen -   niet kijken; het was beestachtig.

De fase van de pre-dialyse was de slopendste. Het gezicht van de verpleegkundige was erg vriendelijk, maar melancholiek. Ik vreesde dat mijn dood naderde.
De dame van het medisch-maatschappelijk werk overhandigde mij het groene zorgboek. Het was erg leerzaam. Maar door al die informatie: kunstnier en machine, de gevolgen, de mogelijkheden, verstoppingen, stollingen, infecties, transplantatie en bijwerkingen, schrok ik me het laplazarus. Ik begreep waarom Nederlanders zo gauw en zo vaak in psychische moeilijkheden komen. De angst voor het onbekende is groter dan de angst zelf. Als er in Afghanistan een raket gaat ontploffen, zoeken de mensen hier razendsnel een schuilplaats in kelders en hokken. Alles in detail te weten, is gevaarlijker dan geheel niets te weten.
De eerste dag werd ik in een kamer met alleen een verpleegkundige gezet. Zo stil en geheimzinnig was het. De nefroloog zag de vreugde op mijn gelaat, want hij weet hoeveel ik van alleen en stil zijn houd, en zei: “Voorlopig mag je genieten…”
Voorlopig?!
De dag daarop lag ik in een grote zaal, omgeven door lange blonde wezens. Happy was ik.
Helaas. Kort daarna merkte ik dat ik in een bejaardenhuis was beland. Ik was kennelijk de jongste van de klas.
Wat mij opviel was dat deze patiënten zo afschuwelijk van het leven houden en zich er zo aan vastklampen. Al die stijf toegeknepen mondjes zijn tot niets meer in staat behalve koffie en koekjes te nuttigen.
Onlangs werd ik uit de koffie-en-koekje–zaal weggehaald en op een kleinere zaal geplaatst. Hier zijn ze of jonger of hebben ze dezelfde leeftijd als ik. Ik mag comfortabel ademhalen. De woorden van oude juf Tineke van de taalcursus van zes jaar geleden rinkelen in mijn oren: “Er is altijd baas boppe baas.”

De dialyse geeft me een maat waarmee ik de echte van de valse vrienden kan onderscheiden. Ook is het een criterium voor de vraag in hoeverre je naaste familie, je eigen partner bijvoorbeeld, betrokken zijn bij je in je ellende.
De belangrijkste les die ik nu geleerd heb, is hoe het pijnlijk is dat je door je eigen lichaam verraden wordt. Mijn nieren hebben mij op het meeste cruciale moment, halverwege mijn leven, de rug toegekeerd.
Dat deed me denken aan het laatste word van Sadam: “Vuile verraders!”. Hij werd verraden door zijn oude vrienden. Die pijn was hem groter dat de galg en de strop.

Het vacuüm dat is ontstaan doordat ik niet meer de ideale vader en man ben, is gecompenseerd door de aandacht en paraatheid van het personeel en de verpleegkundigen. Boven alle verwachtingen was het dat die witte engelen zoveel belangstelling hadden voor mijn boek. Het enthousiasme van Doetie compenseerde het feit dat de gehate LC niets over mijn boek heeft gepubliceerd, ook al had de hoofdredacteur mij dat destijds beloofd. In korte tijd moest ik tientallen exemplaren van mijn “Hallo op de fiets” signeren.  Om Geert aan het lachen te maken zei ik: “Jij hebt nu niet alleen mijn bloed, maar ook mijn ziel gedialyseerd!”.
En de mooie nachtegaalachtige stem van de jonge medepatiënte naast mij is niet de enige zegening van de kleine dialysezaal. Daarnaast wordt er dagelijks K.K.K. bezorgd: Kalkoen, kaas en karnemelk. Wat een mazzeltje dat ik nu niet meer vegetarisch hoef te eten.
Ik wens anderstaligen geen nierdialyse toe, maar de kans op integratie en taalbeheersing is er enorm groot. De zachte handen die je kunstnier bedienen, scheppen een sfeer van betrokkenheid. En: “Necessity is the mother of invention.” De noodzaak dwingt je. De taal is hier nu eenmaal een overlevingsmiddel. “Elk nadeel heeft zijn voordeel,” beweerde Johan Cruijff (Willem van Oranje, maar dan op het voetbalveld) eens. Ik zou het liever zo zeggen : “Elk nadeel is tegelijk een voordeel.” Ze zijn onafscheidelijk. Net zoals vreugde en smart.
“Wanneer de een met je aanzit aan je tafel, moet je bedenken dat de ander  in je bed slaapt.”



Saddams executie - of een lekkere lolly?

door Freeyad Ibrahim

Het is nu eenmaal een machiavellistische houding: die van het Westen jegens ons land. Het Westen, dat hem uit het niets had geschapen. Dat hem tot de tanden toe bewapende om Khomeiny een lesje te leren. Om zijn buurlanden te laten schrikken, zodat die uit angst moderne straaljagers en tanks zouden kopen met het oliegeld. Om de olieprijs drastisch te doen dalen.

Ik heb het nu over einde van de jaren tachtig.

Saddam was nog erg geliefd en gerespecteerd door het beschaafde Westen, terwijl hij op dat moment Irak al in brand stak; onze waterputten met TNT-explosieven tot ontploffing bracht, duizenden Koerdische kinderen met mosterdgas liet stikken.

Hij was nog een onschuldige engel in de ogen van de Westerlingen toen hij de steden in het zuiden met scud-raketten bestookte en eigenhandig een lege fles whisky in de anus van zijn tegenstanders propte. Toen hij Koeweit binnen viel en de bevolking verjaagde. Toen hij Koerdische dorpen afbrandde, toen hij honderden van de bewoners in de woestijnen van Irak levend liet begraven.

Tegen hem werd niet eens NEE gezegd, zelfs toen hij op één dag 184 mensen uit Dujail had laten executeren.

Yes, de ‘beschaafde’ wereld zweeg vanwege zijn eigen materialistische belangen.

 Plotseling veranderde het beeld van een engel in een duivel. Niet omdat hij echt een duivel was, maar omdat hij niet meer een duivel kon zijn! Omdat hij het vermogen had verloren te doden, te slachten, te slaan, te ruineren, te verbranden, te vernielen. De Saddam-robot was immers oorspronkelijk voor dat doel uitgevonden. En nu moest die weggegooid of ingeruild worden.

Mijn moeder zei thuis altijd: “Ze hebben zijn bloed vervangen door het bloed van een wolf of een tijger in hun eigen speciale laboratoria, vandaar dat hij zo bloeddorstig is!”

En mijn strenggelovige vader zei eens: “Ik vrees hem meer dan Allah.” Pas vlak voor zijn dood durfde hij, toch nog fluisterend, toe te geven: “Het was hij die mij doodde!”

Het strategische doel is al bereikt: het Irakese leger -het vierde in de wereld- is geruïneerd, en aan het volk laat niemand zich iets gelegen liggen. Nu  zal Israël een gat in de lucht springen van de overwinningsvreugde.  “And everything is currently for the sake of Israel!!” De eerste Arabische raket die Tel Aviv bereikte was een raket van Saddam.

 En nu moet mijn volk nogmaals lachen en dansen en vieren, maar ditmaal op het lijk van hun eigen bloedzuiger. Op het lijk van een lichaam dat zich ooit Salahaddin de Tweede noemde. De modern uitdager van de kruisvaarders. Weer een bewijs van zijn krankzinnigheid!

 De spontaniteit en stupiditeit van mijn landgenoten valt af te leiden aan hun feesten, hun vertoon van blijdschap en tevredenheid na elke gebeurtenis. Ze hebben uitbundig gevierd toen ze hem hadden verdreven, toen ze zijn standbeelden in stukken hadden gehakt, toen ze hem hadden opgepakt, toen ze hem naar de rechtbank hadden gebracht - en nu dansen en zingen ze weer op zijn lijk.

 Ik ben niet zo idioot en kortzichtig om blij te zijn. Ik voel me integendeel zeer miserabel. Miserabeler nog dan voor zijn executie. Niet om zijn executie, maar wel om de timing daarvan. Dit had voorwaar zestien jaar geleden moeten gebeuren. Of zestien dagen later. Nadat het anfal-en-Halabja-proces tot stand was gekomen. Of vreesde de beschaafde wereld voor zijn eventuele onthullingen van de gifgasgeheimen en de complicaties daarvan?

De Amerikaanse indringers hebben ons van alle onze bezittingen beroofd. Ze hebben nieuwe marionetten boven ons gesteld, die aan niets anders denken dan zo vlug mogelijk de rijkste te worden. “Onze nieuwe beschermers zijn onze berovers geworden!” beweert men hopeloos in het donker op de straten van Bagdad. Ze hebben onze olievelden verbrand en ons van een rijk in een arm volk veranderd.

Amerika en het Westen behandelen ons als een weeskindje. Van wie ze al zijn speelgoed, al zijn mooie spullen, al zijn cadeaus hebben gestolen. En als het kindje begint te huilen, stoppen ze hem een lekker lolly in zijn mond om hem even aan het lachen te maken.
 
En Saddams executie zal niet de laatste lekkere Amerikaanse lolly zijn!

Farewell 2006

 

By Freeyad Ibrahim

 

Christmas tree, fairy lights, champagne, are not my business today.  I have a bigger fish to fry. Not only I am busied with my damaged kidney and therefore must lie in a dialysis center. But I feel more agony for the scapegoats of my countrymen. I am a tree with Iraqi roots but carry Dutch buds and flowers .

Formerly I gazed at the TV screen  by fits and starts, now I have to watch it regularly, obliged. I have but two choices: to look at the small screen or to look at the artificial kidney which saves me from daily fatigue and keeps me alive to continue following the clash of silly civilizations.

 I see, the Iraqis gather the shattered bits of their dead bodies. I gather my strength and power to seek a glimpse of a faint chance for a new era, a stable and peaceful  daybreak. I am afraid that it has already become a fait accompli. My leg cramps then, I call the nurse for help. She gets me a cold bit of cloth soaked in icy water to reduce the pain.

 “Every time I catch sight of these bloody scenes I get this damned cramp in my leg..”

 She gazes up and comments, “O! It seems to me that you come from Iraq,  what do you think about the War there?”

 I correct, “First of all I come from the heavens, not from Iraq.”  And in order not to frighten the white angel dressed in the white gown, I immediately deny, “I am neither Sunni nor Shiite! Fortunately we have no civil war or a sectarian violence in our region Kurdistan, we are a modern people.”

 She stares at me for a second .

 I confirmed : “It’s a fatuous clash between two fatheads. Rather to call it a clash of two wild goats.”.

She giggles, thinks that I ‘ve  just been a raconteur!

 I press: “Please come back to earth, do you like to call it civilizations? It is really a clash between two categories of extremism. I would rather call the year 2006 the year of Insulting and extremism on both sides. Both the Islam and Christianity.”

 “In what way?” she demands.

 I explain:  “It was an insulting year indeed, the Pope insulted the Muslims, the Danish newspaper insulted  them, Orhan Pamuk insulted the Islamic Ottoman empire and received the Nobel Price for literature, our Dutch member of parliament Hirsi Ali insulted them and consequently she is going to be rewarded, sooner or later, the Nobel Price for peace. It  seems that insulting the Islam is the shortest way to fame and a good name.

Yes, both Islam and Christianity are extreme , cruel, contradictory both in deed and speech. The Muslims blow up each others mosques in the most holy days of the year, Ramadan. They butcher each other for no reason, while the Quran states : Who kills a Muslim without reason is exactly the same if he murdered the whole people. And the Christian violent behaviour is obvious in Abu Ghraib, Guantanamo, in keeping millions of poultry, pigs, cattle in the worst cruel controlled conditions in what they call “factory farming”. They blame Muslims for terror and vengeance, while they send aids, famine, drought to Africa and Asia, cause damage to the climate and ozone layer and environment. All the weapons used all over the world are made in Christian Western factories. They impose sanctions on innocent people to let them starve to death, make experiments not on their dogs but on the third world human beings, for example Mustard gas on the Kurds of Halabja, and Wise Rockets on Palestinians and the civilians of Lebanon, all that as a measure to reduce world population.”

 The female nurse, from Friesland, looks dizzy and tries to change the topic, “Let me know about your wishes for the new year.”

 I answer straight: “According to me the year of 2006 is characterized to be an extreme year in most aspects, the weather, the nature, the wars and conflicts, the clash between two wild goats, wars of Iraq, Afghanistan, Lebanon, Israel, Gaza, Somalia, Darfur, Korean- Iranian nuclear crises, in natural storms, furious floods, hurricanes, typhoons, and extreme terror attacks. Even the football fields were the theater of violence, extremity and racism. It witnessed the coarsest and harshest machetes and games. You remember the World Cup  this year yet, the final match between the Muslims/ France football team and the Christians/ the Italians? Everybody now thinks that the Italian team has won but I insist that both teams were losers. One side insulted, the other side hit.

 I wish that my ex-countrymen in 2007 would be able to witness a happy daybreak anew , to hear at last a sweet song of a peaceful nightingale in their red gardens in place of an ear piercing explosion in their neighbourhood. I wish that  Father Chrisman would become my donor and present me one kidney, if he is really fatherly, good and holy. I wish finally that there would be no more insults from the side of the Christians in order to avoid getting hard headbutts from the bold ‘bald’ Muslims!”

 

 

Iraq needs a new despot 
By  Freeyad Ibrahim
 
        George Bush's foot is stuck so firm  in the rearend of Iraq that it is impossible to get it out easily. After the failure of democracy plan rises now the question: whether he must push more in or pull out that country? It seems that neither 'push' nor 'pull' can help to get the Iraq- complex solved.
 
