|
Als we naar de hiervoor
beschreven effecten kijken van runningtherapie is het niet
vreemd dat deze vorm van therapie juist in de psychiatrie
voor verrassende resultaten kan zorgen, maar hoe werkt dit
nu? Een kreet die in de literatuur nogal eens genoemd wordt
is die van de "aangeleerde hulpeloosheid", hieronder
een korte uitleg; Deze theorie (Seligman, 1975) gaat er vanuit
dat een depressie kan ontstaan door steeds weer aan zichzelf
wijten van tegen-slagen in het leven. En als het een keer
meezit, ligt dit niet aan de persoon zelf maar aan externe
factoren.
Men ervaart een gevoel van
machteloosheid, niet in staat zijn invloed uit te oefenen
in bepaalde situaties en persoonlijke hulpeloosheid. Persoonlijke
hulpeloosheid treedt op als de persoon denkt oplosbare problemen
niet te kunnen oplossen, universele hulpeloosheid treedt op
als men denkt dat niemand in staat is bestaande problemen
op te lossen. Persoonlijke hulpeloosheid zal leiden tot een
verlaging van de zelfwaardering, in tegenstelling tot universele
hulpeloosheid. Om bovenstaande situatie te verbeteren moet
de zelfwaardering omhoog, een invalshoek is de waardering
van het eigen lichaam te herstellen en te verhogen. Veel psychiatrische
cliënten hebben niet alleen te kampen met psychische
problemen maar ook het gevoel lichamelijk niet gezond te zijn.
Een verbeterde lichamelijke fitheid kan een bijdrage leveren
aan een algeheel gevoel van welbevinden.
Als begeleider geef je de cliënten
veel complimenten en laat hen de vooruitgang zien, verder
zal een cliënt in een groep veel lotgenoten tegenkomen
wat stimulerend werkt.Wat verder blijkt uit een onderzoek
van Heaps (1978) is dat de beoordeling van de eigen lichamelijke
fitheid afhankelijk is van de verkregen feedback. Hij gebruikte
twee soorten feedback, namelijk feedback via sociale vergelijking
en feedback via objectieve meting. In zijn onderzoek moesten
proefpersonen in 12 minuten een zo groot mogelijke afstand
afleggen. Hierbij werd men vergezeld door een medewerker van
de onder-zoeker, dit was in werkelijkheid een goede atleet,
bij proefper-sonen liep de atleet achter de proefpersoon,
en merkte na afloop op dat hij moeite had om het tempo te
volgen en dat de proefpersoon dus een goede conditie moest
hebben. Bij een andere groep proefpersonen liep de atleet
ver vooruit en maakte na afloop de opmerking dat de proefpersoon
een slechte conditie had.
Ook de objectieve werden gemanipuleerd,
van iedere proefpersoon werd tijdens de test een ECG gemaakt,
na afloop werd men geïnformeerd over zijn conditie, onafhankelijk
van de werkelijke conditie werd meedegedeeld of de conditie
goed of slecht was. Het bleek dat proefpersonen zich erg fit
voelden bij positieve sociale en "hoge" objectieve
feedback minder fit bij nega-tieve feedback, ongeacht de werkelijke
conditie. Hieruit blijkt dat een lichamelijk fitheidgevoel
een subjectief gegeven is wat van buiten af te beïnvloeden
is, verondersteld wordt dat de zelfwaardering beïnvloed
wordt door veranderingen in de subjectieve lichamelijke fitheid.
Ook kunnen we een link leggen met de persoonlijke effectiviteittheorie
van Bandura, die benadrukt dat verwachtingen die iemand heeft
gedragsveranderingen kunnen medieren, en het hardlopen als
therapeutische interventie bij depressieve cliënten.
Kent stelt dat de zelfwaardering beïnvloed wordt door
veranderingen in de subjectieve lichamelijke fitheid.
De opbouw van runningtherapie
verloopt systematisch en kent naast het hardlopen geen andere
activiteiten die een specifiek therapeutisch doel hebben.
Er wordt tijdens het hardlopen
wel gesproken, maar alleen over problemen die direct betrekking
op het hardlopen hebben, en tevens kan door middel van praten
de vermoeidheid van de cliënt geobserveerd worden. Hardlopen
is een uitstekende manier voor cliënten om een beter
contact met hun lichaam en gevoelsleven te verkrijgen en het
gevoel van eigenwaarde te vergroten, bekend is de positieve
werking van lopen bij mensen met stemmingsstoornissen.
Bij de psychologische MMPI-score blijkt dat cliënten
die zijn gaan hardlopen lager scoren op de schalen hypochondrie,
psychastenie, angst en depressie. R.A. Dienstbier e.a. toonden
een verband tussen hardlopen en een verhoogde stresstolerantie
alsmede een verlaagde stresservaring aan, M.S. Barhke en W.P.
Morgan deden onderzoek waaruit blijkt dat een angstreductie
optreedt bij hardlopers. Redacteuren M.H. Sacks en M.L. Sacks
hebben artikelen gebundeld die aangeven die door hardlopen
verschuivingen in het fysiologisch en psychologisch functioneren
optreden die voor langere termijn positieve gevolgen hebben
voor het welbevinden en de gezondheid. Er zijn nog veel meer
artikelen beschikbaar over runningtherapie maar het lijkt
mij niet nodig om nog dieper in te gaan op alle achtergronden,
een duidelijk beeld is hier mee geschetst.
|