![]() |
archief 2003 |
|
The Clash
of Names by Freeyad
Ibrahim Nothing is such a sensitive issue/ topic in the Islam community than talking about Omar and Ali. Nothing is more painful in the Western society if one would be ill treated because of his name. Omar is the
most beloved and popular figure among the Sunnis. Ali is the most prominent
personality among the Shiites. The split between the Sunnis and Shiites of
Islam is rooted in the question of rightful succession after the death of
Muhammad in 632. The Shia believe that Muhammad designated Ali, his son-in-law
and cousin, as his successor. An assembly
however elected Muhammad's successor Abu Baker, a close companion of Muhammad,
as Caliph, or successor, of God's messenger. Ali was the third successor to Abu
Baker, Omar the second, Othman the third. Omar died
in 644, was the victim of an assassin's dagger. `Umar's killer was a Persian slave who is said to have held
a personal grudge against Umar; he stabbed the Caliph six times as `Umar led
the dawn prayers in the Masjid al Nabawi mosque. The hatred of Sunnis towards
Persians en Shiites is therefore enormous. G.W. Bush
is thus no exception. He is short and fitna! Currently
in “Do I speak
to Haji?” the man asked. “Neen, you
are speaking to High, my name is High,” I replied hastily. Because I am afraid,
to be discriminated on the background grounds. “The gas
price is raised, meneer,” he added. “Meneer” in Dutch stands for “Sir” in
English. “You have
already raised the cost. My question is that if you have sent the same letter
to all citizens in this country?” I argued. “No, meneer, the baker doesn’t sell bread to
everyone at the same price, you know,” he argued. “It seems
to me that you send the letters with a new price only to those who carry the
names as Haji, Ali or Omar…!” I objected fiercely. In the
West, inclusive the Samuel
Huntington should take ‘the clash of Names’ into consideration in his next
text. 2-3-2007 Vrouwen zonder mannen door Freeyad Ibrahim In mijn buurt en overal wonen er alleenstaande oude vrouwen wier mannen overleden zijn. Vrouwen leven gewoon veel langer dan mannen. De vraag die mij al bezig houdt zolang ik in dit land woon, is: wat is het geheim dat daarachter zit? Ik heb tot op heden zelden een man gezien wiens vrouw overleden is. De enige man in ons vroeger dorpje van wie de vrouw overleden was, overleed kort na haar dood zelf. Hij schonk geen tranen, maar bloedde wel in zijn binnenste: “Grietje, waar zit je nou?” In onze buurt woont een oude vrouw die voor de vierde keer is getrouwd. De man zit somber achter het raam met een pen in zijn hand en papier voor zich op tafel, maar zij beweegt zich net zo levendig als een lentevlinder, met in haar hoofd dit idee: “Wie weet dat ik me bij de vijfde man een stuk beter ga voelen.” Sinds mijn verblijf in Nederland hebben oude vrouwen mij op het fietspad al talloze malen gevraagd “Wil jij koffie bij mij komen drinken?” En dat deden ze door hun rechterhand de vorm van een bekertje te geven. Ik maakte een gebaar door mijn twee wijsvingers tegen elkaar te wrijven. Om aan te geven dat ik verbonden was door een huwelijk. Vrouwen zonder mannen ventileren hun innerlijke emoties gemakkelijk dankzij de gaatjes in hun lichaam waardoor het lichamelijke en geestelijk afval keurig weggespoeld kan worden. De voornaamste daarvan zijn twee: het mondgaatje en de tranengaatjes. Vrouwen hebben daarom geen last van een zure maag. Terwijl de mannenbuik altijd opgezwollen is door onderdrukte woede of sentiment. De dichter der Arabieren omschrijft zijn eigen vrouw zo: “En zij opent een mond / als je hem zo ziet / ga je denken dat er een deur van vuur wordt opengeslagen!” Tranen bij de man zijn uitsluitend de uitdrukking van verdriet, bij de vrouw zijn het wapens met talloze doeleinden. Neem Maxima bijvoorbeeld. Zij huilde nooit om de slachtoffers van haar vader, maar weende bitter om een stuk muziek omdat ze wilde laten zien: Beste domme Nederlanders, ik ben in het bezit van een teder hart, ook al ben ik de dochter van een wrede man. Vrouwen - zowel westerse als oosterse - hebben in elk geval één ding gemeen. Als er een goede daad is verricht, zijn zij de dader. Als er iets slechts is gedaan, wijzen ze met een beschuldigende vinger naar de mannen. En gaan hem aanklagen bij Allah, God of een menselijke vertegenwoordiger van een van beiden. Een Arabische wijsheid zegt: “Zij sloeg me en toen weende zij, toch ging zij voor mij mij aanklagen.” Dit gezegde hangt samen met Jozefs belevenissen met Zulaiga de vrouw van de farao van Egypte. “Zij scheurde zijn hemd van achteren en zij ontmoetten haar echtgenoot aan de deur. Zij zeide: "Wat zal de straf zijn voor iemand die kwade bedoelingen had met uw vrouw, anders dan gevangenneming of een pijnlijke kastijding?" Jozef zeide: "Zij is het die mij tegen mijn wil zocht te verleiden.”….Toen haar man zag dat zijn hemd van achteren was gescheurd, zeide hij: "Dit is zeker een list van u, vrouwen. Uw list is inderdaad sterk." (uit de Koran) De sluwheid van Westerse vrouwen is over het algemeen vergelijkbaar met die van Ronald Dahls vrouwelijke personage mevrouw Bixby ( weer een ‘gold-digger’ naast Maxima en Anna Nicole Smith ) die een stiekeme relatie had met een buitengewoon rijke kolonel. Een tante die zij regelmatig zou hebben bezocht, was haar alibi. Over haar man heet het: “Wanneer haar man in zijn spreekuur vrouwelijke patiënten ontving, liet hij zijn witte jas altijd open hangen, zodat ze een glimp opvingen van wat hij eronder droeg, en op de een of andere onduidelijke manier was dat kennelijk bedoeld om de indruk te wekken dat hij een grote versierder was, maar mevrouw Bixby wist wel beter: al die opschik was bluf... Het deed haar denken aan een oude pauw die trots over het gras schrijdt terwijl hij nog maar de helft van zijn veren bezit.” Gisteren zag ik van verre iemand op een groot paard rijden. Nieuwsgierig achtervolgde ik hen - om voor de zoveelste keer te constateren dat het weer een jonge blonde vrouw was die met haar bovendijen tegen het zadel van het mannelijk paard constant en ritmisch up en down drukte. In tien jaar heb ik nog nooit een jongen of een man op een paard zien zitten. Raadsel! Ik moet wel concluderen: dit is weer een slim gebruik van een ander gaatje. Die vrouwen geven een hint: “Beste man, wij zijn geëmancipeerd en onafhankelijk, ons maakt het niet uit of wij op je buik zitten of op de rug van een paard.” Druiven, rozijnen en de Heilige Geest Door Freeyad Ibrahim Niet alleen het Iraakse van Saddam, maar àlle Arabische
islamitische regimes zijn eenpersoonsregeringen. En bij hun machtsmisbruik,
spelen ook altijd twee dingen een rol:
de islam en Amerika.
Kunstnier met koekje daarbij Saddams executie - of een lekkere lolly? door Freeyad Ibrahim Het is nu eenmaal een machiavellistische houding: die van het Westen jegens ons land. Het Westen, dat hem uit het niets had geschapen. Dat hem tot de tanden toe bewapende om Khomeiny een lesje te leren. Om zijn buurlanden te laten schrikken, zodat die uit angst moderne straaljagers en tanks zouden kopen met het oliegeld. Om de olieprijs drastisch te doen dalen. Ik heb het nu over einde van de jaren tachtig. Saddam was nog erg geliefd en gerespecteerd door het beschaafde Westen, terwijl hij op dat moment Irak al in brand stak; onze waterputten met TNT-explosieven tot ontploffing bracht, duizenden Koerdische kinderen met mosterdgas liet stikken. Hij was nog een onschuldige engel in de ogen van de Westerlingen toen hij de steden in het zuiden met scud-raketten bestookte en eigenhandig een lege fles whisky in de anus van zijn tegenstanders propte. Toen hij Koeweit binnen viel en de bevolking verjaagde. Toen hij Koerdische dorpen afbrandde, toen hij honderden van de bewoners in de woestijnen van Irak levend liet begraven. Tegen hem werd niet eens NEE gezegd, zelfs toen hij op één dag 184 mensen uit Dujail had laten executeren. Yes, de ‘beschaafde’ wereld zweeg vanwege zijn eigen materialistische belangen. Plotseling veranderde het beeld van een engel in een duivel. Niet omdat hij echt een duivel was, maar omdat hij niet meer een duivel kon zijn! Omdat hij het vermogen had verloren te doden, te slachten, te slaan, te ruineren, te verbranden, te vernielen. De Saddam-robot was immers oorspronkelijk voor dat doel uitgevonden. En nu moest die weggegooid of ingeruild worden. Mijn moeder zei thuis altijd: “Ze hebben zijn bloed vervangen door het bloed van een wolf of een tijger in hun eigen speciale laboratoria, vandaar dat hij zo bloeddorstig is!” En mijn strenggelovige vader zei eens: “Ik vrees hem meer dan Allah.” Pas vlak voor zijn dood durfde hij, toch nog fluisterend, toe te geven: “Het was hij die mij doodde!” Het strategische doel is al bereikt: het Irakese leger -het vierde in de wereld- is geruïneerd, en aan het volk laat niemand zich iets gelegen liggen. Nu zal Israël een gat in de lucht springen van de overwinningsvreugde. “And everything is currently for the sake of Israel!!” De eerste Arabische raket die Tel Aviv bereikte was een raket van Saddam. En nu moet mijn volk nogmaals lachen en dansen en vieren, maar ditmaal op het lijk van hun eigen bloedzuiger. Op het lijk van een lichaam dat zich ooit Salahaddin de Tweede noemde. De modern uitdager van de kruisvaarders. Weer een bewijs van zijn krankzinnigheid! De spontaniteit en stupiditeit van mijn landgenoten valt af te leiden aan hun feesten, hun vertoon van blijdschap en tevredenheid na elke gebeurtenis. Ze hebben uitbundig gevierd toen ze hem hadden verdreven, toen ze zijn standbeelden in stukken hadden gehakt, toen ze hem hadden opgepakt, toen ze hem naar de rechtbank hadden gebracht - en nu dansen en zingen ze weer op zijn lijk. Ik ben niet zo idioot en kortzichtig om blij te zijn. Ik voel me integendeel zeer miserabel. Miserabeler nog dan voor zijn executie. Niet om zijn executie, maar wel om de timing daarvan. Dit had voorwaar zestien jaar geleden moeten gebeuren. Of zestien dagen later. Nadat het anfal-en-Halabja-proces tot stand was gekomen. Of vreesde de beschaafde wereld voor zijn eventuele onthullingen van de gifgasgeheimen en de complicaties daarvan? De Amerikaanse indringers hebben ons van alle onze bezittingen beroofd. Ze hebben nieuwe marionetten boven ons gesteld, die aan niets anders denken dan zo vlug mogelijk de rijkste te worden. “Onze nieuwe beschermers zijn onze berovers geworden!” beweert men hopeloos in het donker op de straten van Bagdad. Ze hebben onze olievelden verbrand en ons van een rijk in een arm volk veranderd. Amerika en het Westen behandelen ons als een weeskindje. Van
wie ze al zijn speelgoed, al zijn mooie spullen, al zijn cadeaus hebben
gestolen. En als het kindje begint te huilen, stoppen ze hem een lekker lolly
in zijn mond om hem even aan het lachen te maken.
