Carla waar ben je?

Op zoek naar een joods meisje van zeventig

TERUG

Op zoek naar de andere kant van de verhalen van toen.  Op zoek naar mensen die haar vier jaar geleden overleden moeder hebben gekend. Op zoek naar een meisje dat de oorlog als wees overleefde en wellicht – mits in leven – meer kan vertellen over wat er toen is gebeurd. “Mijn moeder zweeg als het graf. We hebben nooit begrepen wat er in en na de oorlog met de familie is gebeurd.” Sandra de Bood (56) is op zoek naar Carla, een joods meisje van bijna zeventig.


                      Carla Lootsteen

Ze kwam als enige uit de oorlog. Kleine Carla. Ouderloos. Ondergebracht bij een tante en oom, Saartje Roeg en Gerrit Oostendorp, die al twee volwassen dochters hadden. Een van hen was Lies de Bood, de moeder van Sandra. “Mijn moeder sprak niet graag over de oorlog en wat daarna is gebeurd. Maar dat het vreselijk was, werd ons wel meegegeven. Mijn in de oorlog geboren zus was de verpersoonlijking van die nare tijd en dat heeft ze gemerkt. Mijn ouders waren liever voor de kinderen – mijn broer en ik – die na de oorlog zijn geboren. Veel gepraat werd er in ons gezin niet. Toen mijn vader in 2000 overleed, kwam de hele ellende eruit. Na een half jaar is mijn moeder overleden. Uitgeput.”

Alle onuitgesproken zaken, vage verhalen, informatie over in de oorlog omgekomen familieleden en ook familiegeheimen werden daarmee voorgoed begraven. Alleen Carla kan misschien nog iets uitleggen. Carla werd door Sandra’s moeder als een lastig kind bestempeld. Sandra: “Ik vroeg me altijd af waarom dat was. Ik vond het eigenlijk niet meer dan logisch dat Carla een moeilijk kind was. Ze was ondergedoken geweest had het daar prima naar haar zin gehad en kwam na de oorlog bij mijn opa en oma terecht, die voor haar een strenge oom en tante waren. Daarbij was hun jongste dochter Els een beetje jaloers op dat kleine meisje en de oudste dochter Lies, mijn moeder, was ook niet de aardigste, vermoed ik. En natuurlijk het allerergste: ze was haar ouders door de oorlog kwijtgeraakt.”

Roots
Carla spreken, dat is het doel van Sandra de Bood om helderheid over het familieverleden te krijgen. Waarom? “Mijn ouders kan ik het niets meer vragen over vroeger en ze hadden ook nooit een duidelijk antwoord gegeven. Eigenlijk voel ik - nu ze beide overleden zijn - juist de vrijheid om dingen uit te puzzelen. Waarom ik het wil weten? Gewoon uit nieuwsgierigheid. Je roots zijn belangrijk. Een mens wil weten waar ie vandaan komt.” Waar Carla vandaan komt, is ook niet geheel duidelijk en dat maakt de zoektocht des te moeilijker. Sandra: “Ik weet niet wat Carla precies van mijn oma was. Maar dat het niet klikte was duidelijk. Ze woonde later bij tante Jet Aardewerk, ook een familielid. Daar heeft ze volgens mij nog een fijne jeugd gehad. Maar of dat zo is en wat er verder van haar is geworden en wat zij via tante Jet nog over de familie heeft gehoord… dat zou ik zo graag willen weten.”

 Is Carla een Aardewerk of een Roeg? Dat was de eerste vraag die beantwoord diende te worden. Zonder juiste achternaam kon de zoektocht meteen worden afgeblazen. Er zijn teveel Carla’s in Nederland. Sandra en haar dochter speurden op internet naar Aardewerken en Roegen. De benaderde mensen – per telefoon – wilden maar al te graag meewerken, maar konden geen uitkomst geven. “Een paar mensen met de naam Aardewerk in Den Haag zouden in familiekring verder vragen. In Zandvoort kwam ik een mevrouw tegen die tante Jetty, zoals ze haar noemde, ooit heeft ontmoet. Het ging om dezelfde vrouw; ze noemde de straat waar Jet Aardwerk in Amsterdam heeft gewoond. Ze kon zich echter niets herinneren van een meisje dat Carla heette. Daar stokte het weer, maar ik heb er wel leuke contacten aan overgehouden. Iedereen vroeg om hen te bellen als we Carla uiteindelijk hadden gevonden.”