Because to pull out shall lead to a comprehensive civil war. To push more and to send more troops shall bring about more damage to the country, cause more humiliation to the population and further escalation of insurgencyacts.
The greatest problem that faces US administration is that fact they don't understand yet, after four years of invasion, against whom their troops fight in Iraq?
Undoubtedly against an invisible enemy.
Those who bring unrest and cause bloodshed to that country are not a regular armed force. Sending extra troops would  therefore not be, by any means, beneficial. To fight against gurerrilla fighters with a gigantic armed force resembles fighting a tiny mosquito with a gargantuan elephant.
 
    The plans of "chopping it to three- "tripartite  partition", "cut and run", "opening dialogue with Iran and Syria", "soft of swift withdrwal" , "imposing democracy"... etc, are unapplicable and had up till now changed nothing on the ground.
The former president of Iran Muhammad Khatami described US attempt to impose a Western-style democracy in the Middle-East as "a great joke".
 
He hit the nail on the head!
 
Not only democracy is a great joke but also "openning dialogue with the Iranian president , Ahmedinejad seems to be "a great joke". He recently put a condition for this predicted dialogue: "My country is willing to enter a dialogue with the US, if it changes its attitude towards Iran." While the ex-terrorist Ahmedinejad  is involved directly or indirectly in all conflicts and crises in the whole Middle-East.
The "Last big push of Bush in Iraq"- the newest strategy of Pentagon that implements "an increase of troops rather than a decrease" , I dare to proclaim, would also prove "a big joke".
 
    One single plan of the four US new plans-change policy- , however, may help, to some extent, to secure Iraq especially Baghdad and that is "The financial and economic involvement of US allies such as Saudi Arabia and Kuwait."
Even to be able to "put more pressure on Iraqi army to do its part" as general John Abizaid recently proclaimed, what I find the key issue in the Iraq-complex, also demands such involvement  in order to build a strong and a huge army needed to guarantee the security and to guard the borders.
 
   As far as I am concerned there is no solution for this chronic conflict other than the appearance of a new soft despot on-top. One as soft as, for example, Husni Mubarak of Egypt.  He who would get support and trust immedietely from all neighbouring governments who are all dictatorial or semi-dictatorial regimes and who now support and back the insurgecyelements and terror militants from all sides lest their thrones should be undermined if Iraq one day will become a stable and a democratic state.
But let the Kurds with their own governement. The time has proved that they can live together brotherly and peacefully.
This idea is nonetheless not new. The Sunday Times wrote once in the name of an American strategist, Krepinevich, "If a civil war breaks out, because of our military power, we can decide who comes out on -top and leave it open as who might emerge the victor."
 
     Yea, Iraqis need a new despot, a saviour, an old general for example, who would impose security by force, who would save the folk from the insurgency attacks, who would set them free from the yoke of the occupation and who, ironically enough, might also release the present puppet government of the Pentagon in Iraq from their Green Zone imprisonment!
 
18-11-2006

Nieuwkomer

 
Door Freeyad Ibrahim

 
Bij de geboorte van ons dochtertje kwamen de verhalen over mijn eigen geboorte weer bij me op. En wat is de geboorte anders dan het verlaten van een donkere kleine ruimte om een wijde, lichtere ruimte op te zoeken. Een vluchteling is in die zin twee keer geboren.

Een oude vroedvrouw, tante Aisje, hielp mijn moeder bij de bevalling. Een verloskundige zou ze in Nederland heten, maar dan zonder opleiding. Mijn vader gaf haar een som geld met het verzoek een schoon mes te gebruiken. “Dat helpt de Shawa tegen te houden.”
Dat was ironisch bedoeld, want mijn welgeleerde vader wist wel dat de Shawa niets anders was dan tetanus. In de omgeving stond de Shawa bekend als een beest die in het donker zat om het bloed van de nieuwgeboren baby op te zuigen.

Bij de oliekachel en in het licht van de olielamp knipte zij mijn navelstreng eraf die ze later ergens onder de grond moest begraven. Volgens traditie. Toen zij mij in een houten wieg gelegd had, bond ze mij met zwachtels stevig vast. Mijn moeder deed een talisman om mijn pols om mij tegen het boze oog te beschermen. Daarna zette zij zeven soorten parfums onder mijn neus waarmee zij de kwade geesten poogde te verjagen. Ze liet mij veertien dagen lang geen moment alleen uit angst voor Shawa. Als volwassene kwam ik door moeilijke politieke en sociale omstandigheden weer onder de druk te staan. De wereld werd weer net zo donker en klein als in de baarmoeder.

Ik voelde me herboren toen ik mijn eerste stap zette op Nederlandse bodem. Maar dat was toch een zware bevalling. Mijn eerste asielaanvraag werd namelijk afgewezen. In dezelfde brief van Justitie stond de volgende zin:” Nederland is een dichtbevolkt land. Je moet als nieuwkomer terug naar jouw eigen land.”

Al gauw zette ik een morele en materiele strategie in om mezelf minder zwaar te laten wegen op de maag van mijn gastheren- en vrouwen. Ik leerde daarom eerst hun grammaticaloze taal. Ook ben ik minder gaan eten om een zo gering mogelijk stuk van dit dichtbevolkte land in beslag te nemen.

Om dit land nog wat drukker te maken, heb ik ook mijn gezin over laten komen.

Sana’s lekkere Irakese gerechten (kubbe en kofte ) waren haar onmisbare en succesvolle integratiemiddel. Dit land werd straks ruim genoeg voor haar ‘eenpersoonsbezetting’.
En dat was nog niet alles. Want onlangs hebben ook wij er een nieuwkomer bij gekregen. De commentaren van blanke vrienden en kennissen varieerden dan ook van toon. Ik citeer er hier nu enkele van.
“Jullie verdienen geen cent en toch krijgen jullie er een kindje bij!”
“Sana, jij moet werken in plaats van zwanger raken. Je mag binnen twee maanden nog een abortus plegen.”
“Vernoem haar naar mij. Dan zal ik je helpen bij de bevalling.”
“Sommige mensen zijn gewoon jaloers op jouw zwangerschap. Vandaar.”
“Wanneer bent u uitgerekend? Stuur me alstublieft bericht. Het is belangrijk dat het een gezonde baby is.”

Het laatste citaat kwam van een medewerker van Werk en Inkomen. Daar telt immers uitsluitend een gezonde arbeider. Voor mij tellen alleen de uitspraken van twee andere mensen. Van Monique:” Wat leuk! Deze is meteen en zonder enige moeite Nederlander en hoeft dus geen aanvraag te doen bij het IND.” Van de buurvrouw van de kerk: “Laat dit extra mondje er maar bij komen. Er is genoeg ruimte voor iedereen. God is daar verantwoordelijk voor.”

Verschillende uitspraken die verschillende karakters van de medemens blootleggen. Gedurende haar zwangerschap keek Sana alleen naar mooie beelden. Bij haar heerst nog steeds de gedachte dat als ze naar lelijke gezichten kijkt, de baby in haar baarmoeder ook een lelijke gedaante zal aannemen. Zij keek daarom zelden naar mijn kale kop.

Ik waarschuwde haar eens plagend toen we naar een tv-programma van Discovery Channel keken. “Niet naar de slangen kijken! Anders krijgen we straks een schepsel dat zijn leven lang slangachtig de tong uit zijn mond steekt.”

Voor mij was het een grote verrassing dat wij binnen korte tijd van bijna alle noodzakelijke babyspullen werden voorzien door onze dorpsgenoten. Onze woonruimte was plots veranderd in een drukbezochte kringloopwinkel. Bij de bevalling bood Lammie, onze naaste buurvrouw, nog meer hulp dan de verloskundige! Ook al ben ik al Nederlander, toch kreeg ik nog een integratieles en wel over de deelname aan het bevallingsproces. Ik kreeg opdracht dat ik in dezelfde kamer moest zijn als mijn vrouw ten tijde van de bevalling. Samen met de verloskundigen! Ik moest mijn verlegenheid aan de kant zetten en het zweet afvegen. De weeën van mijn vrouw werden ook mijn weeën.

“Jasmina, wat een mooie naam voor een mooi meisje!” roepen onze bezoekers steeds weer uit. “Met deze geboorte ben ik dubbel zo blij,” zeg ik tegen borstvoedster Sana. “Het is gelijk een Nederlandse mens. We hoeven dus geen bericht van de IND te verwachten: ”Dit land is dichtbevolkt. Terug naar je baarmoeder.”

10 april 2006

Waardevolle woorden
Door Freeyad Ibrahim

De waardering van een woord of een daad is eerder op grote namen en beroemdheid gebaseerd dan op de inhoud. Niet alleen in onze oosterse maatschappij, de westerse moderne denk– en handelwijze lijkt me daarin nog fanatieker te zijn.
In het radioprogramma Cairo maakte een geïnterviewde vrouw dan ook weinig  indruk op Karin de Groot met hara medeling dat wandelen haar grootste liefhebberij was. De presentatrice schonk geen enkele aandacht aan haar gesprekspartner toen die zei: “Wandelen geeft me zoveel mooie frisse ideeën en heldere gedachten.”
Net voordat Karin een nieuwe richting in wilde slaan met het gesprek, vervolgde de vrouw:  “En de woorden die bij het wandelen in je opkomen zijn altijd zulke waardevolle woorden, zegt Friedrich Nietzsche.”
En onmiddellijk werd alles anders. Karin liet een warme zucht horen en riep uit: “O! dat is geweldig, dat is echt waar, wandelen brengt wel waardevolle woorden met zich mee.”

Ik schrok daarvan en raakte enigszins in onbalans. Toch wist ik mijn emoties nog net in toom te houden. Ik constateerde dat Karin de Groot, die elke ochtend op de radio met talloze Nederlanders op zoek gaat naar het goede leven, de woorden van de dame pas waardevol vond nadat die aan Nietzsche werden toegeschreven. De radiopresentatrice vroeg de dame zelfs om een herhaling: “Wie, wie zei u? Nietzsche, Nietzsche, zei u?”

Karin de Groot in vrede deed me meteen aan onze vrouwen in de oorlog denken.

Onze ex-dictator sprak het volk eens toe. “Een versleten rieten mat in je huis is waardevoller dan een vrouw die niet baart.”
Daarmee wilde hij de Irakese vrouwen te stimuleren om een leger kinderen voort te brengen. Maar de vrouwen bleven hun anticonceptiepillen slikken. Toen gooide hij het over een andere boeg: “Het zijn niet mijn woorden, maar is een van de overleveringen van de profeet.”
Pas toen waren zijn woorden waardevol en gingen onze vrouwen kleine ‘soldaatjes’ voor hem baren.

Tweeduizend jaar terug verjaagde Ibrahim in het gezelschap van Hager en Ismaël de onzichtbare Satan in de vallei Mina door hem met kiezelstenen te bekogelen.
Kort geleden zei ik tegen oom Rahman, die een van die tweeënhalf miljoen enthousiaste stenengooiers was bij de laatste massale duivelvervloeking in dezelfde vallei van Saoedi-Arabië: “ De duivelverschijning kent geen vaste plaats en tijdstip. En de duivel komt heel vaak in de vorm van een mens te voorschijn. De ene keer in de vorm van Saddam, de andere in de gestalte van Sharon. Of met het gezicht van Ghaddafi. Of in de huid van Hitler of Stalin. De ene keer laat hij zich zien met de baard van Osama Bin Laden op zijn kin geplakt, de andere keer verborgen achter het rode gelaat van Frans van Anraat. Op dit moment vermomt hij zich als president Ahmadinejad. Men kan deze aardse satans dus liever en net zogoed dichterbij huis sarren.”
Niettemin vond hij mijn woorden geen steentje waard. 

Ik heb me voorgenomen om eens bij Karin de Groot op de radio te beweren dat de ezel door zijn wijsheid de koning der dieren is. Zij zal dan ongetwijfeld heftig protesteren: “Maar dat was toch de leeuw?” En  dan zeg ik dat Nietzsche dat immers beweert, waarop Karin de Groot zonder twijfel zal uitroepen, “Dàn moet dat kloppen, de ezel is de koning der dieren. Wie, wie zei u: Nietzsche, Nietzsche zei u?’

april 2006

 

Een schop van Hirsi Ali

  
Nadat Hilaal uit de gevangenis werd vrijgelaten, vertelde hij zijn vader iets onbestaanbaars. “Drie officieren hebben mij drie weken lang ruw ondervraagd, maar degene die dezelfde taal sprak als ik was de wreedste. Hij schopte me onophoudelijk.”

“Daar kunnen drie redenen voor zijn,” zei zijn vader. “Eén: Dat hij een bloedhekel heeft aan zijn eigen volk. Twee: Dat hij krampachtig probeert te bewijzen dat hij als Koerd werkelijk trouw en loyaal is aan de Arabische overheid. Of drie: dat hij een minderwaardigheidscomplex heeft en gewoon wil laten zien dat hij toch iets goed kan.”

Hilaal woont nu in een beschaafd en zeer democratisch land, waar zelfs het internationale gerechtshof staat.  Hij denkt daarom niet meer terug aan deze gebeurtenis. Maar door de crisis rond de Mohammed-cartoons komt alles na 25 jaar toch weer bij hem boven.

Uit de nieuwsbronnen wordt Hilaal steeds duidelijker dat bijna alle wereldpolitici min of meer een verzoenende toon in de richting van de islam hebben aangeslagen. Zijn eigen premier heeft de moslimgemeenschap gecomplimenteerd met hun zelfbeheersing en kalmte. Als liberale, gematigde moslim doet dat Hilaal goed. Niets maakt meer indruk op hem en zijn geloofsgenoten dan beloond en geprezen te worden door een groot figuur. En wat is de basis van het geloof anders dan Allah ’s beloning voor goede daden?