Farewell
2006 By Freeyad
Ibrahim Christmas
tree, fairy lights, champagne, are not my business today. I have a bigger
fish to fry. Not only I am busied with my damaged kidney and therefore must lie
in a dialysis center. But I feel more agony for the scapegoats of my
countrymen. I am a tree with Iraqi roots but carry Dutch buds and flowers . She
giggles, thinks that I ‘ve just been a
raconteur! Yes, both
Islam and Christianity are extreme , cruel, contradictory both in deed and
speech. The Muslims blow up each others mosques in the most holy days of the
year, Ramadan. They butcher each other for no reason, while the Quran states :
Who kills a Muslim without reason is exactly the same if he murdered the whole
people. And the Christian violent behaviour is obvious in Abu Ghraib, Iraq needs a new despot Nieuwkomer
Bij de oliekachel en in het licht van de olielamp knipte zij mijn navelstreng eraf die ze later ergens onder de grond moest begraven. Volgens traditie. Toen zij mij in een houten wieg gelegd had, bond ze mij met zwachtels stevig vast. Mijn moeder deed een talisman om mijn pols om mij tegen het boze oog te beschermen. Daarna zette zij zeven soorten parfums onder mijn neus waarmee zij de kwade geesten poogde te verjagen. Ze liet mij veertien dagen lang geen moment alleen uit angst voor Shawa. Als volwassene kwam ik door moeilijke politieke en sociale omstandigheden weer onder de druk te staan. De wereld werd weer net zo donker en klein als in de baarmoeder. Ik voelde me herboren toen ik mijn eerste stap zette op Nederlandse bodem. Maar dat was toch een zware bevalling. Mijn eerste asielaanvraag werd namelijk afgewezen. In dezelfde brief van Justitie stond de volgende zin:” Nederland is een dichtbevolkt land. Je moet als nieuwkomer terug naar jouw eigen land.” Al gauw
zette ik een morele en materiele strategie in om mezelf minder zwaar te laten
wegen op de maag van mijn gastheren- en vrouwen. Ik leerde daarom eerst hun
grammaticaloze taal. Ook ben ik minder gaan eten om een zo gering mogelijk stuk
van dit dichtbevolkte land in beslag te nemen. Om
dit land nog wat drukker te maken, heb ik ook mijn gezin over laten komen. Sana’s lekkere Irakese gerechten (kubbe en kofte ) waren
haar onmisbare en succesvolle integratiemiddel. Dit land werd straks ruim
genoeg voor haar ‘eenpersoonsbezetting’. Het
laatste citaat kwam van een medewerker van Werk en Inkomen. Daar telt immers
uitsluitend een gezonde arbeider. Voor mij tellen alleen de uitspraken van twee
andere mensen. Van Monique:” Wat leuk! Deze is meteen en zonder enige moeite
Nederlander en hoeft dus geen aanvraag te doen bij het IND.” Van de buurvrouw
van de kerk: “Laat dit extra mondje er maar bij komen. Er is genoeg ruimte voor
iedereen. God is daar verantwoordelijk voor.” Verschillende
uitspraken die verschillende karakters van de medemens blootleggen. Gedurende
haar zwangerschap keek Sana alleen naar mooie beelden. Bij haar heerst nog
steeds de gedachte dat als ze naar lelijke gezichten kijkt, de baby in haar
baarmoeder ook een lelijke gedaante zal aannemen. Zij keek daarom zelden naar
mijn kale kop. Ik
waarschuwde haar eens plagend toen we naar een tv-programma van Discovery
Channel keken. “Niet naar de slangen kijken! Anders krijgen we straks een
schepsel dat zijn leven lang slangachtig de tong uit zijn mond steekt.” “Jasmina, wat een mooie naam voor een mooi meisje!” roepen onze bezoekers steeds weer uit. “Met deze geboorte ben ik dubbel zo blij,” zeg ik tegen borstvoedster Sana. “Het is gelijk een Nederlandse mens. We hoeven dus geen bericht van de IND te verwachten: ”Dit land is dichtbevolkt. Terug naar je baarmoeder.” 10 april 2006Waardevolle woorden april 2006 Een schop van Hirsi Ali
“Daar kunnen drie redenen
voor zijn,” zei zijn vader. “Eén: Dat hij een bloedhekel heeft aan zijn eigen
volk. Twee: Dat hij krampachtig probeert te bewijzen dat hij als Koerd
werkelijk trouw en loyaal is aan de Arabische overheid. Of drie: dat hij een
minderwaardigheidscomplex heeft en gewoon wil laten zien dat hij toch iets goed kan.” Hilaal woont nu in een
beschaafd en zeer democratisch land, waar zelfs het internationale gerechtshof staat. Hij denkt daarom niet meer terug aan deze
gebeurtenis. Maar door de crisis rond de Mohammed-cartoons komt alles na 25
jaar toch weer bij hem boven. Uit de nieuwsbronnen wordt
Hilaal steeds duidelijker dat bijna alle wereldpolitici min of meer een
verzoenende toon in de richting van de islam hebben aangeslagen. Zijn eigen premier
heeft de moslimgemeenschap gecomplimenteerd met hun zelfbeheersing en kalmte.
Als liberale, gematigde moslim doet dat Hilaal goed. Niets maakt meer indruk op
hem en zijn geloofsgenoten dan beloond en geprezen te worden door een groot
figuur. En wat is de basis van het geloof anders dan Allah ’s beloning voor goede
daden? Ook Hilaal is furieus
geweest. Het Midden-Oosten lijkt op dit moment op een wespennest. Het beledigen
van de profeet en dan ook nog in de heilige maand Muharram, dat is net zoiets
als het blazen van de rook in dat wespennest. Maar hij laat zich niet uit de
tent lokken. Ondoorgrondelijk is alleen het
commentaar van Ayaan Hirsi Ali. Zij eist “het recht om te beledigen” op. Hilaal
weet dat de liberale VVD’ers de vrijheid hoog op de agenda hebben staan. Maar
onder haar collega’s is zij de enige die de belediging van andere mensen letterlijk
en figuurlijk voorstaat, iets wat volgens Hilaal wezensvreemd is aan de
beschaafde rechtsstaat. “Hirsi Ali, is geen
superster, maar wordt toch als superster ontvangen in Berlijn. Hoe kan dat nou?