        Salomon Lootsteen

Details excluded
Hoe Carla precies gerelateerd was aan de familie van Sandra de Bood is na lang zoeken nog altijd niet duidelijk. Waarschijnlijk was ze de dochter van een zwager van Saartje Roeg. Sandra: “Daar ben ik tot nu toe niet achtergekomen. Wel weet ik via mijn moeder dat mijn oma Saartje de enige was die na de oorlog Carla’s lot aantrok. Waarom precies, dat heb ik nooit begrepen.” Zoekacties werden door Sandra in verschillende combinaties ingetikt op internet. Ze stuitte op een website met een database van in de oorlog omgekomen joodse mensen. Ze tikte de naam Aardewerk in. En daar verscheen op het scherm, met foto: Salomon Lootsteen, kleermaker, omgekomen in Auschwitz op 31 maart 1944. Was getrouwd met Rebekka Aardewerk, die op 3 september 1943 omkwam in Auschwitz. Beiden slechts 27 jaar oud. De tekst eronder: ‘Eén kind heeft de oorlog overleefd’. Sandra: “Carla zal van vlak voor de oorlog zijn, schat ik. Dan zou ze nu tegen de zeventig jaar zijn. Grote kans dat ze nog in leven is.” Lootsteen was dus de achternaam. En Carla Lootsteen staat in de databank van het Centrum voor Onderzoek naar de Geschiedenis der Nederlandse Joden vermeld als de dochter van Salomon en Rebekka. ‘Living’ staat er bij haar naam. Maar ook: ‘details excluded’.

 Omdat de naam Lootsteen geen vermelding in de telefoongids gaf, moesten er andere bronnen worden aangeboord. Door het internet af te speuren, kwam Sandra aan een lijst van diamantairs waarop een mevrouw Piller-Lootsteen is vermeld. En dus… “Alle Pillers zoeken en bellen!” Iedereen wilde meewerken, maar geen enkele Piller kende een Lootsteen. Een zoektocht via http://familytreemaker.genealogy.com maakte uiteindelijk duidelijk dat het huwelijk tussen Lootsteen en Piller begin twintigste eeuw was gesloten. Het ging om de in 1891 in Amsterdam geboren Fijtje Lootsteen die met de veel jongere Henri Piller (1916) trouwde. Fijtje stierf in 1933 in Scheveningen. Henri Piller zou nog in leven kunnen zijn. De enige H. Piller in de telefoongids woont in Voorburg. Het telefoonnummer klopte echter niet. Hier zagen Sandra en haar dochter geen verdere link naar Carla toe.

Sandra’s dochter besloot opnieuw de site met de vermelding van Carla en haar ouders te bekijken, klikte een stapje hoger naar informatie over Salomon Lootsteen, zoon van Isaac Lootsteen en Rebecca Ossendrijver, en constateerde dat van de drie broers en drie zusters van Salomon er één de oorlog had overleefd: Cornelia Lootsteen. “Dat we daar niet eerder naar hadden gekeken!” Cornelia Lootsteen was dus een tante van Carla. De gegevens van deze Cornelia waren afgeschermd; haar echtgenoot bleek Marinus de Vlugt te heten. Sandra: “Marinus en Cornelia hadden de oorlog overleefd en kinderen – neven en nichten van Carla - gekregen.”

Mijn schoonvader!

