De poëzie van Salah Hassan H.J. de Roy van Zuydewijn & Ahmed Al-Rikali

De Iraakse dichter Salah Hassan is in 1960 te Babel in Irak geboren. In 1986 studeerde hij af aan de Academie voor Schone Kunsten in Bagdad (studierichting theater). Op zijn zeventiende jaar begon hij met het schrijven van gedichten. Hij trok al gauw de aandacht van kenners en vakgenoten, onder andere doordat een van zijn gedichten werd voorgedragen in een radioprogramma en later gepubliceerd in een krant.
Zoals bijna iedere beginnende Iraakse dichter werd hij aanvankelijk sterk beïnvloed door Assayab en Saadi Yousif, twee toonaangevende Iraakse dichters. Al in zijn beginjaren schreef hij naast klassieke Arabische gedichten met rijm en een vaste metriek ook vrije verzen zoals die sinds het eind van de negentiende eeuw in toenemende mate over de gehele wereld tot de heersende stroming zijn gaan behoren. Zijn beste gedichten kwamen tot stand in een versvorm die het prozagedicht benaderde, al is zijn werk door het aanwenden van de versregel als structurerend element toch wezenlijk poëzie en geen proza of iets dat daarop lijkt. Zijn doorbraak kwam in 1992, toen hij, nog in Irak woonachtig, met een lang en mooi gedicht een eerste prijs voor poëzie in de wacht wist te slepen. Het bekroonde gedicht werd niet alleen in Irak, maar ook in andere Arabische landen, hoog geprezen.
Door het winnen van deze prijs was zijn naam als dichter gevestigd en werd hij in verscheidene steden in Irak regelmatig uitgenodigd zijn gedichten voor te dragen. Bij die gelegenheden werden hem door het publiek vaak vragen gesteld over de niet altijd gemakkelijk te duiden beelden waarin hij zijn poëtische ideeën tot uitdrukking bracht. Op een van die avonden sprak hij wat openhartiger dan anders over de betekenis van deze symboliek, in de mening verkerend dat zijn gehoor uitsluitend uit vrienden en betrouwbare kennissen bestond. Hij sprak over de oorlog, over de zinloze dood van miljoenen mensen, en over het regiem dat daarvoor verantwoordelijk was. De dichter zou spoedig ervaren dat het in Irak levensgevaarlijk is dergelijke onderwerpen aan te snijden. Alleen door tijdig te vluchten wist hij het vege lijf te redden.
Nadat hij een paar jaar in Syrië en Jordanië had doorgebracht, kwam hij in 1995 als politieke vluchteling naar Nederland. Toen hij eenmaal goed en wel in Nederland was gevestigd, wilde hij zijn werk als dichter voortzetten en ook het Nederlandse publiek kennis laten maken met facetten van de cultuur waaruit hij afkomstig was, te meer omdat hij met spijt moest constateren dat Irak bijna uitsluitend werd geassocieerd met Saddam Hoessein, alsof dit land niets anders te bieden zou hebben dan dictatuur en oorlog.
Zo organiseerde hij, met een paar vrienden, een aantal activiteiten op het gebied van kunst en literatuur. Met steun van enkele Nederlanders die zijn werk wisten te waarderen, mondde dit uit in het opzetten van de Stichting Ur, die zich ten doel stelt de Iraakse cultuur in Nederland uit te dragen. Mede door het werk van deze stichting heeft de dichter langzamerhand de weg naar en in de Nederlandse maatschappij kunnen vinden; dat blijkt, bij voorbeeld, uit zijn deelname aan een aantal culturele activiteiten en het tweemaal winnen van de Dunya Poëzieprijs. Dit laatste bracht hem op het idee zijn gedichten in het Nederlands te laten vertalen. De vrucht hiervan was de tweetalige, in 1997 in eigen beheer uitgegeven dichtbundel Een rebel met een kapot kompas.

Het vertalen van poëzie, op zichzelf al een kunst, bleek bij de gedichten van Salah Hassan op de extra moeilijkheid te stuiten dat het Nederlandse publiek in het geheel niet vertrouwd is met de Arabische taal en symboliek. Zoals hierboven al opgemerkt, bedient de dichter zich bovendien vaak van een wat mysterieuze, zelfs voor Irakezen niet altijd onmiddellijk herkenbare beeldspraak, die mede verband houdt met het feit dat het in een dictatoriaal geregeerd land onmogelijk is op onverhulde wijze de waarheid te zeggen. Ook Salah Hassan heeft een tijdlang alleen kunnen overleven door de machthebbers zand in de ogen te strooien en zijn waarheden in bewust vaag gehouden beeldspraak aan de man te brengen. Waar op het bezigen van het woord vrijheid al een taboe rust, moet de waarheid zich wel in een camouflagepak steken.
Anderzijds draagt ook zijn neiging tot een zeker historisch en filosofisch pessimisme en tot het verwerpen van artistieke compromissen aan de moeilijkheidsgraad van de gedichten bij. Pas in de latere gedichten ziet men die wat duistere symboliek voor een meer directe en concretere beeldspraak plaatsmaken. Bij de vertaling van deze nieuwe dichtbundel, waaraan hij zelf heeft meegewerkt, is er naar gestreefd zijn poëzie voor de Nederlandse poëzieliefhebber toegankelijk te maken, zonder de authenticiteit ervan aan te tasten.

