|
WAT WILLEN DE
IRAKEZEN?
Het liep Saddam
zeker dun door de broek toen hij door de Amerikaanse soldaten uit zijn
ondergrondse hol werd gehaald. Ik schaamde me voor het feit dat dit
mannetje drie decennia lang de president was van het land waar de eerste
beschaving op aarde is ontstaan! De jongen die in zijn jeugd geen andere
hobby had gehad behalve de ramen van de school met zijn elastieken
katapult kapot te schieten, waarvan hij vanwege onzedelijk of
onfatsoenlijk gedrag werd weggestuurd. Later werden hem de biologische en
chemische katapult ter beschikking gesteld door Europa en Amerika omdat ze
ayatollah Khomeini een graadje gevaarlijker vonden dan hijzelf. Ja ik
schaam me ook erg voor de beschaafde wereld van nu. Sinds ik weet wie ik
ben, weet ik ook dat Irak het slachtoffer is van de strategische en
economische belangen van het Westen. Irak is voor hun bedrijven een markt
waar een bloederige prijzenoorlog werd gevoerd. De olie en het bloed van
het Irakese volk waren altijd de prijs waarmee de tiran met zijn Westerse
bondgenoten onderhandelde. Saddam vernederde bovendien zijn volk door hen
bloot te stellen aan gruwelijke experimenten zoals chemische en
biologische wapens, scud raketten, radar, kruisraketten, napalmbommen, B
16 gevechtsvliegtuigen, tanks, en noem maar op. Door de twaalf jaar
sancties werd er bovendien een psychologisch experiment met het arme
Irakese volk verricht. Hoe lang zouden ze het kunnen volhouden? Zulke
experimenten op dieren zijn in de beschaafde wereld al lang wettelijk
verboden.
De Irakezen hebben
dan ook gelijk als ze zeggen dat ze geen vertrouwen meer hebben in het
Westen en als ze Westerlingen oliedieven en bloedzuigers noemen. En ook
als ze de laatste oorlog van Bush wantrouwen. Eerst waren de
massavernietigingswapens en het terrorisme de reden om de oorlog te
voeren, daarna omverwerping van het regime en de "morele
plicht", en nu tenslotte de export van de democratie. Geen een van
die redenen lijkt geldig. De berg heeft tot zo verre een muis gebaard.
Irakezen zien Bush nu als een man met veel woorden en weinig daden. De
Irakezen hebben het nu nog moeilijker dan in de tijd van Saddam. Geen
schoon water, geen elektriciteit, geen ziekenhuis Het is in ieder geval
donkerder en onveiliger dan destijds. En de democratie? In een land dat
sinds Mohammed door tirannen wordt geregeerd en waar de mentaliteit van
het volk door jaren oorlog en vervolging zo zwaar beschadigd is het
beloven van democratie hetzelfde als 'gouden bergen beloven'. Geen wonder
dat sommige Irakezen denken dat de Amerikaanse invasie de nieuwste vorm is
van kolonialisme, dat de VS van Irak een nieuw Libanon heeft gemaakt waar
sheriff Bush 'the out-laws' verjaagt. En dat Irak een moeras is geworden
waar alle fundamentalistische muskieten uit buurlanden: Syrië, Iran,
Saoedi-Arabië, en Turkije op af komen.
Op het moment
dat de slager van Bagdad werd opgepakt, liet Sana haar scherpe tril-gil
horen: "Kllulu lu lu lu lu lu lu lu lu. Dit vieze smerige mannetje
heeft mijn broer vermoord" zegt ze en vraagt: "Hij is het toch
wel?"
"Zeker weten" zeg ik. "Zelfs als hij in de huid van
de duivel kruipt, herken ik hem, de Leeuw van Babylon is inmiddels in de
Muis van Babylon veranderd. Hij is terug naar zijn oorsprong toen hij op
de straten van Tikrit met de honden poepte en met blote voeten zonder
schoenen rond liep."
"Wat zouden ze met hem doen? Ik vermoord hem als ze hem aan mij
geven!"zegt Sana. Een echte islamitische vrouw!
"Dat zal Meneer Minister Ben Bot niet tevreden stellen, Sana.
Deze beschaafde mens vindt het doodvonnis barbaars!" zeg ik.
"Maar Saddam heeft zijn broer niet vermoord, toch?!"
"Nee…Zijn vader ook niet zoals hij mijn vader op zijn
zevenenzestigste doodde, en hij heeft zijn broer ook niet gek gemaakt zoals
mijn broer. En ook heeft Saddam nog nooit een lege fles in zijn achterwerk
gestopt zoals hij persoonlijk deed met duizenden van zijn rivalen!"
vervolg ik.
De
Nederlandse pers noemt Saddam tegenwoordig "de Oude Dictator".
Voor zijn arrestatie toen hij nog actief was, beschreven ze hem als
"Het brein achter de aanslagen". Is het een poging om medelijden
te wekken onder de bevolking? Willen ze hem ook redden als trouwe
bondgenoot van het Westen? Ik voel me daarom wel opgelucht dat ze de tiran
niet naar Den Haag zullen sturen. Want Den Haag is nu voor hun andere
bondgenoot, Milosovic, een luxe: warme maaltijd, pannenkoeken, warm bed en
dergelijke. Ik belde gisteren een Irakees van wie ik eerder zijn
dramatische verhaal hoorde (twee van zijn broers werden levend begraven
door de troepen van Saddam tijdens de opstand na de Eerste Golfoorlog), om
te horen wat hij met Saddam zou willen doen? "Ik laat hem ook levend
begraven"was direct het antwoord. Ja Saddam moet dood, het is zijn
Ultieme Straf. Saddam is narcistisch genoeg om niet vernederd te zijn door
het DNA onderzoek in zijn mond. Hij ontkent echter ook niet dat hij Saddam
Hoessein is. Voor levensgevaarlijke situaties heeft hij, de analfabeet,
één Engels woord, van Tariq Aziz geleerd: negotiate. Maar waar gaat hij
deze keer over onderhandelen? Misschien weer over zijn vermoedelijke
massavernietigingswapens om zo nog enkele dagen of maanden van zijn leven
te verlengen en weer het ouderwetse kat-en-muis spelletje te beginnen?
Nee, zo dom is de wereld toch niet! Saddams executie in het openbaar is de
beste les voor de andere dictators en tirannen in de regio zoals Moammar
Ghaddafi en Bashar Assad en noem maar op. Ook die moeten in de prullenbak
van de geschiedenis gegooid worden. Het zal ook een les zijn voor de
toekomstige generatie in Irak om tirannie vroegtijdig te signaleren, aan
te pakken en onmiddellijk te verwijderen, net zoals Europa nu met
bijvoorbeeld extremisme of nazisme doet. Het zal rechtvaardig zijn als
Saddam door eigen volk, door een Irakese rechter wordt berecht. Maar
rechtvaardiger is nog dat ook alle landen die hem in het verleden hebben
gesteund en hem van het gifgas hebben voorzien, in de komende rechtszaak
in Bagdad ook in de beklaagdenbank moeten staan. Maar ja, in een wereld
van nu die een dubbele moraal heeft, met twee maten meet, waar het recht
van de sterkste geldt en waar de macht van Satan groeit, moeten de
Irakezen waarschijnlijk tevreden zijn met alleen een berechting van de
wreedste tiran in de wereldgeschiedenis. Of ze dat nu willen of niet.
Wangslijmvlies
Volgens de brief
moet ik bij de GGD te Den Haag mijn wangslijmvlies laten afnemen. Die
van mijn vrouw en onze drie minderjarige kinderen ook. Ik ben in eerste
instantie wel geschokt. "Wangslijmvlies?! Heb ik ooit een misdaad
begaan zonder dat ik het wist?" Ik pak haastig de al eerder naar
me toegezonden brief van de IND en lees ik hem weer door: "Ik wijs
u er uitdrukkelijk op dat het DNA-onderzoek uitsluitend de biologische
afstammingsrelatie aantoont (...) Het DNA-onderzoek zal op vrijwillig
basis plaatsvinden (
) U dient dan rekening te houden met de mogelijkheid
dat, vanwege het niet vaststaan van de gezinsband ,de vtv- aanvraag wordt
afgewezen."
In onze poëzie is speeksel de materie van liefde, de zoen, de gehechtheid,
het wordt vergeleken met honing. Hier is speeksel door justitie veranderd
in bewijsmateriaal. De wet lijkt tegenstrijdig te zijn. De imams van Den
Haag mogen hun mening vrij uiten. Maar als ze de anderen met hun uitspraken
kwetsen mag het weer niet. Oké ! Ik voel me door dit onderzoek
wel gekwetst Zou ik het dan ooit durven te weigeren?
De brief brengt mij echter in grote verwarring. En dat niet vanwege het
'mag' dat eigenlijk helemaal geen 'mag' is. Hoewel ik weet dat mijn kinderen
honderd procent mijn eigen vlees en bloed zijn, begin ik me af te vragen
of ik inderdaad degene was geweest die ongeveer negen maanden voor de
geboorte van elk kind regelmatig met mijn eigen vrouw in hetzelfde bed
sliep? Ik staar even in de ogen van Forat die net zo groen zijn als de
mijne, en de lengte van Ibo die van mij wel weer één-honderd-drie-en-tachtig
centimeters mag worden. Nora's neus die, zie ik, geleidelijk dezelfde
stompe vorm krijgt als de mijne. Het zijn allemaal mooie veelbelovende
signalen.
Waarom zou ik vijftienduizend Amerikaanse dollars hebben uitgegeven om
ze uit de hel hier naar toe te kunnen halen als ze niet mijn eigen kinderen
zijn? Maar ach! Volgens de wet van de immigratie is een vreemdeling automatisch
overtreder van de wet totdat het tegendeel bewezen is.
