Genetisch bepaalde stoornis in de aanmaak van cholesterol waardoor een algehele achterstand
in de groei ontstaat met tevens karakteristieke uiterlijke kenmerken en
een matige tot (zeer) ernstige verstandelijke beperking.
Kenmerken:
1. Te klein hoofd bij geboorte, daarna blijvende achterstand in de groei van het hoofd (microcefalie)
2. Voedingsproblemen na de geboorte, waardoor vaak sondevoeding noodzakelijk is
3. Afwijkende cholesterolwaarden in het bloed
cholesterol te laag
7 dehydrocholesterol sterk verhoogd
8 dehydrocholesterol sterk verhoogd
4. Diverse gelaatskenmerken:
hoog voorhoofd
laaghangende oogleden (ptosis)
buitenkant oogspleet neerwaards gericht
neusgaten naar voren gericht ('stopcontact neus')
verhemeltespleet (palato schizis)
hoogstaand verhemelte
kleine tong
kleine onderkaak
volle lippen
laagstaande oren
5. Afwijkingen van de geslachtsorganen
opening plasbuis op afwijkende plaats van de penis
geslacht soms moeilijk herkenbaar als jongen of meisje
Oorzaak: cholesterol tekort
De oorzaak is een aangeboren afwijking in de vorming van cholesterol. Bij het Smith Lemli
Opitz syndroom is de laatste stap in de vorming van cholesterol geblokkeerd door een tekort
aan het enzym dat nodig is voor het maken van de laatste stap in de aanmaak van cholesterol.
Dit enzym heet 7 dehydrocholesterol reductase.
Inmiddels is ontdekt dat een verandering (mutatie) in een gen (het DHCR7 gen) op chromosoom
11q12-13 verantwoordelijk is voor het enzymtekort.
Het gevolg van dit enzymtekort is een tekort aan cholesterol in het bloed en de weefsels
en een hoog gehalte aan de direkte voorloper van cholesterol, het 7 dehydrocholesterol,
de stof die eigenlijk omgezet had moeten worden in cholesterol. Door het cholesterol tekort
onstaan reeds voor de geboorte diverse aangeboren afwijkingen.
Erfelijkheid Het Smith Lemli Opitz is een recessief erfelijke aandoening. Dat betekent dat als
een kind met het Smith Lemli Opitz syndroom geboren wordt, hij of zij op
beide chromosomen nummer 11 een afwijkend DHCR7 gen moet hebben.
Dat betekent dus tevens dat dit kind zowel
van vader als van moeder het afwijkende gen heeft gekregen. Zowel vader als moeder moeten
dus drager zijn.
Bij dit soort recessief erfelijke aandoeningen is de herhalingskans bij een volgende
zwangerschap 25%. De kans dat het kind alleen maar drager is, is 50%.
Eén op de 120 mensen in Europa en de USA is drager van een afwijkend DHCR7 gen.
Bij Aziaten en Afrikanen komt dragerschap minder vaak voor.
Als je drager bent, is je kans 1 : 120 dat je een partner zal treffen die ook drager
is van een afwijkend DHCR7 gen.
Of iemand drager is van een een afwijkend DHCR7 gen, is tegenwoordig vast te stellen.
Dit onderzoek wordt alleen gedaan wanneer er in de familie iemand is geboren met het Smith
Lemli Opitz syndroom. In dat geval is ook is vroeg in een volgende de zwangerschap vast te
stellen of de zich ontwikkelende vrucht de ziekte wel of niet heeft.
Voorkomen:
Het Smith Lemli Opitz syndroom komt bij 1 : 30.000 levendgeborenen voor. Opgegeven cijfers
variëren tussen 1:10.000 en 1:60.000. Waarschijnlijk zijn veel gevallen niet ontdekt.
Mogelijk is het aantal miskramen wat groter wanneer beide partners deze genmutatie hebben.