Wordt men in dit moderne leven voor superster aangezien als men zich extreem opstelt
jegens zijn ex-geloofsgenoten? Vreemd fenomeen. Om dezelfde reden was Salman
Rushdie ooit een superster in Groot-Brittannië,” zegt hij tegen zijn vriend Adnan. Hilaal stelt, net als ieder
moderne moslim, het recht op de vrije meningsuiting op prijs, maar vindt
tegelijk dat daar grenzen aan moeten zijn. Hij pakt zijn pen en een stuk
karton. Daarop tekent hij een portret van een lelijk dier waaronder hij
schrijft: “Dit is Hirsi Ali. Het lelijke gezicht ontsiert het mooie gezicht van
Nederland.” Hij zegt tegen Adnan, “Als
zij hier bezwaar tegen maakt is mijn antwoord: ik heb toch ook het recht om te
beledigen?” En op dat moment ziet Hilaal zijn
eigen vader weer voor zich. “Dit mens heeft jou geschopt, net als die
Koerdische officier, en om dezelfde redenen.” Toba Praatfobie Tumor Saddam Door
Freeyad
Ibrahim Voor
het eerst kon
hij zijn
ministers niet
in het gezicht
spugen of hen
voor
hoerenzonen
uitmaken. Voor
het eerst
kreeg hij
tegenspraak
van een
Irakees te
verduren
zonder zijn
oren eraf te
mogen trekken,
hem te laten
kelen of een
lege
whiskyfles
onbelemmerd in
zijn gat te
kunnen persen. Baldadig, met onreine hand de koran vasthoudend, zijn geheel in lijkwit gehulde kameraden vergenoegd toelachend, trotseerde hij zelfs de Koerdische rechter in de rechtszaal met een loeihard: “Ik ben onschuldig.” Hou je kanis! Was mijn eigen moeder, die tijdens de luchtaanvallen van de coalitietroepen in een ijskoude nacht doodvroor door gebrek aan olie voor haar oliekachel, dan soms schuldig? Of mijn drieënzestig jaar oude vader, die na twee weken zware martelingen weer thuiskwam, alles ontkende omdat hij bang was weer gevangen genomen te worden, en vertelde dat de littekens aan zijn beide polsen niet door drie dagen hangen aan een plafondventilator veroorzaakt waren, maar door een val van de trap? Of ben ik zelf schuldig, omdat ik nu met een verloren identiteit, een verloren gezondheid en verloren verstand in het vreemde verre westen rondzwerf? Ach, als ik terugdenk aan de barre jaren van zijn dictatuur heb ik altijd een onbehagelijk gevoel van aversie tegenover de beschaafde wereld en haar machiavellistische houding jegens dat land. Omwille van het welbegrepen eigenbelang leverde de moderne wereld deze idioot het genocide-middel. Als men een levensgevaarlijke tbs’er als Wilhelm S., die een tijdje terug Nederland in rep en roer bracht, een mes in handen had gestopt, zou men dan niet als medepleger worden beschouwd? Vergeleken met Saddam heeft deze idioot maar één mugje gedood. Nu
ze een tand-
en nagelloze
vos in plaats
van een
almachtige
leeuw in de
kooi hebben
zitten,
trachten ze
hem van een
volksonderdrukker
in een
volksverschrikker
te doen
omslaan. En waar is dit juridische tafereel voor nodig? Zodra de regering van de Verenigde Staten in crisis verkeert, verschijnen twee gezichten ineens vaak op het scherm: dat van het hondje van Bush dat samen met de president uit het vliegtuig stapt, en het gehate gelaat van onze volksverschrikker in zijn slordige grijze baard en diep in de oogkassen gelegen ogen. Vorig jaar zagen we hen tijdens de verkiezingen; het jaar daarvoor tijdens de installering van de interim-regering; en nu bij het grondwetreferendum. De boodschap is duidelijk: “Rustig maar, Saddam leeft nog en wij beschikken over hem.” De Irakezen ervaren dit echter allemaal als een immens onverschilligheids- en onhebbelijkheidsvertoon van de kant van de Amerikanen. De berechting is op zich onterecht en onvolledig. Toch, als het moet, dan moet deze uitgekookte vos geen kans meer krijgen om nog eens zijn streken uit te halen en zijn onzalige leven nog een paar jaar te rekken. Verder moet moeten alle figuren die min of meer een aandeel hebben in het leed van het volk zich in dezelfde zaal verantwoorden. Ik noem hier maar een paar: Frits van Anraat die het mosterdgas aan Saddam leverde, Kojo en Kofi Annan die het volk hebben laten creperen, Bush de Vader die in 1991 het volk aan de genade van de dictator heeft overgelaten. Voor een terechte en faire berechting zou hij allereerst een lichamelijke foltering moeten ondergaan. Dit kan het best aan de hand van mijn eigen moeders wensen. Toen mijn broer met zijn door stokken en kabels kapotgeslagen hoofd wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten werd uit de gevangenis van de inlichtingsdienst, was hij bijna niet meer herkenbaar en sprak hij onverstaanbare woorden. Mijn moeder geloofde haar ogen niet en sloeg haar armen om zijn nek en rook de geur van zijn zweet. “Zo rook hij altijd, dit moet het kind van mijn eigen vlees en bloed zijn,” riep zij. Toen sloeg zij twee handen omhoog naar Allah en knarsetandde. “Ach, als ik hem in mijn handen krijg, zal ik hem opsluiten om elke keer met een tang een stuk van zijn vieze vlees af te snijden. Zo weet hij pas dat in ons vlees ook zenuwen en bloedvaten zitten die onverdraaglijk pijn gaan doen als je erin boort of in steekt.” Dan volgt een psychische marteling. Onze ex-dictator zou met zijn smetvrees op een openbaar plein in het hart van Bagdad moeten worden neergezet en iedereen zou hem met poep aan de handen zijn handen mogen schudden. Pas dan mag hij zonder verdere vorm van proces overhandigd worden aan de nabestaanden van het door gifgas onbewoonbare Halabje en het met de grond gelijk gemaakte Dujail, met het verzoek om met hem te doen wat ze maar willen. Iedere lichtere vorm dan dit uit drie delen bestaande vonnis is pure ongerechtigheid en niet meer dan verraad aan het volk dat altijd al door buitenlandse machten is verraden! Valium
voor Irak
Als
je een jonge
vrouw op een
fiets ziet met
een korte jurk
of rok aan, en
ze laat haar
jurk met opzet
omhoog
wapperen zodat
we haar
gebruinde
benen en dijen
kunnen zien,
dan is dat een
Nederlandse,
zelfs als zij
zwart haar
heeft en net
terug is van
een dure
vakantie naar
een tropisch
land om te
laten zien dat
zij bekwaam en
rijk genoeg is
om zulke dure
reizen te
maken. Als je
een vrouw een
apotheek ziet
binnenhollen
en zonder
recept
valiumtabletten
aanvragen, dan
is dat een
Irakese -
zelfs als ze
blond haar
heeft. Kort
geleden zag ik
Sabah, een
jonge Irakese
vrouw, op de
tv: “Ik ben
al heel lang
verslaafd aan
valium, ik
gebruik
momenteel drie
of vier
valiumtabletten
van 5 mg per
dag. Dat
helpt, anders
kan ik niet
slapen, ik ben
erg bang voor
alle auto’s
en de mensen
om me heen. In
Bagdad kun je
valiumtabletten
krijgen zonder
recept. De
Irakese vrouw
is nu te slap
en te suf te
huilen” Ze
zweeg even en
toen verzuchte
ze: “Ik
probeer me
echt los te
maken van het
kalmerende
gif,
als er
maar een
lichtpuntje te
zien was.
Allah kariem.” Ja,
het enige wat
dan overblijft
is Allah
aanroepen in
het donker,
zoals de
moeders van de
Irakese
kinderen nu
massaal doen.
Of ze
vertellen een
nieuw soort
sprookje om
het kind
valiumvrij in
slaap te
krijgen: “
Vroeger, lang
geleden,
hadden wij
elektriciteit,
het huis was
fel verlicht,
je kon zelfs
lampen laten
branden door
aan een
touwtje te
trekken of op
een knop te
drukken. Zie
je die
klerenkast in
de hoek daar?
Dat was onze
koelkast. En
die
schoenenkast
daar naast de
deur? Dat was
ons
tv-toestel.” Het
kind wrijft
dan natuurlijk
met beide
handen in zijn
ogen en stelt
de volgende
logische
vraag:
“Wanneer
keert het
licht dan
terug?” “Na
het referendum
over de
grondwet,
zeggen ze.” “Maar
dat heb je
mij
vorig jaar ook
beloofd,”
betwijfelt het
kindje. Het
wordt opeens
slaperig, en
valt zo in een
diepe slaap.
De moeder
haalt een geel
plat
valiumtablet
van 5 mg uit
een potje en
smijt die in
haar eigen
droge
mondholte.
De
meningen over
het referendum
verschillen
flink van
toon. Op de
radio hoorde
ik zeggen: “Ik
ga ja stemmen,
maar als ik
tussen de
grondwet en
elektriciteit
zou mogen
kiezen, zou ik
op het licht
stemmen.” “Het
is weer een
nieuwe
bezigheid, om
ons af te
leiden. We
zijn geen
kinderen, om
van alles
beroofd te
worden en dan
tot rust te
worden
gebracht door
een speen in
onze mond te
stoppen.
Straks wordt
er een nieuw
toneelstuk
over de
berechting van
de dictator
live
uitgezonden.”
“Hoe
dan ook,
ik ben
blij. Voor het
eerst mag ik
nee zeggen
tegen een
regeringsbesluit,
en dat doe ik
vandaag.” “Ik
ga ja stemmen,
al heb ik de
grondwet niet
gelezen.” De
bevolking
heeft echter
niet veel
vertrouwen in
vader en zoon
Bush, en
evenmin in hun
eigen
politieke
vertegenwoordigers,
door de
corruptie en
het misbruik
van het
nationale
inkomen. De
enige
omstreden post
onder de
ministeries
was en is nog
steeds het
ministerie van
olie en
financiën. “Waar
is het geld
gebleven?”
vragen de
Irakezen
elkander op de
straten van
Bagdad, Mosul
en Arbil.
“Het is weer
tussen hoge
mannen
verdeeld,”
is het
traditionele
antwoord. De
situatie in
het land van
Duizend-en-één-nacht
is uit de hand
gelopen.
Wanhoop en
onzekerheid
overheersen. Toch:
laat ons op
een wonder
hopen.
Misschien komt
de langdurige
onrust
eindelijk tot
rust.
Misschien
herstelt het
vertrouwen
tussen de
bevolkingsgroepen
zich op een
gegeven
moment. Het
kan zijn dat
de
machtsstrijd
tussen
sjiieten en de
soennieten,
die ik voor de
oorlog
voorspelde,
eindelijk
ophoudt. Wat
ik wel zeker
weet is dat er
geen enkele
verbetering,
niet minder
autobommen en
zelfmoordaanslagen
in Irak te
verwachten
vallen,
voordat er
twee dingen
gebeuren:
het
regime van
Bashhaar Assad
van Syrië
dezelfde les
leren als
Saddam, en de
Iraanse
geestelijken
fors op hun
nummer zetten
door
internationale
druk; bij
voorkeur een
economisch
embargo, maar
anders een
militaire
ingreep. Pas
dan kunnen de
Irakezen
vredig en
veilig leven.
Ik denk dat de
hele
wereldbevolking
veel vrediger
en veiliger
zal leven
zonder deze
twee
agressieve,
gehate
regimes.
Cowboy Bush,
de handen weer
uit de mouwen!
Eind goed al
goed, zeggen
wij hier in
Holland! En pas dan mogen Sabah en haar valiumgenoten de valiumtabletten wegsmijten. Door de blijdschap en vreugde zal er zelfs geen sprake van ontwenningsverschijnselen zijn! Het land der blindenDoor Freeyad Ibrahim Al voor de
derde dag
stond ik de
hele dag
hulpeloos voor
de deur van
het kantoor
woningbelastingen
in de Irakese
stad waar ik
negen jaar
geleden
woonde. Ik had
alle
documenten en
gegevens om de
verkoop van
mijn eigen
woning af te
ronden bij me.
Hoewel alle
paperassen
compleet
waren, staken
de ambtenaren
er steeds een
stokje voor.
Ik verloor
alle hoop op
een goede
afloop. Elk jaar
worden de
verblijfsvergunningen
van mijn
kinderen door
de IND
verlengd. Dit
jaar is het
derde jaar en
dus tijd om
die door
definitieve
documenten te
vervangen.
Volgens de wet
moeten die na
de betalingen
van de
legeskosten
automatisch en
zonder nieuwe
voorwaarden
verleend
worden. Dit
had al in
maart plaats
moeten vinden.