Naast verwarring en gekwetstheid ben ik bang voor een technische storing
die ervoor zou kunnen zorgen dat mijn DNA- materiaal niet honderd procent
overeen komt met die van de kinderen. En justitie gelooft in niets behalve
in wat ze met hun ogen zien en met hun oren horen. Ze meten met sperma
en speeksel. Geen enkele emotie kan daarbij van invloed zijn. Zelfs als
een vrouw, die door een man wordt verkracht en als gevolg daarvan een
kind heeft gebaard, maar toevallig sperma of speeksel van een ezel bij
zich draagt, wordt er later zwart op wit vast gesteld dat de ezel de echte
biologische vader moet zijn van het nieuw geboren kind.
Op de dag van Den Haag die ik liever de dag van het "wangslijmvlies"
wil noemen, is het herfstvakantie. Vele Nederlanders zijn weer op de vlucht
naar andere gunstiger plaatsen. Met mijn rugpijn ben ik dan zeker geen
vakantieganger meer, maar wel een reiziger die op zijn drieënvijftigste
leeftijd moet bewijzen dat hij de biologische vader is.
Bij de GGD te Den Haag worden wij één voor één
naar binnen geroepen. Een robotachtige man stelt steeds dezelfde vragen
aan iedereen die binnenloopt en tegenover hem gaat zitten.
"De vinger hier zachtjes op drukken
zachtjes.., even water
in nemen, doorspoelen en helemaal doorslikken.., nou mond even open doen
en klaar. Zet uw handtekening hierop, u mag nu uw vrouw en kinderen binnen
roepen.." Het stokje gaat eerst door de mond van Sanaa, dan die van
Ibo, van Nora en als laatste door die van Forat. En het kleinste mondje
heeft nog commentaar.
"Het stokje lijkt wel op een lolly'tje," zegt hij en kijkt me
even aan. De man glimlacht. Zelfs bij een serieuze procedure valt er wel
eens wat te lachen.
Voordat wij terug gaan, brengt de goede meester van onze dorpsschool die
de auto rijdt ons naar de brede kust van Den Haag. Met zijn lange witte
baard lijkt hij precies op de goedheiligman Sinterklaas. Hij strekt zijn
lange arm uit naar de eindeloze geheimzinnige zee en schreeuwt tegen ons.
"Hier vochten wij met de Engelsen!"
"Wie won?" vraag ik ongeduldig.
"Wij! Wij!" Trots knikt hij en vervolgt daarna. "Koning
Willem III was een Nederlander die koning der Engelanden werd."
Onderweg terug draait er alleen maar een vraag in mijn hoofd: Was deze
Nederlandse Engelse koning een biologische zoon van een biologische Nederlandse
vader?!
De aardige ontvoerder?
Een kind is in de psychologie een wit vel papier. In de sociologie is
het kind de brug die de ouders eeuwig met elkaar verbindt. In de politiek
is het kind de toekomst. In de islam is het kind het geld, de levensverzekering.
In het christendom is het kind een goddelijk wonder. In de poëzie
is het kind die witte onschuldige vrolijke vlinder. Bij mi is het kind
die heilige hemelse engel. Ik vind het kind altijd schoner en eerlijker
dan de volwassene, en zuiverder, zowel in het lichaam als in de ziel.
Om die reden kregen ze altijd van mij snoepjes zodra er een bij mijn huis
aan de deur stond of voorbij liep. Ze vinden mij dan ook om die reden
aardig. Want de snoepjes zijn zoet. En de zoetigheid van de snoepjes zorgt
er in hun kleine hersenen voor dat wij ook lekker en zoet moeten smaken.
Maar sinds Lusanne van der Gun werd ontvoerd door een aardige oude man
in Friesland, probeer ik niet meer aardig te zijn tegen de kinderen in
de omgeving. Ik deel niet meer snoepjes uit. Want anders zou ik als een
gevaarlijke aardige ontvoerder kunnen worden gezien in de ogen van die
onervaren wezens.
Net op de dag toen Lusanne werd ontvoerd, kwam Marijke, een kennis van
ons, langs en vertelde haar verhaal.
"Op mijn vijfde werd ik verkracht door mijn eigen oom," verzuchte
Marijke. "Mijn moeder had aangifte gedaan bij de politie, maar later,
op mijn negende, werd ik weer seksueel mishandeld, ditmaal door mijn stiefvader."
Zij liet de littekens op haar arm zien, en vervolgde: "Ik probeerde
me te verzetten maar hij stak me met zijn zakmesje
Ik lag later
in het ziekenhuis op bed, waarnaast moeder stond te huilen. Ach
hij was zo aardig en glimlachte vaak zo vaderlijk naar me."
Op dat moment klonk de stem van de Arabische poëzie meester Al-Mutanabbi
zoemend in mijn oren: "Wanneer de leeuw zijn hoektanden laat zien
/ moet je niet denken dat de leeuw lacht!"
"En werden ze bestraft?" vroeg ik Marijke benieuwd.
"Ja, ieder maar tweeënhalf jaar celstraf. Ach! Hadden ze bakstenen
aan hun testikels gehangen!" Ontevreden was zij over de lichte straf.
Ik deelde haar gevoel.
Ik verfoeide ook de boom waarbij Lusanne werd ontvoerd en waarschuwde
mijn dochtertje om bomen en kale mannen, met mij als uitzondering, voorlopig
te mijden.
"Wees voorzichtig, kijk goed uit, de politie is er niet, ze lopen
in de steden in hun nette uniform op straat, terwijl de kinderen in bosjes
worden ontvoerd. En ze komen bijna altijd te laat op de plaats van de
misdaad." Ik raadde haar verder aan om van de buurman even geen 'snoepke'
meer te accepteren. Ik las haar de strofe van gedicht over de hoektanden
van de leeuw twee keer voor. Wat een harde klap op het hoofd van de sociale
structuur! Zelfs een knuffeltje of een glimlachje tegen een kind, uit
pure liefde of uit de macht der gewoonte, wordt als verdacht verklaard.
Kan een kind nog zonder wantrouwen opgroeien?
Ik zie dat de rechten van het kind soms met voeten worden getreden in
de Westerse landen, inclusief Nederland. De verkrachtingen, de ontvoeringen,
het gebruik van geweld, de verwaarlozing door egoïstische moeders
door stress, drugs en alcohol. Er zijn ook kinderen die door de ouders
van een bepaalde religieuze sekte worden misbruikt. De Noorse Broederschap
bijvoorbeeld heeft zijn geloof op kindermisbruik gebaseerd "Het is
beter dat een kind pijn lijdt, dan dat het een slechte geest heeft."
Ze slaan het kind daarom verplicht een paar keer per dag.
Ik voel me beschaamd sinds ik hoorde dat Nederland op de zesde plaats
komt onder de Westerse landen betreffende het aantal sterfgevallen onder
de kinderen door geweld.
Tegenover deze afschuwelijke gebeurtenissen komt het gezegde van Mahatma
Gandi automatisch in mij boven, "De grootheid van een natie en haar
morele vooruitgang kan worden gemeten aan de manier waarop zij haar dieren
behandelt. Ik ben van mening dat hoe hulpelozer een dier is, hoe meer
het recht heeft op onze bescherming." Ik ga ervan uit dat als Gandi
nu nog leefde, hij in plaats van het dier het kind zou hebben genomen
voor deze vergelijking.
De ontvoering bracht Friesland weer in rep en roer. Het leek alsof er
plotseling zout in een oude wond werd gestrooid. Het voelde in Oldeberkoop
2003 als in Zwaagwesteinde in 1999. Op de dag toen Lusanne werd terug
gevonden, kwam Nora haastig uit school gerend, gillend van vreugde.
"Gevonden! De ontvoeder heeft Lusanne terug gegeven. Hij was dan
wel aardig, toch?" Haar spontane opmerking zette mij weer diep aan
het denken. Ik herinnerde me de woorden van Lusanne's vader Theo: "In
negen van tien gevallen loopt het niet goed af." Ik keek mijn lieve
Nora weer in de ogen.
"Nora, misschien is deze oude man, deze ontvoerder wel aardig geweest.
Maar herinner je je nog steeds die twee regels uit het gedicht?"
"Ja, ja die over de hoektanden van de leeuw toch? "vroeg zij.
"Gelukkig had deze leeuw geen hoektanden meer," en Nora lachte
vrolijk.
De nieuwe bezem van
Rita Verdonk
Rita Verdonk, de
nieuwe staatssecretaris van vreemdelingenzaken, wil geen valse hoop meer
aan asielzoekers geven. Die valse hoop werd, volgens haar, wel door het
oude asielbeleid gewekt. Nu zou Verdonk asielzoekers willen helpen omdat
ze anders te lang in onzekerheid zouden zijn gebleven en ze als schrijnende
gevallen beschouwd moeten worden. Dat is wel mooi, maar wat gaat er met
de rest gebeuren die niet schrijnend is? Of net niet schrijnend?
Als gevolg van het maak-Nederland-minder-aantrekkelijk-beleid van staatssecretaris
Cohen is het aantal vluchtelingen dat in Nederland asiel heeft aangevraagd
drastisch gedaald. Maar het aantal illegalen is vervolgens drastisch gestegen.
De overheid kan ze de kans op een legaal verblijf ontnemen, maar niemand
kan ze de laatste sprankjes hoop ontnemen.
De bronnen die hoop verschaffen, raken ook maar niet op. De bronnen die
illegale opvang bieden, ook niet. Kerken, gemeenten, het wonen bij vrienden
of in vakantiehuisjes, vrijwilligers van VVN, familieleden, en noem maar
op, zij bieden zowel onderdak als hoop. Daarnaast zijn er onzichtbare
valse-hoopgevers, zoals de legale en illegale advocaten. Ze zoeken naar
gaten in de asielwetgeving, naar de zwakste deur in de asielwetmuur.
