Tuigage NIRVANA Tuigage NIRVANA

Zwemplatform en windvaan stuurinrichting Zwemplatform en Windpilot

Windvaan stuurinrichting van Windpilot Autopilot

Inmarsat apparatuur van Trane & Trane Trane & Trane Inmarsat 3020C

Bijboot
Bijboot
Aanpassingen aan de NIRVANA
De NIRVANA wordt aangepast


Welke aanpassingen zijn nodig om gedurende een jaar veilig en in een zekere mate van comfort te kunnen varen?


Welke aanpassingen zijn nodig om gedurende een jaar veilig en in een zekere mate van comfort te kunnen varen. Als eerste het schip. Toen wij vijf jaar geleden onze toenmalige NIRVANA, een Compromis 888 met een lengte van 8,70 meter, prepareerden voor een jaar Atlantic, was de lijst van aanpassingen groter dan onze huidige lijst voor de Hallberg Rassy 382. De oorzaak ligt in de wijze waarop het schip gebouwd is voor het maken van verre tochten. Een Compromis 888 is ontworpen en gebouwd als een veilig familieschip voor vakanties op ruim water. Extra kosten voor een grote diesel- of watertank voor een oceaanoversteek worden terecht door de werf als overbodig beschouwd. Met de enkele oceaanzeiler wordt geen rekening gehouden. De Hallberg Rassy 382 is wel gemaakt voor oceaanreizen. Er is bvb. genoeg water om het een maand uit te houden, inclusief elke dag een douche. De beschreven aanpassingen gebaseerd zijn op een standaard Hallberg Rassy van ongeveer 12 meter.

De verbeteringen zijn in een aantal categorieën te verdelen:

