Home Syndromen meer over Rett syndroom Problemen Algemene linkpagina
Rett Syndroom

Het Rett syndroom is een aangeboren ontwikkelingsstoornis van de hersenen, waardoor neurologische stoornissen en een (ernstige) verstandelijke handicap ontstaan. Het komt voor bij 1 op de 12.000 tot 18.000 meisjes.
Kenmerkend zijn:
  • normale ontwikkeling tot 6 Ó 15 maanden
  • het verdwijnen van reeds aangeleerde spraak
  • autistisch gedrag
  • stereotiepe handbewegingen
  • houterige manier van lopen
  • ernstige verstandelijke handicap
  • komt alleen bij vrouwen voor

Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van de anamnese en de gevonden verschijnselen. Hiervoor wordt een lijst met diagnostische kenmerken gebruikt van de International Rett Syndrome Association.
In 1999 is weliswaar een genmutatie (MeCP2) op het X chromosoom (Xq28) gevonden, maar deze is maar bij 75% van de meisjes met de typische verschijnselen van het Rett syndroom aangetoond. Het vinden van de specifieke genmutatie betekent overigens niet automatisch dat dan de diagnose Rett syndroom vast staat. Er zijn namelijk vrouwen met de specifieke genmutatie bekend die niet voldoen aan de klinische eisen voor Rett syndroom.

Epidemiologie
Rett syndroom komt voor bij 1:12.000 tot 1:18.000 meisjes. In Nederland worden ongeveer 15 meisjes per jaar met het syndroom geboren. Momenteel zijn er in Nederland ongeveer 150 meisjes met het syndroom bekend, maar het werkelijke aantal moet statistisch gezien rond de 500 liggen. Het is dus waarschijnlijk dat er vele tientallen vrouwen in tehuizen en inrichtingen wonen bij wie de juiste diagnose nog niet is gesteld.
Het Rett syndroom komt vrijwel uitsluitend bij meisjes voor. Men neemt aan dat mutaties in het MECP2 gen voor mannen letaal zijn omdat er bij hen geen gezond X-chromosoom tegenover staat).
Rett syndroom komt in alle etnische groepen en wereldstreken voor.

Erfelijkheid
In october 1999 werd een genmutatie (MeCP2) op het X chromosoom (Xq28) gevonden. Het is nu bij 75% van de meisjes met de typische verschijnselen van Rett syndroom aangetoong, en ook bij atypische gevallen.
Het vinden van de specifieke genmutatie betekent overigens niet automatisch dat daarmee de diagnose Rett syndroom vast staat. Deze diagnose wordt namelijk op grond van de ziekteverschijnselen gesteld. Er zijn mensen met de specifieke genmutatie bekend die niet voldoen aan de klinische eisen voor Rett syndroom.
De herhalingskans op het krijgen van een tweede kind met Rett syndroom is zeer klein, namelijk kleiner dan 0,4%. Het gaat bij 99,6% om een spontane mutatie en slechts 0,4% is familiair.

De ziekte verloopt in 4 fasen
Er is een schijnbaar normale prenatale en perinatale periode. Bij de geboorte zijn er geen afwijkingen zichtbaar. Bij de geboorte is er een normale schedelomvang.
Aanvankelijk is er een schijnbaar normale psychomotore ontwikkeling gedurende de eerste 6 ß 12 levensmaanden. Gemiddeld kunnen Rett meisjes in de 7e maand zelfstandig zitten. Een aantal leert tussen de 9e en de 24e maand los te lopen. De helft van de Rett meisjes zal overigens tot zelfstandig lopen komen.