"Zeg in Nederland dat je in Iran overspel gepleegd hebt. Daar wacht
je de dood door steniging. Als je christen wordt, wordt je positie sterker
en kom je gemakkelijker in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Als
je uit Irak komt, kun je het beste zeggen dat je uit het centrale deel
komt. Vergeet niet om de Arabische taal perfect te spreken. Dan maak je
de meeste kans op toelating," zegt de illegale advocaat.
De legale advocaat geeft weer andere raad. "Tegen iemand met een
ernstige psychische stoornis zal geen uitzettingsprocedure worden gestart.
Ga dus jouw vrijwilligers en hulpverleners trappen, slaan, bedreigen enzovoorts.
Niemand kan je uitzetten zolang je onder psychiatrische behandeling bent."
Het geeft allemaal hoop.
Zelfs de asielprocedures geven hoop. In brieven aan afgewezen asielzoekers
las ik soms als tolk: "U moet dit land binnen drie dagen verlaten.
Als u het niet eens bent met deze beslissing kunt u bezwaar aantekenen
bij de rechter." Ik begrijp dat in een rechtstaat alles volgens de
wet moet verlopen, maar op deze manier wordt er steeds weer veel hoop
gegeven. Valse hoop.
Het is opmerkelijk dat veel aandacht uitgaat naar de voorkant van de asielprocedure
met de bedoeling om asielzoekers op voorhand af te schrikken. Juist de
achterzijde van de procedure, de gevolgen ervan, zeg maar, zou meer aandacht
verdienen. Weet mevrouw Verdonk nu al wat voor maatregelen zij zal nemen
tegen diegenen die zich met hand en tand verzetten tegen uitzetting? Haar
voorgangers, Cohen en Kalsbeek, wisten zich er geen raad mee.
Met haar recente pardonregeling wekt Verdonk ook weer veel hoop bij kansloze
asielzoekers. De deur wordt namelijk niet hermetisch gesloten. De mogelijkheid
om beroep aan te tekenen blijft. Na langdurig wachten op een nieuwe beslissing,
een nieuw bezwaar, een nieuwe advocaat en weer een nieuwe beslissing,
komen de nu kanslozen na een paar jaar alsnog in een schrijnende situatie
terecht, die van een nieuwe en enthousiaste minister toch nog een verblijfsvergunning
krijgen.
Hier wordt gezegd "Nieuwe bezems vegen schoon." Dat wil staatsecretaris
Verdonk waarschijnlijk ook doen. Maar, zo merk ik, zij veegt met haar
nieuwe bezem helemaal niets schoon. "Het is dezelfde ezel met een
nieuwe zadel erop," zegt een Iraaks spreekwoord!
De mug en de olifant
Op en keer stond
Djuhha op weg naar huis stil tegenover een grote dikke boom. Een vriend
zag hem daar staan en vroeg of hem iets mankeerde.
"Kijk, achter deze boom zag ik net een tiental wilde varkens bewegen
en ik wacht of ik één ervan kan vangen."
De vriend
geloofde hem niet en vroeg verbaasd "Tien varkens achter een boom?!
Laat me niet lachen, man." Djuhha keek even om zich heen en wist
dat hij een cijfer teveel aan zijn vriend had doorgegeven.
"Het waren er negen," zei hij.
"Nog steeds te veel."
"Misschien ook wel acht," probeerde Djuhha.
"Kan niet."
"Dan waren het er zeven, geloof me." Zijn vriend twijfelde of
er wel één wild varken achter de boom zat, en bleef vol
ongeloof kijken.
"Zes?" mompelde Djuhha in zichzelf. "Wat een dilemma
Misschien heb ik me vergist, maar de takken bewogen zo heftig door de
wind
"
Djuhha is een grappig figuurtje en in de Arabische of islamitische wereld
net zo beroemd als Jip en Janneke in Nederland. Nadat ik het verhaaltje
van mijn vader gehoord had, wist ik dat ik de verhalen over de maatschappij,
uit de politiek, religie of op school niet zomaar voor waar moest aannemen.
De kunst van de overdrijving is in de Arabische wereld alomtegenwoordig.
Aboe Ala Almaari, de meest interessante dichter en filosoof uit de Arabische
literatuur, bekritiseerde meermalen in zijn teksten de leer van de islam
en kwam tot de conclusie dat veel daarvan overdreven is. Hij vond daarom
dat religie en verstand tegenstrijdig met elkaar waren en zei: "Er
zijn twee soorten mensen op aarde: verstandige mensen zonder religie en
religieuze mensen zonder verstand."
In de Arabische poëzie is de kunst van de overdrijving de meest effectieve
methode om indruk te maken. Ibn Soekara dichtte in het begin van het tweede
millennium: "Ik sprong op haar, maar had geen vermoeden / dat zij
een kut had waar een brand in woedde / ik werd gegrild in al die hitte."
Een anonieme Arabische dichter werd zo overmand door verdriet dat hij
schreef: "Ik werd zo dun als riet / ik heb met zoveel ellende al
te kampen / zo zwaar getroffen door verdriet / ik ben zo onzichtbaar geworden
dat / als ik niet zeg: hier ben ik, je me niet zult zien."
Al-Moetanabbi, die bestempeld is als de grootste Arabische dichter, overdrijft
ook heel vaak: "Mijn eruditie kan een blinde zelfs bezichtigen /
Mijn woorden maken stommen horend."
Onze dichters zijn niet de enigen die van de mug een olifant maken. President
Bush, bijvoorbeeld, kan op eigen kracht alle muggen en muskieten uit de
moerassen van de wereld opruimen. Ik dank Bush. Zonder hem zou Irak nog
decennia lang onder het juk van de tirannie lijden. Maar hij overdrijft
buitenmate veel. Als Bob Hope de officiële clown is van Amerika,
is Bush de officiële sheriff van de wereld. Met twee armen een beetje
van de zijden verwijderd, zijn borst naar voren en zijn buik naar binnen
komt Bush op tv om aan te kondigen.
"The US economy today is much better than that of yesterday."
De volgende dag valt de stroom uit in New York en nog zeven andere staten
van Amerika en het werd overal donker. Een paar dagen later spreekt hij
de wereld als betrouwbare baas toe.
"The people of Iraq enjoy now more freedom and security." Ik
probeer me voor te stellen hoe een volk zich zonder elektriciteit in het
donker vredig en veilig kan voelen. Zelfs VN-topman De Mello leefde in
vrede noch in veiligheid. Anders had hij nog wel geleefd.
"We have captured the biggest fish of the swamp of terrorism,"
zei hij laatst nog. Er is natuurlijk maar één grote vis
en die heeft hij nog steeds niet. Bush begint steeds meer op Djuhha te
lijken.
De oorlog in Irak heeft daar ook een nieuwe clown naar voren geschoven.
Muhammed Saaid Al-Sahhaaf past precies in de bestaande overdrijvingscultuur.
Als minister van informatie heeft hij waarschijnlijk een record gebroken
met zijn leugens en overdrijvingen. Net kwam de laatste grap uit dat verre
land. De Amerikanen hebben Al-Sahhaaf de lijken van de twee zonen van
de verdreven dictator, Uday en Kusay, laten zien om hem te ervan te overtuigen
dat ze echt vermoord waren.
"Nee," zei Comical Ali toen hij ze had gezien. "Het waren
de lijken van Bush en Blair die per ongeluk door de Amerikaanse militairen
waren doodgeschoten." Om het in het donker wat gezellig te maken
vertellen Irakezen elkaar veel van zulke overdrijvingsgrappen. Comical
Ali en Bush zijn dankbare bronnen.
Ooit ontmoette Al-Sahhaaf president Bush. Met zijn handen naar boven gestoken
vroeg de Amerikaanse president trots aan de voormalige minister van Irak.
"Weet jij hoe lang mijn vader was? Hij was zo lang en zo groot dat
hij met zijn hoofd de hemel raakte."
"Dat kan me niet zozeer verbazen, my sir. Mijn vader was in ieder
geval nog groter dan de jouwe," antwoordde Comical Ali en zag een
groot vraagteken op het smalle gezicht van Bush verschijnen.
"Listen to me," begon hij uit te leggen. "Voordat jouw
vader met zijn hoofd tegen de hemel botste, raakte hij met zijn hoofd
twee zachte bolronde voorwerpen. Weet u, my sir, wat dat waren?"
"No, my dear, dat weet ik niet."
"Het waren mijn vaders ballen
" sprak Al-Sahhaaf glimlachend.
Moet-cultuur
Door Freeyad Ibrahim
Tijdens de Eerste Islamitische Invasie, waarin de profeet Mohammed met
zijn volgelingen het geloof verder probeerden te verspreiden, kregen de
koningen van de buurlanden ieder een stuk leer waarop stond"Islam
teslam" Dat betekent zoveel als: bekeer je tot de Islam en wees veilig,
anders snijdt het zwaard in je nek. Het is sindsdien dat Arabische landen
door megalomanen en tirannen worden geregeerd. En Saddam Hoessein is daarvan
niet de enige. Saddam beval met "moeten" en waarschuwde met
"anders". Wij, de intellectuelen, noemden zijn regime stiekem
het "moet-en-anders" regime. Vele moslims hebben de eigen "moet-en-anders"
cultuur verlaten omdat ze het lastig vonden heel het leven "moet-opdrachten"
van hoge mensen, van de dictator en van de onzichtbare Allah opgelegd
te krijgen. Hirsi Ali en ik zijn twee vluchtelingen uit deze "moet-traditie".