Veiligheid

Tuigage

Ankeren

Zelfstuurinrichting

Navigatie apparatuur

Communicatie

De bijboot

Veiligheid

Aanbevelingen met mogelijke veiligheidsmiddelen voor een zeiljacht lijken eindeloos. Elk boekwerk over zeilen wijdt wel een hoofdstuk aan dit onderwerp. Het nadeel van al die raadgevingen is de financiele kant. Het financiële rendement is immers nihil, als je denkt er toch geen gebruik van De boot dient als beschutting tegen de elementen. We moeten maar voor twee zaken zorgen. De boot moet op zee onder alle omstandigheden blijven drijven en de bemanning mag niet overboord kunnen vallen. De romp is veelal goed geconstrueerd. De oorzaak van lekkages zijn vaak te wijten aan de huiddoorvoeren. De huiddoorvoeren dienen van deugdelijke materiaal te zijn gemaakt en voorzien van afsluiters. De verbinding van de slangen aan de huiddoorvoeren worden met twee R.V.S.-slangenklemmen bevestigd. Nu is dit laatste meestal wel geregeld met de nieuwe CE-normen, maar kijk ook eens naar de doorvoer van het elektronisch log. Meestal is deze van kunststof en op een kwetsbare plaats in het voorschip aangebracht. Het is moeilijk voor deze plaats een goed alternatief te vinden. Als voorzorg dat er onverhoopt toch iets gebeurt, kunnen we de schade beperken door in de buurt van deze huiddoorvoer een paar passende houten pluggen aan een touwtje te bevestigen. Verder moeten we kritisch naar onze roerconstructie kijken. Bij de laatste ARC-98 is een Dehler gezonken, met als oorzaak een van de romp loskomende hennegatskoker. Bij de wat conventionele schepen, zoals de HR382, waar het roerblad aan een scheg is bevestigd hoeven we niet erg bezorgd te zijn voor schade. Schepen met vrij hangende roeren zijn in beginsel kwetsbaar. Kijk ook eens of de twee roerhelften (bij polyester roeren) wel goed aan elkaar bevestigd zijn. Als hier haarscheurtjes zichtbaar zijn is het verstandig de roerbladen met extra glasvezel en epoxy in te pakken. Een schroefas waarbij het buitenlager in de romp is gemonteerd heeft mijn voorkeur boven een schroefas die gesteund wordt door een uithouder. Helaas kun je hier later weinig aan veranderen, maar de constructie van deze uithouder aan de romp moet zeker nader bekeken worden en eventueel versterkt. Hoewel het misschien niet echt levensbedreigend is, is de verbinding van het dek op de romp belangrijk. Een kleine lekkage levert vooral ergernis op. We hebben na een oversteek van Las Palmas naar St. Lucia een Hallberg Rassy gezien waarbij de romp- dekverbinding over meer dan een meter was losgekomen. Het kan een gevolg zijn van een eerdere aanvaring. Het is dus belangrijk iets te weten van de geschiedenis van je schip. Overigens wil ik niet pleiten voor het maken van een oceaanoversteek met een splinternieuw schip. Hoe goed een schip ook gebouwd is er zitten altijd enkele kinderziektes in. Niet verwonderlijk daar een schip altijd een optelsom is van honderden onderdelen die door verschillende toeleveringsbedrijven zijn aangeleverd. Uit concurrentie overwegingen worden steeds nieuwe ontwikkelingen toegepast die nog niet hun bedrijfszekerheid hebben bewezen. Mijn advies is; vaar op zijn minst eerst een jaartje intensief met de boot. Goed we nemen nu aan dat de boot blijft drijven bij normaal gebruik. We zorgen natuurlijk wel voor een paar goede bilgepompen om eventueel inkomend water te kunnen wegpompen. Een bijl kan ons hulp bieden als we met ons schip eens iets raken waarbij nu juist net achter die fraaie betimmering een gat in de romp ontstaat. Met behulp van een bijl zijn we dan in staat, de in de weg zittende betimmering te verwijderen. Rigoureus? En als het dan toch nog mis gaat hebben we in het uiterste geval de beschikking over een reddingsvlot. Bij ons is het vlot aan de achterzijde in een beugel aan de hekstoel bevestigd. Met het wegnemen van een borgpen valt hij vanzelf overboord. Een extra waterdichte zak met noodspulletjes kunnen we dan hopelijk ook nog meenemen. Nu ons schip geprepareerd is ons ook in extreme omstandigheden onderdak te verschaffen, dienen we alleen nog te zorgen dat we er niet afvallen. Dit is in tegenspraak met de vele hulpmiddelen die we aan boord aantreffen om na een duik achter het schip te kunnen blijven drijven. Mooie opblaasbare reddingsvesten, jonen met lichten, meerdere reddingsboeien, opsporingslichten, etc. vind je vrijwel op elk zeegaand jacht. Ook zijn er allerlei prachtige constructies verzonnen om drenkelingen weer aan boord te krijgen. Zorg ervoor dat je die spullen nooit hoeft te gebruiken. Ga nooit 'over de muur'! Een sterke zeerailing is veelal van fabriekswegen wel gemonteerd, maar denk nu niet dat hij sterk genoeg is om je lifeline aan te bevestigen. Trouwens op weg naar het voordek, moet je je steeds verpakken en op een stampend schip is dat geen sinecure. Goede banden die in de gangboorden dicht tegen de opbouw liggen zijn de enige oplossing. In de kuip monteren we natuurlijk enkele vaste ogen, die bereikbaar zijn vanuit de kajuitopening.

