brein achter
Theora Design?

‘Het gaat om fun, fun en nog eens fun’

TERUG

Heeft de jouwe bruin haar? Bolle wangen? Een grote neus? Is het Maria?! Wie slimme vragen stelt kan snel de verkeerde gezichten uitschakelen en als eerste het goede gezicht raden. ‘Wie is het?’ mag zich tot de klassiekers op spelletjesgebied rekenen. Joods Journaal ging op bezoek bij het creatieve en technische brein in Tel Baruch.


Theo Coster met een dummy van Wie is het

Het was geen liefde op het eerste gezicht. Ook niet op het tweede, in bus 13 in Tel Aviv. Maar hé, die lange Hollander die Ora eerder op een feestje had ontmoet, die rustige Hollander die op zijn brommertje naar Israël was gekomen, kon haar mooi rijlessen geven. Ora had de kibboets Mishmar Hasharon waar ze was opgegroeid verlaten en een Vespa gekocht. Fietsen kon ze niet, maar brommer rijden moest ze toch wel even kunnen leren, vond ze. Typisch Ora: eigenwijs. “Mijn ouders zijn allebei geen gemakkelijke mensen. Het is een heel apart stel,” vertelt zoon Gideon. “En een fantastisch team!” Een team dat inmiddels meer dan 150 spellen heeft uitgegeven onder de naam Theora Design. Een team dat op menig beurs opvalt door het lengteverschil, de eenvoudige kleding, scherpe opmerkingen en eigenwijsheid. Gideon: “Voor fabrikanten zijn ze gemakkelijk te onthouden. That odd couple from Israel.”

Ora juni 2005

Elektrische stoelen

De jonge Theo Coster herkende het meisje in bus 13 niet, maar wilde haar best leren brommer rijden. Een crash die haar bijna het leven kostte, maakte zoals wel vaker in haar leven duidelijk dat machines niet Ora’s ‘ding’ zijn. Het huwelijk tussen de Israëlische kunstenares en de Hollander maakte haar wat dat betreft compleet. De creatieveling en de techneut. Beide een afkeer van routine en een grote liefde voor creativiteit, wat duidelijk werd toen ze trouwden en een huis betrokken dat op de nominatie stond om gesloopt te worden. Leuk, vonden ze. “We konden muren slopen waar we maar wilden en het lekker gek inrichten.” Gek is een understatement. Gasten voor het feestje ter ere van hun eerste jaar samenwonen kregen van de Costers een uitnodiging in de vorm van een overlijdensbericht: “Het eerste jaar is er niet meer.” De brievenbus van hun huis lag verzonken in wat in eerste instantie een schilderij leek te zijn. En nog gekker: de rattenvallen in de vorm van kleine elektrische stoelen, die Ora bedacht had om het ongedierte te lijf te gaan. De vangst was groot: buurmans voet. Ook het huis in Tel Baruch dat ze vlak voor de geboorte van eerste zoon Boaz in 1958 betrokken werd een ‘Theora Design’. Aannemers kregen de creatieve ideeën van de familie Coster niet vanaf het papier uitgewerkt en dus maakten de Costers een model van 1 op 50 om het geheel duidelijker te maken en zorgden ze zelf voor de vele creatieve snufjes van hun in de loop der tijd flink uitgegroeide woning ten noorden van Tel Aviv.