In Irak beval de dictator dat iedere vrouw vijf kinderen moest baren,
want anders was zij geen goede vrouw. "Een versleten deurmat in het
huis is meer waard dan een onvruchtbare vrouw" zegt de Hadieth -
de overlevering - van Mohammed en hij zei het vaak na op tv. Dezelfde
Hadieth hoorde ik van de imam van de moskee in onze wijk. Sindsdien maakte
één gedachte zich meester van mij: het land te verlaten
en naar een land te gaan waar de vrouw nee durft te zeggen tegen de megalomane
man.
In het land waar Hirsi Ali vandaan komt - Somalië - moet de vrouw
een vreselijke besnijdenis ondergaan. Daar vraagt men de vrouw niet of
haar clitoris verwijderd is, want dat is vanzelfsprekend. Maar de vraag
is nog altijd of alleen de kleine of ook de grote schaamlippen verwijderd
meoeten worden of dat de vrouw helemaal dichtgenaaid moet.
Een tijdje geleden hoorde ik van de leden van de Arabische Europese Liga
weer een aantal "moet-en" waar ik flink van schrok. De accijnzen
op alcohol moeten worden verdrievoudigd, koffieshops in Nederland moeten
verboden worden, Nederland moet Israël economisch boycotten, de overheid
moet meer vrijheid bieden aan allochtone kinderen, de Nederlandse overheid
moet allochtone leerlingen meer kansen bieden
Want anders zullen
Abu Jahjah en Cheppih Nederland laten exploderen.
De voorziter Abu Jahjah - wiens naam overeenkomt met het krassende lawaai
van de watermolen - verklaarde eens dat hij de deur open zou houden voor
leden met een crimineel verleden. Potverdorie! Als de AEL-NL zo ongehinderd
zijn weg mag gaan, dan zullen wij nog vele "moet-en" van hen
opgelegd krijgen. Beatrix moet dan in het openbaar met een hoofddoekje
om en een chador aan verschijnen. Men kan verwachten dat er een bevel
van Jahjah en Cheppih komt om in de Tweede Kamer vijf minuten uit de Koran
voor te lezen voor het begin van het debat. Balkenende moet dan ook zijn
baard en zijn snor laten groeien en net zoals die van Cheppih laten knippen.
Maxima moet haar eerste zoontje Mohammed Alexander noemen, want dat zou
Gods zegen met zich mee brengen en de vergiffenis van haar verdachte vader
regelen.
Ik vraag me al geruime tijd af welk geheim er toch achter zit dat islamistische
extremisten in Nederland over een zo vrije hand kunnen beschikken. Deze
soort van extremisme is niet minder gevaarlijk voor de wereldvrede dan
extreem rechtse partijen als die van Jörg Haider of Jean Marie Le
Pen. Haider en Le Pen hebben helemaal geen plannen opgezet om in Oostenrijk
of Frankrijk fondsen te werven voor familieleden van de terroristische
zelfmoordenaars zoals Cheppih deed. Een bestuurslid van AEL-NL zei dat
hij er begrip voor heeft dat sommige Marokkaanse jongeren tijdens een
demonstratie riepen: "Hamas, Hamas, Joden aan het gas!" en "Joden
moeten wij doden!"
Het is zonde dat zo'n extremistische en verdachte organisatie de bescherming
kan krijgen van de Nederlandse grondwet. Dit is geen vrijheid, dit is
misbruik van het recht op vrije meningsuiting. Het voelt alsof ik door
deze fanatiekelingen weer in een "moet-cultuur" terecht ben
gekomen. Ik ga me er zelf aan bezondigen door te zeggen dat de Nederlandse
volkstolerantie tegen de AEL-NL zero moet worden, want anders zullen ze
doorgaan om van Nederland een islamitische heilstaat te maken. Daar pleiten
ze al voor, ook al heeft AEL-NL nu nog niet genoeg kracht om dat doel
te bereiken. Stel je voor! Straks krijgen Beatrix en Balkenende een pamflet
door de brievenbus met het traditionele bevel: "Islam teslam".
Belazerd
In de drama's van Shakespeare eindigt het vaak tragisch voor de hoofdpersoon,
ofschoon het eerder allemaal naar wens leek te gaan. In de Nederlandse
politiek eindigen de politici vaak even tragisch. De collega's belazeren
elkaar waar ze kunnen. Alle bekende ex-en uit de politiek hebben daarmee
te maken gehad. Ex-premier Kok zat maandenlaag gesloten als een oester
in het kabinet. Srebenica was niet de enige reden waardoor hij de glans
van Vader des Vaderlands verloor. Ook Melkert, Peper, Heinsbroek en Dijkstal
zijn voorbeelden van de wrede en harde politiek in Nederland.
Recentelijk ben ik vooral getroffen door het vertrek van Loekie van Maaren
als burgemeester van Leeuwarden. En door de wraak die ze heeft genomen
door een boek te schrijven. Net als in Amerikaanse westerns is ze na haar
vertrek een poosje verdwenen, om nu keihard terug te komen en alles kapot
te schieten met haar dubbelloops revolver. Wraak.
Maar hoe kwam het nou dat het verhaal van Loekie zo tragisch eindigt?
Zij legt het zelf uit in haar boek. De commissaris van de Koningin, Ed
Nijpels, heeft haar belazerd. Hij had haar beloofd te steunen in haar
strijd met de wethouders, maar heeft dat niet gedaan. Integendeel, hij
heeft haar gewoon laten vallen.
In mijn vaders cultuur staat vast dat iemand die uit wraak handelt minder
geloofwaardig is. De persoon spreek uit haat en dat brengt vaak veel onzin
met zich mee. Het woord komt dan niet uit liefde en is niet weloverwogen.
Mijn vader zei in deze situaties altijd: "Laat hem op zijn gemak.
Laat hem praten. Wij luisteren wel naar hem, maar wij geloven hem niet."
Dit lijkt ook voor Loekie op te gaan. Zij is de enige eerlijke, de enige
bloem binnen de gemeente, alle anderen zijn doornen geweest. Iedereen
heeft het verkeerd gedaan, behalve zij. In het Engels zeggen ze: "All
her gees are swans."
Ik weet niet precies wie gelijk heeft, maar ik weet wel dat Loekie de
mensen in haar omgeving niet goed gekend heeft. Leeuwarden is geen Haarlem
en geen Weert. "waar je moest lachen om mensen die ja zeiden maar
nee bedoelden." Hier zeggen de mensen ja of nee en dan menen ze het
ook. Nuchterheid klinkt hard. Met haar boek houdt Loekie de Friezen voor
de gek. Dat vind ik jammer. Ondankbaarheid van de gast is onacceptabel
volgens onze cultuur. Onlangs verklaarde ze nog op de tv dat "mensen
met bruine ogen niet in Fryslân kunnen aarden." Dat begrijp
ik niet. Ik vind het zelfs racistisch. Ik heb ook bruine ogen, ik woon
ook in Fryslân en ik heb het prima naar de zin.
Dat Loekie desondanks zoveel indruk op mij heeft gemaakt met haar wraakboek,
komt niet door de inhoud maar door de foto van haar op de omslag. Het
regime in Bagdad en het lokale bestuur in het noorden van Irak hebben
mij ook de mond gesnoerd. Maar dan zonder het recht om zo op de foto te
staan. Tussen mij en de Friezen is het kennelijk andersom verlopen: zij
hebben mijn mond weer opengedraaid!
(16 juni 2003)
Moet ikke ook inleveren?
In Nederland worden,
neem ik aan, de bezuinigingen net zo democratisch uitgevoerd als de verkiezingen.
Volgens kabinet Balkenende 2 zal iedereen ook gelijk pijn moeten lijden.
"Wie lief heeft wil lief en leed delen met de beminde," zegt
deze christelijke Harry Potter. Dan neem ik aan dat ook de koninklijke
familie flink moet gaan bezuinigen en minder geld mag uitgeven aan feestjes,
huisjes, boompjes, beestjes en vakantietjes. Beatrix kan dan minder afslankmiddelen
bestellen uit Amerika. Hare Majesteit moet ook opletten dat zij de komende
koninginnedag geen te dure hoed op het hoofd heeft.
"We moeten de broekriem aanhalen," zei Saddam altijd als hij
het volk wilde bevelen om minder te gaan eten en drinken. Ik hoor het
nu weer. Sanaa is teleurgesteld.
"Het Nederlandse volk krijgt zo meteen economische sancties opgelegd,"
zegt zij bezorgd. "Het is zwaar. Wij hebben net twaalf jaar sancties
in Irak meegemaakt. Ze lijken ons te achtervolgen, waar we ook gaan."
Toen ik gisteren het economische programma van Balkenende in de krant
las, dacht ik aan het verhaal van De Joodse Zakenman dat ik decennia geleden
van mijn vader had gehoord. Vaders stem rinkelt weer in mijn oren.
"Ooit werd verteld dat een gierige rijke Joodse Zakenman eens opvallend
veel geld leende aan zijn collega-koopmannen, die meestal in een noodsituatie
verkeerden. Hij in zijn rekenboekje altijd de namen van die zogenaamde
noodcliënten op. Bij de terugbetaling van de schulden weigerde hij
de laatste centen te ontvangen, zeggende: "Laat de rest maar zitten
hoor
" Maar de rest liet hij wel op zijn lijstje genoteerd staan.
Hij deed dit bij vele koopmannen en vele jaren lang. Toen hij op een bepaald
moment zelf in een noodsituatie terechtkwam, opende hij zijn oude rekenboekje
en ging daarmee bij de deuren langs van alle personen die hij een keer
geholpen had. "Ik kom mijn geld uit de laat-maar-zitten tijd terughalen!"
Tijdens de economische groei van Paars konden vele burgers extra geld
verdienen en een superluxe leven leiden. Nu slaat Balkenende het Paarse
rekenboekje weer op en gaat langs bij iedereen die jaren van voorspoed
hebben gekend: de WAO-ers, bij defensie, bij het onderwijs, bij het milieu,
het kwartje van Kok.