Stadium 1. Beginfase (vanaf leeftijd Ż tot 1Ż jaar)
Deze fase duurt enkele maanden

  • aspecifieke repeterende handbewegingen kunnen voorkomen (als handenwringen)
  • verminderde interesse in speelgoed en de omgeving, afname oogcontact,
  • vertraging van de ontwikkeling
  • eerste symptomen zijn afname van de spierspanning en / of autistisch gedrag
  • afname groei van de schedel is soms al vast te stellen
De baby is wat slapper, schokkerig en heeft minder aandacht voor de omgeving. Ze beweegt minder, maar er is een overmaat aan repeterende bewegingen van de ledematen en de romp. Dit alles op zich is onvoldoende om de diagnose Rett syndroom op dat moment reeds te stellen.
Het eerste stadium kan over het hoofd worden gezien, aangezien de verschijnselen zich aanvankelijk vaak traag ontwikkelen.

Stadium 2. Snelle achteruitgang (leeftijd 1 - 4 jaar)
Deze fase duurt weken tot maanden

1. Verlies van aangeleerde, doelgerichte handelingen
Er is een verlies van aangeleerde, doelgerichte bewegingen van de handen tussen Ż en 2Ż jaar. Het in gang zetten van doelgerichte bewegingen is moeilijk. Er is een lichte tremor van de handen, die kan toenemen bij opwinding.
Als ze lopen is dat niet stabiel maar onzeker en ongeco÷rdineerd (ataxie). Ze kruipen vaak niet gewoon, maar in "combat crawl", zonder de handen te gebruiken.

2. Achteruitgang spraakvermogen
De aangeleerde spraak verdwijnt weer. Soms is de spraak beperkt tot enkele woorden.

3. Ontstaan van stereotiepe, doelloze bewegingen
Er ontstaan stereotiepe bewegingen van de handen, meestal eerst in de vorm van de hand naar de mond brengen of tegen de tong houden en nat maken. Later ook handenwringen en handenwassen bewegingen. De stereotiepe handelingen zijn afwezig tijdens de slaap. Andere stereotiepe bewegingen zijn het in de handen klappen en met de handen tikken. De stereotiepe handbewegingen vinden meestal op of boven borsthoogte plaats en kunnen in de tijd veranderen.
De handen worden vaak achter op de rug gehouden, of in de zij, met daarbij ongerichte bewegingen (iets aanraken, grijpen en weer loslaten).
Verder kunnen er ook ongeco÷rdineerde, onwillekeurige bewegingen optreden van de benen en de romp (dystonie).

4. Verandering gedrag en gedragsproblemen
Gedrag kan autisme-achtig zijn, met verlies van contact en communicatie met anderen, weinig of geen oogcontact, "kijken door je heen", snel ge´rriteerd raken, snel huilen met huil- of gil- of krijsbuien. Wanneer ze opgewonden of bang worden, kan het hele lichaam gaan beven, trillen of schudden.
Het snel geagiteerd raken wordt vaak geweten aan het onvermogen van iemand met Rett syndroom om zich te kunnen uiten. Dit kan ook de angst en onzekerheid (bij 76%) verklaren. Zelfverwondend gedrag komt bij 49% voor.

5. Gestoorde ademhaling
Een gestoorde ademhaling komt bij 86% voor. De ademhaling kan versneld zijn (hyperventilatie), met luchthappen of zuchtend. De ademhaling kan ook af en toe een poosje stoppen, waarbij de huid blauw kan verkleuren (cyanose). Ook kunnen aanvallen van transpiratie (gestoorde perifere vasomotoriek) optreden. Tijdens de slaap is de ademhaling normaal. Ademhalingsafwijkingen nemen met de jaren af.

6. Slaapstoornis
Slaap kan verstoord zijn, met nachterlijk onderbroken slaap. Vaak treden nachtelijke lachbuien op (84%). Dit neemt met het ouder worden vaak af.

7. Afname van de groei
Afname van de schedelgroei is soms al vanaf de 2e - 4e maand vast te stellen, vaak nog voordat er andere tekenen zijn.
Als gevolg van de vaak voorkomende groeivertraging blijft de lichaamslengte op volwassen leeftijd achter bij het gemiddelde. Opvallend is het achterblijven van de groei van de voeten (jarenlang dezelfde schoenmaat).
Veel meisjes lijden aan een milde tot soms ernstige mate van ondervoeding, ondanks hun ogenschijnlijke vraatzuchtige eetlust. Dit komt door slikproblemen, onvoldoende voedselinname en tegelijk een groter energieverbruik dan normaal, een niet adekwaat verbruik van voedingsstoffen en het soms optreden van gastro-oesofageale reflux.