Terug naar begin van deze pagina

Tuigage

De standaard tuigage op onze NIRVANA is eenvoudig uitgevoerd. Een rolgenua en een rolgrootzeil (in de mast) is de standaard zeilgarderobe. Voor deze reis hebben we een Blister, of asymmetrische spinnaker aangeschaft. Tijdens onze vorige reis beschikten we over twee passaatfokken. Deze bevielen ons goed. Wel bleek dat het gezamenlijke oppervlak aan de kleine kant was. Maar misschien was dat de oorzaak dat we een van de weinigen waren die geen enkele schade tijdens de oversteek opliepen. De nieuwe zeilen zijn van een nieuw soort doek gesneden. Het doek is versterkt met een netwerk van dynema. Als voordeel heeft dit doek dat het minder rekt dan gewoon dacron en goed tegen uv-straling kan. Het rolgrootzeil heeft verticale zeillatten. De zeilen zijn gemaakt door zeilmaker Simon den Boer uit Numansdorp. Met deze tuigage denken we elk weer het hoofd te kunnen bieden. Bij zwaar weer beschikken we nog wel over een stormfok die zelfs nog gereefd kan worden. Het rolgrootzeil kan in zwaar weer tot een kleine driehoek weg gedraaid worden. Als nadeel van deze tuigage wordt dikwijls opgemerkt dat bij een mechanisch defect het rolgrootzeil niet meer is te strijken. Dit is waar. Met goed onderhoud aan het rolmechanisme hopen we dat te voorkomen Het staand want is, als ik dit schrijf, net gecontroleerd door een speciaal bedrijf. Alle terminals zijn doorgemeten. Hierdoor werd duidelijk dat het onderwant er technisch iets slechter voorstaat als het hoofdwant. Het lijkt vooralsnog niet nodig iets te vernieuwen. Wel werd aangeraden een reserve onderwant en terminals mee te nemen. Verder ontdekte men dat een nieuwe isolator in de achterstag een haarscheurtje vertoont. Dit werd door de meting duidelijk zichtbaar gemaakt, maar optisch was het ook te zien. We hebben op dit moment een offerte lopen voor een wegneembare voorstag. Tijdens slecht weer kunnen we hier de stormfok of een tweede genua aan hijsen.

Terug naar begin van deze pagina

Ankeren

Wij hebben standaard 60 meter ketting van 10mm aan een CQR-anker. Deze ketting is om de tien meter met een gele strook van 50 cm gemarkeerd. We weten dat deze markering er tijdens de reis afslijt, maar in de tropische wateren controleren we het anker steeds visueel met een lekkere duik. De markering wordt dan minder belangrijk. Een ankerlier is onontbeerlijk op een schip vanaf tien meter. Het valt niet mee om twee keer te moeten te ankeren onder tropische omstandigheden met een handankerlier. Na het ankeren is de boot-wal verbinding belangrijk.

Terug naar begin van deze pagina

De bijboot

De bijboot zorgt voor de contacten met de medezeilers en de vaste wal. Zonder bijboot geen sociale contacten. Wij beschikken over een Zodiac 260. Zij gaat bij ons al een tijdje mee want ze komt uit 1989. En nog steeds is ze ingoede staat. Dit jaar lakken we de bodemplankjes en schaffen nieuwe paddels aan. En dan gaat ze weer. Het motortje is een Suzuki van 2 pk. Een prachtig wondertje; twee keer trekken en... lopen. Het voordeel van een klein motortje is veelvoudig. Het motortje is licht en dus makkelijk van- en aanboord te hijsen. Ook is de kans dat een ander het motortje te interessant vindt een stuk minder. Voor de lokale bevolking is een motortje van 2 pk niet veel waard; een visboot is er niet mee vooruit te branden. Het is wel verstandig een lang kettingslot te gebruiken als we de boot ergens afmeren. Denk niet dat een bijboot veilig achter een zeilend schip is te slepen. Misschien gaat het een of twee keer goed, maar dan slaat het noodlot altijd toe; en weg is de bijboot. Zwemmen vanaf de ankerplaats en opzoek naar een nieuwe bijboot is dan het enige dat overblijft. Als we op de ankerplaats liggen zal in de meeste gevallen de zonnetent een onmisbaar attribuut blijken te zijn. Vele modellen zijn mogelijk. De creativiteit van een zeilmaker leidt tot praktische oplossingen. Echter een paar zeiltjes met wat ogen laten zich ook gemakkelijk spannen. Een windzak boven een dakluik zorgt voor frisse lucht in de boot. Bij het van - en aanboord komen is het handig als je beschikt over een zwemplatform. Wij hebben een platform aan de spiegel gemonteerd. Het platform beschermt ook het roer van de windvaanstuurinrichting.