Met zijn zuinige rekenboekje is onze Jan Potter steeds minder populair
onder volwassenen, maar des te populairder onder kinderen. Het zou me
niet verbazen als hij onderweg naar zijn oude cliënten, een jongetje
met een papiertje voor zijn handtekening zou treffen, die hem zou vragen:
"Ikke ook? Moet ikke ook inleveren?"
Dan zou hij zeggen:
"Ja, jij ook. Dat is in ruil voor de handtekening!"
Kaaskop
De gemeenteambtenaar,
Hilda, overhandigde mij het paspoort en zei zachtjes: "Gefeliciteerd.
Je bent nu een echte Nederlander."
"Dat heb ik altijd geprobeerd te zijn, in woord en daad, maar nu
staat het zwart op wit en dat maakt het echt. Daar ben ik erg blij mee."
Ik nam haar hand in de mijne en schudde hem heftig.
"Het is niet de gewoonte om handen van mensen achter de balie te
schudden," reageerde zij zo vrolijk mogelijk.
"Oh, sorry. Laat dit de laatste les zijn op de slopende route van
de integratie," zei ik wat verlegen.
"Dat geeft niets hoor," en ze glimlachte me lief toe. Met een
beetje en gevoel van schaamte vertrok ik.
Nu ik in het bezit ben van een Nederlands paspoort probeer ik nog meer
op elk woord en elk gedrag van mij te letten. Ik steek vaker mijn hand
in mijn broekzak, waarin het donkerrode woordenboekje zit. En ik ben liever
tegen mijn eigen poes, Skippy, die mij met grote groene ogen aankijkt.
Mijn vrouw is er ook erg blij mee. Ze vertelt aan iedereen die ze tegen
komt in het dorp: "Freeyad is nu Nederlander."
Sheila komt langs om mij te feliciteren. "Jij bent dus ook kaaskop
geworden."
"Wat?" vraag ik.
Zij herhaalt het woord en legt het even uit. Wat de taal betreft heb ik
meer vertrouwen in het woordenboek dan in de medemens. Daar zoek ik de
betekenis van het woord op.
"Kaaskop
kaaskop
" Sanaa herhaalt het mee, zoals
haar gewoonte is. Ik kijk even inde spiegel of mijn hoofd al wat ronder
is. Sanaa lacht en roept: "Kaalkop!"
"Nee, Sanaa. Kaaskop moet het zijn. Kaaskop, als iedere Nederlander
moet mijn hoofd nu op een witte kool lijken."
Zo leren wij, dankzij Hare Majesteit weer twee nieuwe woorden. Sanaa voegt
er trots aan toe:
"Tulpen, koe, koningin, jenever, klompen, molen
" Het zijn
de kenmerken van Nederland en zij is nu de vrouw van een Nederlander.
We bladeren samen even de krant door. Op de voorpagina staat een grote
foto van een koe.
"Een koe!?" vraagt Sanaa. "Een koe op de eerste pagina?"
"Waarom niet?" antwoord ik. "Hier in Friesland is de koe
koning."
Op de laatste pagina staat een foto van een oude vrouw die haar opvalt.
"Wie is dat?" vraagt ze. "Ik denk dat ik haar wel eens
op tv heb gezien."
"Raad maar eens," zeg ik.
"Een oude filmster.., een oude danseres misschien
of een zangeres
"
Ze weet het niet. In de kranten van ons vaderland staat op iedere pagina
in de krant een foto van Saddam Hoessein, behalve op de laatste pagina.
Die was bestemd voor kunst en cinema.
"Dit is Beatrix, onze koningin."
"Wat? Echt waar? Dat kan niet," zegt Sanaa. "Dan is zij
minder belangrijk dan een koe? Wat belachelijk."
"Hier is alles even belangrijk. Alle mensen, alle dieren, alle dingen,
zolang het nog kan bewegen en iets kan geven. Een koe geeft melk en de
Koningin geeft een paspoort, bijvoorbeeld."
Op dat moment komt het beeld van Amerikaanse troepen die net Bagdad binnengetrokken
zijn op het scherm. De Irakezen zijn erg blij. Ze klappen in hun handen.
Twee van hen roepen: "Thank you, Bush. Thank you. Bush."
Sanaa, doodsblij, roept nog harder mee: "Thank you, Bush." En
ze knikt mij toe om ook mee te doen.
"Thank you, Beatrix," zeg ik.
"Nee," zegt Sanaa. "Jij moet ook zeggen: Thank you Bush,
jij kaaskop."
Geeft u eens een
voorbeeld
In onze cultuur,
onze literatuur en onze politieke toespraken vraagt men zelden naar een
voorbeeld om de uitlatingen concreter te maken. Als de persoon zeer belangrijk
is, is de vraag ook onmogelijk. Het kan wel eens fataal aflopen met de
vragensteller.
Stel je eens voor dat de profeet Mohammed door een wonder opstaat en een
bezoekje aan het huidige Somalië brengt. Daar zou hij Hirshi Ali
kunnen treffen. Door sommige van Mohammeds uitlatingen is zij ontevreden.
Hij beweert onder andere: "Moslimvrouwen hebben dezelfde rechten
als alle andere vrouwen op aarde." Zou Hirshi Ali hem dan durven
vragen daar eens een concreet voorbeeld bij te geven? Of zou ze hem durven
vragen hoe de vrouwen zich nu vrij kunnen voelen met zo'n enorme burqa
aan?
Zes eeuwen geleden schreef de vrome Arabische dichter Al-Boesiri zijn
beroemdste lofdicht in de Islamitische wereld, waarin hij de profeet Mohammed
als volgt beschrijft: In lijf en leden en in zeden best / veel wijzer,
nobeler dan de rest. Ikzelf twijfel of Mohammed wel die superioriteit
had. Er staat ook helemaal geen bewijsmateriaal bij, noch een enkel voorbeeld
dat deze bovennatuurlijke eigenschappen geloofwaardig maakt.
Ex-dictator Saddam Hoessein onderbouwde zijn uitspraken nooit met concrete
voorbeelden. Als hij in een van de Westerse landen een inburgeringscursus
gevolgd had, dan zou hij het wel gekund hebben.
"Ik ben de noodzakelijke leider van dit volk," beweerde hij
eens tegenover een grote menigte. "Ik ben de kleine zoon van de profeet
Mohammed." Vaak en trots beweerde hij dat. Niemand durfde ooit te
vragen "Hoe?" of "Geeft u eens een voorbeeld?" Saddams
volgelingen hadden hem ter plekke onthoofd.
"Wij streven naar welvaart voor de Irakezen," was een van zijn
favoriete uitspraken. Hij gaf er geen voorbeelden bij, het volk moest
hem zo geloven. Na zijn val dienden zijn paleizen als voorbeeld van het
tegenovergestelde.
Tijdens de oorlog beweerde de Irakese minister van Informatie, Mohammed
Saaied Al-Sahhaaf, dat de Irakese troepen "de kudde schapen"
van de coalitie hadden afgeslacht. Daarbij zagen wij beelden noch voorbeelden.
De Irakezen, die gewend zijn om zonder onderbouwing de uitspraken te geloven,
waren verward toen de Amerikaanse tanks voor Bagdad stonden.
Onderbouwing of argumentering is in Westerse landen de belangrijkste taak
van een gesprek. Het is noodzakelijk als bewijsmateriaal bij officiële
zaken. Men durft in Nederland zelfs koningin Beatrix te vragen om een
voorbeeld.
"Toen ik vijftien was, heb ik me soms net als een volwassene gedragen,"
zei Hare Majesteit eens tegen studenten op een school die zij samen met
prins Claus bezocht. Daar stond een jonge studente op en zei luidkeels:
"Hare Majesteit
Geeft u ons daar eens een voorbeeld van?"
Beatris bracht een moederlijke glimlach op haar gerimpelde lippen en antwoordde
zo zacht, zo vrolijk: "Ja, ik gaf bijvoorbeeld elke dag Nederlandse
les aan mijn vader, prins Bernhard, die maar steeds met Duits accent sprak
en daar niet aan kon ontsnappen, die oude kerel
"
Gedwongen picknick
Ieder jaar hebben
de Koerden in het noorden van Irak een picknick. Dat gebeurt altijd op
de mooiste dagen van het nieuwe jaar. Nawrooz, heet het in Irak. Nawrooz
is een nationaal feest waarmee de Koerden de overwinning van het Goede
op het Kwade herdenken. Dit jaar lijkt geen uitzondering. Op tv zag ik
de mensen massaal naar het berggebied trekken.
In het jaar 1991 was ik één van de velen die in het voorjaar
de bergen in vluchtten om te ontkomen aan de bommen van Ali Chemicali,
de bevelhebber van het Irakese leger. In het dorp Halbdja waren net vijfduizend
mensen omgekomen na een chemische aanval. "Wie eens door een slang
wordt gebeten, vreest ook een touw" zegt één van onze
spreekwoorden.
Zeer bezorgd draaide ik het nummer van het bureau dat ons altijd met onze
familie in Arbil verbond. De telefoon ging, ik liet hem lang en hard rinkelen,
maar er werd niet opgenomen. Ik probeerde het weer en weer. Maar tevergeefs.
Mijn broer is dus ook gevlucht.
Het is onwerkelijk de uitvlucht deze keer als toeschouwer te zien en niet
als deelnemer. De toeschouwer kan nooit de taal en de emotie, de hongerige
buik, de angstige ogen of de dorstige keel verstaan, zolang hij er niet
bij is. Maar door de tv-beelden kreeg ik weer buikpijn. Hoewel ik alle
soorten van drinken onder handbereik heb, heb ik een onlesbare dorst.