8. Ontstaan van epilepsie
Epileptische aanvallen kunnen tussen het 2e en 4e jaar beginnen. Verschillende epilepsie vormen kunnen optreden, zoals generaliseerd tonisch-clonisch, myoclonus , partieel complex en atypisch motorische aanvallen.
Epilepsie komt vaak voor. Getallen van 78% worden hierbij genoemd. Anderen stellen dat het aantal waarschijnlijk wordt overschat, omdat de motorische onwilekeurige bewegingen soms ten onrechte als toevallen worden geduid. Daar staat tegenover dat nachtelijke toevallen vaak weer worden gemist. Video / EEG is nodig om hierover duidelijkheid te krijgen.
Epilepsie wordt op latere leeftijd iha minder ernstig.
Het effect van de medicijnen tegen epilepsie is gedurende de eerste jaren vaak matig, maar is later in het algemeen goed.

9. Lage spierspanning

Een lage spierspanning (hypotonie) treedt op tijdens het eerste jaar. Dit kan leiden tot problemen met de voeding (drinkproblemen). Meisjes met sterke hypotonie neigen later meer tot een te grote spierspanning (hypertonie en spasticiteit), wat onder andere een scoliose tot gevolg kan hebben.

10. Scoliose
Een scoliose ontstaat in driekwart van de gevallen en kan tussen 8e en 14e jaar snel toenemen. Soms is een brace of operatieve behandeling nodig. De kans op de ontwikkeling van een scoliose is groter bij meisjes die niet kunnen lopen en bij meisjes die al vroeg een lage spierspanning hebben of bij dystonie.

11. Grotere kans op botbreuken
Botbreuken komen bij meisjes met Rett syndroom vaker voor. Dit is een gevolg van kleinere hoeveelheid calcium in het bot en een lagere botdichtheid (ondanks voldoende calcium opname uit de voeding). De afgenomen botdichtheid is ernstiger bij degenen die anti-epileptica gebruiken. De berekende kans op een fractuurkans: vˇˇr het 15e jaar is de kans op een fractuur 40%.

12. Stoornis in de autonome functies
Als gevolg van afwijkingen in de basale kernen en de hersenstam kunnen er stoornissen in de autonome functies optreden. Gevolgen hiervan zijn stoornissen in de ademhaling, hartritme, slikken, perifere vasomotorische stoornissen (met name aan de benen), slaapstoornissen, stoornissen in de darmmotiliteit, speekselvorming en een stoornis in de pijnsensatie (hogere pijndrempel).

13. Overige verschijnselen:
Voedingsproblemen, obstipatie, tandenknarsen (93%), kleine en koude voeten en een onrijp geleidingssysteem in het hart.

Stadium 3. Plateau fase (leeftijd 2 - 10 jaar)
Deze fase duurt vele jaren
Apraxie, motorische beperkingen en epilepsie zijn duidelijk aanwezig, maar minder ernstig. De gedragsproblemen nemen af, er is minder snel sprake van snel ge´rriteerd zijn en er zijn minder huilbuien.
Het gedrag is wat minder autisme-achtig en er ontstaat meer interesse in de omgeving. Er is wat betere (non-verbale) communicatie mogelijk. Ze wordt wat meer alert en kan beter de aandacht bewaren.
Spierstijfheid (rigiditeit) tot spasticiteit met contractuur vorming. Er kunnen schuddende bewegingen van de romp en soms ook van de ledematen (dystonie) ontstaan met abnormale houdingen.
Veel meisjes blijven de rest van hun leven in dit stadium.