Sinds 30 maart
2005 zijn de
oude
documenten al
ongeldig. Nu
zitten wij al
in de maand
september en
nog steeds is
er van
verlenging
geen sprake.
Leraar is profeet Door Freeyad Ibrahim . Ik was eens bij een Engelse les op een middelbare school ergens in dit land. Er kwam een jongen binnen die nog steeds het rietje van het pakje sinaasappelsap in zijn mond had. Achter hem zat een dikke ronde jongen die constant naar beneden keek en met zijn benen heen en weer bewoog onder de stoel van zijn recht voor hem zittende klasgenoot. Een jongen daar weer achter hield zijn leesbril schuin op zijn wenkbrauwen. Twee minuten te laat holde een jongen hijgend naar binnen en plofte ongegeneerd op zijn stoel neer. En iemand in het midden bukte zich voorover om zijn losse veters te strikken. De leraar, een mannetje van vijftig met een versleten en afgeleefde spijkerbroek, wat ik een markant fenomeen vond, keek onverstoorbaar naar dat chaotische tafereel in zijn klaslokaal. Ik vond hem erg soft en had hem bijna uitgemaakt voor nederige, ongeschikte flierefluiter. Op dat moment riep hij tamelijk beminnelijk twee keer achterelkaar op tot stilte en was het in een ommezien doodstil. De leraar hield geen enkele afstand tegenover die losse levendige lawaaierige jongelui. Integendeel: hij gaf hen gedurende de les zelfs de kans te praten, te discussiëren, te lachen, en soms zelfs te brullen van het lachen. Het leesklimaat in de klas en het leefklimaat op de school waren heel anders toen ik in het vaderland nog voor de klas stond. Eigenlijk was ik een legercommandant die alles vervaarlijk in ogenschouw nam voordat ik mijn ontegenzeggelijke bevelen gromde. Wanneer men met leeuwen moet omgaan, mag men best een leeuwentemmer zijn. Zelfs als de leraar op school een leerling met een bijna onmerkbaar handgebaar waarschuwde, begreep die de boodschap meteen. Zijn handen begonnen te trillen terwijl zijn benen beefden als een blad aan een herfstboom. De leraar hield zichzelf ook het recht voor een leerling uit de klas te gooien, griezelig te vloeken of een flinke schop onder zijn gat te geven als er sprake was geweest van tegenspraak, protest of een andere ongeoorloofdheid. Dat was daar een normale manier om zijn toorn te temperen. Slaan op handen en delen van het lichaam was ook, en is nog steeds, een zeer gebruikelijke handelwijze en een acceptabel leermiddel. Er lagen voor dat doel zelfs speciale natte dunne boomtakken gereed. Zonder deze voorzorgsmaatregelen zou de klas waarachtig in een staat van chaos en anarchie ontaarden. Als ik thuis eens hardop tegen mijn dochtertje brulde, plaste zij in haar broek. En als ik het gedrag van mijn zoontje bestrafte, poepte hij in zijn ondergoed. Nu heb ik, na een grondige hersenspoeling, drie ongenaakbare revolutionaire rebellen thuis. Drie onbuigzame schepsels! Ze spreken me tegenwoordig ongegeneerd tegen, protesteren tegen mijn resoluties, durven mijn fouten aan de kaak te stellen, hun mening vlot en ongeremd naar voren te brengen, hun rechten op te eisen. En ze doen het ongevraagd. Ze gehoorzamen mij niet blind zoals ik dat mijn leraren en ouders deed. Als ik weer eens harde woorden gebruik tonen ze mij bittere gezichtsuitdrukkingen, een boos gelaat en trekken ze een zure mond. "Ik ben blij dat het democratiseringsproces in ons huis al begonnen is, maar ook wel een beetje angstig dat ze mijn dictatoriaal bewind uiteindelijk omverwerpen!" zeg ik tegen Sana nu de scholen weer begonnen zijn, en vertel haar daarbij gelijk een verhaaltje uit het verleden: " Ik
kon mijn ogen
niet geloven
toen ik op
mijn
basisschool
eens een
leraar op het
ijs zag
uitglijden.
Hoe kon dat in
hemelsnaam
gebeuren! In
mijn ogen
bezat de
leraar een
supernatuurlijke
macht, was
alwetend,
onaantastbaar
en almachtig.
Het beeld van
mijn leraar in
schoon zwart
pak en met
zwarte
glanzende
nieuwe
schoenen
uitgestrekt op
grond en door
de
schoonmakers
van de school
weer op de
been geholpen,
zie ik nog
steeds voor
me. Terug
thuis
vertrouwde ik
mijn vader
bedeesd en
verstijfd het
voorval toe. " Ik vraag me af of de leraar ook hier met een profeet wordt vergeleken." "Misschien wel," antwoordt Sana wat bedachtzaam, en vervolgt: "Maar dan met hun eigen profeet!" In de fitnesszaal komt men vele verschillende gezichten tegen. Door hun kleding en hun manier van praten kom je er razendsnel achter wie wie is. De cultuur van het sporten varieert echter per land. Ik raak soms heel eventjes in gesprek met de mensen en dan gaat het meestal over de klachten onderling of over het weer zowel binnen als buiten. Want als het binnen benauwd is moet je flink zweten en blijft het zweet aan je lichaam vastzitten als lijm. Dat is het enige voordeel van de benauwdheid binnen: het is de sleutel van een gesprek, een lach of een weeklacht. Ik
kan ook door
een vraag of
opmerking mijn
accent
checken. Ik
knik naar een
oude man en
toon hem mijn
ongenoegen
over de
benauwdheid. “Ik
zweet heel
veel, ziet u
wel.” “Ja
meneer, ik ben
ook in Zweden
geweest.” Einde
gesprek. Mijn
uitspraak is
kennelijk nog
niet volmaakt.
Ik word wel
benieuwd naar
hoe het zweet
ruikt in
Zweden. Hier
in de zaal kan
ik het wel
ruiken. Het
ruikt bijna
altijd bij de
vrouwen naar
witte wijn en
kaas, bij de
mannen naar
Heineken en
boterham. Dan komt een oude dame binnen die mij opvalt. Zij lijkt heel veel op mijn eigen moeder. Zij heeft zich van top tot teen zorgvuldig in dikke stof gestoken. Dat is om de uiterlijke schoonheid zo goed mogelijk te verhullen. Volgens de cultuur van mijn vader is de schoonheid de grootste verleidster van de mens. Zij kijkt voorzichtig even naar links en rechts. We sporten onder toezicht van de jonge Peggy, die straalt vanwege haar slankheid en beeldschone uiterlijk. Met haar strakke spijkerbroek, haar strakke roze shirt en haar sierlijke manier van lopen vormt zij een scherp contrast met mijn moeder die nog steeds de boel voorzichtig overziet en nog aarzelt een beweging te doen. Onzeker of er en man is die haar op dat moment nieuwsgierig en steels gadeslaat. Ik kan een gevoel van respect en waardering niet onderdrukken omdat zij, ondanks de sociale beperkingen, zo dapper en zelfstandig optreedt. Sporten is de beste manier om te integreren. Jouw zweet mengt zich dan met het zweet van je gastheren en -vrouwen. Maar zij heeft het, ik zie het en ik voel het, te warm. Ik hoorde mijn zus twintig jaar geleden eens tegen mijn moeder zeggen: “Moet ik nou op deze zomerse dag van 48 graden Celsius met een ton kleren aan naar buiten? U wilt toch geen luchtdichte capsule van mij maken, lieve moeder?” Maar de angst voor Allah was bij mijn moeder altijd groter dan alle andere angsten. Ook bij mij was die angst even groot - tot de dag van de aanslagen in Londen. Daarna werd de angst voor Allah vervangen door de angst voor sommige geloofsgenoten. Ik zie Peggy nu de eenzame mevrouw wat aanwijzingen geven en zo mogelijk haar in de juiste houding zetten. Op dat moment komt een andere dame binnen, met korte broek en t-shirt aan en haar blote armen en slanke gladde benen. Zij maakt het contrast nog scherper. Achter de glazen deur in de gang, zie ik nu mijn eigen vrouw mij toezwaaien. Zij draagt ook een strakke spijkerbroek, een kopie van Peggy met minder lengte en meer dikte. Als zij mij vraagt of zij met een short mag fitnessen, ga ik er meteen mee akkoord. Ik zie al die blote armen en benen van al die slanke vrouwen om me heen, waarom zouden de mannen haar blote armen en benen dan niet mogen zien? De vrouwen zien mijn blote armen en benen ook, waarom mag zij dan al die blote armen en benen van de mannen niet zien? Is zij van hout gemaakt en ik van goud? Of stroomt in haar vlees geen bloed maar water? Sana is zelfverzekerd en ik heb vertouwen in haar. Sana is dezelfde Sana compleet bedekt of compleet bloot. Wij die in Europa leven hoeven het niet te moeilijk te maken voor onszelf en voor onze nieuwe blanke buren. Ik veeg mijn warme zweet even af, kijk met medelijden naar degenen die nooit eens mogen zweten. Met mijn ooghoek staar ik naar Peggy die elegant als een patrijs door de zaal op en neer beweegt, zachte aanwijzing aan iedereen geeft en glimlachjes uitdeelt. “Denk eens aan jouw moeder, Peggy,” adviseer ik en stel mijn vrouw voor. “Wil jij eens bij ons Kubba komen eten?” nodigt Sana haar zonder aanleiding uit. In
onze
fitnesszaal
zijn alle
culturen
verenigd in
één cultuur:
de cultuur van
fitness. Tirannie
of terrorisme?
Door
Freeyad
Ibrahim De
beschaafde
wereld is deze
dagen weer
verdeeld over
de handelwijze
jegens het
toenemende
geweld uit de
hoek van het
primitieve
dogma. De
Europese
staten hebben
ieder hun
eigen angsten
en hebben
inmiddels ook
een eigen
reactie op de
laatste
griezelige
bomaanslagen
in Londen
kenbaar
gemaakt. Het
koelbloedige
Groot-Brittannië
voerde direct
een discussie
met de
moslimvertegenwoordigers
van dat land.
In het
warmbloedige
Frankrijk riep
de rechtse
politiek
onlangs om een
harde aanpak
en
verkondigde,
dat “het
radicalisme
ons de derde
wereldoorlog
heeft
verklaard.”