Ook Hilaal is furieus geweest. Het Midden-Oosten lijkt op dit moment op een wespennest. Het beledigen van de profeet en dan ook nog in de heilige maand Muharram, dat is net zoiets als het blazen van de rook in dat wespennest. Maar hij laat zich niet uit de tent lokken.

Ondoorgrondelijk is alleen het commentaar van Ayaan Hirsi Ali. Zij eist “het recht om te beledigen” op. Hilaal weet dat de liberale VVD’ers de vrijheid hoog op de agenda hebben staan. Maar onder haar collega’s is zij de enige die de belediging van andere mensen letterlijk en figuurlijk voorstaat, iets wat volgens Hilaal wezensvreemd is aan de beschaafde rechtsstaat.

“Hirsi Ali, is geen superster, maar wordt toch als superster ontvangen in Berlijn. Hoe kan dat nou? Wordt men in dit moderne leven voor superster aangezien als men zich extreem opstelt jegens zijn ex-geloofsgenoten? Vreemd fenomeen. Om dezelfde reden was Salman Rushdie ooit een superster in Groot-Brittannië,”  zegt hij tegen zijn vriend Adnan.

Hilaal stelt, net als ieder moderne moslim, het recht op de vrije meningsuiting op prijs, maar vindt tegelijk dat daar grenzen aan moeten zijn.

Hij pakt zijn pen en een stuk karton. Daarop tekent hij een portret van een lelijk dier waaronder hij schrijft: “Dit is Hirsi Ali. Het lelijke gezicht ontsiert het mooie gezicht van Nederland.” Hij zegt tegen  Adnan, “Als zij hier bezwaar tegen maakt is mijn antwoord: ik heb toch ook het recht om te beledigen?”

En op dat moment ziet Hilaal zijn eigen vader weer voor zich. “Dit mens heeft jou geschopt, net als die Koerdische officier, en om dezelfde redenen.”  

Toba

Hilaal had zijn vader nooit horen huilen, behalve op die vrijdagochtend toen hij zich tegen de wil van zijn vader verzette en woedend de naam van de profeet gebruikte met een spottende bijvoeglijk naamwoord erbij.
 “Hoe durf jij, ongelovige jongen, zoiets te zeggen over de baas van alle schepsels over wie, Allah’s vrede en zegen op hem, Allah beweert “als hij niet bestond, zou ik de hemelen niet hebben geschapen?”

Ook zijn moeder waarschuwde hem. “Er was eens een jongen die godslasterlijke taal gebruikte, en die werd blind. Maar hij heeft later zijn spijt en vergiffenis aangeboden door te zeggen: toba, toba ik heb poep gegeten, drie keer achter elkaar.”

Hilaal raakte in paniek, hij zag de wereld ineens donker worden voor zijn ogen, was bang voor wat z’n moeder voorspelde. “Wat moet ik zonder mijn ogen” zei hij tegen zijn vriend. “Ik kan dan de films in de bisscoop niet meer zien, geen cowboy’s, geen Tarzan, geen James Bond meer.”

’s Middags kwam hij via de keuken hun huis binnen. Zijn moeder was met de ene hand uien aan het fijnsnijden en veegde met de andere tranen weg. Hij wist niet of dat door verdriet of door de uien kwam. Een grote pan maakte zachte sissende geluiden op het fornuis en verspreidde een heerlijke geur.
Hilaal keek naar het gezicht van zijn moeder, dat sombere trekken had gekregen. Anders was haar gezicht altijd helder en vrolijk. Hij had de buren vaak horen zeggen “Dat komt omdat zij een gelovige en vrome vrouw is. Zij heeft voor iedereen gelijke liefde en haat niemand en wie niemand haat wordt geliefd en wordt zo mooi. ”
Plotseling vroeg zijn moeder hem zonder hem aan te kijken:
-    Heb jij je verontschuldigd bij jouw vader?
-    Nee, ik weet niet hoe.
-    Ik vertel je hoe, mijn schat.
Hij sloeg zijn ogen neer en zag het smalle gezicht en de kleine uilogen van zijn godsdienstleraar voor zich staan. Hij zou hem bij de komende les 40 minuten als een manke kip op één been voor de klas laten staan.

Hij was altijd bang voor zulke straffen, voor de aardse en voor de hemelse.
Hij herinnerde zich hoe zijn vader soms van top tot teen beefde van emotie en bewondering als hij een van de overleveringen van de profeet op de radio of de lokale imam hoorde. Meerdere malen had hij zijn vader horen zeggen:  “Ik ben jaloers op Haji Abdollah want die heeft de profeet eens gezien in zijn droom, zijn gezicht brandde als een lamp, zegt hij. En de profeet, Allah ’s vrede en zegen op hem, zegt wie mij in droom ziet heeft mij werkelijk gezien. ”

Hilaal wikte en woog de hele dag lang. ‘s Avonds zei hij tegen zijn moeder:
-    Zal je dan willen bemiddelen tussen ons?
-    Jawel, zei zij onmiddellijk zonder te weten waarvoor. 
-    Om een compromis te sluiten. Dat hij mij niet gaat dwingen om op vrijdag naar de moskee te gaan, het is immers een vrije dag
-    Ik zal het voor je proberen.

Langzaam maar zeker waste zij haar handen met koud water en zeep terwijl de vrijdagse kofta op het vuur stond te pruttelen.

Ze troffen vader zoals altijd op zijn kleurrijke gebedstapijtje zitten met zijn hoofd de ene keer naar rechts en de andere naar links een halve cirkel draaiend. Daarna blies hij wat woorden in beide handen, stak die omhoog en zei met gesloten ogen zijn gebed. Toen hij die weer opendeed viel zijn blik op de jongen, en schreeuwde hij met schorre stem: “Wegwezen jij huichelaar.”
Hilaal raakte op zijn beide knieën voor zijn vader, daarna drukte een kus op de rechterhand van zijn vader zoals zijn moeder hem had aanbevolen: “Nooit meer papa, toba, toba, ik heb poep gegeten, toba, toba, ik heb poep gegeten, toba toba, ik heb poep gegeten.”
 Met veel vertraging en nadat moeder hem diep in zijn ogen had gekeken, drukte de vader een zachte kus op het voorhoofd van de jongen.

De volgend vrijdagochtend deed Hilaal de mooiste kleren aan om zijn geliefde te ontmoeten, van wie de schoonheid werkelijk brandde als een lamp.

Praatfobie


Elk kind dat geboren wordt maakt me blij. Want het betekent dat er een nieuwe medebewoner is met wie we kunnen communiceren.
Vroeger was het heel anders met communicatie. Mensen waren bij elkaar en kwamen bij elkaar. Men hoefde geen lange uren achter de computer of voor de TV zitten te kijken en tegen een dode hoorn en haak te spreken.
De mensen leefden fitter en gezonder en ook gelukkiger met al hun sociale beperkingen. Men leefde primitiever, maar wel gezonder. En dat is nog steeds het geval in de oosterse maatschappij.
“Ruzie maken met elkaar is veel gezonder dan stil tegenover elkaar te zitten!” is een spreekwoord uit de moedertaal.
Men zegt dat het ongezonde eten de reden is van het ongezonde lichaam in onze moderne wereld. Terwijl de hoofdoorzaak van lichamelijke en geestelijke ziekten het gebrek aan rechtstreeks communicatie tussen de bevolkingsgroeperingen onderling is. De rest is niet meer dan een bijwerking van die kwaal.
Volgens het laatste wetenschappelijke onderzoek lijdt de helft van Nederlanders op een of andere wijze aan een psychische aandoening. Ik heb door dat onderzoek mijn onderzoekende ogen en oren opengesteld en inmiddels achtergehaald dat niet alleen de mensen met werk geen tijd voor elkaar hebben, maar ook de oudere mensen die urenlang achter de ramen van hun eigen huizen zitten terwijl hun buurmannen en buurvrouwen in precies dezelfde situatie verkeren.
Dat is voor een groot deel te danken aan de TV en de computer, die maken dat medemensen gemakkelijk zonder elkaar kunnen en het broodnodige face-to-face contact een overbodige luxe vinden.

Ik voelde me eigenlijk veel gezonder voordat ik de computer van Janne kreeg. Ik was veel vrolijker en levendiger in een periode toen wij thuis geen televisie hadden vanwege tekort aan stroom. Televisie is de pest van de eeuw!
Ik ben op dit moment werkloos en Janne ook. In vijf jaar tijd hebben wij elkaar 50 keer ontmoet en 5000 e-mail uitgewisseld. Ik ben de stem van Janne bijna vergeten: is hij van het hoge toontype of het lage. Maar haar woorden niet. Haar beeld is bijna uit mijn geheugen verdwenen, alsof ik lang geleden in een droom eens iemand zag die Janne heette, maar die onverwachts uit mijn wereldje is weggelopen. Voordat ik de computer had was ik elke week bij haar op bezoek om te kletsen. Janne vond het ontzettend leuk. Zij ging alleen als zij een tekst voor mij wilde redigeren achter de computer zitten.

Men is geleidelijk het vermogen kwijt om met elkaar te praten. Men durft het voorwaar niet meer aan. Ik heb vijf jaar in een dorpje gewoond, de buren goed gekend en ze mij ook. Bij het verhuizen stond ik midden in straat en mijn buurvrouw zag mij. Zij betwijfelde of ik het prettig vond als ze mij rechtstreeks ter afscheid de hand zou komen geven, dus belde ze bij de naaste buurvrouw aan om te vragen of zij met haar mee wilde. Die was er niet.  Zij bleef op de stoep in mijn richting staan staren. Tot ik zelf het initiatief nam en op haar af stapte.
Praatangst is het nieuwe fenomeen!
Op de schoolbijeenkomsten kwamen ouders die ik drie maanden niet gezien had en toch hoorde ik geen van hen “hoi” zeggen, niet alleen tegen mij, maar ook niet tegen elkaar. Terwijl ik wekelijks drie tot vijf e-mails van een paar van hen ontving.
Men spendeert tien minuten aan het kiezen van een wenskaart en twee minuten aan het schrijven van de passende woorden, maar men besteedt liever geen seconde tijd aan een praatje  met de buren en de kennissen naar wie men die kaarten stuurt.
Praatfobie!
Ik vrees dat er een dag komt dat wij een dikke “hoi” op een kaart zetten en die opsturen om zo geen woord met de buurman en buurvrouw te hoeven wisselen!

Tumor

Door Freeyad Ibrahim

De Iraanse president vindt Israël een tumor die verwijderd moet worden. Die opmerking is niet nieuw. Ook niet uit de mond van extreme leiders van de islamitische republiek van Iran.
Meent Hassan Ahmadinadjad dat ook serieus, of is het een goedkope binnenlandse propaganda-stunt?
Om op een held te lijken moet je in het Midden-Oosten altijd dreigende vinger opsteken naar de joodse staat, anders kom je nooit in aanmerking voor het heldendom.
Wat mij opvalt is dat alle extreme leiders, zowel nationalistisch als chauvinistisch of liberaal of socialistisch in die regio allemaal wel eens hetzelfde hebben gezegd.. Dajamal Abdul Nasir van Egypte in de jaren zestig en zeventig, Moammar Gaddafi van Libië, Haviz al Asad vader van Syrische leider van nu, Saddam Hossein van Irak en Ayatollah Ghoemeni in de jaren tachtig.
Twee decennia geleden verklaarde de ex-dictator van Irak dat het noordelijke gedeelte van dat land en het Koerdische gezag een tumor vormden in het lichaam van dat land. In de loop van tijd werd hij zelf langs militaire weg als een tumor weggesneden uit het lichaam…
Hij wees met een beschuldigende vinger naar de Koerdische leider, als zou deze wapens van Israël hebben gekocht om zijn strijd tegen de centrale regering te kunnen voeren. Iedereen wist dat de Koerden hun wapens hadden veroverd op de regeringstroepen. Hun wapens bestonden slechts uit simpele geweren en lichte handgranaten. Het verhaal over de steun van Israël was bedoeld om het uitmoorden van de Koerden te kunnen rechtvaardigen. Het resultaat was tienduizend verwoeste en verbrande dorpen - voor de ogen van de zwijgende en toestemmende Arabische en de islamitische wereld.
Het lijkt mij dat Hussein Ahmedi Nadajd recentelijk in een politiek dilemma verkeerde en nu  poogt overeind te komen. Zijn nieuwe harde toon is alleen bedoeld om de publieke opinie en de terreurorganisaties in met name buurland Irak actief aan zijn kant te krijgen. Vooral omdat Iran tegenwoordig op de drempel van het isolement staat als gevolg van zijn nucleair crisis met de VN.
De ervaring heeft echter geleerd dat een mier een veilig leven leidt zolang hij rekening houdt met zijn mogelijkheden en grenzen als lopend en kruipend beestje. Maar zodra er twee vleugels aan zijn romp groeien, begint hij tegen mensen op te vliegen, waardoor hij vaak dodelijke klappen en meppen oploopt.
De vliegende mieren uit de regio zijn toevallig van de kaart geveegd, terwijl de tumor Israël als lentebruid bovenop danst!

Saddam

 

Door Freeyad Ibrahim

 Voor het eerst kon hij zijn ministers niet in het gezicht spugen of hen voor hoerenzonen uitmaken. Voor het eerst kreeg hij tegenspraak van een Irakees te verduren zonder zijn oren eraf te mogen trekken, hem te laten kelen of een lege whiskyfles onbelemmerd in zijn gat te kunnen persen.

Baldadig, met onreine hand de koran vasthoudend, zijn geheel in lijkwit gehulde kameraden vergenoegd toelachend, trotseerde hij zelfs de Koerdische rechter in de rechtszaal met een loeihard: “Ik ben onschuldig.”