Terug naar begin van deze pagina

Zelfstuurinrichting

Sturen op een zeilboot verveelt snel. De aanschaf van een automatische autopilot lijkt dan ook al gauw besloten. Helaas gebruikt zo'n automaat stroom en dat beperkt de pret snel. Ook is de bedrijfszekerheid niet aangetoond. De meeste stuurautomaten vallen na enige tijd uit. Veel reserveonderdelen meenemen helpt, maar is vaak niet afdoende. Een vervelende eigenschap is bovendien dat hoe harder het waait of hoe ruwer de zee des te slechter gaat de automaat werken. Wij hebben aanboord ook een autopilot van het type Autohelm 7000. Deze functioneert naar behoren. Toch hebben we niet lang geaarzeld om een windvaanstuurinrichting op de spiegel te monteren. We hadden goede ervaringen tijdens de vorige reis met Windpilot. Ook andere zeilers blijken steeds vaker de keus op dit Duitse product te laten vallen. Nu komen de meeste windvaanstuurinrichtingen bij Windpilot vandaan. De werking is uiterst eenvoudig en het zal mij niet verbazen dat je zonder onderhoud de wereld rondkomt. Een bezoekje aan de homepage van Windpilot is zeker aan te bevelen.

Terug naar begin van deze pagina

Navigatie apparatuur

Navigeren is niet moeilijk meer, zou je zo zeggen als je de folders over fraaie navigatie apparatuur bekijkt. Niets is echter minder waar, zeker als ik zie hoe enkele van mijn cursisten voor het Vaarbewijs de les binnen komen met een GPS in hun hand, met steevast de vraag of ik even wil uitleggen hoe dat ding werkt. Maar hoe leg je nu Noorderbreedte of Oosterlengte in een paar minuten uit? Na een les of vijf komen we wat dichter bij de kunst van het navigeren. Voor de meeste blijft het helaas afzien. Het wordt er zelfs niet makkelijker op. Allerlei mooie computerprogramma's komen op dit moment op de markt. De handleidingen gaan ervan uit dat allerlei begrippen duidelijk zijn. Het installeren aan boord vraagt vervolgens ook nog een behoorlijke kennis over elektronica. De beoogde tijdwinst wordt in veel gevallen niet gehaald. Nu lijkt het dat ik aanhanger ben van de ouderwetse kunst van het navigeren. Zij die mij kennen weten dat ik aan boord beschik over vele navigatiehulpmiddelen. Toch zal ik de kunst van de eenvoud niet vergeten. Het is en blijft veel leuker met een sextant je positie op te zoeken dan het display van je GPS af te lezen. De kwetsbaarheid van al die elektronica moeten we niet onderschatten. Voor de basisnavigatie zijn een log, kompas, kaarten en pilots voldoende. Een dieptemeter is handig bij het aanlopen van een kust. Als aanvulling zou ik altijd een eenvoudige GPS meenemen. Wij hebben er twee. Een Philips GPS MK6 en een Garmin II als reserve. Deze apparaten zijn betrouwbaar. Koop dit soort apparaten wel in een vroeg stadium. Test ze zeker een week achterelkaar. Mij overkwam het dat er een fabrieksfout inzat, die pas na enige tijd zichtbaar werd. Als het GPS-systeem uit de lucht gaat moet men over een sextant beschikken met bijbehorende almanakken. Een lesje bij een gerenommeerd instituut is aan te bevelen. Voor een veilige vaart en navigatie is het ontvangen van weerberichten noodzakelijk. Het wegvallen van veel kuststations leidt op dit moment tot onduidelijkheden. De almanakken van 1999 zijn hierdoor niet geheel betrouwbaar. Een goede oriëntatie naar uitzendtijden en frequenties van weerberichten zal zeker wat studietijd vergen. Naast het ontvangen van gesproken weerberichten kunnen we ook dankbaar gebruik maken van de uitzendingen via NAVTEX. Deze zijn eenvoudig met geschikte apparatuur te ontvangen. Wij beschikken over een NAVTEX: 'LO-KATA Navtex1' met thermisch papier. Rond de Eur. 500,- kost dit apparaat. Verder kan ik via de kortegolfradio 'LOWE-150' en een notebook weerkaartjes ontvangen. Hiervoor gebruik ik het programma JVcomm. Het is een programma dat de computer rechtstreeks aan de Lowe kan koppelen door een koppeling vanaf de Lowe naar de microfooningang van de computer te maken. Dit gaat meet een eenvoudig kabeltje meet passende stekkertjes. dus geen modem of andere hardware is hiervoor nodig. Het programma is te downloaden vanaf internet Programma om weerkaartjes te decoderen Met dit prograam is het zelfs mogelijk om via een SSB-zender faxen naar anderen te sturen. het programma moet je een keer proberen. als het bevalt is het te registreren voor een bedrag dat het zeker waard is. JVcomm Het interpreteren van weerkaartjes vraagt wel enige oefening.