Uit het voorgaande volgt al, dat Hassans poëzie doortrokken is van de tragiek die zijn land in zijn recente historie heeft moeten verduren. Zijn vlucht naar Nederland heeft dit nationale en collectieve levenslot ook een persoonlijke dimensie gegeven. Zonder in een stereotype 'vluchtelingenpoëzie' te vervallen, wordt zijn toch al niet zo optimistische levensvisie nog aangescherpt door zijn ervaringen in een land waarvan de wortels en waarden, de taal en de cultuur uiteraard sterk verschillen van die in het land van herkomst. Veeleer gekenmerkt door een zekere ontworteling dan nostalgie krijgt het terugverlangen naar zijn geboorteland in zijn poëzie de ondertoon van een onoverwinbaar gemis:

Dit is mijn heden
onbewoond en te huur
dit is mijn slafelijke dageraad
dit is mijn buitenlands gezicht
dit is de bodemloze doodskist
waarin ik mijn land heb gelegd

Hier heeft een dubbele vervreemding plaats gevonden: zo ernstig van zijn eigen land vervreemd dat hij er een 'bodemloze doodskist' (met een schier oneindig aantal nieuwe doden) mee kan vullen, maakt zijn buitenlands gezicht hem tot de zichtbare, als het ware met zijn eigen stigma rondlopende, vreemdeling in een land van hem vreemde anderen. In het volgende fragment stelt hij deze dubbele vervreemding andermaal aan de orde, en komt de dichter in opstand tegen de machthebber die al zijn 'slimme' middelen inzet om de waarheid te verbergen en te vervalsen:

opdat de geschiedenis zich niet zal herhalen
in de vreemde taal
zal ik de nar ontdoen
van zijn sluwheid
opdat hij voortaan zal weten
dat opstandigheid
de deur naar het weten is

De dichter waarschuwt de toekomst voor het verleden en laat verleden en toekomst samenvallen in een even plaatselijk als tijdelijk te duiden tegenwoordigheid, die eerder cyclisch dan lineair lijkt te worden opgevat, als een eeuwige wederkeer van dezelfde bronnen en gevolgen van kwaad:

Het is de tegenwoordige tijd
die steeds tegenwoordig blijft
koningen beklimmen de tempels
ze stelen de mythe van de schepping
en de soemerische taal ...
soldaten gooien met stenen
naar het lot dat hen wacht.

De machthebber maakt misbruik van zijn macht. Maar hij vormt niet het enige probleem waarvoor de dichter zich ziet gesteld. Ook zijn verhouding met God is, soms bijna letterlijk, onder vuur komen te liggen:

Ik heb Hem gezien
en zij zegt: met je ogen
of met je verstand,
en ik zeg: ik heb Hem op de video gezien
terwijl hij onze koeien beschoot.

In de gedichten van Salah Hassan neemt God diverse gedaanten aan; de relatie tussen God en hem is op zijn minst problematisch. Soms onderneemt het gedicht een persoonlijke zoektocht naar God en, uiteindelijk, naar het 'Ik', het liefst door middel van een eenwording zodat de grenzen tussen 'Ik' en 'Hij' verdwijnen. Maar wanneer die eenwording op het punt staat tot stand te komen, staat God dat niet toe en blijft Hij de eeuwige Aanwezige die tegelijk de eeuwige Afwezige lijkt:

geen lichtjaar zet Hem op afstand
geen eeuwigheid brengt Hem nabij.

Misschien blijft daarom de zoektocht naar het 'Ik' voortduren: "hij wil zijn leven bereiken", d.w.z. het leven van voor de catastrofes die hem en zijn land getroffen hebben, opnieuw in handen nemen,
maar "telkens als ik daaraan terugdenk/ ontglipt het me weer", zodat verleden, heden en toekomst alleen verschillen door de gebeurtenissen die er deel van uitmaken, maar niet in de vaak dubieuze kwaliteit van het bestaan:

Gisteren? Een weduwe
die zich troost met afwezigheid.
Vandaag? Een wegwerpfles
op de stortplaats van gisteren.
Morgen? Een achteloos vergeten
dat het bedrog in leven houdt
op het balkon van de dag.

Wat blijft er dan over? Misschien alleen de waanzin als "een rebellie tegen jezelf', tegen God en tegen de machthebber, de waanzin die zo vanzelfsprekend lijkt en doorklinkt in zijn uitroep:

O oorlog,
onze vuilnisvaten zijn vol
zoek andere plaatsen
in naburige puinhopen.

Maar ook deze kreet zal vergeefs zijn: de oorlog als rampscenario van het verleden zal, in de visie van de dichter, tot in de verre toekomst het lot van de mensheid blijven bepalen:

Wij gaan dood en de oorlog stopt niet
onze kinderen
groeien op
hij staat op hun schaduwen
hun kinderen groeien op en hij stopt niet
hun kleinkinderen groeien op
maar hij stopt niet
hij stopt niet

Is er dan geen hoop meer? De dichter beantwoordt deze vraag niet, want "hij wil geen pijnlijke vragen meer stellen". Maar dat hij die vragen in de gedichten van zijn hier gepresenteerde bundel niet uit de weg is gegaan, geeft aan zijn poëzie haar menselijke waarde en betekenis; dat hij ze bovendien beantwoord heeft in een beeld- en gedachtenrijke, bij wijlen zelfs visionaire en profetische poëzie, maakt ze tot een, nu ook in het Nederlands toegankelijk, literair en cultureel erfgoed.

© H.J. de Roy van Zuydewijn / Ahmed Al -Rikali

Slapen in een vreemde taal

Biografie Salah Hassan

Home

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Slapen in een vreemde taal

Biografie Salah Hassan

Home

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Slapen in een vreemde taal

Biografie Salah Hassan

Home