Hoop kwam toen de namen van de kinderen van Cornelia en Marinus bleken vermeld. Een zoekactie op de naam van zoon Jacques de Vlugt leverde vele hits op internet op, waaronder een stamboom van de familie Möllenkamp, waar Jacques familie onderdeel van is. Deze uitgebreide stamboom was de laatste, juiste link naar Carla Lootsteen. Tot in detail stonden daar alle familieleden vanaf eind 18e eeuw vermeld. Ertussen: Cornelia Lootsteen, de tante van Carla en tevens de oma van Jacques de Vlugt, die – zo stond er vermeld – eerder dat jaar weduwnaar was geworden. Zijn vrouw Grietje Möllenkamp was op 69-jarige leeftijd overleden. Jacques de Vlugt is 76 jaar, woont in Amsterdam en heeft drie kinderen: Jacques, Corina en Andre. Aangezien de eerste van deze drie volgens de stamboom in Landsmeer woont, leverde een zoekactie in de telefoongids gemakkelijk een J. de Vlugt op. Zou het hem zijn? Zo ja, dan was de achterneef van Carla gevonden. De telefoon werd beantwoord door Zwanette, wat meteen zekerheid bood omdat zij met haar vrij unieke naam al was opgevallen in de stamboom. Zwanette was in 2004 met Jacques de Vlugt junior getrouwd. “Ja, dat is mijn schoonvader!” was haar enthousiaste reactie na uitleg van de zoektocht. Ook de naam Carla Lootsteen kwam haar bekend voor. Ze zou haar schoonvader, die ze later die dag zou spreken, ernaar vragen. Doorvragend kwamen Zwanette en de dochter van Sandra erachter dat Jacques de Vlugt om de hoek woonde van Sandra de Bood. Sandra: “Eindelijk hadden we een vol familielid van Carla gevonden. En dat zo dichtbij! Dat wilde nog niets zeggen, maar het gaf wel een beetje hoop.” Toeval of een wonder? Jacques de Vlugt kan misschien het verlossende antwoord op de vraag waar Carla is geven. Sandra woont trouwens aan de Burgemeester de Vlugtlaan… Van deze volle neef van Carla werd helaas niets meer vernomen. De zoektocht werd op andere wegen voortgezet.

 
                 
                      Rebekka Lootsteen-Aardewerk

Rüstungsjuden
Ondertussen leerde Sandra meer en meer over de oorlog. Carla’s vader Salomon Lootsteen was coupeur bij confectiefabriek Hollandia-Kattenburg in Amsterdam-Noord. Het merendeel van het personeel was joods. Zij waren door de Duitsers als Rüstungsjuden aangeduid en – samen met hun familieleden - voorlopig vrijgesteld van deportatie omdat het bedrijf veel opdrachten kreeg van de Wehrmacht. Toen het aantal joodse gedeporteerden de SS-er Rauter niet zinde, verzon hij een list om de Rüstungsjuden alsnog met hun families te deporteren. Op 11 november 1942 werden de joodse medewerkers afgevoerd. Het merendeel kwam via Westerbork in Auschwitz terecht. Alle namen van de slachtoffers van de Hollandia-Kattenburg staan vermeld op een gedenksteen op een monument op het IJ-plein in Amsterdam-Noord. Elk jaar wordt daar op 11 november een herdenking gehouden. Sandra: “We hadden ons voorgenomen om daar naartoe te gaan als we tegen die tijd Carla nog niet hadden gevonden.” Het was toen 3 augustus.

 
Mijn naam is Carla
Sandra: “Het vreemde tijdens de zoektocht op internet was dat als je dacht dat je alles had bekeken en gevonden er opeens door te blijven zoeken meer informatie opdook. Terwijl we al familieleden van Lootsteen hadden gevonden, kwamen we er via de website familytreemaker opeens achter dat Carla met Ruud Prins is getrouwd en een dochter Henriette heeft..” Maar van Ruud en Henriette waren de gegevens verder afgeschermd. Wat nu? “Kijk eens op schoolbank.nl,” opperde een collega van Sandra. Carla was daar niet te vinden, maar een Ruud Prins uit 1935 wel. Een groot gejuich klonk op een woensdagnacht vanachter de computer van Sandra’s dochter, die weer eens tot laat zat te zoeken op internet. “Mijn naam is Carla Lootsteen…” stond er onder Ruud Prins geschreven. Carla stond daar dus op de naam van haar echtgenoot ingeschreven. Ze stuurde Carla meteen een mailtje of ze haar moeder Sandra wilde bellen. “Ik denk dat mijn moeder omvalt als u haar belt,” mailde zij, terwijl ze verder in het ongewisse liet wie zij was. “Ik maakte wel duidelijk dat onze bedoelingen alleen maar goed waren.” Een sms om 23.49 uur aan haar moeder: ‘Gevonden! Gevonden! Gevonden!’ Sandra sliep al.