Het verleden heeft echter bewezen dat discussie met de seculiere en religieuze autoriteiten geen enkele uitkomst biedt. De variaties tussen hoge, matige en zachte stemvibraties van de godsdienstvertegenwoordigers en meningsverschillen over de interpretaties van de heilige teksten maken alle pogingen om de gewelddadige stem uit het dogma te omfloersen onuitvoerbaar. Repressie van de kant van de staat kan noodzakelijk zijn, maar het schenkt desondanks geen radicale ontmanteling van het snelnaderende gevaar. De toestand lijkt op een catastrofe die elke beschrijving tart en zich onttrekt aan elke diagnose en behandeling. De twee fenomenen fundamentalisme en terrorisme zijn bijna verdwenen uit het Midden-Oosten omdat de dictators daar allemaal geheel of gedeeltelijk moslimleiders zijn. Moammar Gaddafi, Bassahar Al Assad, Hosnie Mubarak zijn daar voorbeelden van. Ook Saddam Hoessein maakte intensief gebruik van zowel religieuze als wereldlijke macht. “Gehoorzaamt u Allah en zijn profeet en de bevelhebbers onder u.” Wie hem loofde en in preken bewonderde, werd gul beloond met een Supersaloon Toyota of een Mercedes en een ruim huis. Wie neutraal bleef kreeg niets. En wie een woord tegen hem preekte ruimde hij simpelweg uit de weg. Laat Saddam nou nog eens een dag op het podium van Irak opduiken, dan zul je zien hoe de slager van Bagdad, Al-Zarqawi van angst in zijn dishdasha poept. De
terrorist is
actief in de
landen die
zacht en slap
en humaan met
hen omgaan,
want de straf
raakt in het
Midden-Oosten
de hele
familie. Als
Mohammed B.
bijvoorbeeld
in Irak of
Syrië of een
ander Arabisch
land dezelfde
daad had
verricht,
zouden de
autoriteiten
zijn zoon, zus
of ouders voor
zijn ogen voor
de wilde
dieren hebben
gegooid. De
aanslagpleger
vreest niet
voor zijn
eigen leven,
maar wel voor
het leven van
zijn familie.
Hij is dan
verantwoordelijk
voor hun leed
en dat
accepteert de
leer niet. De lokale verzetsstrijders in Irak en de regio die later in internationale terroristen zullen veranderen, laten zich niet afschrikken door repressie van buitenaf, maar buigen wel voor een gevreesde gezaghebber en een tot de tanden gewapend leger die uit dezelfde klei en materie zijn opgetrokken. Tirannie en terrorisme komen eigenlijk uit dezelfde cultuur. De bloederige tirannen zijn broers van de bloederige terroristen zolang de activiteiten gericht zijn tegen een gemeenschappelijke vijand, met name het Westen en VS en hun belangen en symbolen (Lockerbie, New York, Madrid, Londen, Sharm al-Sheikh). Maar als het gezag van een tiran door zelfs maar de kleinste daad van terreur binnen het land zelf beschadigd wordt, dan is het direct afgelopen met de broederschap. Dan slaat de tiran genadeloos met vuur en ijzer. De Oosterlingen zijn in de loop der eeuwen helaas verslaafd aan tirannie zoals de Westerlingen verslaafd zijn aan democratie. Minst
tolerant Door
Freeyad
Ibrahim “Waarom
ben je zo
somber
vandaag?”
vraagt Sana me
als ik weer
eens thuis
zit, stil als
het graf.
Vandaag wacht
zij niet op
mijn antwoord,
“Ik
weet dat het
door die boze
reacties van
de lezers
komt. Of niet?”
En ze
vervolgt:
“Denk je dat
deze
Nederlanders
ons tot
ongewenste
gast
verklaren?” “Geen idee, maar ik denk dat dit volk uiterlijk veel toleranter is dan andere Europese volkeren, maar innerlijk het minst. In Engeland is na die bloederige bomaanslagen geen moskee in brand gestoken en de islamfobie steeg er niet zo hoog als hier." Ik
dacht aan een
kennis die na
de
afschuwelijke
moord op Theo
van Gogh zijn
snor afschoor,
een tatoeage
liet maken en
een korte
broek droeg om
zijn uiterlijk
voorlopig
enigszins van
een
Zuid-Aziaat in
een
Zuid-Europeaan
te veranderen.
“Ik
heb niets te
maken met die
slagers die in
de naam van de
islam
opereren, geen
wet staat het
doden van
onschuldige
mensen toe. Ik
houd van mijn
werk en mijn
kinderen,
klaagde hij. In
Engeland en
Australië
wordt een
feest gehouden
bij het
uitreiken van
de nieuwe
nationaliteit,
een groot
festival net
zoals bij de
uitreiking van
de Oscars. En
bij het
uitdelen van
paspoorten is
koningin
Elizabeth zelf
ook aanwezig.
Hier krijg je
het
Nederlandse
paspoort van
een
gemeentelijke
ambtenaar
achter de
balie: zo stil
en kil, dan
lijkt het of
je begeleidt
door hen al
achter een
rouwkoets
aanloopt. Wij
zijn geen
honden, maar
toch hebben we
een dringende
behoefte aan
een aai over
ons hoofd zo
nu en dan,
vooral bij het
verrichten van
een bijzondere
prestatie. “Soms
heb ik geen
idee hoe ik
het best met
hen kan
omgaan,”
zegt Sana. Ik
begrijp haar
en vertrouw
haar mijn in
acht jaar
opgebouwde
ervaring toe.
“Sana, blijf
spontaan
lachen, je
moet je nooit
verzetten
tegen hun wil
om hun
onlesbare
wraak te
vermijden.
Beter nog, als
het kan,
probeer gedwee
als een lam te
opereren. Je
moet oppassen
dat wat mij
door het
schrijven soms
overkomt, jou
niet overkomt.
Bij de IND
hebben ze mij
vijf jaar
geleden zes
maanden extra
laten wachten
omdat ik mijn
mensenrechten
opeiste door
middel van
honderd
brieven. Blijf
zoveel
mogelijk
spontaan
reageren, dan
oogst je alle
waardering en
applaus van je
omgeving. Kijk
naar de
recordtijd
waarin Maxima’s
‘spontaniteit’
haar naar de
troon van
Oranje-Nassau
voerde. Is de
spontaniteit
van een hond
niet de reden
dat hij al die
liefde, zorg,
aandacht, geld
en
populariteit
hier
aangeboden
krijgt? Sana,
wij als nieuwe
medeburgers
willen graag
onze stem
laten horen,
ons ware
gezicht laten
zien, een link
bouwen die ons
met dit land
kan verbinden,
een hechting
waarnaar wij
zoeken om niet
in het moeras
van
onbekendheid
en anonimiteit
verloren te
gaan. Kortom,
aandacht te
vragen, ons te
manifesteren,
laten weten
dat wij ook
bestaan. En
dat doet
iedereen op
eigen wijze:
de ene met
extra zorg
voor het eigen
uiterlijk, de
andere met een
extra glaasje
alcohol; de
ene, zoals
Hirsi Ali,
door
moslimprovocatie,
de andere door
het
hoofddoekje
een stuk
dikker of
breder te
maken; de ene
persoon, zoals
ik, door
extreem
contact met
pen en papier,
sommigen door
hun
moskeebezoek
te
intensiveren;
sommigen doen
het
verschrikkelijke,
ze kiezen
vanwege haat
jegens
zichzelf om
jegens de
anderen
zelfmoord te
plegen; en
jij, Sana,
doet het door
het eten extra
lekker te
maken voor
onze
Nederlandse
gasten, veel
lekkerder dan
dat wij van je
thuis krijgen,
ook
toen wij nog
in Irak
woonden. Jij
gaat soms zo
ver om bij de
buren aan te
kloppen, die
dan
verbijsterd
vragen “Waar
hebben wij dit
aan verdiend ?” Sana
lacht me
spontaan toe.
“Stel je
eens voor dat
een van de
buren een keer
wat wisselgeld
uit haar
portemonnee
haalde en in
mijn open hand
stopte!!” “Kijk,
Sana, als ik
honderd
positieve
stukken
schrijf waar
ik alleen maar
lof en liefde
betuig aan de
Nederlanders,
krijg ik geen
enkele reactie
van de lezer,
dan zwijgen
ze, worden ze
doof en stom,
maar als ik
een keer
kritiek uit,
en harde
woorden
gebruik, dan
krijg ik bijna
iedereen over
me heen. Toen
ik voor het
Friesch
Dagblad
schreef had ik
eens negatief
over de
taalcursussen
geschreven en
kreeg daarop
meteen een
boze reactie
van een dame
uit Harlingen:
“Om 13.00
uur reden we
richting
Menaldum en
daar zag ik
een bekend
gezicht. Ik
herkende hem
meteen van de
foto in de
krant. Ja
hoor, Freeyad
Ibrahim,
lekker op de
fiets
genietend van
de zon en in
zijn hoofd
weer een nieuw
stukje voor de
krant. Wat
doet een
Irakees met
een poesje die
een dikke poot
heeft? Brengt
hij die ook
naar de dokter
met de auto?
Geeft hij ook
120 gulden uit
voor een
poezenmand en
medische zorg?