Hou je kanis! Was mijn eigen moeder, die tijdens de luchtaanvallen van de coalitietroepen in een ijskoude nacht doodvroor door gebrek aan olie voor haar oliekachel, dan soms schuldig? Of mijn drieënzestig jaar oude vader, die na twee weken zware martelingen weer thuiskwam, alles ontkende omdat hij bang was weer gevangen genomen te worden, en vertelde dat de littekens aan zijn beide polsen niet door drie dagen hangen aan een plafondventilator veroorzaakt waren, maar door een val van de trap? Of ben ik zelf schuldig, omdat ik nu met een verloren identiteit, een verloren gezondheid en verloren verstand in het vreemde verre westen rondzwerf?

Ach, als ik terugdenk aan de barre jaren van zijn dictatuur heb ik altijd een onbehagelijk gevoel van aversie tegenover de beschaafde wereld en haar machiavellistische houding jegens dat land. Omwille van het welbegrepen eigenbelang leverde de moderne wereld deze idioot het genocide-middel. Als men een levensgevaarlijke tbs’er als Wilhelm S., die een tijdje terug Nederland in rep en roer bracht,  een mes in handen had gestopt, zou men dan niet als medepleger worden beschouwd? Vergeleken met Saddam heeft deze idioot maar één mugje gedood.

Nu ze een tand- en nagelloze vos in plaats van een almachtige leeuw in de kooi hebben zitten, trachten ze hem van een volksonderdrukker in een volksverschrikker te doen omslaan.

En waar is dit juridische tafereel voor nodig?

Zodra de regering van de Verenigde Staten in crisis verkeert, verschijnen twee gezichten ineens vaak op het scherm: dat van het hondje van Bush dat samen met de president uit het vliegtuig stapt, en het gehate gelaat van onze volksverschrikker in zijn slordige grijze baard en diep in de oogkassen gelegen ogen. Vorig jaar zagen we hen tijdens de verkiezingen; het jaar daarvoor tijdens de installering van de interim-regering; en nu bij het grondwetreferendum. De boodschap is duidelijk: “Rustig maar, Saddam leeft nog en wij beschikken over hem.” De Irakezen ervaren dit echter allemaal als een immens onverschilligheids- en onhebbelijkheidsvertoon van de kant van de Amerikanen.

De berechting is op zich onterecht en onvolledig. Toch, als het moet, dan moet deze uitgekookte vos geen kans meer krijgen om nog eens zijn streken uit te halen en zijn onzalige leven nog een paar jaar te rekken. Verder moet moeten alle figuren die min of meer een aandeel hebben in het leed van het volk zich in dezelfde zaal verantwoorden. Ik noem hier maar een paar: Frits van Anraat die het mosterdgas aan Saddam leverde, Kojo en Kofi Annan die het volk hebben laten creperen, Bush de Vader die in 1991 het volk aan de genade van de dictator heeft overgelaten.

Voor een terechte en faire berechting zou hij allereerst een lichamelijke foltering moeten ondergaan. Dit kan het best aan de hand van mijn eigen moeders wensen. Toen mijn broer met zijn door stokken en kabels kapotgeslagen hoofd wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten werd uit de gevangenis van de inlichtingsdienst, was hij bijna niet meer herkenbaar en sprak hij onverstaanbare woorden. Mijn moeder geloofde haar ogen niet en sloeg haar armen om zijn nek en rook de geur van zijn zweet.

“Zo rook hij altijd, dit moet het kind van mijn eigen vlees en bloed zijn,” riep zij.  Toen sloeg zij twee handen omhoog naar Allah en knarsetandde. 

“Ach, als ik hem in mijn handen krijg, zal ik hem opsluiten om elke keer met een tang een stuk van zijn vieze vlees af te snijden. Zo weet hij pas dat in ons vlees ook zenuwen en bloedvaten zitten die onverdraaglijk pijn gaan doen als je erin boort of in steekt.”

Dan volgt een psychische marteling. Onze ex-dictator zou met zijn smetvrees op een openbaar plein in het hart van Bagdad moeten worden neergezet en iedereen zou hem met poep aan de handen zijn handen mogen schudden.

Pas dan mag hij zonder verdere vorm van proces overhandigd worden aan de nabestaanden van het door gifgas onbewoonbare Halabje en het met de grond gelijk gemaakte Dujail, met het verzoek om met hem te doen wat ze maar willen.

Iedere lichtere vorm dan dit uit drie delen bestaande vonnis is pure ongerechtigheid en niet meer dan verraad aan het volk dat altijd al door buitenlandse machten is verraden!

Valium voor Irak

  

Als je een jonge vrouw op een fiets ziet met een korte jurk of rok aan, en ze laat haar jurk met opzet omhoog wapperen zodat we haar gebruinde benen en dijen kunnen zien, dan is dat een Nederlandse, zelfs als zij zwart haar heeft en net terug is van een dure vakantie naar een tropisch land om te laten zien dat zij bekwaam en rijk genoeg is om zulke dure reizen te maken. Als je een vrouw een apotheek ziet binnenhollen en zonder recept valiumtabletten aanvragen, dan is dat een Irakese - zelfs als ze blond haar heeft.

Kort geleden zag ik Sabah, een jonge Irakese vrouw, op de tv: “Ik ben al heel lang verslaafd aan valium, ik gebruik momenteel drie of vier valiumtabletten van 5 mg per dag. Dat helpt, anders kan ik niet slapen, ik ben erg bang voor alle auto’s en de mensen om me heen. In Bagdad kun je valiumtabletten krijgen zonder recept. De Irakese vrouw is nu te slap en te suf te huilen”

Ze zweeg even en toen verzuchte ze: “Ik probeer me echt los te maken van het kalmerende gif,  als er maar een lichtpuntje te zien was. Allah kariem.”

Ja, het enige wat dan overblijft is Allah aanroepen in het donker, zoals de moeders van de Irakese kinderen nu massaal doen. Of ze vertellen een nieuw soort sprookje om het kind valiumvrij in slaap te krijgen: “ Vroeger, lang geleden, hadden wij elektriciteit, het huis was fel verlicht, je kon zelfs lampen laten branden door aan een touwtje te trekken of op een knop te drukken. Zie je die klerenkast in de hoek daar? Dat was onze koelkast. En die schoenenkast daar naast de deur? Dat was ons tv-toestel.”

Het kind wrijft dan natuurlijk met beide handen in zijn ogen en stelt de volgende logische vraag: “Wanneer keert het licht dan terug?”

“Na het referendum over de grondwet, zeggen ze.”

“Maar dat heb je mij vorig jaar ook beloofd,” betwijfelt het kindje. Het wordt opeens slaperig, en valt zo in een diepe slaap. De moeder haalt een geel plat valiumtablet van 5 mg uit een potje en smijt die in haar eigen droge mondholte.  

De meningen over het referendum verschillen flink van toon. Op de radio hoorde ik zeggen:

“Ik ga ja stemmen, maar als ik tussen de grondwet en elektriciteit zou mogen kiezen, zou ik op het licht stemmen.”

“Het is weer een nieuwe bezigheid, om ons af te leiden. We zijn geen kinderen, om van alles beroofd te worden en dan tot rust te worden gebracht door een speen in onze mond te stoppen. Straks wordt er een nieuw toneelstuk over de berechting van de dictator live uitgezonden.”

“Hoe dan ook, ik  ben blij. Voor het eerst mag ik nee zeggen tegen een regeringsbesluit, en dat doe ik vandaag.”

“Ik ga ja stemmen, al heb ik de grondwet niet gelezen.”

De bevolking heeft echter niet veel vertrouwen in vader en zoon Bush, en evenmin in hun eigen politieke vertegenwoordigers, door de corruptie en het misbruik van het nationale inkomen.

De enige omstreden post onder de ministeries was en is nog steeds het ministerie van olie en financiën.

“Waar is het geld gebleven?” vragen de Irakezen elkander op de straten van Bagdad, Mosul en Arbil. “Het is weer tussen hoge mannen verdeeld,” is het traditionele antwoord.

De situatie in het land van Duizend-en-één-nacht is uit de hand gelopen. Wanhoop en onzekerheid overheersen.

Toch: laat ons op een wonder hopen. Misschien komt de langdurige onrust eindelijk tot rust. Misschien herstelt het vertrouwen tussen de bevolkingsgroepen zich op een gegeven moment. Het kan zijn dat de machtsstrijd tussen sjiieten en de soennieten, die ik voor de oorlog voorspelde, eindelijk ophoudt.

Wat ik wel zeker weet is dat er geen enkele verbetering, niet minder autobommen en zelfmoordaanslagen in Irak te verwachten vallen, voordat er twee dingen gebeuren:  het regime van Bashhaar Assad van Syrië dezelfde les leren als Saddam, en de Iraanse geestelijken fors op hun nummer zetten door internationale druk; bij voorkeur een economisch embargo, maar anders een militaire ingreep.

Pas dan kunnen de Irakezen vredig en veilig leven. Ik denk dat de hele wereldbevolking veel vrediger en veiliger zal leven zonder deze twee agressieve, gehate regimes. Cowboy Bush, de handen weer uit de mouwen! Eind goed al goed, zeggen wij hier in Holland!

En pas dan mogen Sabah en haar valiumgenoten de valiumtabletten wegsmijten. Door de blijdschap en vreugde zal er zelfs geen sprake van ontwenningsverschijnselen zijn!

Het land der blinden

Door Freeyad Ibrahim

Al voor de derde dag stond ik de hele dag hulpeloos voor de deur van het kantoor woningbelastingen in de Irakese stad waar ik negen jaar geleden woonde. Ik had alle documenten en gegevens om de verkoop van mijn eigen woning af te ronden bij me. Hoewel alle paperassen compleet waren, staken de ambtenaren er steeds een stokje voor. Ik verloor alle hoop op een goede afloop.
Op zeker moment kwam een eenogige man op me af en fluisterde in mijn rechteroor: "Zonder mijn hulp sta je hier tenminste nog twee maanden te wachten, met mijn hulp krijg je de hele boel in twee uur tijd voor elkaar."
Ik hief mijn hoofd op en vroeg naar de voorwaarden van deze, naar mijn smaak, omkooppraktijken.
"Meneer, de korte weg kost je 200 dinars en de lange 20 dinars, maak jouw keuze."
Ik koos voor de korte en dure weg en inderdaad, de boel was binnen twee uur afgehandeld. Weer buiten lachte de eenogige man me beminnelijk toe. "Ze delen het geld samen, mijnheer, maar de directeur houdt het grootste deel voor zichzelf."

Elk jaar worden de verblijfsvergunningen van mijn kinderen door de IND verlengd. Dit jaar is het derde jaar en dus tijd om die door definitieve documenten te vervangen. Volgens de wet moeten die na de betalingen van de legeskosten automatisch en zonder nieuwe voorwaarden verleend worden. Dit had al in maart plaats moeten vinden. Sinds 30 maart 2005 zijn de oude documenten al ongeldig. Nu zitten wij al in de maand september en nog steeds is er van verlenging geen sprake.
Na vele telefonische en schriftelijke contacten kwam eindelijk hun reactie. "Jouw kinderen zijn in Irak geboren, bezitten daardoor nog de Irakese nationaliteit en die moeten ze nu kunnen tonen om voor Nederlandse documenten in te kunnen wisselen." 
Zout in de oude wonde. De IND laat ons nooit in vrede leven. Alsof de vijf barre jaren van dodelijke onzekerheid hier in dit zachte harde land niet voldoende waren om van mij bijna een zelfmoordenaar te maken. Van de ene oorlog in de andere. Nooit laat ik mijn kinderen weer de Irakese nationaliteit aannemen! In nog geen honderd jaar. Na een DNA-test zijn ze erkend als mijn kinderen. Waar is dit nou weer voor nodig?
"Mevrouw," verzuchte ik benauwd terwijl ik zag hoe Sana haar rechterhand op haar zwangere buik drukte, "minderjarige kinderen krijgen in Irak pas een paspoort als ze volwassen worden."
"Dan moet je dit bij de ambassade vragen," antwoordde mevrouw IND.
"Mevrouw, ik ben de vader, ik ben al lang Nederlander en mijn kinderen zijn dus ook Nederlanders. Het enige verband met dat land is dat ze daar geboren zijn en dat is bewezen door geldige documenten die nu bij u en de gemeente liggen. Waarom moet ik dan van hen weer Irakezen maken? Ik wil ook dat mijn kinderen rechtstreeks het Nederlandse paspoort krijgen. Ik vind bovendien dat de dubbele nationaliteit slecht is voor de integratie van mijn knappe, verhollandste kinderen. Het lijkt wel of jullie voorstanders zijn van de dubbele nationaliteit, die desintegratie als gevolg heeft, en dat weten u en uw politici net zo goed, nietwaar?"
De stem koel als januarihagel: "U kunt bij de Irakese ambassade in Den Haag informeren of ze die documenten wel of niet willen verstrekken, en waarom, en stuur ons de schriftelijke verklaring dan."
"Mevrouw, ik ben zowel vanwege de corruptie en oplichterij van de lokale autoriteiten gevlucht als vanwege de wreedheden van de tirannie. Bovendien heb ik geen enkel vertrouwen in deze ambtenaren en diplomaten die zich nu in Europa als volksvertegenwoordigers vestigen, en zich als verzetstrijders tegen de tirannie voordoen, terwijl velen van hen in de tijd van dat afschuwelijke bewind hoge posten bekleedden. Mevrouw, bescherm mijn persoon zoals die van iedere Nederlander, door mij niet meer voor hen te laten buigen en smeken om een verklaring die met smeergeld gekocht kan worden."
Mijn smeekbede werd niet verhoord! Noodgedwongen heb ik dus de Irakese ambassade in Den Haag gebeld. Daar zei de stem aan de telefoon: "Je moet eerst naar ons toe komen en jouw Irakese nationaliteit inleveren als eerste voorwaarde."
"Meneer, ten eerste ben ik geen Irakees meer, ten tweede heb ik geen Irakees paspoort meer in bezit, die heb ik voorgoed ingeruild voor een Nederlandse.,"
"Nee, jij bent nog steeds Irakees," verzette de stem zich, meer uit afgunst dan als waarschuwing. "Anders geven wij uw kinderen geen paspoorten."
"Ik verzoek u dan vriendelijk of u deze verklaring zwart op wit kunt zetten," verzocht ik, inmiddels aardig aangepast aan de Nederlandse bureaucratie en het verzoek van de IND indachtig.
"Dat doe ik niet," gromde de stem uit het heden, die precies klonk als het donkere verleden.
"Tenslotte, vindt u niet dat het lang duurt om deze documenten te regelen?" vroeg ik hem vertwijfeld.
"Het kan wel heel lang duren," zei de stem vaag.
"Maar ik zou ze zo snel mogelijk willen hebben, meneer," stelde ik voor.
"Dat kan, maar dat zullen wij wel bespreken wanneer je hier langs komt."
Hij klonk ineens veel vrolijker en merkwaardig vriendelijk.
"Alles is bespreekbaar," voegde hij er nog aan toe.
Daar twijfelde ik niet aan. Ik zag alweer eenogige mannetjes voor me staan.