Twaalf miljard ijsjes

Theo had voor hij naar Israel kwam, gestudeerd aan Nijenrode en aan de Amsterdamse Grafische School, had als vrijwilliger geproefd aan de verschillende afdelingen bij Het Vrije Volk, gewerkt als zetter in Zweden en was een tijdje waarnemend directeur van het ouderlijk bedrijf Drukkerij Coster in Amsterdam. Ook in Israël onderhield hij zich met drukwerk tot hij samen met Ora  in 1964 onder de naam Matat (cadeau) een bedrijf in relatiegeschenken begon. Al haar hele leven had Ora spellen bedacht. “Op de kibboets hadden we niks, dus maakten we onze eigen spelletjes.” Haar eerste idee kwam tijdens de tweede zwangerschap die haar bedlegerig maakte. Zoon Boaz (6) werd zoet gehouden met een zelfgemaakt landenspel aangezien er nog geen spel bestond dat aan de wensen van de naar geografie hongerende kleine jongen tegemoet kon komen. Samen met Theo besloot ze meer spellen te gaan ontwerpen, maar de markt was er nog niet klaar voor. Wel voor de kleine geschenken, matats, die ze aan bedrijven verkochten, die deze op hun beurt gratis weggaven bij hun diensten. Een niche in Israël in die tijd. Toen een kennis van de Costers drie spellen, te duur voor de geschenkenbusiness, meenam naar een spellenbeurs en met even zoveel licenties terugkwam, beseften ze dat er een markt open lag voor Matat. Daarbovenop kwam begin jaren zeventig het enorme succes van de door Ora bedachte Elsie Stix. IJsstokjes die na consumptie dienst doen als bouwmateriaal voor kinderen. Een weloverwogen product – de plastic stokjes hadden geen houten nasmaak en leverden geen splinters op - zoals al hun uitvindingen. Theo: “We hadden in eerste instantie stokjes ontworpen die je op maar liefst vijf verschillende manieren in elkaar kon steken. De jonge proefpersonen bleken steeds slechts twee bouwmogelijkheden toe te passen. Toen hebben we de stokjes vereenvoudigd.” De eenvoud bleek de trekker. In ruim een decennium tijd werden er 12 miljard ijsjes, beter gezegd stokjes, verkocht in onder andere Amerika, Duitsland, Zuid-Afrika, Zweden, Zwitserland, Japan, Israël en IJsland.

Rolwoord


Troep

Dit succes gaf Theo en Ora, die de naam van hun bedrijf hadden omgedoopt tot Theora Design, de financiële en geestelijke mogelijkheid om ‘rustig aan’ zich op het ontwerpen van spellen te focussen. Een proces dat onvoorspelbaar is, legt Ora uit op de vraag hoe ze een spel bedenkt. “Ideeën vliegen door het huis en soms landt er een in mijn hoofd. Je moet goed naar de dingen kijken. Goed letten op vormen en materialen. Toen ik een keer de koelkast opende en er een fles yoghurt uit viel, merkte ik dat die niet recht vooruit rolde, maar door de helling van de fles in een cirkel rolde. Daarop bedacht ik een bal waarmee moeder en kind kunnen spelen. Een bal die altijd weer in een kringetje naar het kind toerolt.” Meer creatieve ideeën ontstonden bij toeval. Maar wel door het opmerkzame oog van de bedenker. Een dobbelsteen die van de tafel viel tijdens het schoonmaken, kwam klem te zitten en leverde zo het idee voor Rolwoord, in Israël bekend als Magimixer, op. Theo zorgde voor een handzaam model dat fabrikanten snel warm liet lopen voor het inmiddels wereldberoemde spel. Een spel uit één stuk, net zoals ‘Wie is het?’.” Ooit begon deze klassieker als een kaartspel, gebaseerd op Ora’s idee om ‘iets’ met gezichten te doen. Gezichten die verschillend zijn. En iets met vragen. Vijf prototypes passeerden de revue. De een-na-laatste versie was een spel waarbij kaarten na het vragen stellen werden omgekeerd. Ora: “Als moeder had ik een hekel aan rondslingerende spullen in de kamers van de kinderen. Dit leidde bij ‘Wie is het?’ tot het spelbord met de kaartjes eraan vast.” Twee jaar besteedde Theora aan de ontwikkeling ervan. Het heeft hun geen windeieren gelegd. Er werden tot nu toe miljoenen spellen verkocht onder namen als Guess Who, Hvem er hvem, Qui est-ce, Wer ist es, Indovina Chi en Arvaa Kuka. En de verkoop gaat gestaag door. Maar: “Geld is niet belangrijk voor ons. Gezondheid gaat voor alles. En familie.”

