1. Ontwikkelingen in het spirituele wereldbeeld.

1.1. Ontwikkelingen in de Psychologie

Wanneer we de ontwikkelingen in het beeld van de menselijke geest willen analyseren, dan kunnen we het beste beginnen bij de ontwikkelingen die zich voor hebben gedaan in de wereld van de psychologie. Psychologie is namelijk de wetenschap van de geest. De naam komt van de Griekse woorden psuche, dat adem, geest, levensbeginsel of ziel betekent, en logos, dat woord, leer of wetenschap betekent. Onder de geest wordt veelal verstaan: het wezenlijke niet-stoffelijke van de mens, datgene wat denkt, voelt en wil.

Psychologie is nog een jonge wetenschap. Dit niet omdat men zich vroeger niet interresseerde voor de geest van de mens, -Aristoteles (+322 v.Chr.) b.v. schreef reeds een verhandeling over de ziel-, maar deze kennis was meer filosofisch van aard en niet wetenschappelijk in die zin, dat het onderzoek systematisch en logisch was, waarbij de kennis overdraagbaar en controleerbaar was en waarbij de onderzoeker streefde naar objectiviteit. De eerste wetenschappelijke proeven met de geest werden pas in het begin van deze eeuw gedaan door Wilhelm Wundt uit Leipzig (+1920). Hij onderzocht o.a. de invloed van kleuren en geluiden op het geheugen, denkproces en associatievorming. Rond die tijd kreeg de psychologie het karakter van medische biologie, waarbij men ervan uitgaat dat het gedrag van de mens wordt beïnvloed door lichamelijke elementen, zoals erfelijkheid en neurologische-biochemische faktoren. De wegen waarlangs het denken over de menselijke geest zich sindsdien heeft ontwikkelt kunnen we als volgt rangschikken:

1. Diepte-psychologie. (ca. 1910; Freud, Jung: psycho-analyse)

Onderzoek van het onbewuste. De mens wordt gevormd door zijn verleden. (opvoeding,jeugdtrauma's,driften,culturele taboes)

2. Gedrags-psychologie. (ca. 1920; Watson, Skinner, Ellis)

De mens als denkende machine. De mens wordt gevormd door leerprocessen (associatievorming, straf, beloning)

3. Groei-psychologie. (ca.1950; Roger, Maslov, Jung:individuatie) 'Groeien' is een belangrijk aspect van de mens. Hij wordt door het heden gevormd/beïnvloed (eigen wil, verantwoordelijkheid, actuele ervaringen).

4. Transpersoonlijke-psychologie. (ca.1980; Assagioli, Wilber). De mens heeft in zich een (verborgen) dimensie, die streeft naar de oorspronkelijke Eenheid. (liefde, vreugde, schoonheid, bewustzijnsverruiming)

In deze ontwikkeling hebben Carl Gustav Jung en Roberto Assagioli een dominante rol gespeeld. Aan deze twee mensen wil ik daarom een apart hoofdstuk wijden.

1.2. Psycho-analyse van Carl Gustav Jung.

Jung (+1961) heeft een doorslaggevende invloed gehad op de ontwikkeling van het model van de menselijke psyche. Als leerling van Freud waren zijn denkbeelden aanvankelijk gebaseerd op de diepte-psychologie, waarbij het onderzoek zich richtte op het onderbewuste deel van de menselijke geest. Dat model was nog tamelijk eenvoudig. Het leven werd via het onderbewustzijn door twee basisdriften beïnvloed: de levensdrift en de doodsdrift. Seks en agressie waren daar de belangrijkste representanten van. Jung ontwikkelde dit model verder uit tot zijn psycho-analyse. De belangrijkste aanvullingen op het model van Freud kwamen op het volgende neer. De verbinding van het bewustzijn met de buitenwereld verloopt niet rechtstreeks, maar via het Personamasker, ons ego. Er werd een nieuw gebied gedefinieerd, het (collectieve) onbewuste, dat een sterke invloed heeft op het personamasker.