Leraar is profeet

Door Freeyad Ibrahim .

Ik was eens bij een Engelse les op een middelbare school ergens in dit land. Er kwam een jongen binnen die nog steeds het rietje van het pakje sinaasappelsap in zijn mond had. Achter hem zat een dikke ronde jongen die constant naar beneden keek en met zijn benen heen en weer bewoog onder de stoel van zijn recht voor hem zittende klasgenoot. Een jongen daar weer achter hield zijn leesbril schuin op zijn wenkbrauwen. Twee minuten te laat holde een jongen hijgend naar binnen en plofte ongegeneerd op zijn stoel neer. En iemand in het midden bukte zich voorover om zijn losse veters te strikken. De leraar, een mannetje van vijftig met een versleten en afgeleefde spijkerbroek, wat ik een markant fenomeen vond, keek onverstoorbaar naar dat chaotische tafereel in zijn klaslokaal. Ik vond hem erg soft en had hem bijna uitgemaakt voor nederige, ongeschikte flierefluiter. Op dat moment riep hij tamelijk beminnelijk twee keer achterelkaar op tot stilte en was het in een ommezien doodstil.

De leraar hield geen enkele afstand tegenover die losse levendige lawaaierige jongelui. Integendeel: hij gaf hen gedurende de les zelfs de kans te praten, te discussiëren, te lachen, en soms zelfs te brullen van het lachen.

Het leesklimaat in de klas en het leefklimaat op de school waren heel anders toen ik in het vaderland nog voor de klas stond. Eigenlijk was ik een legercommandant die alles vervaarlijk in ogenschouw nam voordat ik mijn ontegenzeggelijke bevelen gromde.

Wanneer men met leeuwen moet omgaan, mag men best een leeuwentemmer zijn. Zelfs als de leraar op school een leerling met een bijna onmerkbaar handgebaar waarschuwde, begreep die de boodschap meteen. Zijn handen begonnen te trillen terwijl zijn benen beefden als een blad aan een herfstboom.

De leraar hield zichzelf ook het recht voor een leerling uit de klas te gooien, griezelig te vloeken of een flinke schop onder zijn gat te geven als er sprake was geweest van tegenspraak, protest of een andere ongeoorloofdheid. Dat was daar een normale manier om zijn toorn te temperen. Slaan op handen en delen van het lichaam was ook, en is nog steeds, een zeer gebruikelijke handelwijze en een acceptabel leermiddel. Er lagen voor dat doel zelfs speciale natte dunne boomtakken gereed. Zonder deze voorzorgsmaatregelen zou de klas waarachtig in een staat van chaos en anarchie ontaarden.

Als ik thuis eens hardop tegen mijn dochtertje brulde, plaste zij in haar broek. En als ik het gedrag van mijn zoontje bestrafte, poepte hij in zijn ondergoed.

Nu heb ik, na een grondige hersenspoeling, drie ongenaakbare revolutionaire rebellen thuis. Drie onbuigzame schepsels!

Ze spreken me tegenwoordig ongegeneerd tegen, protesteren tegen mijn resoluties, durven mijn fouten aan de kaak te stellen, hun mening vlot en ongeremd naar voren te brengen, hun rechten op te eisen. En ze doen het ongevraagd. Ze gehoorzamen mij niet blind zoals ik dat mijn leraren en ouders deed. Als ik weer eens harde woorden gebruik tonen ze mij bittere gezichtsuitdrukkingen, een boos gelaat en trekken ze een zure mond.

"Ik ben blij dat het democratiseringsproces in ons huis al begonnen is, maar ook wel een beetje angstig dat ze mijn dictatoriaal bewind uiteindelijk omverwerpen!" zeg ik tegen Sana nu de scholen weer begonnen zijn, en vertel haar daarbij gelijk een verhaaltje uit het verleden:

" Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik op mijn basisschool eens een leraar op het ijs zag uitglijden. Hoe kon dat in hemelsnaam gebeuren! In mijn ogen bezat de leraar een supernatuurlijke macht, was alwetend, onaantastbaar en almachtig. Het beeld van mijn leraar in schoon zwart pak en met zwarte glanzende nieuwe schoenen uitgestrekt op grond en door de schoonmakers van de school weer op de been geholpen, zie ik nog steeds voor me. Terug thuis vertrouwde ik mijn vader bedeesd en verstijfd het voorval toe.
 "Dat kan gebeuren," zei vader zacht en diep, "Schrik niet, jongen, dat kan wel gebeuren, hij is ook een mens, alleen Allah kan niet uitglijden."
 "En de profeet ook?" vroeg ik ongeduldig.
 "Ja hoor, want dat is ook een mens, die gaat ook dood."
Ineens maakte vader een zwaaiend handgebaar en hardop te citeren uit een gedicht dat op de borden van alle scholen vet en gekleurd stond geschreven: "Sta op voor de leraar en geef hem volkomen eerbiedigheid De leraar is net tot de hoogte van de profeet gestegen."

" Ik vraag me af of de leraar ook hier met een profeet wordt vergeleken." "Misschien wel," antwoordt Sana wat bedachtzaam, en vervolgt: "Maar dan met hun eigen profeet!"

De cultuur van fitness

In de fitnesszaal komt men vele verschillende gezichten tegen. Door hun kleding en hun manier van praten kom je er razendsnel achter wie wie is. De cultuur van het sporten varieert echter per land. Ik raak soms heel eventjes in gesprek met de mensen en dan gaat het meestal over de klachten onderling of over het weer zowel binnen als buiten. Want als het binnen benauwd is moet je flink zweten en blijft het zweet aan je lichaam vastzitten als lijm. Dat is het enige voordeel van de benauwdheid binnen: het is de sleutel van een gesprek, een lach of een weeklacht.

Ik kan ook door een vraag of opmerking mijn accent checken. Ik knik naar een oude man en toon hem mijn ongenoegen over de benauwdheid.

“Ik zweet heel veel, ziet u wel.”

“Ja meneer, ik ben ook in Zweden geweest.”

Einde gesprek. Mijn uitspraak is kennelijk nog niet volmaakt. Ik word wel benieuwd naar hoe het zweet ruikt in Zweden. Hier in de zaal kan ik het wel ruiken. Het ruikt bijna altijd bij de vrouwen naar witte wijn en kaas, bij de mannen naar Heineken en boterham.

Dan komt een oude dame binnen die mij opvalt. Zij lijkt heel veel op mijn eigen moeder. Zij heeft zich van top tot teen zorgvuldig in dikke stof gestoken. Dat is om de uiterlijke schoonheid zo goed mogelijk te verhullen. Volgens de cultuur van mijn vader is de schoonheid de grootste verleidster van de mens. Zij kijkt voorzichtig even naar links en rechts.

We sporten onder toezicht van de jonge Peggy, die straalt vanwege haar slankheid en beeldschone uiterlijk. Met haar strakke spijkerbroek, haar strakke roze shirt en haar sierlijke manier van lopen vormt zij een scherp contrast met mijn moeder die nog steeds de boel voorzichtig overziet en nog aarzelt een beweging te doen. Onzeker of er en man is die haar op dat moment nieuwsgierig en steels gadeslaat.

Ik kan een gevoel van respect en waardering niet onderdrukken omdat zij, ondanks de sociale beperkingen, zo dapper en zelfstandig optreedt. Sporten is de beste manier om te integreren. Jouw zweet mengt zich dan met het zweet van je gastheren en -vrouwen. Maar zij heeft het, ik zie het en ik voel het, te warm. Ik hoorde mijn zus twintig jaar geleden eens tegen mijn moeder zeggen: “Moet ik nou op deze zomerse dag van 48 graden Celsius met een ton kleren aan naar buiten? U wilt toch geen luchtdichte capsule van mij maken, lieve moeder?”

Maar de angst voor Allah was bij mijn moeder altijd groter dan alle andere angsten.

Ook bij mij was die angst even groot - tot de dag van de aanslagen in Londen. Daarna werd de angst voor Allah vervangen door de angst voor sommige geloofsgenoten.

 Ik zie Peggy nu de eenzame mevrouw wat aanwijzingen geven en zo mogelijk haar in de juiste houding zetten. Op dat moment komt een andere dame binnen, met korte broek en t-shirt aan en haar blote armen en slanke gladde benen. Zij maakt het contrast nog scherper.

Achter de glazen deur in de gang, zie ik nu mijn eigen vrouw mij toezwaaien. Zij draagt ook een strakke spijkerbroek, een kopie van Peggy met minder lengte en meer dikte. Als zij mij vraagt of zij met een short mag fitnessen, ga ik er meteen mee akkoord. Ik zie al die blote armen en benen van al die slanke vrouwen om me heen, waarom zouden de mannen haar blote armen en benen dan niet mogen zien? De vrouwen zien mijn blote armen en benen ook, waarom mag zij dan al die blote armen en benen van de mannen niet zien? Is zij van hout gemaakt en ik van goud? Of stroomt in haar vlees geen bloed maar water? Sana is zelfverzekerd en ik heb vertouwen in haar. Sana is dezelfde Sana compleet bedekt of compleet bloot. Wij die in Europa leven hoeven het niet te moeilijk te maken voor onszelf en voor onze nieuwe blanke buren.

Ik veeg mijn warme zweet even af, kijk met medelijden naar degenen die nooit eens mogen zweten. Met mijn ooghoek staar ik naar Peggy die elegant als een patrijs door de zaal op en neer beweegt, zachte aanwijzing aan iedereen geeft en glimlachjes uitdeelt.

“Denk eens aan jouw moeder, Peggy,”  adviseer ik en stel mijn vrouw voor.

“Wil jij eens bij ons Kubba komen eten?” nodigt Sana haar zonder aanleiding uit.

In onze fitnesszaal zijn alle culturen verenigd in één cultuur: de cultuur van fitness.

   

Tirannie of terrorisme?

 Door Freeyad Ibrahim

 De beschaafde wereld is deze dagen weer verdeeld over de handelwijze jegens het toenemende geweld uit de hoek van het primitieve dogma. De Europese staten hebben ieder hun eigen angsten en hebben inmiddels ook een eigen reactie op de laatste griezelige bomaanslagen in Londen kenbaar gemaakt. Het koelbloedige Groot-Brittannië voerde direct een discussie met de moslimvertegenwoordigers van dat land. In het warmbloedige Frankrijk riep de rechtse politiek onlangs om een harde aanpak en verkondigde, dat “het radicalisme ons de derde wereldoorlog heeft verklaard.”

 Het verleden heeft echter bewezen dat discussie met de seculiere en religieuze autoriteiten geen enkele uitkomst biedt. De variaties tussen hoge, matige en zachte stemvibraties van de godsdienstvertegenwoordigers en meningsverschillen over de interpretaties van de heilige teksten maken alle pogingen om de gewelddadige stem uit het dogma te omfloersen onuitvoerbaar. Repressie van de kant van de staat kan noodzakelijk zijn, maar het schenkt desondanks geen radicale ontmanteling van het snelnaderende gevaar. De toestand lijkt op een catastrofe die elke beschrijving tart en zich onttrekt aan elke diagnose en behandeling.

De twee fenomenen fundamentalisme en terrorisme zijn bijna verdwenen uit het Midden-Oosten omdat de dictators daar allemaal geheel of gedeeltelijk moslimleiders zijn. Moammar Gaddafi, Bassahar Al Assad, Hosnie Mubarak zijn daar voorbeelden van.

Ook Saddam Hoessein maakte intensief gebruik van zowel religieuze als wereldlijke macht. “Gehoorzaamt u Allah en zijn profeet en de bevelhebbers onder u.” Wie hem loofde en in preken bewonderde, werd gul beloond met een Supersaloon Toyota of een Mercedes en een ruim huis. Wie neutraal bleef  kreeg niets. En wie een woord tegen hem preekte ruimde hij simpelweg uit de weg. Laat Saddam nou nog eens een dag op het podium van Irak opduiken, dan zul je zien hoe de slager van Bagdad, Al-Zarqawi van angst in zijn dishdasha poept.

