Aangeboren ontwikkelingsstoornis met vaak weinig opvallende kenmerken
en een uiteenlopende begaafdheid, variërend van normaal tot een matige verstandelijke
beperking. Het syndroom kent een sterk wisselende mate van ernst van de aandoening.
Een ernstiger variant is ook wel
beschreven als het DiGeorge syndroom. Alle varianten worden ook wel samengevoegd onder de
term CATCH22 (een Engelstalige afkorting van de belangrijkste kenmerken:
Cardiac defects, Abnormal facies, Thymic hypoplasia, Cleft palate en
Hypocalcemie).
Kenmerken:
open gehemelte
spraakproblemen
hartafwijkingen (VSD, ASD, pulmonaal stenose)
laag kalkgehalte in het bloed (hypocalcemie)
onderontwikkelde zwezerik (thymus hypoplasie)
Typische gelaatskenmerken:
lang hoofd
kleine onderkaak
forse en brede neus
ogen wijd uiteen (hypertelorisme)
naar opzij schuin aflopende oogspleet
laagstaande oren
Daarnaast zijn meer dan 100 afwijkingen beschreven, waarvan in de regel een maar een
beperkt aantal tegelijk aanwezig is, zoals:
slappe spieren (hypotonie)
loopstoornissen (cerebellaire ataxie)
oogafwijkingen (scheelzien, staar)
verminderde wwerstand (gestoorde immuniteit)
Tijdens het eerste jaar zijn er frekwent voedingsproblemen met trage groei
Gedrag vertoont ADHD kenmerken
Oorzaak:
Deletie 22q11, Dominant erfelijk. In 85% van de gevallen sporadisch voorkomen, dwz spontaan
ontstaan.
Voorkomen:
Bij 1 : 4.000 van de levendgeborenen (en bij 10 - 30% van de mensen met een
gespleten verhemelte).
Niveau van functioneren:
Uiteenlopend, variërend van normaal tot een matige verstandelijke beperking.
Ziekten die relatief vaak voorkomen (Co-morbiditeit):
bovenste luchtweginfecties
geleidingsslechthorendheid
verminderde werking van de bijschildklier (hypoparathyreoïdie)
verminderde bloedstolling door tekort aan bloedplaatjes (trombocytopenie)
jongens: niet ingedaalde zaadballen (cryptorchisme)