Ik weet bijna
wel zeker van
niet. Ik denk
dat de poezen
hier blij
mogen zijn dat
ze in
Nederland
wonen. De
Irakezen ook,
denk ik.” De
paarden en de
prinsessen Wat
is het geheim
achter het
aanhoudende
gewrongen
gelach van die
fortuinzoekster
die elk
jaar in
opdracht van
haar moeder,
mevrouw Z. een
prinsesje voor
W. Alexander
baart? Het is
een hele kunst
om een lachje
zo te kunnen
forceren. Om
zo hilarisch
en hysterisch
te gieren is
niet
vanzelfsprekend,
en het komt
ook niet uit
de hemel
vallen, vooral
niet in een
tijd dat de
helft van de
Nederlandse
bevolking
misnoegd is
over hun leven
en de arme
burgers steeds
verder door de
armoedegrens
zijn gezakt. “Maxima
is een
supertalent,
ze heeft
razendsnel
onze taal
onder de knie
gekregen,”
kondigde de
Mediahypocriet
der
Nederlanden
eens aan. Ik
wist niet of
ik tranen van
vreugde of
verdriet moest
plengen. Want
zelfs de dwaze
vrouwen zouden
dat talent
hebben
vertoond als
ze met de
Prins der
Nederlanden
waren
getrouwd. Dat
wekt niet
alleen
jaloezie en
inferioriteitsgevoel
onder
anderstaligen,
maar ook
minachting en
een verkeerde
inschatting
van het
potentiële
leervermogen
dat schuilt in
de ziel en de
hersenen van
de grootste
deel van de
allochtone en
ontheemde
vrouwen. Ik heb ook een broertje dood aan de prinsessen die gelukzalig lachen terwijl anderen de eindjes met moeite aan elkaar kunnen knopen. Dan heb je weer die prins die ons komt verkondigen dat de hem ter beschikking gestelde Argentijnse baarmoeder weer bevallig bevallen is van een nieuwe dochter. En wat gaat dat saaie nieuws ons aan in een tijd waarin de economische sancties van Zalm-en-Peter B ons, de onderdanige onderdanen, als een sinaasappeltje uitpersen? In Irak troffen de embargo’s van de internationale dief Kofi Annan ook alleen maar het arme deel van de bevolking. Vandaag
zitten wij in
een cruciale
crisis. Prins
Willem staat
voor de glazen
deur van het
ziekenhuis
waar prinses
M.Z. net een
nieuw
prinsesje
voortgebracht
heeft. De pers
is daar druk
en dik
aanwezig: “Vind
u niet erg:
weer een
dochter?” “Nee,
valt toch wel
mee, een
piekfijn
kindje en mooi
voor Amalia om
een zus te
hebben.” “Hoe
wordt zij
genoemd?” “Weet
ik nog niet.” “Is
het gezin al
compleet?” “Eerlijk
gezegd durf ik
dat nou niet
te zeggen.” Hoeveel
kost trouwens
de gouden wieg
waarin ons
nieuw
koninginnetje
gaat suffen?
Hoeveel zijden
ondergoed is
al beschikbaar
gesteld ten
behoeve van
Hare kleine
majesteit?
Hoeveel goud
gaat haar
opvoeding en
oppassing
straks kosten?
De royale
vraag blijft
dan nog
altijd: gaat
papa W. haar
extra
verwennen en
bij haar
zevende
verjaardag een
gouden fiets
als cadeau
geven? Gisteren
zocht ik
treurig overal
in Heerenveen
naar
een goede en
goedkope fiets
voor mijn
overweldigend
mooie zoontje.
De zoektocht
baarde geen
enkel
resultaat.
Forat troostte
mij: “Laat
maar. Dan ga
ik lopend naar
school.”
Ik
zie vandaag
mijn buren de
vlaggen
uithangen. Een
prinsesje is
geboren. Ik ga
naar de
kringloop: een
tweedehands
fiets voor
mijn zoontje
kopen.
Gelukkig,
sinds de
bezuinigingen
ben ik niet de
enige die de
broekriem
steeds
strakker moet
aanhalen.
Zelfs grote
mannen, veel
groter dan ik,
zijn
kringloopcliënten
geworden. Tijdens de Franse Revolutie ging het boze, hongerige volk voor het koninklijk paleis staan protesteren. “Brood, brood, brood, Hare Majesteit,” tierden ze luidkeels. De keizerin, uit Oostenrijk afkomstig, verscheen op het balkon en riep forto terug: “Dan moeten jullie maar biscuits gaan gaffelen als jullie geen brood kunnen krijgen.” “Gelukkig
schiep God ook
paarden.
Anders zouden
wij bij elke
koninginnedag
zelf hinnikend
de gouden
koets moeten
trekken,”
karikaturiseerde
Voltaire
destijds. Mijn
buren steken
vandaag de
vlag uit, en
ik hang die
halfstok,
vanwege de
geboorte van
een prinses
die net
misschien wel
op net zo
grote voet en
net zo
onachtzaam zal
leven als haar
‘spontane’
mater M. De krantenambulance Door Freeyad Ibrahim Kranten lijken soms net mensen. Ze kunnen dik en dun zijn, stevig en mager, ziek en gezond, actief en inactief, aantrekkelijk en lelijk. De eerste pagina is het gezicht, die weerspiegelt de aard van de krant. De laatste pagina staat voor het achterwerk van het lichaam. Zie je niet hoeveel achterwerken daar dagelijks worden tentoongesteld? Net zoals bij het lichaam is de dikte van een krant meestal een signaal: zwaarlijvige kranten zijn vrolijker dan de lichtlijvige kranten. De menselijke dikzak is ook vaak gezelliger en zelfs grappiger dan de dunne. Er zijn kranten die door een ernstige hongersnood getroffen zijn. Sommige kranten liggen al op het sterfbed, sommigen zijn al gestorven. Sommigen leiden aan een chronische ziekte, waardoor ze geleidelijk hun gewicht kwijtraken en vervolgens hun lezers. Want wij, de lezers, laten ons vaak betoveren en bedriegen door een knap en charmant uiterlijk. En de zieke kranten krijgen uiteraard minder bezoek van belangrijke personen. Net zoals een onbekende bejaarde die tot het einde van zijn leven nog geen enkele keer door bijvoorbeeld de Koningin werd bezocht. "Laat maar, niet de moeite waard dus." De krantengod, de reclame, bezoekt ook alleen de vette kranten, de magere adverteerders zijn meestal te gast bij de magere kranten. Ook onze politiek kijkt naar die stervende dagbladen als naar een mens die aan kanker lijdt. "Nutteloos, slecht voor de economie." Dus verdienen ze wel troostende woorden maar geen genezende middelen. Premier Jan Peter B. omschreef het Friesch Dagblad eens als klein maar dapper. "Als een zwijgzame mens die de aandacht weet te vangen door zacht te praten." Het compliment was het enige wat zij in haar financiële dilemma niet nodig had, terwijl het geld, wat ze niet kreeg, het enige was waar het zieke blad wel behoefte aan had. Ik zag haar, hoe zij onder een soort bloedarmoede leed, de inkt die in haar regels zo zwart en dik stroomde, verbleekte en verdunde met de dag. Noodgedwongen deed zij eindelijk beroep op eigen lezers die wel het benodigde levensonderhoud leverden. Uit mijn platte portemonnee zet ik vandaag een flinke vijf euro op de acceptgiro die door Hoekstra Uitgeverij recentelijk in mijn brievenbus gegleden is. Ik zal zelfs tien euro's opofferen, noem me maar een zieke krantenactivist. Ik zou op een of een andere manier zieke kranten te hulp willen schieten. Zou ik die Robin Hood mogen zijn, die de hoeveelheid extra vlees en vet uit de opgezwollen bijlagenbuik van de goed gevulde pers ridderlijk afsnijdt en die vervolgens aan het vermagerde achterwerk van de povere persen plaatst? Ik heb zelfs Nee gestemd bij referendum omdat in de Europese grondwet geen enkel punt stond waardoor kranten in nood beschermd worden tegen uitmoorden. En waarom niet? Ik hoorde op de radio een damesstem zeggen dat zij Nee zou gaan stemmen. "Als ik Ja stem, dan stem ik dus voor de stierengevechten die in Spanje gaande zijn…" En als "Varkens in Nood" varkens in nood steunt, waarom ik "Kranten in Nood" dan niet? Een paar
dagen geleden
werd er bij
ons
aangeklopt.
Toevallig deed
ik zelf open.
"Ik zamel
geld in voor
de
dierenambulance,"
rechtvaardige
de ronde volle
vrouw haar
aanwezigheid
op dat vroege
tijdstip aan
mijn deur. Ze
straalde en
keek me in
mijn ogen.
Principieel
gezien zou ik
het geld
liever aan de
kinderen in
nood geven van
het
moederland.