Het is in feite het ruwe materiaal van het onbewuste dat, in wisselwerking met onze levenservaring, de bron vormt van waaruit ons bewuste verstand en onze persoonlijkheid voortvloeien en tot rijping komen. Van jongs af aan wordt volgens Jung het onbewuste gevoed met dingen welke we afkeuren, omdat ze niet passen bij de persoonlijkheid die we wensen op te bouwen. Op deze wijze wordt het onbewuste gevuld met allerlei afgewezen verborgen eigenschappen en verdrongen complexen, wat door Jung onze 'schaduw' wordt genoemd. Juist omdat we met volle energie deze dingen hebben weggestopt zijn we hierop (vaak onbewust) bijzonder alert en vallen deze eigenschappen gemakkelijk op bij de ander. Dit wordt projectie genoemd. We zouden kunnen zeggen, dat in dit model het onbewuste het (nog) niet geleefde leven bevat, waarin veel jeugdige energie ligt opgeslagen. Iedereen heeft een schaduw. Deze bevat niet alleen negatieve zaken, maar ook de nog niet ontwikkelde kanten van onszelf. Volgens Jung is het heilzaam onze schaduw te leren kennen en te accepteren. Dit wordt door hem het individuatieproces genoemd. Bij dit proces groeit ons bewustzijn en neemt de neiging om te (ver)oordelen af. Onze integriteit neemt toe. Dit komt omdat we de eigenschappen welke wij zo zeer bewonderen of verafschuwen in de ander, juist vaak aanwezig blijken te zijn in onze eigen schaduw.

1.2.1. Religie vanuit Jungiaans perspectief.

De ontwikkeling van het geestelijke model van de mens is niet los te koppelen van de religie. Vandaar een paragraaf welke gewijd is aan deze koppeling in relatie met Jung.

Jung gaat er vanuit dat het kwaad een vast gegeven van het leven is, welke onlosmakelijk verbonden is met het beste in de mens als een soort innerlijke polariteit. Hij ziet als de voornaamste taak van de religie dat ze de schaduw definieert. Zij zet de wereld van de duisternis tegenover die van het licht en schrijft zo de mens voor hoe hij zich dient te gedragen. Ook in God wordt deze polariteit gezien. De jungiaanse schrijvers van het boek 'Ontmoeting met je schaduw', Zweig en Abrams melden o.a. deze duistere en wraakzuchtige kant en vinden de New -Age beweging alleen al verdacht omdat zij deze duistere kant niet erkent1. Zij verwijten het christendom dat ze niet altijd recht heeft gedaan aan deze Goddelijke duisternis2. Dat heeft gevolgen voor de moraal, zeggen zij, want wie streeft naar volmaaktheid en zuiverheid, moet wel weten wat deze inhouden. Zij vinden het verwerpelijk dat christenen hun uiterste best doen te leven naar de maatstaven van een God die bestaat uit zuiver licht, omdat ze daardoor niet de duisternis in zich kunnen hanteren. Jung vindt dat het christendom ingeslapen is en verzuimd heeft in de loop der eeuwen aan zijn 'mythe' verder te bouwen3. Hij ziet een verlichte goeroe als een ziel die van zijn ego is onthecht, zonder dat er sprake is van een verbondenheid met iets hogers4. Voor het uitwerken van onze schaduw wordt meditatie een als noodzakelijk onderdeel gezien, omdat daardoor het persoonlijke onderdrukte kwaad naar boven komt, waardoor het hanteerbaar en getransformeerd kan worden, hoewel volgens Jung hiermee het kwaad niet uit de wereld kan worden geholpen. We moeten er mee leren omgaan, want 'het wil meeleven'. Volgens de Jungiaan William Carl Eichman heeft redeneren met de schaduw dan ook geen zin. Wat volgens hem wel werkt zijn rituelen, reinigingsoefeningen, healing, machtsvoorwerpen die je beschermen en bepaalde meditatieve- en aardingsoefeningen, mits ze op de juiste wijze, plaats en tijdstip worden gedaan. Een diepere zingeving kan deze schrijver zelf hierin echter niet vinden. Hij zegt: "Er zijn geen begrijpelijke antwoorden, het leven heeft geen voor ons begrijpelijk doel. De beoefenaar heeft geen andere keuze dan zich over te geven. Hierin staat ieder van ons alleen5."