De terrorist is actief in de landen die zacht en slap en humaan met hen omgaan, want de straf raakt in het Midden-Oosten de hele familie. Als Mohammed B. bijvoorbeeld in Irak of Syrië of een ander Arabisch land dezelfde daad had verricht, zouden de autoriteiten zijn zoon, zus of ouders voor zijn ogen voor de wilde dieren hebben gegooid. De aanslagpleger vreest niet voor zijn eigen leven, maar wel voor het leven van zijn familie. Hij is dan verantwoordelijk voor hun leed en dat accepteert de leer niet. 

De lokale verzetsstrijders in Irak en de regio die later in internationale terroristen zullen veranderen, laten zich niet afschrikken door repressie van buitenaf, maar buigen wel voor een gevreesde gezaghebber en een tot de tanden gewapend leger die uit dezelfde klei en materie zijn opgetrokken.

Tirannie en terrorisme komen eigenlijk uit dezelfde cultuur. De bloederige tirannen zijn broers van de bloederige terroristen zolang de activiteiten gericht zijn tegen een gemeenschappelijke vijand, met name het Westen en VS en hun belangen en symbolen (Lockerbie, New York, Madrid, Londen, Sharm al-Sheikh). Maar als het gezag van een tiran door zelfs maar de kleinste daad van terreur binnen het land zelf beschadigd wordt, dan is het direct afgelopen met de broederschap. Dan slaat de tiran genadeloos met vuur en ijzer.

 De Oosterlingen zijn in de loop der eeuwen helaas verslaafd aan tirannie zoals de Westerlingen verslaafd zijn aan democratie.

Minst tolerant

 Door Freeyad Ibrahim

 “Waarom ben je zo somber vandaag?” vraagt Sana me als ik weer eens thuis zit, stil als het graf. Vandaag wacht zij niet op mijn antwoord,

“Ik weet dat het door die boze reacties van de lezers komt. Of niet?” En ze vervolgt:  “Denk je dat deze Nederlanders ons tot ongewenste gast verklaren?”

“Geen idee, maar ik denk dat dit volk uiterlijk veel toleranter is dan andere Europese volkeren, maar innerlijk het minst. In Engeland is na die bloederige bomaanslagen geen moskee in brand gestoken en de islamfobie steeg er niet zo hoog als hier."

Ik dacht aan een kennis die na de afschuwelijke moord op Theo van Gogh zijn snor afschoor, een tatoeage liet maken en een korte broek droeg om zijn uiterlijk voorlopig enigszins van een Zuid-Aziaat in een Zuid-Europeaan te veranderen.

“Ik heb niets te maken met die slagers die in de naam van de islam opereren, geen wet staat het doden van onschuldige mensen toe. Ik houd van mijn werk en mijn kinderen, klaagde hij.

In Engeland en Australië wordt een feest gehouden bij het uitreiken van de nieuwe nationaliteit, een groot festival net zoals bij de uitreiking van de Oscars. En bij het uitdelen van paspoorten is koningin Elizabeth zelf ook aanwezig. Hier krijg je het Nederlandse paspoort van een gemeentelijke ambtenaar achter de balie: zo stil en kil, dan lijkt het of je begeleidt door hen al achter een rouwkoets aanloopt. Wij zijn geen honden, maar toch hebben we een dringende behoefte aan een aai over ons hoofd zo nu en dan, vooral bij het verrichten van een bijzondere prestatie.

“Soms heb ik geen idee hoe ik het best met hen kan omgaan,” zegt Sana.

Ik begrijp haar en vertrouw haar mijn in acht jaar opgebouwde ervaring toe. “Sana, blijf spontaan lachen, je moet je nooit verzetten tegen hun wil om hun onlesbare wraak te vermijden. Beter nog, als het kan, probeer gedwee als een lam te opereren. Je moet oppassen dat wat mij door het schrijven soms overkomt, jou niet overkomt. Bij de IND hebben ze mij vijf jaar geleden zes maanden extra laten wachten omdat ik mijn mensenrechten opeiste door middel van honderd brieven. Blijf zoveel mogelijk spontaan reageren, dan oogst je alle waardering en applaus van je omgeving. Kijk naar de recordtijd waarin Maxima’s ‘spontaniteit’ haar naar de troon van Oranje-Nassau voerde. Is de spontaniteit van een hond niet de reden dat hij al die liefde, zorg, aandacht, geld en populariteit hier aangeboden krijgt?

Sana, wij als nieuwe medeburgers willen graag onze stem laten horen, ons ware gezicht laten zien, een link bouwen die ons met dit land kan verbinden, een hechting waarnaar wij zoeken om niet in het moeras van onbekendheid en anonimiteit verloren te gaan. Kortom, aandacht te vragen, ons te manifesteren, laten weten dat wij ook bestaan. En dat doet iedereen op eigen wijze: de ene met extra zorg voor het eigen uiterlijk, de andere met een extra glaasje alcohol; de ene, zoals Hirsi Ali, door moslimprovocatie, de andere door het hoofddoekje een stuk dikker of breder te maken; de ene persoon, zoals ik, door extreem contact met pen en papier, sommigen door hun moskeebezoek te intensiveren; sommigen doen het verschrikkelijke, ze kiezen vanwege haat jegens zichzelf om jegens de anderen zelfmoord te plegen; en jij, Sana, doet het door het eten extra lekker te maken voor onze Nederlandse gasten, veel lekkerder dan dat wij van je thuis krijgen,  ook toen wij nog in Irak woonden. Jij gaat soms zo ver om bij de buren aan te kloppen, die dan verbijsterd vragen “Waar hebben wij dit aan verdiend ?”

Sana lacht me spontaan toe. “Stel je eens voor dat een van de buren een keer wat wisselgeld uit haar portemonnee haalde en in mijn open hand stopte!!”

“Kijk, Sana, als ik honderd positieve stukken schrijf waar ik alleen maar lof en liefde betuig aan de Nederlanders, krijg ik geen enkele reactie van de lezer, dan zwijgen ze, worden ze doof en stom, maar als ik een keer kritiek uit, en harde woorden gebruik, dan krijg ik bijna iedereen over me heen. Toen ik voor het Friesch Dagblad schreef had ik eens negatief over de taalcursussen geschreven en kreeg daarop meteen een boze reactie van een dame uit Harlingen: “Om 13.00 uur reden we richting Menaldum en daar zag ik een bekend gezicht. Ik herkende hem meteen van de foto in de krant. Ja hoor, Freeyad Ibrahim, lekker op de fiets genietend van de zon en in zijn hoofd weer een nieuw stukje voor de krant. Wat doet een Irakees met een poesje die een dikke poot heeft? Brengt hij die ook naar de dokter met de auto? Geeft hij ook 120 gulden uit voor een poezenmand en medische zorg? Ik weet bijna wel zeker van niet. Ik denk dat de poezen hier blij mogen zijn dat ze in Nederland wonen. De Irakezen ook, denk ik.”  

De paarden en de prinsessen

   

Wat is het geheim achter het aanhoudende gewrongen gelach van die fortuinzoekster die elk  jaar in opdracht van haar moeder, mevrouw Z. een prinsesje voor W. Alexander baart? Het is een hele kunst om een lachje zo te kunnen forceren. Om zo hilarisch en hysterisch te gieren is niet vanzelfsprekend, en het komt ook niet uit de hemel vallen, vooral niet in een tijd dat de helft van de Nederlandse bevolking misnoegd is over hun leven en de arme burgers steeds verder door de armoedegrens zijn gezakt.

“Maxima is een supertalent, ze heeft razendsnel onze taal onder de knie gekregen,” kondigde de Mediahypocriet der Nederlanden eens aan. Ik wist niet of ik tranen van vreugde of verdriet moest plengen. Want zelfs de dwaze vrouwen zouden dat talent hebben vertoond als ze met de Prins der Nederlanden waren getrouwd. Dat wekt niet alleen jaloezie en inferioriteitsgevoel onder anderstaligen, maar ook minachting en een verkeerde inschatting van het potentiële leervermogen dat schuilt in de ziel en de hersenen van de grootste deel van de allochtone en ontheemde vrouwen.

Ik heb ook een broertje dood aan de prinsessen die gelukzalig lachen terwijl anderen de eindjes met moeite aan elkaar kunnen knopen.

Dan heb je weer die prins die ons komt verkondigen dat de hem ter beschikking gestelde Argentijnse baarmoeder weer bevallig bevallen is van een nieuwe dochter. En wat gaat dat saaie nieuws ons aan in een tijd waarin de economische sancties van Zalm-en-Peter B ons, de onderdanige onderdanen, als een sinaasappeltje uitpersen?  In Irak troffen de embargo’s van de internationale dief Kofi Annan ook alleen maar het arme deel van de bevolking.

Vandaag zitten wij in een cruciale crisis. Prins Willem staat voor de glazen deur van het ziekenhuis waar prinses M.Z. net een nieuw prinsesje voortgebracht heeft. De pers is daar druk en dik aanwezig:

“Vind u niet erg: weer een dochter?”

“Nee, valt toch wel mee, een piekfijn kindje en mooi voor Amalia om een zus te hebben.”

“Hoe wordt zij genoemd?”

“Weet ik nog niet.”

 “Is het gezin al compleet?”

“Eerlijk gezegd durf ik dat nou niet te zeggen.”

 Hoeveel kost trouwens de gouden wieg waarin ons nieuw koninginnetje gaat suffen? Hoeveel zijden ondergoed is al beschikbaar gesteld ten behoeve van Hare kleine majesteit? Hoeveel goud gaat haar opvoeding en oppassing straks kosten? De royale vraag blijft dan nog altijd: gaat papa W. haar extra verwennen en bij haar zevende verjaardag een gouden fiets als cadeau geven?

Gisteren zocht ik treurig overal in Heerenveen  naar een goede en goedkope fiets voor mijn overweldigend mooie zoontje. De zoektocht baarde geen enkel resultaat. Forat troostte mij: “Laat maar. Dan ga ik lopend naar school.” 

Ik zie vandaag mijn buren de vlaggen uithangen. Een prinsesje is geboren. Ik ga naar de kringloop: een tweedehands fiets voor mijn zoontje kopen. Gelukkig, sinds de bezuinigingen ben ik niet de enige die de broekriem steeds strakker moet aanhalen. Zelfs grote mannen, veel groter dan ik, zijn kringloopcliënten geworden.

Tijdens de Franse Revolutie ging het boze, hongerige volk voor het koninklijk paleis staan protesteren. “Brood, brood, brood, Hare Majesteit,” tierden ze luidkeels. De keizerin, uit Oostenrijk afkomstig, verscheen op het balkon en riep forto terug: “Dan moeten jullie maar biscuits gaan gaffelen als jullie geen brood kunnen krijgen.”

“Gelukkig schiep God ook paarden. Anders zouden wij bij elke koninginnedag zelf hinnikend de gouden koets moeten trekken,” karikaturiseerde Voltaire destijds.

Mijn buren steken vandaag de vlag uit, en ik hang die halfstok, vanwege de geboorte van een prinses die net misschien wel op net zo grote voet en net zo onachtzaam zal leven als haar ‘spontane’ mater M.  

De krantenambulance

Door Freeyad Ibrahim

Kranten lijken soms net mensen. Ze kunnen dik en dun zijn, stevig en mager, ziek en gezond, actief en inactief, aantrekkelijk en lelijk. De eerste pagina is het gezicht, die weerspiegelt de aard van de krant. De laatste pagina staat voor het achterwerk van het lichaam. Zie je niet hoeveel achterwerken daar dagelijks worden tentoongesteld? Net zoals bij het lichaam is de dikte van een krant meestal een signaal: zwaarlijvige kranten zijn vrolijker dan de lichtlijvige kranten. De menselijke dikzak is ook vaak gezelliger en zelfs grappiger dan de dunne.

 Er zijn kranten die door een ernstige hongersnood getroffen zijn. Sommige kranten liggen al op het sterfbed, sommigen zijn al gestorven. Sommigen leiden aan een chronische ziekte, waardoor ze geleidelijk hun gewicht kwijtraken en vervolgens hun lezers. Want wij, de lezers, laten ons vaak betoveren en bedriegen door een knap en charmant uiterlijk.

En de zieke kranten krijgen uiteraard minder bezoek van belangrijke personen. Net zoals een onbekende bejaarde die tot het einde van zijn leven nog geen enkele keer door bijvoorbeeld de Koningin werd bezocht. "Laat maar, niet de moeite waard dus." De krantengod, de reclame, bezoekt ook alleen de vette kranten, de magere adverteerders zijn meestal te gast bij de magere kranten.

Ook onze politiek kijkt naar die stervende dagbladen als naar een mens die aan kanker lijdt. "Nutteloos, slecht voor de economie." Dus verdienen ze wel troostende woorden maar geen genezende middelen. Premier Jan Peter B. omschreef het Friesch Dagblad eens als klein maar dapper. "Als een zwijgzame mens die de aandacht weet te vangen door zacht te praten." Het compliment was het enige wat zij in haar financiële dilemma niet nodig had, terwijl het geld, wat ze niet kreeg, het enige was waar het zieke blad wel behoefte aan had.

Ik zag haar, hoe zij onder een soort bloedarmoede leed, de inkt die in haar regels zo zwart en dik stroomde, verbleekte en verdunde met de dag. Noodgedwongen deed zij eindelijk beroep op eigen lezers die wel het benodigde levensonderhoud leverden.

