Algemene info
Doelstelling Stichting
Interview Mik Borsten
Bestuur stichting
Comite van aanbeveling

Runningtherapie
Wat is runningtherapie
Effecten runningtherapie
Gedachten over de
therapie
Wat doet de runningtherapeut
Anti-depressief hardlopen
Voor wie is deze therapie
waarom meer bewegen
Psychiatrisch ziekenhuis
Hardloopprogramma
Hartslagmeter

Projecten
Fitness
Marathon Berlijn 2002
Marathon Terschelling 2003

Trans Holland Triatlon
Algemene informatie 2004
General information in English
Het parcours
Inschrijven
Trans Holland Triatlon 2002

 

 

Wat doet de runningtherapeut

Als men het voorgaande leest krijgt men ook al een idee over de belangrijkste aandachtspunten van een runningtherapeut. Als voornaamste taak zie ik het ondersteunen van de clientengroep tijdens de runningtherapie, en het zoveel mogelijk voorkomen van negatieve ervaringen zoals vermoeidheid en pijn. Tijdens de runningtherapie is de relatie tussen therapeut en cliënt gelijkwaardig, men ervaart dezelfde beleving aan het hardlopen, men loopt samen in een trainingspak te zweten, weer of geen weer.

De runningtherapeut moet ervaring hebben met psychiatrische cliënten, kennis hebben van het begeleiden van loopgroepen, kennis van medicatie, kennis van anatomie en fysiologie, kennis van groepsdynamische aspecten en kennis van psychiatrische ziektebeelden.

Een zeer belangrijke kwaliteit is het vermogen tot stimuleren van cliënten, vooral het opstarten van de runningtherapie is voor cliënten vaak moeilijk, daarom moet de runningtherapeut cliënten regelmatig voorlichten en stimuleren. Deze voorlichting gebeurt groepsgewijs, schriftelijk of via een intake bij aanmelding. Het verschil met een "gewone" loopgroep is dat cliënten het hardlopen eerder dan therapie ervaren, het is onderdeel van het dagprogramma, het is verplicht dit betekend voor de runningtherapeut dat hij een duidelijke rol moet aannemen.

Een ander belangrijk aspect is dat de runningtherapeut goed moet kunnen differentieren, met andere woorden het hardloopprogramma op het individu kunnen afstemmen, want in de praktijk blijkt het niveau van de cliënten erg verschillend. Ook is het voor de runningtherapeut erg belangrijk om cliënten goed in de gaten te houden die veel moeite hebben met hun grenzen, in de praktijk blijkt dat vooral vrouwen hier in toenemende mate steeds meer moeite mee hebben. Hoe dit komt is moeilijk eenvoudig te verklaren, met deze cliënten werken kost veel energie maar meestal lukt het na verloop van tijd wel om de energie beter te verdelen, een hulpmiddel wat ik hier regelmatig bij gebruik is de hartslagmeter om cliënten een onafhankelijke parameter te geven.

Een ander probleem zijn de cliënten die hun lichaam totaal niet voelen, hun lichaam ontkennen of zich tijdens het hardlopen alleen maar willen afreageren. Deze cliënten behoeven veel extra aandacht en soms is een extra gesprek met de runningtherapeut of een behandelaar nodig om de voortgang te garanderen of de runningtherapie te stoppen (b.v. in het geval van constante herbelevingen).
De communicatieve bekwaamheden van de runningtherapeut zijn dus belangrijk zowel naar cliënten als behandelteam toe, ik denk hierbij aan: luisteren, observeren, corrigeren, motiveren, begrip hebben voor problemen, handelend optreden bij blessures, jezelf zijn, loopstijl kunnen verbeteren, zelf voordoen/meedoen, omgaan met verschillen tussen cliënten en omgaan met het begrip presteren.
De stijl van het leiding geven aan cliënten is het best te omschrijven als sociaal geïntegreerd begeleiden, kenmerkend voor deze manier van begeleiden zijn: begripvol, rustig en geduldig, optimistisch en vriendelijk.

De inhoud van de runningtherapie sessie is in drie fasen verdeeld:

Eerste fase:
Aan de eerste fase (warming-up) kan elke cliënt centraal meedoen.
Eerst wordt er in een rustig tempo warmgelopen en door sommige cliënten warm gewandeld afgewisseld met rekoefeningen. Daarna worden er gezamenlijk loopschooloefeningen gedaan de warmingup wordt afgesloten met een aantal korte versnellingsloopjes. De warmingup duurt ongeveer 30 minuten en is bedoeld om warm te worden en op een zo optimaal mogelijke loopstijl te krijgen.

Tweede fase:
De tweede fase volgt vrijwel direct op de eerste.
De korte pauze is er om cliënten de opdracht goed uit te leggen en de cliënten de cliënten tijd te geven zich voor te bereiden op het loopprogramma. De te lopen afstanden en de intensiteit van het programma zijn per cliënt verschillend. Het programma wordt voor de cliënt samengesteld op basis van aanleg, vermogen, trainingsmotivatie en persoonlijk doelstelling. In de praktijk betekent dit dat hardlopen wordt afgewisseld met wandelen of rust, in het begin veel wandelen en na verloop van tijd steeds meer hardlopen, de tweede fase duurt ongeveer 30 minuten, de runningtherapeut let er goed op dat cliënten een ontspannen en rustig tempo lopen en grijpt in als cliënten te snel lopen.

Derde fase:
Meestal wordt er in deze fase ongeveer 10 minuten rustig gewandeld om het lichaam van de cliënten weer rustig te hebben voor er wordt terug gegaan naar de afdeling. Bij gevorderde groepen wordt er in een rustig tempo "uitgelopen", maar het laatste stuk altijd gewandeld.

{Inhoudvandepagina}