1.2.2. Grenzen van het individuatieproces.

Individuatie heeft volgens Jung als doel licht en duisternis beide te erkennen en zodoende een opbouwende relatie in het leven te roepen tussen het ego en onze ware zelf, een proces waarbij iemand zichzelf en uniek wordt. Jung: De moderne mens moet een diepere bron in zijn eigen spirituele leven ontdekken. Om dat te bereiken is hij verplicht te worstelen met het kwaad, zijn eigen schaduw onder ogen te zien en op die manier de duivel te integreren. Hij heeft geen andere keus6.

De therapeut Adolf Guggenbühl-Craig, een aanhanger van Jung, zegt dat één van de moeilijkste opdrachten waarvoor we ons bij het individuatieproces gesteld zien is dat we verdriet en vreugde, pijn en genot, Gods woede en genade moeten leren aanvaarden7. Het is opvallend overigens, dat hij zelf de resultaten binnen zijn vakgebied onbevredigend vindt, welke criteria hij hierbij ook hanteert. De tragische kant van het beroep als therapeut is volgens hem, dat hoe groter en ruimer het bewustzijn is geworden, hoe meer ook het onbewuste toeneemt. Met het daarmee verbonden probleem in de valkuil van je eigen schaduw te vallen. Praktisch gesproken betekent dit dat, als iemand aan zijn individuatie werkt, hij af en toe rechtstreeks vanuit zijn onbewuste handelt. Dit geldt ook voor de therapeut die beroepsmatig handelt. Maar handelen vanuit het onbewuste betekent ook dat men steeds opnieuw belandt in de eigen schaduw. De arts wordt zodoende een kwakzalver, de geestelijke een huichelaar/valse profeet en de psycho-therapeut een valse profeet en een kwakzalver tegelijkertijd. Dit overigens zonder dat hij zich daarvan bewust is en ondanks het feit dat hij er dag en nacht aan werkt om bewuster te worden!8.

Individuatie lijkt voor de geestelijke problemen geen echte oplossingen te bieden. Voorbeelden welke genoemd worden zijn:

- De meest lage karaktertrekken van jezelf leren kennen en liefhebben9.

- De taak van de therapeut is de cliënt te laten inzien dat hij liegt als hij zegt dat hij goed wil zijn; hij wil slecht zijn10!

- In onze neuroses en ziektes liggen onbewuste waarden en patronen ingebed die essentieel zijn voor onze heelheid. Willen we hun betekenis ontdekken, dan moeten we een verbond sluiten met onze ziektes. We moeten ze een handje helpen11.

De laat Jungiaanse Liliane Frey-Rohn heeft een al wat verlichtere opstelling. Zij zegt dat tegenstellingen als goed en kwaad volgens de wetten van de logica niet met elkaar zijn te verzoenen. Je kunt dit alleen bereiken door deze te 'overstijgen' dat wil zeggen het probleem op te tillen naar een hoger niveau waar de tegenstelling zich oplost. Als het iemand lukt zich te ontdoen van de identificatie met een bepaalde tegenstelling, zegt zij, ziet hij vaak tot zijn verbazing dat de natuur tussenbeide komt, om hem te helpen. Hoe meer hij bereid is zijn ego-wil op te offeren, des te beter zijn de kansen om emotioneel gegrepen te worden door iets groters dan hijzelf. Dan ervaart hij een innerlijke bevrijding van 'goed en kwaad'. De bewuste persoonlijkheid en de 'innerlijke tegenstander' blijken beide getransformeerd te zijn. Het kwaad kan zo uiteindelijk een middel blijken te zijn tot genezing, een middel dat het individu verzoent met de centrale kern van zijn wezen, het Zelf, het beeld van de Godheid. Wie een dergelijke verzoeningspoging onderneemt, staat open voor het creatieve en ervaart de spanning van de tegendelen op een positieve manier12.