Uit mijn platte portemonnee zet ik vandaag een flinke vijf euro op de acceptgiro die door Hoekstra Uitgeverij recentelijk in mijn brievenbus gegleden is. Ik zal zelfs tien euro's opofferen, noem me maar een zieke krantenactivist. Ik zou op een of een andere manier zieke kranten te hulp willen schieten. Zou ik die Robin Hood mogen zijn, die de hoeveelheid extra vlees en vet uit de opgezwollen bijlagenbuik van de goed gevulde pers ridderlijk afsnijdt en die vervolgens aan het vermagerde achterwerk van de povere persen plaatst? Ik heb zelfs Nee gestemd bij referendum omdat in de Europese grondwet geen enkel punt stond waardoor kranten in nood beschermd worden tegen uitmoorden. En waarom niet? Ik hoorde op de radio een damesstem zeggen dat zij Nee zou gaan stemmen. "Als ik Ja stem, dan stem ik dus voor de stierengevechten die in Spanje gaande zijn…" En als "Varkens in Nood" varkens in nood steunt, waarom ik "Kranten in Nood" dan niet?

Een paar dagen geleden werd er bij ons aangeklopt. Toevallig deed ik zelf open. "Ik zamel geld in voor de dierenambulance," rechtvaardige de ronde volle vrouw haar aanwezigheid op dat vroege tijdstip aan mijn deur. Ze straalde en keek me in mijn ogen. Principieel gezien zou ik het geld liever aan de kinderen in nood geven van het moederland. Maar eerlijk gezegd heb ik een aangeboren zwak jegens een collecte die door jonge blonde vrouwen wordt uitgevoerd. Ik spoedde me naar binnen en haalde uit mijn zwaar bewaakte portemonnee het restant van het wisselgeld dat door mijn kinderen nog gespaard was gebleven en liet dat in het potje zakken.
 "Dank u," zei ze, en keerde zich om.
 "Ik heb je nog een vraagje," riep ik haar na.
 "Zegt u het maar, meneer," antwoordde zij met een hemelse stem.
 "Er zijn kranten die ook ernstig ziek zijn, weet u, zouden wij ook die even overeind mogen helpen?"
 "Hoe dan?"
 "Door een collecte speciaal om een krantenambulance te kopen."
Het verhaal interesseerde en verbaasde haar tegelijk waarschijnlijk, zo bleef zij even volkomen roerloos staan. Ik ontwaarde haar aarzeling. Ik deed er goed aan iets te bedenken zodat zij er ook voordeel bij had.
 "Ik zal er als zieke-krantenactivist voor zorgen dat in onze kranten een speciale rubriek komt voor dierenfamilieberichten. 'Geheel onverwachts is ons dierbare hondje Suzie uit ons midden heengegaan, gelegenheid tot condoleances bij de wijkdierentuin." 
Uit haar gelaatsuitdrukking moest ik wel concluderen dat het idee haar zeer gunstig had gestemd.

Het is weer feest in Irak!

Hoe glinsterend en schitterend was zijn ondergoed! Met welke shampoo heeft hij zijn smerige onderbroek zo lelieblank gewassen? Schoonheid is strijdig met onze 'meelijwekkende' dictator. Want hij poepte en piemelde altijd in zijn militaire broek, elke keer als zijn Westelijke lords hem in boosaardige taal hadden vermand. Toen hij uit zijn kuil getrokken werd, stonk hij naar zijn eigen poep, die net zo stonk als zijn adem, die ook weer net zo rook als het verrotte bloed dat hij gedurende zijn bewind uit de bloedvaten van zijn onderdanen opzoog.

Aan de goede bedoelingen van de bevrijders te twijfelen, is niet zo moeilijk. En gebroken ei weer heel en rond te krijgen lijkt gemakkelijker dan het herstel van het vertrouwen in een zoon en een vader die beide Bush heten.

Het is niets anders dan een boodschap aan zowel vriend als vijand. Met dubbele effectiviteit. De vriend hier is Saddam. Hij leeft nog. Volhouden. De fundamentalistische sjiieten zijn de vijand. Wij hebben het recente bezoek van de Iraanse minister van buitenlandse zaken aan premier al-Djaafari wel door. Hier is Saddam! Pas op, je zult mij niet verraden! Op de dag toen de foto's werden vertoond belde een jongere broer van mij. "Wij hebben nou weer een groot feest. De mensen vliegen alom de straten op om het te vieren."

Ik liet hem mijn warme verzuchting voelen. "Wij hebben daar toch bijna elke dag feest gevierd, lief broertje? Toen Saddam Koeweit aanviel, vierden wij dat uitgebreid. Toen hij zich vernederd terug trok, feestten wij nog onstuimiger. Toen de oorlog met Iran uitbrak, hadden wij massaal feestelijke dagen. Nadat de oorlog afliep vierden wij, de verliezende winnaars, het uitbundig. Op de dag dat de economische sancties ons door de internationale dief Kofi Annan en zijn suspecte ploeg werden opgelegd, werden daar overal feestpartijen georganiseerd. Na twaalf magere en barre jaren vierden wij nogmaals, want wij hadden de hongerdood wonderbaarlijk overleefd. Zijn val, de moord op zijn twee zonen, de arrestatie van zijn kameraden: het zijn allemaal prachtige feestelijke momenten geweest. Toen hij zelf als een muis in de val liep vierden wij een historisch festijn."

Ik zag broertje nu piekeren, hete tranen met tuiten plengen. Ik hoorde zijn stem tamelijk bibberen en zijn emoties vertederen. Ik wilde hem vertroetelen, maar hij liet liever zijn bevende stem horen. "Toen ik Saddam in zijn ondergoed zag, kon ik mijn vreugde niet in toom houden. Desondanks voelde ik me wat oncomfortabel. Want wat als hij er op een gegeven moment tussen uitknijpt en onze bomen en bloemen, groen en geel, weer in de fik steekt? Houden jullie trouwens daar wel eens ook feesten?"

Ik antwoordde: "Wees niet zo bezorgd, broertje, jouw mixtoon is niet geheel ondoorgrondelijk. Jij zit zonder tv, maar ik ontwaar hem met vier ogen. Wij zitten in het licht. Het wordt hier geen een seconde duister. Hier hebben wij ook talrijke feesten en feestvierenden, maar onze feesten zien er nooit rood uit. We zijn hier werkelijk rood noch geel, want wij de Oranje Kameleons durven noch rood noch geel te worden. We zijn simultaan Amerikaans en islamitisch. Wij willen ook hier leven, zonder angst maar onze angst ook onze feesten zijn oranje van kleur. Onze feestdagen hangen van onze kleurloosheid af. Wij zitten 's middags aan tafel met Mefisto te lunchen om later op dezelfde avond met Allah en zijn engelen te dineren."

 "Dan vertel me eens wanneer gaan ze hem berechten?" zei broertje tandeloos op een antwoord aandringend.

 "Broertje, jij lonkt nou weer naar een nieuw feest? De berechting lijkt me een ijdele hoop. Net claimde zijn advocaat, Giovanni de Stivano, al op CNN dat er nog geen officiële aanklacht tegen hem bij het internationale tribunaal is neergelegd. Je moet één ding goed weten, ze doden hun cliënten never. Liever een wild volkje naar de knoppen laten gaan dan een gedwee lammetje maltraiteren. Ze zullen zelfs talloze van die readymade smoesjes en smoesjes gaan bedenken. Hij is oud, hij is ziek, hij heeft het al aan de prostaat, hij is schizofreen en lijdt ook al aan een serieuze hartaandoening. Zijn medische adviseurs zullen zeggen: "Deze eenzame mens mag best met zijn maatje Pinochet dammen en met Milosevic schaken aan dezelfde tafel in hetzelfde gebouw dat het cachot heet. Nog beter zou het zijn als hij gladgeschoren in zijn onderbroek op de Amsterdamse Dam hand in hand met de Noord-Hollandse massamoordenaar Frans van Anraat kon wandelen." Broertje, zodra alle auto's van jouw land geheel uitgeëxplodeerd zijn, zullen wij het laatste doch allergrootste festijn hier gezamenlijk organiseren. Op foto's zal hij dan met zijn handen in zijn onderbroek te zien zijn.. Om te blijven vieren, dient onze volksverschrikker zo lang mogelijk in leven gehouden te worden. Soloseks, zeggen ze, helpt uitstekend tegen prostaatvergroting.

Struisvogels van Fryslân!

In de literatuur van mijn vaderland staat de struisvogel bekend als een creatuur dat tussen de vogels beweert dat hij een grote kalkoen is, en temidden van de dieren beweert dat hij een klein kameeltje is. Vader gebruikte 'Naama', zoals hij heet in onze taal, om een onbenullige Koerd aan te duiden die twee identiteiten poogde te krijgen (de Koerdische en de Arabische) en daarbij in werkelijkheid allebei kwijt raakte. "Een Koerd wordt nooit koning, zelfs als deze zijn nationaliteit wijzigt en zijn taal ook," constateerde vader maar dieptreurig.

Ik vermoed dat ik nu drie identiteiten heb: Mijn achtergrond, het Nederlanderschap en het Frieslanderschap. Desondanks krijg ik in veel situaties de indruk dat ik niet alleen mijn oude identiteit kwijt ben, maar dat ik ook mijn nieuwe nog niet opgehaald heb. Als ik op straat loop, ben ik met mijn lengte, ingepakt in mijn jas, sjaal, muts en met mijn spijkerbroek aan, op en top een Nederlander. Maar zodra ik op een kantoor of in de winkel mijn mond open doe, verraadt mijn accent mijn andere identiteit ogenblikkelijk. Vervolgens daalt de toon van de enthousiaste gesprekspartner een paar noten.

In Welsrijp las ik in een lesboek dat de mensen uit het westen van Nederland snel contact leggen, maar als je hen nodig hebt, zijn ze je vrienden niet meer. In het noorden zouden rustige en eerlijke mensen wonen. "Als iemand uit het noorden zegt dat hij je zijn vertrouwen schenkt, dan meent hij dat ook." Wat een mazzeltje, dacht ik. "We zijn dan twee broertjes in een kuil," zegt een Koerdisch spreekwoord.

Onlangs zei ik tegen mijn buurman hier dat de mensen uit het dorpje vlak bij Franeker een stuk rustiger, behulpzamer en vooral toleranter waren dan hier. Hij reageerde enigszins verbitterd. "Ja, de Heerenveners zijn al behoorlijk verhollandst." 

Ik schrok me het leplazarus, dacht aan de opportunistische westerlingen. Toch kwam het me niet helemaal onbekend voor. Ik loop twee kilometer met een lekke band het fietspad. Er stopt geen auto om me te vragen of ik mee wil rijden. Egoïstisch. De ambachtelijke schoenmaker naast de Aldi eist van mij de kosten van een hele rits die hij maakt, in plaats van de reparatiekosten. Materialistisch. De tandarts stuurt me een rekening voor een getrokken tand die hij niet getrokken heeft. Oneerlijk. De huisarts lacht nooit tegen mij. Niet bepaald vrolijk.

Betekent verhollandsing dan ook cruheid en verharding? Op straat roep ik voortdurend, dan weer links, dan weer rechts: "Hallo, hoi, goedendag, goedenavond, salamu alaikum, hello, hi," tegen de voorbijlopende en fietsende mensen, maar het lijkt wel alsof ze allemaal dove verhollandste Friezen zijn geworden. Deze Heerenveners, die ik overigens overweldigend mooi vind, spreken ook zelden hun moedertaal, maar als ze eens op bezoek gaan bij familie in Franeker of Welsrijp bijvoorbeeld, beginnen ze tegen elkaar "oan't moarn, oan't sjen, goeie dei, goeie reis, ik sil dy tige misse" te roepen. Ze schamen zich hier aan de grens met Groot Holland (G.H.) kennelijk om Fries te praten, en ontkennen daardoor Fries te zijn.

Maar één ding moeten deze mensen, die met een duidelijk accent praten, weten. Een prins uit Frankrijk of Engeland of Argentinië importeren is praktisch gezien eenvoudiger dan een uit Heerenveen. Want een Fries wordt nooit een koning, zelfs als hij zijn taal en nationaliteit verandert.

Heerenveeners zijn beslist de struisvogels van Fryslân. En ik weet ook nog steeds niet of ik een kalkoen of een kameeltje ben.

Allah 's van Nederland

Door Freeyad Ibrahim

Ik zie deze dagen vaak mijn vader met opgeheven wijsvinger voor me staan. "Zeg tegen de Farao dat Allah de zon uit het oosten doet opkomen, en vraag hem of hij die dan uit het westen kan doen opkomen." Vader gebruikte deze soera altijd als hij wilde zeggen dat de Farao van Irak, Saddam Hoessein, niet de allermachtigste was, dat hij niet alles kon - om ons daarmee een hart onder de riem te steken.

Kort geleden werd ik door het energiebedrijf gebeld. "Met Essent. Ik wou even op uw brief reageren, wij zijn immers uw gasleverancier. Nuon heeft ten onrechte het bedrag van uw rekening afgeschreven."
 "Maar ik heb mijn contract met jullie al opgezegd," antwoordde ik. "Ik ben verhuisd, hier heb ik alles van Nuon."
 "Nee, nee, moet je niet doen, anders zit je zonder gas straks."
De volgende dag, weer precies onder lunchtijd, ontving ik drie brieven: van Nuon, Essent en KPN. Op hetzelfde moment bracht de piepjonge technicus van Energieservice Friesland zijn twintigste reparatiebezoek in twee maanden tijd aan ons. Hij ging rechtstreeks naar de keuken, draaide, zoals altijd, alle schroeven van het geisertoestel en de kraan vast en maakte de lange ventilatiepijp daarboven los. Bij zijn bezoek nummer vijf deed ROBERT BOSCH Thermotechniek B.V. een dag daarvoor precies andersom. Hij draaide de schroeven en de kraan los en de ventilatiepijp vast. "Zo maakt hij minder geluid," constateerde hij.