Stadium 4. Late motorische achteruitgang (leeftijd: als stadium 3 eindigt, 10 - 15 [25?] jaar)
Stadium 4. wordt wel onderverdeeld in Stadium 4A (konden tot nu toe nog lopen) en Stadium 4B (konden tevoren al niet, of niet meer, lopen)
Er is sprake van een verdere motorische achteruitgang. Meisjes die nog konden lopen kunnen dat nu meestal niet meer. De repeterende handbewegingen kunnen afnemen.
Meestal is er geen achteruitgang met betrekking tot communicatie, cognitie en doelgerichte handbewegingen. Starende blik neemt wat af.

Overige:
Puberteit treedt iha op normale leeftijd in
Behoudens ernstige ziekte of complicaties, is levensverwachting goed

Onderzoek
1. CT scan en MRI scan
Deze zijn normaal, of tonen slechts een geringe, niet-specifieke afname van de hersengrootte (corticale atrofie)
2. EEG
Er zijn specifieke afwijkingen, die echter niet kenkerkend zijn voor Rett syndroom: perioden met trage golgen en soms spikes, duidelijker tijdens slaap dan in wakende toestand. Daarnaast zijn er vaak aanvalsgewijs optredende afwijkingen die passen bij epilepsie.
Ervaren onderzoekers kunnen op basis van het EEG een onderscheid maken tussen Angelman en Rett syndroom.
3. R÷ntgenfoto voet
Verkorting metatarsale IV bij 20% vanaf het 5e jaar.
4. Liquor
Er zijn meldingen dat er in de hersenvloeistof een verhoogd gehalte aan endorfinen aanwezig zou zijn.

Pathologie
Er zijn niet-specifieke afwijkingen in het centraal zenuwstelsel met diffuse cerebrale atrofie met neuronenverlies, selectieve afname van de dendritische vertakkingen in de frontale hersenen, de motorische en de limbische cortex.
De afwijkingen in de basale kernen en hersenstam past bij de stoornissen in de autonome functies: ademhaling, hartritme, slikken, perifere vasomotor stoornissen, slaapstoornissen, darmmotoliteits stoornissen, speekselstoornis en stoornis pijnsensatie (hogere pijndrempel).

Differentiaal diagnose
Angelman syndroom en stofwisselingsziekten als de infantiele vorm van M. Batten (ceroid lipofuscinose), glutaaracidose en CDG (carbohydrate deficiŰnt glycoprotein syndroom).

Behandeling

1. Multidisciplinaire begeleiding
Multidisciplinaire benadering van de problemen (kinderarts, neuroloog, orthopedagoog, fysiotherapeut en ergotherapeut).

Fysiotherapie: is noodzakelijk om lopen te verbeteren, houding te verbeteren, balans te verbeteren, en preventief ten opzichte van het ontstaan van vergroeiingen van de gewrichten (contractuurvorming).

Ergotherapie: om doelgericht gebruik van de handen te stimuleren/bevorderen en verbeteren en om de gewone dagelijkse handeling te leren als eten en drinken, tandenborstelen etc.

Het proberen tegen te houden van de repeterende hand of arm bewegingen kan zinvol zijn. Het kan leiden tot vergroting van de aandacht en de concentratie. Tevens kan het een afname geven van agitatie en zelfbeschadigend gedrag. Periodiek gebruik van hand of elleboog spalken kan de hand bewegingen laten afnemen en een meer doelgericht bewegen van de dominante hand bevorderen.

Logopedie: is noodzakelijk, niet zozeer in verband met het leren praten, maar vooral om gebruik leren te maken van andere manieren tot communicatie.