1.3. De Transpersoonlijke psychologie.

1.3.1. Psycho-analyse van Roberto Assagioli

Een belangrijke beperking van het model van Jung wordt door Assagioli ingevuld. Hij ontdekte dat er naast het onbewuste en het onderbewuste nog een gebied bestaat: het bovenbewuste. Dit gebied kent een hoogste punt, via welke de menselijke geest verbonden is met een hogere dimensie, van waaruit voortdurend beïnvloeding plaatsvindt door middel van ideeën, intuïtie, beelden e.d., waardoor er niet zo'n uitzichtloze situatie hoeft te ontstaan als bij het model van Jung. Assagioli kent eveneens het gebied van het collectieve onderbewustzijn. Was dit gebied bij Jung nog voornamelijk een opslagplaats van de schaduw en via de archetypen een koppeling met ons cultureel erfgoed, bij Assagioli krijgt het een belangrijke extra functie, namelijk de onbewuste inwerking van de buitenwereld op ons gehele psychische systeem via deze weg. Hij noemt het spirituele proces, waarbij de mens zijn veld van bewustzijn verruimt tot in het gebied van het boven- en onderbewuste de Transpersoonlijke Ontwikkeling. Hierbij klimt het centrum van ons bewustzijn op tot het hogere Zelf, het genoemde hoogste punt van het bovenbewustzijn, met als uiteindelijk doel de versmelting ermee. Hiermee komt dit model dicht in de buurt van diverse religies en de New-Age beweging, waarin je voor deze hogere Zelf terminologie tegenkomt als de Christus, de Boeddhanatuur, de Godsvonk, de Goddelijke kern e.d.

Assagioli noemt evenals Jung als belangrijkste weg van de Transpersoonlijke Ontwikkeling de meditatie, maar toch is er een essentieel verschil. Bij Jung heeft de meditatie als belangrijkste doel het uit de schaduw halen van onze verborgen eigenschappen om deze vervolgens te relativeren en te harmoniëren met onze persoonlijkheid. Door Assagioli wordt hier een extra dimensie aan toegevoegd, het openen van het bewustzijn voor, en het afstemmen ervan op, een hogere bewustzijns-dimensie, waarbij er spontane doorbraken kunnen voorkomen vanuit het bovenbewuste. Als voorbeelden noemt Assagioli inspiratie, intuïtie, creatie, begrip en interpretatie. Wanneer het hoogste niveau van afstemming is bereikt, kunnen verschillende psychospirituele activiteiten worden ontplooid. De ervaringen hierbij zijn volgens hem levendiger, intenser, gevarieerder, dynamischer en werkelijker dan gewone ervaringen. Alsof men uit een droom wakker wordt. Als kenmerken noemt hij: licht, inzicht, vrede, harmonie, schoonheid, vreugde, (geest)kracht, grootsheid, ruimheid, alomvattendheid en eeuwigheid1. De psychologie welke zich bezig houdt met het bovenbewuste wordt hoogtepsychologie genoemd. Dit in tegenstelling met de diepte psychologie, welke het on(der)bewuste bestudeert.

De hogere dimensie wordt door Assagioli de Geest genoemd. Deze is volgens hem in diepste wezen eeuwig, oneindig, vrij en boven elke grens van tijd, ruimte en elke band met de materie verheven. Zij manifesteert zich in de vorm van transcedentie, superioriteit en duurzaamheid, van kracht, vrijheid en innerlijkheid, van creativiteit, harmonie en synthese. Assagioli: "Zodoende is alles in de mens spiritueel wat hem er toe brengt uit te stijgen boven zijn eigen egoïstisch exclusivisme, angsten, inertie en streven naar lichamelijk genot; alles wat hem ertoe brengt de ordeloze instinctieve en emotionele krachten die zich in hem roeren te beteugelen, te beheersen en te richten; alles wat hem ertoe brengt een ruimere en hogere maatschappelijke of bovenzinnelijke werkelijkheid te erkennen en zich daaraan aan te passen, waarbij hij de grenzen van zijn eigen persoonlijkheid overschrijdt2."