Communicatie

Wat gisteren nog onmogelijk leek is nu binnen handbereik. Toen we vijf jaar geleden vertrokken was satelliet communicatie voor de doorsnee zeiler onbetaalbaar. SSB-apparatuur en de marifoon kwamen we wel vaak tegen. Toen was het nog mogelijk via Scheveningen Radio contact te leggen met familie en kennissen. Maar door de opkomst van GSM-telefonie is het voor Scheveningen Radio niet meer haalbaar deze service in de lucht te houden. Nu communiceren we met GSM als we binnen het bereik van een zender zijn. Dit is niet alleen spraak, maar ook data of fax verkeer. Tot de Kanarische eilanden is het mogelijk om zo in contact te blijven met de achterblijvers. Op de Oceaan ver van de wal moeten we via de INMARSAT-satellieten communiceren. Op dit moment zie je bij oceaanzeilers al vrij vaak INMARSAT-C apparatuur. Ook wij hebben INMARSAT-C aan boord. Via een vrij eenvoudig pc-programma is het mogelijk te faxen en te e-mailen naar elk e-mail adres in de wereld. Via INMARSAT-C is het niet mogelijk een spraakverbinding te maken. Het voordeel van INMARSAT-C apparatuur is niet alleen communiceren met jan en alleman, maar het bovenal een veiligheidsapparaat. Het lijkt hierin op de DSC-functionaliteit zoals nu ook mogelijk is met marifonie. Onze vrienden en kennissen kunnen via e-mail met ons in contact blijven. Het eerste en laatste deel van onze tocht gaat dat naar ons e-mail adres "mailto:G.Broertjes@planet.nl (Zie het blauwe deel op de wereldbol). Wij kunnen dan via onze GSM deze e-mail ophalen. Als je met ons e-mailt maak dan je tekst zo kort mogelijk. Gebruik vooral geen bijlagen (attachments). Een Word-document is al gauw erg groot. Verbindingen in het buitenland zijn nogal prijzig. Na november1999 tot juni 2000 moet de verbinding met ons via INMARSAT. Dit is voor een ieder mogelijk, als men zich bij Station 12 heeft aangemeld. Dit gaat door een formulier in te vullen. (Download het Station 12 is dan in staat de kosten van zo'n verbinding door te sturen naar de zender van het e-mailbericht. In het wereldkaartje hier boven is de route van ons aangegeven met de gebieden waar we via ons normale e-mail adres (blauw) en via INMARSAT (rood) via Station 12 zijn te bereiken. Aan boord hebben we voor het zenden en ontvangen van INMARSAT-C berichten een Thrane & Thrane type TT-3020C ingebouwd. Het antennetje dat niet groter is dan een scheepsmok bevat ook een GPS-module. Hierdoor wordt bij het uitzenden van een noodbericht ook de positie en de snelheid van het schip meegezonden.

Terug naar begin van deze pagina

Terug naar hoofdpagina

Foto van Marian Volg de reis van Marian en Gerrit Broertjes die zij maakten van 1999 tot 2000. Lees de nieuwsbrieven.
Foto van Gerrit

Aanpassingen aan de Nirvana

Van Rotterdam tot Portugal

Van Portugal naar Lanzarote

Van Lanzarote naar Kaap Verden

Van Kaap Verden naar Suriname

Suriname houdt ons gevangen(I)

Suriname houdt ons gevangen(II)

Op herhaling bij de Caribische eilanden

Terugreis St. Maarten naar Azoren

Azoren-Falmouth-Rotterdam

Gebroken verstaging

Terug naar hoofdpagina