|
Als men het voorgaande
leest krijgt men ook al een idee over de belangrijkste aandachtspunten
van een runningtherapeut. Als voornaamste taak zie ik het
ondersteunen van de clientengroep tijdens de runningtherapie,
en het zoveel mogelijk voorkomen van negatieve ervaringen
zoals vermoeidheid en pijn. Tijdens de runningtherapie is
de relatie tussen therapeut en cliënt gelijkwaardig,
men ervaart dezelfde beleving aan het hardlopen, men loopt
samen in een trainingspak te zweten, weer of geen weer.
De runningtherapeut moet ervaring hebben met psychiatrische
cliënten, kennis hebben van het begeleiden van loopgroepen,
kennis van medicatie, kennis van anatomie en fysiologie, kennis
van groepsdynamische aspecten en kennis van psychiatrische
ziektebeelden.
Een zeer belangrijke kwaliteit is het vermogen tot stimuleren
van cliënten, vooral het opstarten van de runningtherapie
is voor cliënten vaak moeilijk, daarom moet de runningtherapeut
cliënten regelmatig voorlichten en stimuleren. Deze voorlichting
gebeurt groepsgewijs, schriftelijk of via een intake bij aanmelding.
Het verschil met een "gewone" loopgroep is dat cliënten
het hardlopen eerder dan therapie ervaren, het is onderdeel
van het dagprogramma, het is verplicht dit betekend voor de
runningtherapeut dat hij een duidelijke rol moet aannemen.
Een ander belangrijk aspect is dat de runningtherapeut goed
moet kunnen differentieren, met andere woorden het hardloopprogramma
op het individu kunnen afstemmen, want in de praktijk blijkt
het niveau van de cliënten erg verschillend. Ook is het
voor de runningtherapeut erg belangrijk om cliënten goed
in de gaten te houden die veel moeite hebben met hun grenzen,
in de praktijk blijkt dat vooral vrouwen hier in toenemende
mate steeds meer moeite mee hebben. Hoe dit komt is moeilijk
eenvoudig te verklaren, met deze cliënten werken kost
veel energie maar meestal lukt het na verloop van tijd wel
om de energie beter te verdelen, een hulpmiddel wat ik hier
regelmatig bij gebruik is de hartslagmeter om cliënten
een onafhankelijke parameter te geven.
Een ander probleem zijn de cliënten die hun lichaam totaal
niet voelen, hun lichaam ontkennen of zich tijdens het hardlopen
alleen maar willen afreageren. Deze cliënten behoeven
veel extra aandacht en soms is een extra gesprek met de runningtherapeut
of een behandelaar nodig om de voortgang te garanderen of
de runningtherapie te stoppen (b.v. in het geval van constante
herbelevingen).
De communicatieve bekwaamheden van de runningtherapeut zijn
dus belangrijk zowel naar cliënten als behandelteam toe,
ik denk hierbij aan: luisteren, observeren, corrigeren, motiveren,
begrip hebben voor problemen, handelend optreden bij blessures,
jezelf zijn, loopstijl kunnen verbeteren, zelf voordoen/meedoen,
omgaan met verschillen tussen cliënten en omgaan met
het begrip presteren.
De stijl van het leiding geven aan cliënten is het best
te omschrijven als sociaal geïntegreerd begeleiden, kenmerkend
voor deze manier van begeleiden zijn: begripvol, rustig en
geduldig, optimistisch en vriendelijk.
De inhoud van de runningtherapie
sessie is in drie fasen verdeeld:
Eerste fase:
Aan de eerste fase (warming-up) kan elke cliënt centraal
meedoen.
Eerst wordt er in een rustig tempo warmgelopen en door sommige
cliënten warm gewandeld afgewisseld met rekoefeningen.
Daarna worden er gezamenlijk loopschooloefeningen gedaan de
warmingup wordt afgesloten met een aantal korte versnellingsloopjes.
De warmingup duurt ongeveer 30 minuten en is bedoeld om warm
te worden en op een zo optimaal mogelijke loopstijl te krijgen.
Tweede fase:
De tweede fase volgt vrijwel direct op de eerste.
De korte pauze is er om cliënten de opdracht goed uit
te leggen en de cliënten de cliënten tijd te geven
zich voor te bereiden op het loopprogramma. De te lopen afstanden
en de intensiteit van het programma zijn per cliënt verschillend.
Het programma wordt voor de cliënt samengesteld op basis
van aanleg, vermogen, trainingsmotivatie en persoonlijk doelstelling.
In de praktijk betekent dit dat hardlopen wordt afgewisseld
met wandelen of rust, in het begin veel wandelen en na verloop
van tijd steeds meer hardlopen, de tweede fase duurt ongeveer
30 minuten, de runningtherapeut let er goed op dat cliënten
een ontspannen en rustig tempo lopen en grijpt in als cliënten
te snel lopen.
Derde fase:
Meestal wordt er in deze fase ongeveer 10 minuten rustig gewandeld
om het lichaam van de cliënten weer rustig te hebben
voor er wordt terug gegaan naar de afdeling. Bij gevorderde
groepen wordt er in een rustig tempo "uitgelopen",
maar het laatste stuk altijd gewandeld.
|