Maar eerlijk
gezegd heb ik
een aangeboren
zwak jegens
een collecte
die door jonge
blonde vrouwen
wordt
uitgevoerd. Ik
spoedde me
naar binnen en
haalde uit
mijn zwaar
bewaakte
portemonnee
het restant
van het
wisselgeld dat
door mijn
kinderen nog
gespaard was
gebleven en
liet dat in
het potje
zakken. Het is weer feest in Irak! Hoe glinsterend en schitterend was zijn ondergoed! Met welke shampoo heeft hij zijn smerige onderbroek zo lelieblank gewassen? Schoonheid is strijdig met onze 'meelijwekkende' dictator. Want hij poepte en piemelde altijd in zijn militaire broek, elke keer als zijn Westelijke lords hem in boosaardige taal hadden vermand. Toen hij uit zijn kuil getrokken werd, stonk hij naar zijn eigen poep, die net zo stonk als zijn adem, die ook weer net zo rook als het verrotte bloed dat hij gedurende zijn bewind uit de bloedvaten van zijn onderdanen opzoog. Aan de goede bedoelingen van de bevrijders te twijfelen, is niet zo moeilijk. En gebroken ei weer heel en rond te krijgen lijkt gemakkelijker dan het herstel van het vertrouwen in een zoon en een vader die beide Bush heten. Het is niets anders dan een boodschap aan zowel vriend als vijand. Met dubbele effectiviteit. De vriend hier is Saddam. Hij leeft nog. Volhouden. De fundamentalistische sjiieten zijn de vijand. Wij hebben het recente bezoek van de Iraanse minister van buitenlandse zaken aan premier al-Djaafari wel door. Hier is Saddam! Pas op, je zult mij niet verraden! Op de dag toen de foto's werden vertoond belde een jongere broer van mij. "Wij hebben nou weer een groot feest. De mensen vliegen alom de straten op om het te vieren." Ik liet hem mijn warme verzuchting voelen. "Wij hebben daar toch bijna elke dag feest gevierd, lief broertje? Toen Saddam Koeweit aanviel, vierden wij dat uitgebreid. Toen hij zich vernederd terug trok, feestten wij nog onstuimiger. Toen de oorlog met Iran uitbrak, hadden wij massaal feestelijke dagen. Nadat de oorlog afliep vierden wij, de verliezende winnaars, het uitbundig. Op de dag dat de economische sancties ons door de internationale dief Kofi Annan en zijn suspecte ploeg werden opgelegd, werden daar overal feestpartijen georganiseerd. Na twaalf magere en barre jaren vierden wij nogmaals, want wij hadden de hongerdood wonderbaarlijk overleefd. Zijn val, de moord op zijn twee zonen, de arrestatie van zijn kameraden: het zijn allemaal prachtige feestelijke momenten geweest. Toen hij zelf als een muis in de val liep vierden wij een historisch festijn." Ik zag broertje nu piekeren, hete tranen met tuiten plengen. Ik hoorde zijn stem tamelijk bibberen en zijn emoties vertederen. Ik wilde hem vertroetelen, maar hij liet liever zijn bevende stem horen. "Toen ik Saddam in zijn ondergoed zag, kon ik mijn vreugde niet in toom houden. Desondanks voelde ik me wat oncomfortabel. Want wat als hij er op een gegeven moment tussen uitknijpt en onze bomen en bloemen, groen en geel, weer in de fik steekt? Houden jullie trouwens daar wel eens ook feesten?" Ik antwoordde: "Wees niet zo bezorgd, broertje, jouw mixtoon is niet geheel ondoorgrondelijk. Jij zit zonder tv, maar ik ontwaar hem met vier ogen. Wij zitten in het licht. Het wordt hier geen een seconde duister. Hier hebben wij ook talrijke feesten en feestvierenden, maar onze feesten zien er nooit rood uit. We zijn hier werkelijk rood noch geel, want wij de Oranje Kameleons durven noch rood noch geel te worden. We zijn simultaan Amerikaans en islamitisch. Wij willen ook hier leven, zonder angst maar onze angst ook onze feesten zijn oranje van kleur. Onze feestdagen hangen van onze kleurloosheid af. Wij zitten 's middags aan tafel met Mefisto te lunchen om later op dezelfde avond met Allah en zijn engelen te dineren." "Dan vertel me eens wanneer gaan ze hem berechten?" zei broertje tandeloos op een antwoord aandringend. "Broertje, jij lonkt nou weer naar een nieuw feest? De berechting lijkt me een ijdele hoop. Net claimde zijn advocaat, Giovanni de Stivano, al op CNN dat er nog geen officiële aanklacht tegen hem bij het internationale tribunaal is neergelegd. Je moet één ding goed weten, ze doden hun cliënten never. Liever een wild volkje naar de knoppen laten gaan dan een gedwee lammetje maltraiteren. Ze zullen zelfs talloze van die readymade smoesjes en smoesjes gaan bedenken. Hij is oud, hij is ziek, hij heeft het al aan de prostaat, hij is schizofreen en lijdt ook al aan een serieuze hartaandoening. Zijn medische adviseurs zullen zeggen: "Deze eenzame mens mag best met zijn maatje Pinochet dammen en met Milosevic schaken aan dezelfde tafel in hetzelfde gebouw dat het cachot heet. Nog beter zou het zijn als hij gladgeschoren in zijn onderbroek op de Amsterdamse Dam hand in hand met de Noord-Hollandse massamoordenaar Frans van Anraat kon wandelen." Broertje, zodra alle auto's van jouw land geheel uitgeëxplodeerd zijn, zullen wij het laatste doch allergrootste festijn hier gezamenlijk organiseren. Op foto's zal hij dan met zijn handen in zijn onderbroek te zien zijn.. Om te blijven vieren, dient onze volksverschrikker zo lang mogelijk in leven gehouden te worden. Soloseks, zeggen ze, helpt uitstekend tegen prostaatvergroting. Struisvogels van Fryslân! In de literatuur van mijn vaderland staat de struisvogel bekend als een creatuur dat tussen de vogels beweert dat hij een grote kalkoen is, en temidden van de dieren beweert dat hij een klein kameeltje is. Vader gebruikte 'Naama', zoals hij heet in onze taal, om een onbenullige Koerd aan te duiden die twee identiteiten poogde te krijgen (de Koerdische en de Arabische) en daarbij in werkelijkheid allebei kwijt raakte. "Een Koerd wordt nooit koning, zelfs als deze zijn nationaliteit wijzigt en zijn taal ook," constateerde vader maar dieptreurig. Ik vermoed dat ik nu drie identiteiten heb: Mijn achtergrond, het Nederlanderschap en het Frieslanderschap. Desondanks krijg ik in veel situaties de indruk dat ik niet alleen mijn oude identiteit kwijt ben, maar dat ik ook mijn nieuwe nog niet opgehaald heb. Als ik op straat loop, ben ik met mijn lengte, ingepakt in mijn jas, sjaal, muts en met mijn spijkerbroek aan, op en top een Nederlander. Maar zodra ik op een kantoor of in de winkel mijn mond open doe, verraadt mijn accent mijn andere identiteit ogenblikkelijk. Vervolgens daalt de toon van de enthousiaste gesprekspartner een paar noten. In Welsrijp las ik in een lesboek dat de mensen uit het westen van Nederland snel contact leggen, maar als je hen nodig hebt, zijn ze je vrienden niet meer. In het noorden zouden rustige en eerlijke mensen wonen. "Als iemand uit het noorden zegt dat hij je zijn vertrouwen schenkt, dan meent hij dat ook." Wat een mazzeltje, dacht ik. "We zijn dan twee broertjes in een kuil," zegt een Koerdisch spreekwoord. Onlangs zei ik tegen mijn buurman hier dat de mensen uit het dorpje vlak bij Franeker een stuk rustiger, behulpzamer en vooral toleranter waren dan hier. Hij reageerde enigszins verbitterd. "Ja, de Heerenveners zijn al behoorlijk verhollandst." Ik schrok me het leplazarus, dacht aan de opportunistische westerlingen. Toch kwam het me niet helemaal onbekend voor. Ik loop twee kilometer met een lekke band het fietspad. Er stopt geen auto om me te vragen of ik mee wil rijden. Egoïstisch. De ambachtelijke schoenmaker naast de Aldi eist van mij de kosten van een hele rits die hij maakt, in plaats van de reparatiekosten. Materialistisch. De tandarts stuurt me een rekening voor een getrokken tand die hij niet getrokken heeft. Oneerlijk. De huisarts lacht nooit tegen mij. Niet bepaald vrolijk. Betekent verhollandsing dan ook cruheid en verharding? Op straat roep ik voortdurend, dan weer links, dan weer rechts: "Hallo, hoi, goedendag, goedenavond, salamu alaikum, hello, hi," tegen de voorbijlopende en fietsende mensen, maar het lijkt wel alsof ze allemaal dove verhollandste Friezen zijn geworden. Deze Heerenveners, die ik overigens overweldigend mooi vind, spreken ook zelden hun moedertaal, maar als ze eens op bezoek gaan bij familie in Franeker of Welsrijp bijvoorbeeld, beginnen ze tegen elkaar "oan't moarn, oan't sjen, goeie dei, goeie reis, ik sil dy tige misse" te roepen. Ze schamen zich hier aan de grens met Groot Holland (G.H.) kennelijk om Fries te praten, en ontkennen daardoor Fries te zijn. Maar één ding moeten deze mensen, die met een duidelijk accent praten, weten. Een prins uit Frankrijk of Engeland of Argentinië importeren is praktisch gezien eenvoudiger dan een uit Heerenveen. Want een Fries wordt nooit een koning, zelfs als hij zijn taal en nationaliteit verandert. Heerenveeners zijn beslist de struisvogels van Fryslân. En ik weet ook nog steeds niet of ik een kalkoen of een kameeltje ben. Allah 's van Nederland Door Freeyad Ibrahim Ik zie deze dagen vaak mijn vader met opgeheven wijsvinger voor me staan. "Zeg tegen de Farao dat Allah de zon uit het oosten doet opkomen, en vraag hem of hij die dan uit het westen kan doen opkomen." Vader gebruikte deze soera altijd als hij wilde zeggen dat de Farao van Irak, Saddam Hoessein, niet de allermachtigste was, dat hij niet alles kon - om ons daarmee een hart onder de riem te steken. Kort
geleden werd
ik door het
energiebedrijf
gebeld.
"Met
Essent. Ik wou
even op uw
brief
reageren, wij
zijn immers uw
gasleverancier.