Twaalf jaar geleden raakte het water onderweg naar de bergen op. Wij konden
nergens water vinden, behalve in de waterbronnen die door het leger van
Saddam waren vergiftigd. De stem van de Engelse dichter Coleridge in een
bootje op de grote oceaan klinkt in mijn oren: "Water, water everywhere,
but no drop to drink."
Dit jaar gaat het volk weer naar de bergen om daar hun toevlucht te zoeken.
Het land is groen, ik zie het, ik voel het, ik hoor het. De hemel is blauw.
De bloemen zijn rood, paars en geel. De natuur is schitterend. Ideaal
om te picknicken. Het is Nawrooz. Maar de mensen zijn er niet om te picknicken.
Het is weer een massale vlucht.
Via een mobiele telefoon hoorde ik mijn neef Ako zeggen dat ze zich minder
bedreigd voelen dan twaalf jaar geleden. Er is genoeg water, eten ook,
maar de enige boosdoener is nog steeds de onzekerheid
(27 maart 2003)
Oorlog of reddingsoperatie?
Wie zegt dat er een oorlog dreigt tegen Irak, vergist zich erg. Het is
helemaal geen oorlog. Vreemd dat men een grote reddingsoperatie van vierentwintig
miljoen mensen de naam oorlog geeft. Het is natuurlijk wel een grootschalige
actie om vierentwintig miljoen mensen te bevrijden.
De anti-oorlogsdemonstranten en de leiders van de anti-oorlogslanden beweren
rare dingen. Ze zeggen dat als er oorlog komt, er onschuldigen onder de
burgerbevolking zullen vallen. Maar vallen er nu onder Saddam ook al geen
onschuldige slachtoffers? Ze willen de inspecties extra tijd geven. Maar
heeft Saddam niet genoeg tijd gehad om zijn wapens op te geven? Tijd aan
Saddam geven is alsof je hem de kans wilt geven om niet mee te werken
en nog langer te vernielen. Ik vind degenen die Saddam tijd willen geven
of tegen de reddingsactie van het Irakese volk zijn, een vriend van Saddam.
"Een vriend van onze vijand wordt automatisch onze vijand,"
zegt een Irakees spreekwoord. Aan de top van de lijst met onze vijanden
staan dus ook de namen Schröder en Chirac. Daaronder komen de linkse
partijen van Nederland. Wie weet niet dat een oorlog verschrikkelijk en
eng is? Maar is Saddam Hoessein niet nog verschrikkelijker en nog enger?
Ze zeggen dat de oorlog het land nog verder zal vernielen. En dat er enorme
schade aan het land zal worden toegebracht. Heeft men zich nooit afgevraagd
hoeveel kinderen nu zonder medische zorg in Irak per dag sterven?
Laatst hoorde ik een net gevluchte Irakese arts via de radio zeggen: "De
toestand van de Irakezen is nu alleen te vergelijken met een doodziek
lichaam dat zeer spoedig een operatie nodig heeft. Zonder die operatie
gaat het zeker dood. Misschien kan de operatie hem pijnvrij maken of in
ieder geval de kans geven om te leven!"
Daar ben ik het van harte mee eens.
Dierenpartij
In het gemeentehuis legden twee jonge vrouwen aan een man uit wat de ideologie
van hun nieuwe partij is. Eén van hen zei tegen de man, die zwijgend
naast me zat:
"Wij zijn van de Dierenpartij en het doel is meer aandacht aan de
dieren te schenken."
De ander ging door: "Vooral aan de machteloze, zwakke dieren en vogels.
Wij willen ze beschermen tegen jagers en wreedheden, ze verzekeren tegen
ziekte en zorgen voor een betere opvang van de wilde en dakloze dieren.
De dieren en de vogels moeten, net als de mensen, recht hebben op een
zorgvuldige medische behandeling. Wij willen ook een fonds beginnen waarmee
we onze plannen en ideeën kunnen uitvoeren."
Wij luisterden aandachtig mee, maar gelukkig begreep Sanaa, mijn vrouw,
er niets van. Ik had haar en de kinderen meegenomen naar het gemeentehuis
om hen te laten inschrijven. Zonder de wonderlijke pasjes van justitie
hebben ze geen recht op school of ziektekostenverzekering.
Een paar dagen geleden waarschuwde een arts-vriend dat Sanaa een inwendige
ontsteking heeft. Aan beide zijden van haar buik heeft zij pijn. Ze zou
verder onderzocht moeten worden.
Drie jaar geleden sloeg een conservatieve man Sanaa op het hoofd. Hij,
verre familie, had haar ooit een met blote armen en benen op straat zien
lopen. Volgens hem was zij te modern geweest. Een hoofddoek had ze ook
al niet op. En toen sloeg hij haar, zonder genade. Mijn toen negenjarige
zoon Ibo zag hoe zijn moeder geslagen werd en raakte erg van streek. Door
al het geweld om hem heen kreeg hij psychische klachten. Zozeer dat hij
in het ziekenhuis opgenomen moest worden. Ik kreeg een rapport van de
arts en ging daarmee naar mijn begeleidster van Vluchtelingenwerk. Ik
had hoop dat het rapport zou kunnen bijdragen aan een spoedige gezinshereniging.
Mijn begeleidster las het rapport goed, maar gaf het verder geen aandacht.
Ze bleef maar met haar hand over de bol van haar poes, die bij haar op
schoot lag, aaien.
"Wat zeggen deze dames?" vroeg Sanaa mij op zachte toon. Ik
wist niet wat ik haar moest antwoorden. Zou ik haar eerlijk vertellen
dat het een politieke partij was die opkomt voor dieren? Zij zou mij nooit
geloven.
"Deze mensen willen op humane grond de dieren beschermen, opvangen
en een betere medische zorg verlenen," zei ik.
"Maar hebben hun dieren die dan nog niet?" merkte Sanaa op.
"Ik zie hier honden beter behandeld worden dan ik!" Ze legde
haar hand op haar buik.
Toen zei ik tegen de jonge activiste die geduldig op mijn reactie had
gewacht: "Ja, ik wil graag lid worden van uw partij en mijn vrouw
ook, maar op één voorwaarde. Ik wil dat zij dan als dierenactiviste
dezelfde bescherming moet hebben als uw dieren en ook recht moet hebben
op een zorgvuldige medische behandeling."
Haji Bush
Amerikaanse westerns
zijn populair bij mijn volk, de Irakezen en dan vooral bij de jeugd. "Trinti
is de vader van Ringo" was dan ook een bekende uitspraak over twee
cowboyhelden. Tegenwoordig, na de Tweede Golfoorlog, zegt men: "Bush
zoon is de zoon van Bush vader." Tijdens de Tweede Golfoorlog - Desert
Storm - noemden de Irakezen Bush Vader ook wel Haji Bush. Ze dachten
dat hij, nadat hij Saddam Hoessein uit Koeweit had verdreven, hen ook
zou redden. Moslims noemen iemand die in Mekka op bedevaart is geweest
en zijn zonden heeft gewassen door zeven maal rond de Hajer Aswad, de
zwarte steen, te lopen, Haji. Hoewel Bush senior geen moslim was, en nog
steeds niet is, heeft mijn volk hem vereerd door hem, zonder dat hij in
Mekka is geweest, Haji te noemen.
Omdat het volk zich door hem beschermd voelde, kwam het in opstand. Ze
vochten voor het eerst tegen de wil van de dictator. "Het is wis
en zeker afgelopen met de dictator," zei de één tegen
de ander. Helaas. Op een gegeven moment kreeg de tiran het groene licht
van zijn baas Bush the Father en sloeg hard en genadeloos terug. De opstand
werd door helikopters en tanks en scudraketten onderdrukt. Toen spuugden
de teleurgestelde mensen in het openbaar op de Amerikaanse vlag en foto's
van Bush Vader die ze al in de plaats van de foto's van Saddam hadden
hangen.
Mijn vader was toen erg ziek en op zijn sterfbed hoorde hij de knallen
en de bommen. Hij deed zijn ogen even open en fluisterde tegen mij: "Jongen,
vertel eens. Hebben wij de oorlog gewonnen? Ik hoorde via de BBC dat hij
is gedwongen Koeweit te verlaten, denk je dat de dictator eindelijk zal
vergaan?"
Om hem gerust te stellen, zei ik: "Ja, de dictator is verslagen,
maar hij verzet zich nog steeds en weigert uit zijn hol te komen. Wees
gerust, heb geduld, Haji Bush zal hem zeker komen doden."
Vader was gerust en glimlachte zwak. Kort daarna blies hij zijn laatste
adem uit.
Velen gingen dood: mijn oom, mijn neef, mijn nicht, mijn tante, mijn zus,
velen gingen ge
, mijn buurman, mijn broer, vele gebouwen werden
verwoest. De stad zag er uit als door een aardbeving getroffen. De dictator
had de strijd tegen zijn eigen volk gewonnen. Het volk voelde zich bedrogen
en verraden. De dictator verscheen weer met zijn sinistere lachje en zijn
Havana sigaar van Castro tussen wijs- en middelvinger op het scherm en
blies trots de rook van de overwinning ons in het gezicht.
Mijn moeder Halima (betekent Geduldige Vrouw in het Arabisch) verloor
haar geduld en vroeg ontevreden: "Zou er ooit een dag komen waarop
wij dit lelijke gezicht niet meer op het scherm zien?"
"Ja, moeder, de cowboy van Amerika zal het gevecht uiteindelijk winnen.
In de cowboyfilms neemt de zoon ook altijd wraak voor de vader. Toch?"
Sint Bernard
Bernard Shaw, de Engelse,
humoristische, kritische schrijver hield heel veel van zijn baard en liet
die maar langer en langer groeien. Toen ik kind was, zag ik hem op de
foto in een tijdschrift met zijn lange witte baard en zijn kale kop en
zijn opmerkelijke glimlachje. Als volwassene zag ik hem weer, maar dan
met een nog langere baard en een nog kalere kop en zijn glimlachje nog
merkwaardiger.