Hoewel de aandoening bij jongens even vaak moet voorkomen als bij meisjes, wordt de
diagnose toch vaker bij jongens gesteld. Dit komt waarschijnlijk doordat de onderontwikkeling
van de penis bij jongens meteen na de geboorte opvalt, terwijl er bij meisjes niet een
vergelijkbaar opvallend kenmerk aanwezig is.
Ontwikkeling en gedrag: Er bestaat een grote mate van variatie tussen de verschillende kinderen met het
Smith Lemli Opitz syndroom op het
gebied van de verstandelijke ontwikkeling.
De meerderheid heeft een matige tot
ernstige verstandelijke beperking met achterstand van de spraakontwikkeling.
Maar er zijn ook kinderen met een (vrij) normale
ontwikkeling, die pas herkend werden door onderzoek in de familie naar aanleiding van
het bij een ander familielid vinden van het Smith Lemli Opitz syndroom.
Er is geen verband gevonden tussen het cholesterolgehalte van het bloed en de mate van
achterstand in de ontwikkeling. In sommige onderzoek werd er wél een (geringe mate van)
relatie gevonden met de hoogte van de 7-dehydrocholesterol spiegel.
Kinderen met SLS worden vaak als autistisch beschreven. Ze hangen vaak erg aan vaste
routines en kunnen erg dwangmatig zijn. Zo moet bijvoorbeeld telkens dezelfde video of cd
draaien. Ze kunnen ook dwangmatig dezelfde bewegingen maken, zoals het ronddraaien van
voorwerpen (of zichzelf), of het zich telkens achteruit werpen in een stoel (lijkt wel wat op
'headbanging'). Ze reageren sterk op prikkels en kunnen zich meestal niet goed
concentreren (lijkt wel wat op ADHD). Ze kunnen hun emoties vaak maar moeilijk controleren,
waardoor nogals eens agressieve uitbarstingen optreden. Ook kunnen ze zich opvallend en
onaangepast lief doen tegen vreemden of zich aan hen opdringen.
Voeding
De meeste kinderen hebben problemen met de voeding. Dit is deels het gevolg van slappe spieren
waardoor er onvoldoende kracht is om te zuigen. Ook is de interesse in voedsel klein.
Daarnaast is er vaak terugkeer van voedsel vanuit de maag naar de slokdarm (reflux) met
neiging tot overgeven. De reflux laat zich vaak moeilijk met medicijnen behandelen, waardoor
een operatieve behandeling nodig kan zijn. Op jonge leeftijd is vaak ook (tijdelijk) voeding
via een sonde nodig. Voedingsproblemen kunnen overigens ook samenhangen met de aanwezigheid
van een open gehemelte (schizis).
Door een aanpassing van het dieet kan het tekort aan cholesterol gedeeltelijk worden aangevuld.
Dit dient in overleg met een dietiste te worden samengesteld. Door normalisering van de
hoeveelheid cholesterol wordt de achterstand in groei en ontwikkeling voor een gedeelte
beperkt. Het kan ook een gunstige invloed hebben op de stelling en de mate van overgevoeligheid
voor zonlicht beperken.
Slaapproblemen Slaapproblemen komen bij jonge kinderen met het Smith Lemli Opitz syndroom zeer vaak voor.
Hoewel ze als baby erg veel slapen, neemt de slaapbehoefte al snel af. Twee op de drie peuters
met deze aandoening kunnen vaak maar 4 uren per nacht of minder slapen. Daarbij is zowel het
in slaap vallen een probleem, als het 's nachts frekwent wakker worden. Slaapmiddelen
hebben doorgaans weinig effect. Gelukkig neemt de slaapbehoefte met het ouder worden
langzaam weer toe. Dat neemt niet weg dat de slaapproblemen zolang ze er zijn voor de ouders
een groot probleem vormen. Momenteel wordt er
onderzoek
gedaan naar de oorzaak van de
slaapproblemen bij kinderen met het Smith Lemli Opitz syndroom.
Ziekten die relatief vaak voorkomen (Co-morbiditeit):