Informatie Verstandelijke Handicaps
Prader Willi Syndroom: het gedrag
Na de geboorte is een baby met Prader Willi syndroom (PWS) slap. De baby huilt niet goed
door en heeft onvoldoende kracht om te zuigen. De groei blijft achter en er is vaak een
ziekenhuisopname nodig.
Vanaf een of twee maanden verbetert de spierspanning en gaat de ontwikkeling beter
verlopen. Het wordt een normaal reagerende, aanhankelijke en tevreden baby.
Gedragsproblemen door drang naar voedsel
Na het derde tot vijfde jaar ontstaan er gedragsproblemen als driftbuien, agressieve
uitbarstingen, dwangmatig gedrag; neiging tot dwarsliggen, tegenspreken, starheid,
manipuleren, bezitterigheid, koppigheid; vasthoudendheid, stelen en liegen. Er ontstaat
een zeer grote eetlust met een dwangmatig zoeken naar en obsessie voor voedsel. Voedsel
zal achter slot en grendel moeten! Veel gedragsproblemen ontstaan naar aanleiding van
strijd om (niet mogen) eten, maar kunnen ook spontaan optreden. Het is belangrijk om
hiermee rekening te houden bij
opvoeding en onderwijs .
Ontwikkeling motoriek en spraak
De ontwikkeling van de motoriek loopt traag (zitten rond 12 maanden en lopen meestal
pas na 1½-2e jaar). De aanvankelijk zeer trage spraakontwikkeling leidt vaak tot
frustraties, omdat het begripsvermogen zich sneller ontwikkelt dan de expressieve
vaardigheden (zoals spreken). Dit kan leiden tot onderwaarderen van het verstandelijk
niveau van functioneren.
Afhankelijk van de oorzaak van PWS is er een verschil in de mate van ontwikkeling van
de taal. Wanneer de oorzaak is gelegen in een uniparentele maternale disomie
(zie Oorzaak)
is het taalniveau beduidend beter, dan wanneer er sprake is van een deletie van een
stukje van chromosoon 15 (15q11-13),
Copyright © 2003 W. Braam, AVG
's Heeren Loo Midden-Nederland, regio Zuid-Veluwe
10-01-2003