Later verdiepte ik me in de Engelse literatuur en las veel gedichten en
verhalen van zowel de klassieken als de romantici. Ik zag de gladde kop
van Shakespeare op de omslag van zijn toneelstukken, maar ik zag geen
lange baard en geen glimlachje. In zijn ogen zag ik het mysterie achter
de complexen van zijn personages. Ik kwam weer een foto van Bernard tegen
en daarop was de baard zo lang en zo wit en de kop totaal kaal en het
glimlachje breed en bespottend.
Ik was inmiddels zeer benieuwd naar het geheim van Bernard en zijn lange
baard. De journalist ook, want die vroeg hem naar de reden van zijn lange
baard en kale kop. Met het mysterieuze glimlachje om zijn mond antwoordde
hij: "Een volledig kaal hoofd en een erg lange baard, daarmee wil
ik tonen hoe de economie van de wereld er uit ziet: te veel productie
en een slechte distributie."
Bernard had van zijn hoofd een kaart van de wereld gemaakt! Pas toen begreep
ik het geheim van zijn glimlachje. In een wereld met het rijke Noorden
en het arme Zuiden van nu bewonder ik nog steeds het slimme lachje van
Bernard.
Nu ik met de feestdagen voor de deur Sinterklaas met zijn lange witte
baard zie lopen, moet ik onwillekeurig denken aan Bernard Shaw. Het verschil
is dat Sinterklaas een typische hoge hoed op zijn hoofd heeft en hij ziet
er ook vermoeider en somberder uit dan Sint Bernard. Ik dacht eerst dat
Sinterklaas ook kaal moest zijn en dat zijn hoed dat moest verbergen.
Ik ben nu dan ook nieuwsgierig naar het geheim van deze hoed. Waarom draagt
Sinterklaas zo'n vreemde hoge hoed?
Toen ik hem laatst zag dat hij cadeautjes aan alle kinderen uitdeelde,
viel het me op dat dat het glimlachje bij hem terug had gebracht. Ik kreeg
het gevoel alsof hij op die manier een nieuwe wereldkaart probeert te
maken met zijn hoge hoed en zijn lange baard. Hij wil er meer evenwicht
in brengen. Zou Sinterklaas daarom een hoed dragen?
Sirka of sharaab
Sirka is een Koerdisch
woord en het betekent azijn. Sharaab is een Arabisch woord en het betekent
wijn. Ze worden allebei van druiven gemaakt en ze smaken ook vaak hetzelfde.
Het verschil is dat sirka geen alcohol bevat, dus is het halal volgens
de wet van de islam en mag het gedronken worden. Sharaab is haraam, verboden.
Het is een grote zonde in islamitische landen om sharaab te drinken.
Mijn vader maakte thuis zelf sirka. Hij deed rijpe rode en zwarte druiven
in een aarden kruikje en zette die veertig dagen lang in een donker en
vochtig kamertje. Ik hoorde vaak van hem: "Sirka is halal, maar sharaab
is haraam. Probleem, probleem
"
Op mijn zestiende werd ik verliefd en dronk meteen het eerste glas wijn
in mijn leven. Ik genoot er erg van. Ik begon ook meteen te dichten. Weer
thuis rook mijn vader de geur die uit mijn mond kwam toen ik hem groette.
Hij vond het vies. Hij waarschuwde me en zei dat als ik een tweede keer
sharaab ging drinken, hij mij niet meer mijn dagelijkse zakgeld zou geven.
Ik dronk het nog één keer en hij maakte zijn waarschuwing
waar. Uit nood stopte ik ermee. Maar ik bleef wel dichten. De ogen van
mijn geliefde hadden me net zo beïnvloed als de sharaab zelf.
Eén keer liep ik zingend het huis binnen.
"Waarom zing jij zo vrolijk? Heb je weer sharaab gedronken?"
"Nee vader, ik zing even omdat ik me gewoon even gelukkig voel."
Hij kwam vlak bij mij staan, bracht zijn scherpe snavelachtige neus naar
voren zodat die mijn lippen aanraakte. "Doe foefoe, met open mond,"
beval hij mij. Ik deed dat zo heftig tegen zijn gezicht dat zijn bril
een beetje naar links schoof. De controle bij de deur verliep vredig en
ik kreeg het groene licht om naar binnen te lopen. Ik ging direct naar
mijn kamer boven. Diep in gedachten verzonken ging ik op bed liggen. Ik
wilde iets verzinnen, een oplossing om me meer vrij te voelen.
Plotseling kreeg ik een idee, maar het leek op dat moment onuitvoerbaar.
Ik zocht even het boekje met Omar-Khayyam's gedichten. In het Perzisch,
daar kon ik meer van genieten dan de vertaalde Arabische versie. Ik bladerde
het door totdat mijn ogen op kwatrijnen rustten die het over liefde, wijn
en genot hadden, terwijl mijn vader op dat moment de rituele was deed
en zich voorbereidde op het vrijdaggebed. Ik hoorde hem hees roepen: "Masha
Allah, Bismillah, Alhamdullilah, Astagfirullah, Toba khudaja." (Gods
wil gebeurt, in de naam van God, dank aan God, ik smeek God om vergiffenis,
heb genade.) Ik vroeg me af wat voor zonde vader gepleegd had om zo om
genade te smeken. Hij had in zijn hele leven nog geen vlieg kwaad gedaan.
Even later hoorde ik hem van beneden roepen: "Kom jij met me mee
naar de moskee, jongen? Het is vrijdag, weet je wel. Het is verplicht
om alles te verlaten als er op vrijdag tot gebed opgeroepen wordt."
Snel moest ik zijn en deed alsof ik verkouden was. Met een schorre stem
van onder de deken liet ik mij horen: "Ik ben ziek, vader, erg ziek."
Hij mompelde wat in zichzelf, maar ik hoorde hem grommen: "Ach jongen,
ziek, alleen op vrijdagen." Hij ging ontevreden weg.
Ik ging weer snel terug naar mijn kwatrijnen. "Er wordt gezegd dat
het leven in het paradijs vol genot is / en ik zeg dat het druivenwater
lekker is / neem het contante geld aan, laat het uitgestelde geld maar
liggen / want het geluid van de trom is alleen mooi als het van ver komt."
Ik begon weer sterk te verlangen naar wijn en de wijnachtige ogen van
mijn geliefde. Maar wat kon ik doen in een maatschappij waar mooie dingen
als wijn en liefde verboden zijn en waar lelijke dingen als supermooi
worden geaccepteerd? Ik rook de geur van revolutie en rebellie in Khayyam's
kwatrijnen. Ik las verder: "Ik nam even afscheid van mijn zonde /
en besloot naar de moskee te gaan / onderweg werd mijn rituele wasbeurt
door een luchtje ongeldig / en mijn vasten door een druppel wijn gebroken."
Mijn gedachten dwaalden af naar mijn vader, die nu achter de imam voor
zijn eigen geliefde God aan het bidden was. Misschien is Omar-Khayyam
de duivel die mijn vader noemde die de moslims afleidde, hen liet dwalen
en zonde liet plegen. Ik voelde me even de ongehoorzame zoon van de vader
of de ongehoorzame slaaf van God. Ach, als hij alleen maar één
keer in zijn leven verliefd werd, of maar één slok wijn
dronk, dan had hij daar wel een andere mening over gehad. Lees maar, en
ik sloeg een paar kwatrijnen over totdat ik deze bereikte: "Ik doe
mijn zuivere zoete druiven in de aarden kruik / jij Muhtasib, rechter
van de stad, zeg tegen jouw God / dat hij het niet lekker en bitter maakt
/ zodat ik het niet zo graag wil drinken."
Ik sloeg het boekje weer dicht en dacht even na. Het oude idee kwam weer
in me op. Ik opende de kast waar ik, onder de onderste kleren, een oude
wijn had verborgen. Moedig door de kwatrijnen, maar toch trilden mijn
handen toen ik de dop van de fles trok. Ik nam haastig een paar slokjes,
en nog een paar, en nog een paar totdat de helft van de fles leeg was.
De rest nam ik mee naar beneden, naar het kamertje waar het groene kruikje
van mijn vaders sirka stond. Ik pakte het en deed de rest van de wijn
erbij zodat het kruikje weer bijna vol was. Toen haastte ik me weer vlug
naar boven en viel met een lekkere roes in slaap.
Ik werd wakker van de schorre stem van mijn vader uit de keuken. Hij had
van de wonderlijke sirka bij het eten gehad en was van een serieuze klassieke
man in een romantische zanger veranderd. Hij zong mooie emotionele liedjes
van populaire romantische religieuze dichters, die het allemaal over de
liefde voor Allah hadden. Ik moest deze gouden kans grijpen en ging tegenover
hem zitten om mee te zingen. "Deze sirka heeft een lekkere en bijzondere
smaak, jongen," riep hij. "Halal en goddelijk, en ook nog gezond."
En hij begon enthousiast te tikken op de rand van de kleine oliekachel
die voor hem stond te branden. "Noeru - djamali habieb Mohammad
"
(het licht en de schoonheid van de geliefde Mohammed). Dat hoorde ik mijn
vader nog zingen toen ik uit ging, op zoek naar mijn menselijke geliefde
Cathrina.
Mag ik geven?
Het leven in Nederland
is voor ons, de zogenoemde allochtonen, nooit saai. Altijd worden wij
weer verrast door een vreemde norm of gewoonte in de nieuwe samenleving.
