|
| |
De
Hoofdlijnen van
De Nieuwe
Openbaringen
Zoals deze mediamiek zijn doorgegeven aan
JOKOB
LORBER
(1800-1864)
Al eeuwen lang
is de mensheid op zoek naar de wortels van haar bestaan. Voortdurend hebben
wetenschap en religie antwoorden gezocht op de vragen naar onze basis. In
de formuleringen ervan, welke zich steeds weer wijzigden in de tijd, komen
we vaak de termen eeuwig en oneindig tegen, alsof wij iets proberen te
beschrijven wat net een dimensie hoger ligt dan de mens kan bevatten. In
de 'Nieuwe Openbaringen', welke Jakob Lorber mediamiek mocht ontvangen, komen
we deze hogere dimensie tegen in de vorm van een oneindige eeuwige Geest,
die de basis blijkt te zijn van ons bestaan. Deze Oerbron van Leven laat
een geweldige stroom energie in de vorm van gedachten en wilskracht de oneindige
ruimten in stromen, waar het overal leven schept, dat zich vervolgens ontwikkelt
en weer terugkeert naar diezelfde oerbron, welke God wordt genoemd. In deze
voor onze begrippen oneindig lange cyclus zien wij als het ware onze zichtbare
schepping uit een hogere dimensie, een geestelijke en hogere wereld,
materialiseren en zich ontwikkelen, om uiteindelijk vervolmaakt terug te
keren naar de geestelijke wereld. Een cyclus waarin God vanuit zichzelf
schepselen creëert, welke zijn geestelijke kinderen worden genoemd.
Zo is Hij creatief bezig in talloze scheppingsperioden van eeuwigheid
tot eeuwigheid.
Onze huidige scheppingsperiode is ook in de geestelijke
wereld begonnen. God schiep grote geestelijke wezens naar zijn eigen beeld,
de oer-aartsengelen. Deze riepen op hun beurt zelf weer meerdere op hen
gelijkende geestelijke wezens in het leven. Zo ontstonden er legioenen engelen,
die zich volgens Gods orde in broederliefde zouden behoren te ontwikkelen,
totdat zij uiteindelijk als volkomen vrije wezens Zijn evenbeelden zouden
zijn geworden. Om dit mogelijk te maken, hadden deze wezens een volledige
vrije wil meegekregen. Het was dus te voorzien, dat een deel van hen, toen
zij zich bewust werden van de geweldige mogelijkheden en grote macht, welke
hen door God was gegeven, hoogmoedig zouden worden en hun eigen weg gingen,
waarbij zij langzamerhand hun oorspronkelijke Bron van leven vergaten. Zo
verviel een deel, onder leiding van Lucifer in eigenliefde en zelfverheerlijking.
Tijdens dit proces verdroogde op den duur hun voedende levensstroom uit God
op en verstarden zij uiteindelijk tot materie, de zichtbare kosmos. Voor
deze gevallen, gematerialiseerde geesten, heeft God een heilsplan opgesteld
om ze te verlossen van hun eigenliefde en terug te voeren naar Zijn heilige
orde, de liefde tot God en Zijn schepselen. Volgens dat plan ontwikkelden
zich uit deze ruimtestof onder invloed van Gods natuurwetten door verdichting
de oernevelen en de talloos vele sterrenstelsels, waar dit zogenaamde
verlossingswerk plaats vindt. Dat houdt in dat daar, volgens dezelfde
natuurwetten, de afzonderlijke elementen zich tot steeds complexere verbintenissen verenigen, welke natuurzielen genoemd worden. We zien een
ontwikkelproces, beginnend bij de afzonderlijke atomen, zich evolueren tot
moleculen en die weer tot cellen en organismen. We zien steeds hogere
levensvormen ontstaan, die trapsgewijs omhoog geleid worden via het natuurrijk
van de mineralen naar de plantenwereld, vervolgens via de dierenwereld tot
het rijk van de mens. De ontwikkelingsleer van Darwin, maar dan wel vanuit
een alles omvattend geestelijk perspectief!
Deze natuurrijken worden in de Nieuwe Openbaringen
geestelijke louteringsscholen genoemd, omdat de natuurzielen op deze
geestelijk-lichamelijke ontwikkelingsweg geleid worden om hun tijdelijk
lichamelijk omhulsel te leren bouwen en te gebruiken. We zien zo steeds complexere
organismen ontstaan, waarbij onderlinge 'samenwerking' van
levensbelang is. Zo wordt langzamerhand de zelfzucht overwonnen en wordt
de weg terug gevonden naar de hemelse ordening van het elkaar dienen in
wederzijdse liefde. De mens vormt als laatste zichtbare materiële schakel
van deze ontwikkelingsketen, de overgang terug naar de geestelijke wereld,
die voor hem bij zijn dood begint. Ook de mens doorloopt op deze aarde een
louteringsschool. Wat inhoudt dat hij, onder invloed van een nauwelijks bewuste
Goddelijke leiding (liefdesvonkje), in het aardse leven een wat genoemd wordt
'vrijheidsproef' moet afleggen. Door in volle vrijheid de waarde van de liefde
tot God en de medemens te ontdekken en ze vrijwillig toe te passen in zijn
leven, ontwikkelt de mens zich steeds verder tot kind van God, om tenslotte
de ware vrijheid en zaligheid van het eeuwige leven van de geest binnen te
gaan.
De meeste mensen van deze aarde betreden na de dood van
hun lichaam nog onvolmaakt de geestelijke wereld van het hiernamaals. De
Goddelijke liefde biedt hen daar echter nieuwe mogelijkheden om zich verder
te ontwikkelen, zodat ze tenslotte toch allemaal tot voleinding komen. Het
Goddelijk heilsplan van de algemene verlossing kent dus volgens de Nieuwe
Openbaringen geen eeuwige verdoemenis!! Om het einddoel te bereiken, komen
de nog onrijpe zielen aan gene zijde eerst in een overgangsgebied, een soort
droomleven waarin zij vele ervaringen opdoen, gebaseerd op wat in dit lichamelijk
leven is geleerd. Gebeurtenissen die, al naar gelang hun geaardheid, als
hemels of hels worden ervaren. Hemel en hel blijken geen plaatselijke bepalingen
te zijn, maar geestelijke ontwikkelingsstadia van de ziel. Sterk op zichzelf
gerichte, aards gebonden zielen worden veelal verder opgevoed, door ze opnieuw
in het leven te roepen op andere stoffelijke werelden, of ook wel weer op
onze planeet Aarde (reïncarnatie). God neemt dan wel uit wijze en
liefdevolle redenen de herinnering aan het vorige bestaan tijdelijk weg.
Toen de ontwikkeling van de mensheid voldoende ver gevorderd
was, om hen de grote liefde van God in Zijn schepping te tonen, is God als
mens Jezus op deze aarde gekomen om de mensen voor te leven wat Liefde is.
Hij heeft ons laten zien en geleerd dat leven liefde is en dat dat het enige
is wat waarde blijkt te hebben, en dat Hij zelf de Liefde is. Jezus
heeft de Mozaïsche wetten als volgt samengevat in Gods liefdeswet, de
basis van de Nieuwe Openbaringen:
"Heb God lief boven alles, en je naaste als jezelf."
Door deze grondwet daadwerkelijk in de volle vrijheid van het leven toe te
passen, worden wij als Jezus zelf, kinderen van God.
Inleiding tot de Nieuwe Openbaringen, vanuit
christelijk perspectief gezien.
| |
|