 



                  Saartje en Gerrit Oostendorp

Sandra: “Ik werd ’s nachts wakker en zag alle mail en de sms, maar toen sliep mijn dochter al. Hebbes, dacht ik. Dit kan niet misgaan.” Carla had haar mailadres op schoolbank.nl vermeld, maar mailtjes aan dat adres kwamen niet aan. Door de naam ‘Ruud Prins’ op internet in te typen en zich door honderden homepages te werken, kwam Sandra’s dochter achter een ander mailadres van dezelfde Ruud Prins. Dit kon niet missen. Nu was het een kwestie van wachten tot Ruud of Carla het verzoek om Sandra te bellen zouden lezen. De mobiele telefoon bleef de hele dag onder handbereik. Een paar uur na het mailtje aan Carla, waarin niet exact werd verteld wie haar zocht omdat het wel duidelijk was dat ze geen leuke herinnering aan de familie moest hebben, ging de telefoon. Bij de naam ‘De Bood’ was het haar meteen duidelijk en nee, ze had geen wrok richting de kinderen en kleinkinderen. Een week later spraken Sandra en Carla af. Een warme ontmoeting die bijna vijf uur duurde en die veel duidelijk maakte. Onder andere dat Carla’s grootmoeder Kaatje een zus is van Saartje Oostendorp-Roeg, de vrouw waar ze na de oorlog in huis kwam. Carla’s oma en Sandra’s oma zijn zussen.

De ontmoeting maakte ook veel pijnlijke dingen duidelijk. Zo komt in de verhalen van Carla haar ‘stiefmoeder’ Saartje – de oma van Sandra – er niet goed vanaf. De vraag waarom zij per se Carla in huis wilde, werd duidelijk: het kleine weesmeisje was geld waard en kreeg maandelijks en wanneer dat nodig was een toelage. Saartje deed er alles aan om kleine Carla toegewezen te krijgen en dat lukte haar. Carla: “We gingen geregeld naar de rechter. Dan zei mijn stiefmoeder dat ik ondergoed nodig had. Met het gekregen geld ging ze meteen naar de Bijenkorf om voor zichzelf spullen te kopen.” Op geld belust en koud, zo omschrijft Carla het gezin dat haar opving. Gebak werd alleen gegeten als Carla al sliep en toen ze werkte moest ze een groot deel van haar loon afstaan.

Tientje per jood
Warm, zo omschrijft Carla het gezin waar ze geboren is en in haar jongste jaren opgroeide aan de Tugelaweg in Amsterdam-Oost. Diverse keren wisten haar ouders aan de Duitsers te ontsnappen. Omdat het met een kind moeilijk onderduiken was, werd Carla ondergebracht op Kattenburg en later bij een collega van haar opa Levi Aardewerk. Sandra herinnert zich die naam. “Mijn moeder toonde mij en haar kleinkinderen op het Centraal Station altijd de plaquette ter nagedachtenis aan treinpersoneel dat was omgekomen tijdens de oorlog. Daar stond ome Levi ook bij.” Carla’s ouders – ondergedoken en met een valse naam werkzaam op een atelier aan het Legmeerplein in Noord – werden echter verraden door de foute zoon van de collega. Carla: “Achttien joodse mensen werkten op het atelier. Door die te verraden verdiende hij 180 gulden. Een tientje per jood. Meer waren ze kennelijk niet waard.”

 