In de geschiedenis van de islam, in mijn cultuur is de gever altijd blij
en trots als hij wat geeft en de ontvanger is altijd blij en tevreden
om wat hij ontvangt. Allah had ons het leven gegeven om aan onze medemens
door te geven. Maar wat moet men geven? Eigenlijk alles, alles wat men
kan. In de Koran staat: "Hebben wij je niet twee ogen gegeven en
een tong met twee lippen? Hebben wij je niet je verstand gegeven waarmee
je goed en kwaad kunt onderscheiden?" In de teksten van de Koran
is het gebruikelijk naar Allah te verwijzen door het woordje "wij"
en naar de mensen of de ontvangers door het woordje "je". De
gever is altijd een paar rangen hoger dan de ontvanger, anders geeft hij
niet. Het volk van de profeet Mohammed nam het gedrag van Allah over.
Ze geven en genieten van wat ze doen.
Vragen zoals: "Mag ik dit lenen?", "Mag ik dit nemen?",
"Mag ik dit hebben?", "Mag ik dit gebruiken?", "Mag
ik het opeten?", enzovoorts, zijn in Nederland heel gebruikelijk.
Bij ons ook.
Maar gisteren hoorde ik een vraag die mij een schok gaf. Carolien vroeg
me, zo zielig en zacht: "Mag ik dit aan je geven?" Zij wilde
mij iets geven, maar ze vroeg eerst om mijn toestemming om het te mogen
geven! Onbegrijpelijk! Net nu ik dacht dat mijn integratie redelijk verlopen
was, begon ik weer te twijfelen. Vragen of je iets mag geven. Carolien
nog wel, die al geruime tijd een grote steun voor me is geweest. Arme
vrouw, dacht ik. Je wilt iets aan me geven en toch durf je het niet te
doen. Waarom moet jij je leven zo moeilijk maken? Je hebt zoveel voor
me gedaan.
Ik schrok ook omdat ik me realiseerde dat ik misschien wel de hele tijd
fout had gedaan door zo vaak eten, koffie, thee, snoepjes aan Nederlanders
te geven zonder dat ik eerst om hun toestemming had gevraagd. Ik voelde
me weer net zo'n beginneling als een paar jaar geleden toen ik hier net
was. Het leek of mijn integratieproces opnieuw moest beginnen.
Tientallen vragen en gedachten spookten door mijn hoofd. Is het een kwestie
van beschaving dat je zelfs bij het geven anderen niet wilt kwetsen? Hoe
kan iemand zich vrij voelen als hij niet durft te geven? Toen ze weg was
belde ik mijn gids Janne en vuurde al mijn vragen op haar af. "Tsja,"
zei ze lachend. "Misschien vroeg ze het wel omdat zij niet wist of
jij het al had, of omdat je er misschien helemaal geen behoefte aan hebt.
Misschien was ze ook wel bang dat jij zou denken dat zij er later iets
voor terug verwacht. Of misschien wil ze het alleen maar kwijt als ze
weet dat jij er echt iets mee kan. Een soort voorwaardelijke gift."
"Moet ik nu ook toestemming vragen als ik iets wil geven?" vroeg
ik.
"Dat kun je doen, maar het hoeft niet. Als je iets graag wilt geven,
doe dat dan gewoon, al hebben mensen het recht ook iets te weigeren."
Later kwam de buurvrouw bij mij op bezoek. Toen zei mijn vrouw dat zij
haar graag een bordje birianie, een typisch gerecht van ons land, wou
geven. De buurvrouw zweeg even en zei: "Wat de boer niet kent dat
eet hij niet." Dat klonk alsof zij ons aanbod weigerde. Mijn vrouw
is hier net en kent de normen van dit land nog niet zo goed. Ik wel, denk
ik. Maar voor uitleg over dit antwoord moest ik weer Janne bellen..!
Ruzie of diarree?
Mijn eigen vrouw
Sanaa kwam uit het verre land uiteindelijk bij mij. Moe. Onzeker. Vreemd.
Ruw. Spontaan. Hoe moet ik met haar omgaan? Wat zal ik eerst voor haar
doen? Zal ik haar eerst leren fietsen of kan ik haar beter geruststellen
dat ze niet bang hoeft te zijn voor de Nederlandse honden omdat die net
zo lief als hun bazen zijn? Zes jaar geleden zag ik haar voor het laatst.
Het verschil in leeftijd tussen ons is hetzelfde gebleven. Maar het verschil
in tijd is enorm groot geworden. Zij komt niet alleen uit een andere plaats,
maar ook uit een ander tijdperk.
's Morgens vroeg wordt ze wakker en zet een grote pot zwarte thee. Ik
haal wat yoghurt voor haar uit de koelkast.
"Oei," roept ze. "Dat is geen yoghurt, dat is dun als water!"
Dan pak ik voor haar een stuk kaas.
"Oei," roept ze. "Er zit heel veel zout in!"
"Nou, dan heb je hier een stuk wit brood. Dat lust je zeker."
"Oei," roept ze alweer. "Nee, het ruikt vies en het smaakt
naar oud papier!"
Als zij later de badkamer uitkomt draagt ze een roze shirt, een strakke
spijkerbroek en heeft een lekker parfum op. Even loopt ze sierlijk door
de kamer. "Vind jij mij nu niet mooier dan die blonde blanke vrouwen
die je zo vaak op de wangen kussen?" vraagt ze met een jaloerse blik.
"Ja, natuurlijk. Jij ziet er schitterend uit."
Zij denkt nog steeds dat ik de baas ben, net zoals het daar altijd was
geweest. Ze denkt nog steeds dat mannen hier hun vrouwen zomaar kunnen
bedriegen door geheime relaties met andere vrouwen op te bouwen, maar
als de vrouw dat doet, zij streng gestraft moet worden. Ik raak wat verward.
Zal ik haar vertellen dat de man en de vrouw in Nederland gelijke rechten
hebben? Ik aarzel, weet ze wel wat gelijkheid betekent? Toch probeer ik
het.
"Weet jij dat de vrouwen hier net zoveel vrijheid hebben als de mannen?"
Ze zwijgt even en barst dan uit: "Ja ja, daarom zijn ze zo onbetrouwbaar.
Daarom drukken ze zo schaamteloos hun kussen op de wangen van vreemde
mannen."
Ik had meteen spijt. Sanaa moet, net zoals mijn vriendinnen Janne en Carolien
al zeiden, zelf haar nieuwe land ontdekken.
In de keuken vraag ik haar of de pan niet wat kleiner mag en of er niet
wat minder vet in kan.
"Nee, ik wil niet bezuinigen," zegt ze.
"Dit is geen bezuiniging," reageer ik. "Het is zo alleen
gezonder."
Ze haalt onverschillig haar schouders op.
De volgende dag krijg ik diarree door zoveel en zo vet te eten. Toch durf
ik bij haar geen bezwaar in te dienen. Ik weet me geen raad. Als ik haar
direct vertel wat ze beter wel en niet kan doen, dan bestaat de kans dat
ik dagelijks ruzie krijg. Als ik wacht totdat zij alles zelf heeft geleerd,
dan bestaat de kans dat ik dagelijks diarree krijg!
Vitamine D
Mijn moeder had altijd gebrek aan vitamine D. Zij hulde zich voortdurend
in haar abaaja, een lange mantel. Mijn zusje gebruikte een nieuwe tactiek.
Zij droeg thuis een lange jurk over haar korte rok en deed haar hoofddoek
op. Zo ging zij weg. Zodra zij bij het huis van haar vriendin aankwam,
trok zij de lange jurk uit en ging daarna met haar vriendin de bazaar
in. Bij haar ontbrak dus de vitamine D niet. Ikzelf had alleen gebrek
aan vitamine L - Liefde. De maatschappij verbood me te beminnen. Nu, door
elke kus die ik van een Nederlandse vrouw op mijn wangen ontvang, krijg
ik een beetje van die vitamine L terug.
Wij kenden de namen van alle vitaminen. Maar de vitamine W was in het
vaderland de allerbelangrijkste. Wij gebruikten W figuurlijk voor Waasita,
een effectieve bemiddeling.
Ooit was ik met een groep jongeren bij onze lokale imam te gast. Hij beweerde
onder andere: "De vrouwen hebben dezelfde rechten tegenover de mannen
als de mannen tegenover de vrouwen hebben." Eén van ons vroeg:
"Maar als de vrouw de man zijn rechten niet geeft?" "Dan
is zij hem ongehoorzaam. De man moet haar dan zachtjes toespreken totdat
zij hem weer gehoorzaam is." "Maar als hem dat niet lukt?"
"Dan mag de man haar met dunne boomtakjes slaan." Toen vroeg
ik: "Maar als de man de rechten van de vrouw schendt, heeft zij dan
ook het recht om hem met boomtakjes te slaan?" De bebaarde man zweeg
even en toen: "Soms stel je zulke flauwe vragen, jongen
"
En imam, die hier geniet van de waardevolle Nederlandse vitamine V, komt
op het scherm en hij heeft het nog steeds over het slaan van de ongehoorzame
vrouwen!
Uit recent onderzoek is gebleken dat moslimvrouwen de zon in moeten. Maar
de vraag is hoe? Veertienhonderd jaar geleden was vitamine D nog niet
ontdekt. Stel je voor dat de moslimvrouwen nu hun recht op vitamine D
opeisen en zonder toestemming van hun mannen op het strand gaan liggen.
Worden die vrouwen dan als ongehoorzaam verklaard? Gaat de man dan weer
slaan?
Ik denk niet dat de vrouwen zo gemakkelijk in aanmerking komen voor de
vitamine D. Er is een sterke dosis vitamine W van de overheid nodig om
toegang te krijgen tot de twee vitale vitaminen VV, Vakantie en Vrijheid.
© Freeyad
Ibrahim
|

© Reyer Boxem
Freeyad Ibrahim
was in Irak hoogleraar Arabische taal- en letterkunde. HIj woont nu in
een dorpje in Friesland.
|