Overige losse aandachtspunten:
Muziektherapie kan communicatie bevorderen.
Paardrijden en hydrotherapie bevorderen de balans van de romp.
Extra aandacht en zo nodig aanvulling met hoog-calorische bijvoeding, eventueel zelfs via sonde, kan nodig zijn.
Belast bewegen en extra calcium kunnen helpen (anderen betwijfelen het nut van extra calcium).
Bijhouden dagboek ivm grip krijgen op de gedragsproblemen: Het kan helpen om een gedetailleerd dagboek bij te houden met de bezigheden, gebeurtenissen en het gedrag, teneinde factoren op te sporen die agitatie kunnen veroorzaken cq verminderen.
Lichamelijke factoren moeten uitgesloten worden als oorzaak van gedragsproblemen.
Warm bad, massage, rustige muziek, rustiger omgeving, kan helpen.
Frekwent kleine maaltijden kan helpen.
Agitatie tegen bedtijd kan met medicijnen behandeld worden.
Hydrotherapie, omdat ze in warm water zich beter kunnen bewegen
Obstipatie komt vaak voor. Denk aan voldoende vochtinname, vezelrijke voeding en lichaamsbeweging. Probeer het gebruik van sterke laxeermiddelen (klysma, zetpillen) zo beperkt mogelijk te houden. Probeer liever milde zachtmakers.

2. Medicatie
Anti epileptica (carbamazepine, clonazepam, valproinezuur)
Laxeermiddelen (als lactulose)
Naltrexon (opiaat receptor-blokkeerder , verlaagt beta-endorfine spiegels , heeft positieve ionvloed op ademhalingsproblemen, aanvalsfrekwentie en gedragsproblemen , dosis 1 -2 mg/kg/dag)

Internetsites over Rett syndroom

International Rett Syndrome Association
Dit is de zeer uitgebreide site met veel informatie over Rett syndroom, levensbeschrijvingen van kinderen met Rett syndroom, nieuws over medisch onderzoek, informatie over de organisatie en veel links naar andere sites. Je kunt ook klikken op een vertaling in frans, duits, italiaans, spaans en portugees.
Ook is er informatie over de Internet discussie groep RettNet .

Rett Syndroom Netwerk Nederland
Een zeer informatieve Nederlandstalige site, ook met nieuwberichten.

Our Rett Syndrome Page
Een goede pagina die gemaakt is door een moeder met een dochter met Rett syndroom met ondermeer algemene informatie over Rett syndroom, hoe steun te krijgen, niewsbrieven van de Indiana Rett Syndrome Group, aan te raden leesvoer and videos, links naar andere sites.

How I cope with Rett Syndrome
Ook een goede pagina die gemaakt is door een andere moeder (Connie Coughlin) met een dochter met Rett syndroom met ondermeer algemene informatie over Rett syndroom en vele doorklik mogelijkhden naar andere sites.

Living with Rett Site Map
Opnieuw een goede pagina die gemaakt is door Connie Coughlin, moeder van een dochter met Rett syndroom, met ondermeer algemene informatie over Rett syndroom en vele doorklik mogelijkhden naar andere sites.

Rett Syndrome Europe
Links naar alle Rett Syndroom organisaties in Europa (diverse talen).

Rett syndrome Australia
Dit is een grote, zeer informatieve, site van de Australische Rett vereniging.

Franse Rett Vereniging
Een grote Franse site, uiteraard franstalig.

Fotogalerie
Een grote en leuke fotogalerie.

Rett Syndrome
Hier staat een opsomming van feiten over Rett syndroom van het National Institute of Neurological Disorders and Stroke. Het is een oude tekst (1996).

PedBase
Informatie vanuit de kindergeneeskunde databank (Pediatric Database). Het is een oudere tekst (1994).

Adressen:

Federatie van Ouderverenigingen (FvO)
Adres: Postbus 85276, 3508 AG Utrecht, Telefoon: 030 - 2363767, Fax: 030 - 2313054, Email: utrecht@fvo.nl , Homepage: www.fvo.nl.

Stichting Horison
Adres: Meelbeskamp 18, 1112 GW Diemen, Telefoon: 020 - 4160317, Fax: 020 - 4160315, Email: kristal@clup.tip.nl , Homepage: www.kristal.clup.tip.nl.


Tekst: W. Braam (AVG), De Hartenberg, Wekerom, 24-3-2001