           
                              Carla en Sandra 

Boerinnetje
Carla was inmiddels ondergebracht bij een boerenfamilie in Brabant. Als Hermie Bont ging ze daar door het leven. Een in die tijd onbezorgd leven. Carla werd liefdevol opgenomen in het gezin Smits, dat een dochter Nelly van haar eigen leeftijd had. De familie wilde Carla  liever niet laten gaan na de oorlog. Maar in Amsterdam was ondertussen een gevecht ontstaan tussen Saartje Oostendorp-Roeg (Carla’s oudtante) en Cornelia (Corrie) Krueger-Lootsteen (haar tante). Beide dames wilden kleine Carla in huis. Joods Maatschappelijk Werk deed onderzoek en schreef lange rapporten over beide gezinnen. De familie Krueger kwam in deze notulen er niet goed vanaf. Ze zouden slonzig zijn en ruw taalgebruik bezigen. Tante Corrie werd als hartelijk maar dom omschreven. Als ‘een volksvrouw van het goede soort’. Uit het rapport van 6 april 1948: ‘De kamer is wanordelijk; etensresten op tafel en op de grond. Tante Krueger verontschuldigt zich: “De nette meubels staan op zolder, de kinderen plassen toch alles onder.”’ De familie Oostendorp-Roeg werd daarentegen als een warm gezin omschreven. ‘De onderlinge verhoudingen in het gezin maken een indruk heel goed te zijn.’ En ook: ‘Alles in huis is netjes onderhouden en helder.’ Tante Krueger maakte weinig kans. Carla moest naar tante Saar. Zelfs na alle brieven van het jonge meisje aan deze tante, waarin ze schreef dat ze het prima naar haar zin had in Brabant. In een van haar brieven vlak na de oorlog, schreef Carla: ‘U zal mij niet meer herkennen. Ik ben zo groot en flink geworden. We hebben zes koeien en ik kan ook melken. Ik ben een echt Brabants boerinnetje geworden.’

Banaan
Het Bureau OPK (Bureau van Oorlogspleegkinderen) besloot in mei 1946 dat ‘Carla bij de familie Oostendorp een opvoeding zou krijgen zoals haar ouders gewild zouden hebben.’ De Carla van nu lacht schamper. “Dat is onzin.” Onder luid protest ging ze in de zomer van 1946 mee naar Amsterdam. Alhoewel ze onbewust wist dat haar ouders ‘weg’ waren, kwam de klap toch hard toen de kille tante Saar haar na de oorlog botweg mededeelde dat haar ouders dood waren. De kilheid liep als een rode draad door haar verdere jeugd. Een lastig kind vindt ze zichzelf niet. Eerder naïef en een doedel. “Ik liet over me heen lopen. Ik slikte alles.” Aan Sandra heeft ze goede herinneringen. Het kleine meisje, die haar nu zocht, heeft nog bij Carla op schoot gezeten. “Ik moest je een keer banaan voeren. Oh, wat had ik daar zelf trek in. Maar ik heb geen hapje van jouw banaan genomen, hoor.”

Pas jaren later kwam Carla erachter dat haar tante Jet, een zus van Levi Aardewerk, haar al die tijd heeft willen zien, maar door Carla’s stieffamilie werd tegengehouden. Pas toen Carla op eigen benen kwam te staan, kon tante Jet haar bereiken en werd eindelijk een warme familieband aangehaald. “Tante Jet is als een moeder voor me geweest.” Haar hele jeugd heeft ze dus – in tegenstelling tot wat Sandra dacht – bij Saartje en Gerrit Oostendorp doorgebracht. Carla: “De laarzen van Saartje voel ik nog in mijn rug. Ze sloeg en maakte met iedereen ruzie.”

Tante Jet is negen jaar geleden op 89-jarige leeftijd overleden. Saartje Roeg overleed in 1972. Carla heeft nooit meer – op een vluchtige ontmoeting op straat na - contact met haar of andere familieleden gehad. Wie Carla is en hoe ze is behandeld, is Sandra duidelijk geworden door het contact. “Het was ook fijn om met iemand te praten die mijn ouders toen heeft gekend. Ik hoorde dat mijn vader erg verliefd was op mijn moeder.” Maar ook schokkende verhalen. Over het karakter van oma Saartje, het verraad door de collega waardoor Carla’s ouders zijn gedeporteerd. Carla heeft het op 70-jarige leeftijd allemaal verwerkt. Wrok? “Nee, dat heb ik niet. Dat heeft geen zin. Natuurlijk hadden ze met hun handen van mijn ouders af moeten blijven. Natuurlijk was de jongen die mijn ouders heeft verraden zo fout als maar kan. Natuurlijk is het niet rechtvaardig hoe ik door mijn stiefouders ben behandeld. Maar je moet niet achterom kijken. Dan zie je niet wat je voor je hebt. En ik had kennelijk een lang en goed leven voor me.” Het gaat goed met Carla.

TERUG

Hulp bij het zoeken:

http://dutchjewry.huji.ac.il/ (Nederlands Joods Genealogische Data Base)

http://www.joodsmonument.nl

http://failytreemaker.genealogy.com

www.schoolbank.nl