Nuon heeft ten
onrechte het
bedrag van uw
rekening
afgeschreven." Ik pakte de zoveelste brief van Nuon, waarbij twee acceptgiro's en twee waarschuwingen zaten. "Indien betaling binnen deze termijn uitblijft, zijn wij genoodzaakt het verschuldigde bedrag te verhogen met 15 euro aanmaankosten. Heeft u nog vragen?" Ik greep
direct naar de
telefoon een
informeerde,
terwijl mijn
dikke darm
werd
opgeblazen,
"Ik heb
pas gisteren
een brief
ontvangen
waarop een
termijnbedrag
stond. Hoezo
dan die
herinneringen
en waarom twee
betalingen in
één
keer?" Kalkoenen, schapen en kamelen In de periode van de economische sancties beval Jalal Talabani zijn mannen elke dag een grote kalkoen voor hem te braden. Zijn bewakers hielden in zijn gigantische kasteel honderden kalkoenen om aan die wens van hun geliefde leider te kunnen voldoen. Masoed Barzani, aan de andere kant, had een onstilbare trek in jonge lammetjes en gaf opdracht aan zijn speciale slagers om elke dag negen lammetjes voor hem te bereiden. Talabani werd later in de volksmond stiekem 'Jalal Kalkoen' genoemd en Barzani 'Masoed Schaap'. Tussen de gewapende kalkoenen en de gewapende schapen was het decennialang oorlog. Niet om het vlees, uiteraard, maar om de macht. Ik hoorde bij geen van de twee partijen, maar had desondanks liever dat Talabani gezien zijn opleiding en lange ervaring de presidentiële zetel bezette. Het was een keuze tussen twee kwaden. De Koerden zijn nooit bang geweest voor de Arabieren. Integendeel: de Arabische militanten vreesden niemand meer dan de Koerden. Tijdens de Irak- Iran oorlog vertelde een militaire arts me een verhaal dat dat illustreerde: "Een piloot kreeg opdracht om een bepaald doel in het Koerdische berggebied te bombarderen. Ik zag hoe hij van kleur verschoot en angstig protesteerde: "Woei! Stuur me duizend keer naar de vijandige Perzen, maar geen enkele keer naar de Peshmerga's, want ze schieten mij met hun lange geweren neer en krijgen mij levend te pakken!" Nu Talabani tot president van Irak gekozen is, is dat een behoorlijke winst voor de Koerden. Maar deze keuze is niet op grond van een goed overwogen oordeel op hem gevallen. Ten eerste is hij niet gekozen omdat hij een van de oudste en de meeste ervaren Irakese politici is. Noch omdat hij jarenlang tegen het oude regime in Bagdad een dappere en succesvolle strijd heeft gestreden. De keuze voor Jalal T. is meer een gevolg van de heersende politieke wanhoop. Jalal T. als president is het resultaat van het historische, chronische en onherstelbare wantrouwen tussen de twee grote verschillende etnische en godsdienstige groepen, de twee eeuwige rivalen: de soennieten en de sjiieten. Jalal T. is in alle opzichten een compromis-figuur. De sjiieten zullen nooit de macht aan de Arabische soennieten geven, want dat zou betekenen dat de macht terug is bij de aanhangers van de verdreven dictator. En de soennieten zullen nooit een sjiiet boven zich als president aanvaarden, want die post is door de geschiedenis heen altijd door een soennitische leider bezet. En ook al zijn het allebei Arabische kamelen-eters, ze hebben een Koerdische kalkoen-eter gekozen om hun president te zijn. Wat een grappige droom! Ik ben blij dat op het verbrijzelde lichaam Irak nu een hoofd zit, en wel een groot, dik Koerdisch hoofd met een kleine witte bril op. Hij kan het best met zijn eigen veiligheidstroepen en goedgetrainde peshmerga's de islamitische militanten en buitenlandse milities uit Iran, Syrië en Jordanië verjagen, en dodelijke klappen aan de aanhangers van de ex-dictator uitdelen. Hij is zelfs in staat om het gestolen geld uit het olie-voor-voedsel-programma uit de portemonnee van de twee internationale dieven Kofi en Kojo Annan te plukken en dat vervolgens op de rekening van de gedupeerde Irakese kinderen terug te storten. Ik vrees en verwacht echter nog één ding. Dat de huidige president van Irak door zijn gekozen huidige premier, de sjiiet Ibrahim al-Djaafari onophoudelijk wordt gedwarsboomd, of - als altijd - door zijn noordelijke maatje, de lammetjeseter, wordt beconcurreerd. Dan hebben wij weer een oorlog tussen de gewapende kalkoenen, gewapende schapen en gewapende kamelen. Ditmaal niet in de bergen, maar wel in het hart van Bagdad. Meneer CWI Ik zit in de wachtkamer van het CWI. Drie beginletters van drie grote woorden. Ze zijn in principe niet erg groot in lengte of breedte, maar toch zijn ze behoorlijk groot. Ik denk terug aan de vorige gemeente en de gezichten die ik goed kende en die mij ook goed kenden. De oude gezichten waren een stuk vrolijker dan deze nieuwe gezichten. Ik denk nu terug aan de eerste dag waarop mijn voeten de grond van dit platte land betraden. Toen kende ik de gezichten die ik ontmoette ook niet, toch moest ik naar hen luisteren, hen inlichten wie ik was. Het mooie van het kleine dorpje was dat ze lachten tegen je gezicht zonder dat ze je eerst hoefden te kennen. Naarmate het dorp groter wordt, wordt het lachje bleker, stiller, de stem killer en het gezicht serieuzer. Geldt dat voor iedereen of alleen voor mij? Ik kijk een poosje rond en zie de gezichten van de bezoekers die net als die van de medewerkers serieus voor zich uit kijken. CWI moet dus zeer belangrijk zijn. Ja, wat is heel Nederland eigenlijk anders dan een centrum voor werk en inkomen? Ik ga ervan uit dat werk en inkomen nog steeds de enige dingen zijn die de Nederlander met deze barre harde samenleving verbinden. Werken hier lijkt mij de beschaafde tegenhanger van de gevechten in het Midden-Oosten. Ik zie me weer op zaal in een militair uniform. Zonder wapen en in afwachting van de officier die mij straks binnen laat om mij de laatste woorden van eer, moed en dapperheid toe te dienen en dan een inkomen toe te zeggen. Het bloed vergiet men in Nederland niet gratis op het slagveld maar wel duur op de werkvloer. Ze vallen aan met de pen en verdedigen zich achter een berg van papier en argumenten. Ze moeten onophoudelijk vechten totdat, net zoals het vechtende volk van het vaderland, hun hersenen en het lichaam uitgeput raken. Om eindelijk naar een verpleeghuis of naar een inrichting verwezen te worden - of naar het graf, door een welwillende huisarts. Nou moet ik zitten en afwachten. En ze hebben mij heel lang laten wachten. Omdat ik behoefte heb aan hen, en niet andersom. Als ze mij nodig zouden hebben zouden ze geen minuut verspillen en mij meteen binnen hebben geroepen. Nu komt na een uurtje meneer CWI naar mij toe om mij naar zijn kamertje aan het einde van de gang te leiden. Ik glimlach tegen zijn gezicht. Hij vermijdt mijn vriendelijke gebaar. Hij is zich volkomen bewust van het feit dat mijn inkomen en toekomst in zijn handen liggen. Hij ziet geen Freeyad Ibrahim voor zich, die tot dusverre honderden stukken voor kranten heeft geschreven en duizenden e-mails heeft verstuurd, maar hij ziet een kale onbekende zwerver die om een kaal inkomen uit zijn handen smeekt. "Dus gaat het niet goed met uw gezondheid, neem ik aan," mompelt hij, starend in mijn ogen nadat hij het medisch rapport heeft ontvouwen. "Ja en nee," verzucht ik. Hij neemt mijn gegevens stuk voor stuk uit een tien centimeter hoge berg papier die voor hem op tafel ligt, maakt daar zwijgzaam kopieën van en geeft mij die later de ene na de andere weer terug. "Ik zal er mijn verhaaltje bij zetten," zegt hij tenslotte en werpt me een vlugge onderzoekende blik toe. In mijn hoofd komt de vraag op of de onbekende officier meneer CWI mij als een vechtende onbekende soldaat zal goedkeuren bij de overheid of mij als ongeschikt zal afkeuren. Ik zal niet voor de tweede maal kunnen afhaken. Toch is het uitvoeren van een op voorhand verloren strijd zinloos. Mijn enige troost bij het afhaken is dat mijn kinderen niet als borg in gijzeling genomen zullen worden totdat ik terugkeer naar de frontlijn, en bij het werken, dat ik voortaan weer tegen lachende bekende gezichten kan aanlopen. Klaagcultuur De gewone moslim klaagt vijf maal per dag met beide handen ten hemel geheven. "Allah, ziet u niet hoe machteloos, hoe uitzichtloos, hoe zwak, ziek en zielig ik ben? Verhoor mijn gebed. O! Heer van de werelden, ik ben toch uw slaaf." Vaak verhoorde Allah zelfs in levensgevaarlijke situaties mijn vaders gebeden niet. Dan keerde vader, nog altijd op zijn gebedstapijtje, Allah de rug toe en sprak hij ons klagend toe. "Ik heb jullie meerdere malen gewaarschuwd om Allah te gehoorzamen en om te bidden, maar tevergeefs, en dit is nu het resultaat: een dove Allah." In bijna alle onze gezangen, gedichten en volksliedjes klaagt de minnaar zijn beminde aan. "O! dulberm, mijn geliefde, jij hebt mijn hart gestolen, jij hebt mij verwond met de scherpe pijlen van jouw oogopslag. Wreed, jij hebt met de speer van jouw ogen mijn hart doorboord, jouw zwarte slangachtige haarlokken hebben mij een fatale beet toegebracht. Ik ben in de val van jouw sierlijkheid gelopen, haal me daaruit alsjeblieft, heb genade, wees barmhartig O! Habiebatie! Sinds jij afscheid van mij nam en mij alleen liet, ben ik er rusteloos achtergebleven, O! mijn tabiebie, hakiemie, mijn doctor, jij bent de enige die mij genezen kan…" Je zult niemand horen klagen of vragen: "Heb jij even tijd voor me?" Want de mensen hebben altijd eventjes tijd voor elkaar om te klagen. Na de alomtegenwoordigheid van de fietsen en de honden was de grote hoeveelheid islamieten de derde verrassing voor mij in Nederland. Wat mij later dan weer verraste was het feit dat onze gastheren en gastvrouwen tegenover elkaar vrijwel nooit klagen of een ander de schuld geven van iets. Bij een goede kennis klaagde ik eens over mijn rugpijn, zere knieën en slechte nieren. Bij het tweede en derde bezoek had ik het opnieuw over mijn medische problemen. Toen ik bij het vierde bezoek weer begon met ach- en weeklachten, bezwaren en kritiek op artsen en nutteloze medicijnen, was voor haar de maat vol en keek ze me een ogenblik opmerkelijk diep in de ogen en zei spottend: "Zielig, wat ben jij zielig! Jij hoeft me niet keer op keer je zielige verhaaltjes te laten horen, ik weet dat je klachten hebt, maar van klagen wordt niemand beter." Gisteren hadden twee vriendinnen met mijn vrouw hard gewerkt aan het opknappen van onze nieuwe woning. Toen het theetijd was, kwamen ze uit hun kamers. Een van hen haalde onhoorbaar haar zakje kruidenthee uit haar tasje en zette dat kalmpjes in haar glas met heet water. Zij heeft migraine, maar daar heb ik haar nog maar één keer echt over horen klagen. De tweede bleef zachtjes in haar thee blazen en roeren. Ik pakte het doosje paracetamol uit Sana's handtasje en haalde er snel een tabletje uit dat ik met behulp van de thee doorslikte onder het uitroepen van: "Wat een vreselijk hoofd pijn!" En toen deed ik twee stappen naar achteren om op mijn stoel neer te ploffen met de klacht, "Oef, mijn knieën!" Gebarend naar de keuken en naar mij begon Sana haar nek flink te masseren. "Het is daar zo stervenskoud. Het lijkt wel een koelkast! Oei mijn armen! Wat een vieze keuken! Hadden ze die nooit eens schoon kunnen maken? Feryad, wees barmhartig en schiet me eens te hulp…Ach! Oef! Wai babbaa…" |
|