1.3.2. Spiritualiteit in het dagelijks leven.

1.3.2.1. Liefde.

Bij ieder schepsel is er een verre versluierde herinnering aan de oorspronkelijke eenheid met zijn Schepper, een vaag besef van een gemeenschappelijke bron en een onbewust maar krachtig heimwee om daarnaar terug te keren. Dit verlangen naar completering en éénworden met alles en iedereen noemt Assagioli de essentie van de liefde. Het is het verlangen naar de Geest, de liefde van de Goddelijkheid en de allerhoogste Werkelijkheid3.

Evenals Freud stelt Assagioli dat een verheven vorm van liefde de lagere instinctieve vormen zoals sexuele energiën, emoties en gevoelens op doeltreffende wijze kan reguleren, beheersen en kalmeren, waarbij Freud zich voornamelijk beperkt tot het sexuele gebied. De momenten waarop de neiging tot wellust het sterkst is, zijn volgens Assagioli juist die momenten waarop de hoogste spirituele energiën klaar staan om tot activiteit te komen. Deze energiën zouden echter verborgen blijven, wanneer het bewustzijn zich aan deze wellust zou hebben overgeven. Gebruik dus juist deze momenten voor transformatie. Ieder van ons kan dit in zekere mate verwezenlijken. Voorwaarde is wel, dat we het ook echt willen en we dat ook duidelijk tonen. Daardoor wordt er namelijk geestelijk een heilzaam duwtje in de goede richting gegeven, een bevel waaraan volgens Assagioli de psychische energiën gehoorzamen. De mens van tegenwoordig begaat vaak de vergissing dat hij door intellectualisme, ambitie en egoïsme de eigen gevoelens laat verdrogen en daardoor de bruggen afbreekt die tussen de verschillende aspecten van de liefde bestaan. Het is juist nodig zonder vrees te houden van mensen en idealen, van wat mooi, sociaal en hoogstaand is. De stralende kracht van zo'n liefde zal de sexuele, hartstochtelijke en emotionele energiën naar zich toe trekken en sublimeren4.

1.3.2.2. Schoonheid.

Volgens Assagioli is alles wat er in de buitenwereld bestaat een manifestatie en afspiegeling van een transcendente spirituele Werkelijkheid, het Goddelijke. Daarom zijn de kenmerken van deze buitenwereld min of meer een verhulde afspiegeling hiervan. Dit geldt met name voor de Schoonheid. De bijzondere kracht en intensiteit die van de schoonheid uitgaat kan in een nog niet gezuiverde mens onweerstaanbare verlangens, verwarrende hartstochten en begeerten doen ontstaan met een streven naar het exclusieve bezit ervan. In diverse religies ziet men dat men door oefening en discipline (ascese) aan deze 'verlokking' tracht te ontkomen, wat soms door verkeerde inzichten onmenselijke of zelfs godslasterlijke vormen aannam. Assagioli haalt de leer van Plato aan, de platonische trap5, die past in zijn denkmodel. Deze leer maakt de terugkeer mogelijk naar de intrinsieke schoonheid, waarbij alles een symbool van Gods liefde is. De inhoud ervan komt in het kort hier op neer:

- De eerste trede is de overgang van liefde voor één, naar liefde voor alle mooie vormen. Dit vereist de ontwikkeling van een belangeloze houding. Het contact met de natuur wordt daardoor intenser en gaat men de schoonheid zien in alles, zelfs van dat wat op het eerste gezicht niet zo mooi lijkt.