Kleine meningen

Theora Design is een gezond familiebedrijf. In respectievelijk 1983 en 1991 traden zoons Boaz (46) en Gideon (40) toe. Een waarborg voor de toekomst. Gideon: “Dit bedrijf is te mooi om los te laten. Mijn ouders hebben meer dan 150 spellen bedacht, gecreëerd en gelicenseerd. Veelal ideeën van henzelf, vaak ook ideeën van spellenontwerpers die onze expertise gebruiken om zich te presenteren.” Tussen idee en uitvoering zit soms jaren. Als het überhaupt wordt uitgevoerd. Boaz: “Als iemand met een voorstel komt, ga ik op onderzoek uit. We moeten er zeker van zijn dat het een nieuw idee is. Ik heb stapels catalogi om dat uit te zoeken.” Eenmaal een uniek concept in handen, is het aan Theo de taak een industrieel model te maken waarna de vijf kleinkinderen het product testen. De bofkonten. “Ja,” antwoordt kleinzoon Eran (10). “Het is geweldig om een Coster te zijn. Je bent de eerste die nieuwe spellen mag uitproberen en je mag meehelpen ze nog beter en leuker te maken.” Uiteraard is ‘Wie is het?’ zijn favoriet. Eran: “Het is ontzettend leuk om te spelen. Elk spel is weer anders en je kunt het op verschillende niveaus spelen, bijvoorbeeld door twee kaarten per speler in te zetten.” Zijn veto bij nieuwe spellen vindt Eran interessant, maar hij is realistisch. “Het gaat niet alleen om wat ik ervan vind. Mijn broer Dan en mijn nichtjes Geffen, Ella en Sivan hebben ook een mening in te brengen!” En met al die kleine, maar zeer belangrijke meningen, gaat Theora dan aan de slag. Hun motto is duidelijk: ‘A good plaything is first of all fun’. En dat betekent dat een spel leuk moet zijn. Zo leuk dat je het nog een keer wilt spelen. Ora: “Het gaat om fun, fun en nog eens fun. Bij een goed spel maak je minstens van een van je zintuigen gebruik en speel je met andere mensen waarbij je gelijke kansen hebt, wetende dat je soms wint en soms verliest. Net als in het echte leven.” Theora Design heeft wat verloren en heel veel gewonnen in veertig jaar tijd. Dit jubileumjaar vierden ze in 2005 met de lancering van hun website www.theoradesign.com, ontworpen door zoon Gideon. En zo vullen alle Costers elkaar aan. De creatieve Ora, de technische Theo, de computerkenner Gideon en de onderzoeker Boaz, wiens vrouw Liza de financiële administratie doet. Vijf kleinkinderen staan permanent klaar om spellen van oma en opa te testen. Theo werd dit najaar 77 jaar. Een respectabele leeftijd waarop menigeen op zijn lauweren rust. Zeker na zo’n succesvol leven. Waarom nog niet met pensioen? Theo:“Omdat ik nog leef.”

 


                                 Kleinzoon Eran Coster



Guess who’s first?
Theo besloot dat de naam Matat moest veranderen en alleen al daarom staat zijn naam voorop. Nog een reden, volgens hem dan, is dat de combinatie van hun namen in deze volgorde maar liefst twee letters in het Hebreeuws (alef en vaav) en één in het Engels (o) scheelt. En ook: in deze volgorde bekt het gewoon erg lekker. Theora Design dus!



Wie kent het niet?
Spelers proberen door handige vragen te stellen als eerste te achterhalen welk gezicht hun tegenspeler op een kaart verborgen houdt. Op het spelbord staan 24 verschillende opengeklapte gezichten met ieder een naam. Op de getrokken kaart staat een van deze gezichten. Op de gestelde vraag (bijvoorbeeld of het gezicht bruin haar heeft) moet de tegenstander eerlijk antwoord geven. Bij negatief antwoord (nee) worden op het bord van de vraagsteller alle gezichten met bruin haar geëlimineerd door het gezicht om te klappen. Zodra het antwoord van de tegenspeler ja is, is de tegenspeler aan de beurt. Na het raden van het juiste gezicht volgen nog enkele rondes. Wie de meeste wint, is de winnaar.



TERUG