Ik pakte de zoveelste brief van Nuon, waarbij twee acceptgiro's en twee waarschuwingen zaten. "Indien betaling binnen deze termijn uitblijft, zijn wij genoodzaakt het verschuldigde bedrag te verhogen met 15 euro aanmaankosten. Heeft u nog vragen?"

Ik greep direct naar de telefoon een informeerde, terwijl mijn dikke darm werd opgeblazen, "Ik heb pas gisteren een brief ontvangen waarop een termijnbedrag stond. Hoezo dan die herinneringen en waarom twee betalingen in één keer?"
Aan de andere kant van de lijn sprak een jonge stem me toe.
"Dat is zo vastgesteld en u dient de kosten van die twee maanden zo snel mogelijk te voldoen."
 "Wie is uw baas? Die wil ik even spreken, want dat is voor ons op dit moment onbetaalbaar," protesteerde ik.
"Ikzelf ben de baas," antwoordde de stem koel maar beslist. Ineens galmde de stem van mijn vader weer in de ruimte. "Je ziet Allah niet maar hij ziet jou wel. Je kent en herkent hem aan zijn daden. Wie doet je pijn? Wie bezorgt je slapeloosheid? Wie maakt je angstig, verdrietig en ziek? Wie geneest je? Wie straft je en wie beloont je jongen? Dat allemaal doet Allah."
"Hoor eens vader, die slapeloosheid komt door Energieservice Friesland die een proefkonijn heeft gemaakt van mijn keukengeiser. Angst en ziekte komt door de zorgverzekeraars die me via de huisartsen en de apothekers tweedehands tabletten geven. Verdriet wordt bezorgd door KPN die mijn belbasis zonder mijn medeweten in belplus heeft gewijzigd en zes maanden lang extra abonnementskosten heeft afgeschreven. Ik zie de daders ook niet, maar ze zien mij wel. Ze doen wat ze maar willen. Ze straffen me als ik niet gehoorzaam. Ze kunnen mij belonen en genezen. Vader, de twee Nederlandse Allah 's, Nuon en Essent, hebben de zon uit het westen al doen opkomen, wil jij tegen jouw Allah zeggen, of hij die weer uit het oosten kan laten verschijnen?"

Kalkoenen, schapen en kamelen

In de periode van de economische sancties beval Jalal Talabani zijn mannen elke dag een grote kalkoen voor hem te braden. Zijn bewakers hielden in zijn gigantische kasteel honderden kalkoenen om aan die wens van hun geliefde leider te kunnen voldoen. Masoed Barzani, aan de andere kant, had een onstilbare trek in jonge lammetjes en gaf opdracht aan zijn speciale slagers om elke dag negen lammetjes voor hem te bereiden. Talabani werd later in de volksmond stiekem 'Jalal Kalkoen' genoemd en Barzani 'Masoed Schaap'.

Tussen de gewapende kalkoenen en de gewapende schapen was het decennialang oorlog. Niet om het vlees, uiteraard, maar om de macht. Ik hoorde bij geen van de twee partijen, maar had desondanks liever dat Talabani gezien zijn opleiding en lange ervaring de presidentiële zetel bezette. Het was een keuze tussen twee kwaden.

De Koerden zijn nooit bang geweest voor de Arabieren. Integendeel: de Arabische militanten vreesden niemand meer dan de Koerden. Tijdens de Irak- Iran oorlog vertelde een militaire arts me een verhaal dat dat illustreerde: "Een piloot kreeg opdracht om een bepaald doel in het Koerdische berggebied te bombarderen. Ik zag hoe hij van kleur verschoot en angstig protesteerde: "Woei! Stuur me duizend keer naar de vijandige Perzen, maar geen enkele keer naar de Peshmerga's, want ze schieten mij met hun lange geweren neer en krijgen mij levend te pakken!" Nu Talabani tot president van Irak gekozen is, is dat een behoorlijke winst voor de Koerden. Maar deze keuze is niet op grond van een goed overwogen oordeel op hem gevallen. Ten eerste is hij niet gekozen omdat hij een van de oudste en de meeste ervaren Irakese politici is. Noch omdat hij jarenlang tegen het oude regime in Bagdad een dappere en succesvolle strijd heeft gestreden. De keuze voor Jalal T. is meer een gevolg van de heersende politieke wanhoop. Jalal T. als president is het resultaat van het historische, chronische en onherstelbare wantrouwen tussen de twee grote verschillende etnische en godsdienstige groepen, de twee eeuwige rivalen: de soennieten en de sjiieten. Jalal T. is in alle opzichten een compromis-figuur. De sjiieten zullen nooit de macht aan de Arabische soennieten geven, want dat zou betekenen dat de macht terug is bij de aanhangers van de verdreven dictator. En de soennieten zullen nooit een sjiiet boven zich als president aanvaarden, want die post is door de geschiedenis heen altijd door een soennitische leider bezet. En ook al zijn het allebei Arabische kamelen-eters, ze hebben een Koerdische kalkoen-eter gekozen om hun president te zijn. Wat een grappige droom!

Ik ben blij dat op het verbrijzelde lichaam Irak nu een hoofd zit, en wel een groot, dik Koerdisch hoofd met een kleine witte bril op. Hij kan het best met zijn eigen veiligheidstroepen en goedgetrainde peshmerga's de islamitische militanten en buitenlandse milities uit Iran, Syrië en Jordanië verjagen, en dodelijke klappen aan de aanhangers van de ex-dictator uitdelen. Hij is zelfs in staat om het gestolen geld uit het olie-voor-voedsel-programma uit de portemonnee van de twee internationale dieven Kofi en Kojo Annan te plukken en dat vervolgens op de rekening van de gedupeerde Irakese kinderen terug te storten. Ik vrees en verwacht echter nog één ding. Dat de huidige president van Irak door zijn gekozen huidige premier, de sjiiet Ibrahim al-Djaafari onophoudelijk wordt gedwarsboomd, of - als altijd - door zijn noordelijke maatje, de lammetjeseter, wordt beconcurreerd. Dan hebben wij weer een oorlog tussen de gewapende kalkoenen, gewapende schapen en gewapende kamelen. Ditmaal niet in de bergen, maar wel in het hart van Bagdad.

Meneer CWI

Ik zit in de wachtkamer van het CWI. Drie beginletters van drie grote woorden. Ze zijn in principe niet erg groot in lengte of breedte, maar toch zijn ze behoorlijk groot. Ik denk terug aan de vorige gemeente en de gezichten die ik goed kende en die mij ook goed kenden. De oude gezichten waren een stuk vrolijker dan deze nieuwe gezichten. Ik denk nu terug aan de eerste dag waarop mijn voeten de grond van dit platte land betraden. Toen kende ik de gezichten die ik ontmoette ook niet, toch moest ik naar hen luisteren, hen inlichten wie ik was. Het mooie van het kleine dorpje was dat ze lachten tegen je gezicht zonder dat ze je eerst hoefden te kennen. Naarmate het dorp groter wordt, wordt het lachje bleker, stiller, de stem killer en het gezicht serieuzer. Geldt dat voor iedereen of alleen voor mij? Ik kijk een poosje rond en zie de gezichten van de bezoekers die net als die van de medewerkers serieus voor zich uit kijken. CWI moet dus zeer belangrijk zijn. Ja, wat is heel Nederland eigenlijk anders dan een centrum voor werk en inkomen? Ik ga ervan uit dat werk en inkomen nog steeds de enige dingen zijn die de Nederlander met deze barre harde samenleving verbinden. Werken hier lijkt mij de beschaafde tegenhanger van de gevechten in het Midden-Oosten. Ik zie me weer op zaal in een militair uniform. Zonder wapen en in afwachting van de officier die mij straks binnen laat om mij de laatste woorden van eer, moed en dapperheid toe te dienen en dan een inkomen toe te zeggen. Het bloed vergiet men in Nederland niet gratis op het slagveld maar wel duur op de werkvloer. Ze vallen aan met de pen en verdedigen zich achter een berg van papier en argumenten. Ze moeten onophoudelijk vechten totdat, net zoals het vechtende volk van het vaderland, hun hersenen en het lichaam uitgeput raken. Om eindelijk naar een verpleeghuis of naar een inrichting verwezen te worden - of naar het graf, door een welwillende huisarts. Nou moet ik zitten en afwachten. En ze hebben mij heel lang laten wachten. Omdat ik behoefte heb aan hen, en niet andersom. Als ze mij nodig zouden hebben zouden ze geen minuut verspillen en mij meteen binnen hebben geroepen. Nu komt na een uurtje meneer CWI naar mij toe om mij naar zijn kamertje aan het einde van de gang te leiden. Ik glimlach tegen zijn gezicht. Hij vermijdt mijn vriendelijke gebaar. Hij is zich volkomen bewust van het feit dat mijn inkomen en toekomst in zijn handen liggen. Hij ziet geen Freeyad Ibrahim voor zich, die tot dusverre honderden stukken voor kranten heeft geschreven en duizenden e-mails heeft verstuurd, maar hij ziet een kale onbekende zwerver die om een kaal inkomen uit zijn handen smeekt. "Dus gaat het niet goed met uw gezondheid, neem ik aan," mompelt hij, starend in mijn ogen nadat hij het medisch rapport heeft ontvouwen. "Ja en nee," verzucht ik. Hij neemt mijn gegevens stuk voor stuk uit een tien centimeter hoge berg papier die voor hem op tafel ligt, maakt daar zwijgzaam kopieën van en geeft mij die later de ene na de andere weer terug. "Ik zal er mijn verhaaltje bij zetten," zegt hij tenslotte en werpt me een vlugge onderzoekende blik toe. In mijn hoofd komt de vraag op of de onbekende officier meneer CWI mij als een vechtende onbekende soldaat zal goedkeuren bij de overheid of mij als ongeschikt zal afkeuren. Ik zal niet voor de tweede maal kunnen afhaken. Toch is het uitvoeren van een op voorhand verloren strijd zinloos. Mijn enige troost bij het afhaken is dat mijn kinderen niet als borg in gijzeling genomen zullen worden totdat ik terugkeer naar de frontlijn, en bij het werken, dat ik voortaan weer tegen lachende bekende gezichten kan aanlopen.

Klaagcultuur

De gewone moslim klaagt vijf maal per dag met beide handen ten hemel geheven. "Allah, ziet u niet hoe machteloos, hoe uitzichtloos, hoe zwak, ziek en zielig ik ben? Verhoor mijn gebed. O! Heer van de werelden, ik ben toch uw slaaf."  Vaak verhoorde Allah zelfs in levensgevaarlijke situaties mijn vaders gebeden niet. Dan keerde vader, nog altijd op zijn gebedstapijtje, Allah de rug toe en sprak hij ons klagend toe. "Ik heb jullie meerdere malen gewaarschuwd om Allah te gehoorzamen en om te bidden, maar tevergeefs, en dit is nu het resultaat: een dove Allah."  In bijna alle onze gezangen, gedichten en volksliedjes klaagt de minnaar zijn beminde aan. "O! dulberm, mijn geliefde, jij hebt mijn hart gestolen, jij hebt mij verwond met de scherpe pijlen van jouw oogopslag. Wreed, jij hebt met de speer van jouw ogen mijn hart doorboord, jouw zwarte slangachtige haarlokken hebben mij een fatale beet toegebracht. Ik ben in de val van jouw sierlijkheid gelopen, haal me daaruit alsjeblieft, heb genade, wees barmhartig O! Habiebatie! Sinds jij afscheid van mij nam en mij alleen liet, ben ik er rusteloos achtergebleven, O! mijn tabiebie, hakiemie, mijn doctor, jij bent de enige die mij genezen kan…" Je zult niemand horen klagen of vragen: "Heb jij even tijd voor me?" Want de mensen hebben altijd eventjes tijd voor elkaar om te klagen. Na de alomtegenwoordigheid van de fietsen en de honden was de grote hoeveelheid islamieten de derde verrassing voor mij in Nederland. Wat mij later dan weer verraste was het feit dat onze gastheren en gastvrouwen tegenover elkaar vrijwel nooit klagen of een ander de schuld geven van iets. Bij een goede kennis klaagde ik eens over mijn rugpijn, zere knieën en slechte nieren. Bij het tweede en derde bezoek had ik het opnieuw over mijn medische problemen. Toen ik bij het vierde bezoek weer begon met ach- en weeklachten, bezwaren en kritiek op artsen en nutteloze medicijnen, was voor haar de maat vol en keek ze me een ogenblik opmerkelijk diep in de ogen en zei spottend: "Zielig, wat ben jij zielig! Jij hoeft me niet keer op keer je zielige verhaaltjes te laten horen, ik weet dat je klachten hebt, maar van klagen wordt niemand beter."  Gisteren hadden twee vriendinnen met mijn vrouw hard gewerkt aan het opknappen van onze nieuwe woning. Toen het theetijd was, kwamen ze uit hun kamers. Een van hen haalde onhoorbaar haar zakje kruidenthee uit haar tasje en zette dat kalmpjes in haar glas met heet water. Zij heeft migraine, maar daar heb ik haar nog maar één keer echt over horen klagen. De tweede bleef zachtjes in haar thee blazen en roeren. Ik pakte het doosje paracetamol uit Sana's handtasje en haalde er snel een tabletje uit dat ik met behulp van de thee doorslikte onder het uitroepen van: "Wat een vreselijk hoofd pijn!" En toen deed ik twee stappen naar achteren om op mijn stoel neer te ploffen met de klacht, "Oef, mijn knieën!" Gebarend naar de keuken en naar mij begon Sana haar nek flink te masseren. "Het is daar zo stervenskoud. Het lijkt wel een koelkast! Oei mijn armen! Wat een vieze keuken! Hadden ze die nooit eens schoon kunnen maken? Feryad, wees barmhartig en schiet me eens te hulp…Ach! Oef! Wai babbaa…"