- De volgende trede is de overgang van de uiterlijke naar de innerlijke schoonheid, de zedelijke schoonheid, de schoonheid van hoogstaande en harmonische gedachten, van nobele en edelmoedige gevoelens en heldendaden. Dit is de ziel die verlangt naar, en zich tooit met schoonheid.

- De derde trede is de overgang naar de wezenlijke schoonheid die alles te boven gaat, dat Plato het sublieme noemt.

1.3.2.3. Vreugde.

In de visie van Assagioli manifesteert de goddelijke natuur zich in onze geest als pure blijdschap. We voelen dat niet zo, omdat we ons vaak te snel irriteren aan de kleine ongemakken van het leven. We zijn te veeleisend waardoor we ontevreden zijn. We nemen de dingen en onszelf te serieus. Als gemeenschappelijke noemer van al deze belemmeringen wordt egoïsme genoemd, met als gevolg een ongezond soort zelfmedelijden6. Als bronnen van vreugde worden genoemd: de natuur, de kunst, een bezielend voorbeeld, spirituele gemeenschap in liefde en vriendschap, werk en het bezig zijn. Assagioli noemt het zich inzetten voor anderen, het dienen van de mensheid een van de grootste bronnen van vreugde.

1.3.2.4. Spirituele vermogens.

Er bestaat een essentieel verschil tussen mediamieke begaafdheid en spirituele vermogens. Het eerste is iets passiefs en ongecontroleerds en kan daardoor gevaarlijk zijn. Het laatste kan beheerst gebruikt worden. In iedereen die zich spiritueel ontplooit en het hogere Zelf van zijn leven ontdekt, ontwikkelen zich volgens Assagioli spontaan en op een natuurlijke wijze paranormale, spirituele vermogens. Het is te beschouwen als een soort beloning voor hen, die de beheersing van de lagere natuur heeft verworven. Op deze wijze vormt het dan ook de beste garantie dat ze goed worden gebruikt! Bovendien kan er door de opgedane inzichten in dat stadium geen sprake zijn van een uiterlijke afhankelijkheid of gehoorzaamheid aan de Geest, welke deze gaven verschafte, maar van een gehoorzamen aan zijn eigen innerlijke hogere Zelf. De persoonlijkheid doet als het ware een appel op de Geest diep in ons, die ze als haar eigen ware wezen (h)erkent. Er is hier sprake van de vereenzelviging van de persoonlijke wil met de wil van God.

De manier om dit stadium te bereiken is dezelfde als voor de spirituele groei. Wanneer men het spirituele vermogen eenmaal heeft opgewekt, kan men zeggen dat men alles heeft bereikt, want daarna werkt deze kracht uit zichzelf7!

1.3.2.5. Vrede.

Alle grote spirituele Meesters hebben op vrede aangedrongen. Boeddha: "De ontwaakte is vrede en brengt vrede aan de innerlijke wereld." Vrede is die innerlijke stilte, waarin alle gedachten en alle gevoelens van de persoonlijkheid zwijgen en is de onmisbare voorbereiding op de mystieke eenwording met God8. De spirituele vrede bevat een aantal facetten welke met elkaar verbonden zijn. Assagioli noemt als kenmerken van vrede: wil, kracht, wijsheid, vrijheid, vreugde, harmonie, waarheid, begrip en licht. Hij noemt het nuttig over de onderlinge verbondenheid van deze spirituele kwaliteiten te mediteren, door elke keer een andere als uitgangspunt te nemen. Jezus: "Er bestaat een vrede die elk begrip te boven gaat. Deze woont in de harten van hen die in de eeuwigheid leven." Vrede is dus een spirituele ervaring, die niet met het verstand maar wel met het hart kan worden begrepen. Het is dus vergeefse moeite vrede te zoeken in de gewone wereld of in ons persoonlijke leven. Ons hogere Zelf bezit een dergelijke vrede. Alleen door spirituele ontwikkeling is deze vrede tot werkelijkheid te maken.

____oooOooo____