Informatie
Het weer in Paramaribo Suriname: Voor jachten zijn er in Suriname nog maar weinig faciliteiten. De meeste jachten varen de Surinamerivier op en gaan voor anker vlak achter het pilot station bij Paramaribo. Hier kan men aan land gaan bij de pier van het hotel Torarica. Men ligt redelijk veilig, maar men moet wel goed rekening houden met een sterke stroming. Eb en vloed hebben hier vrij spel en het ankergerei moet hier van goede kwaliteit zijn. Wij hadden 60m ankerketting uitstaan. Gedurende de drie maanden dat we hier lagen hebben we steeds veilig gelegen. We hebben wel veel overlast gehad van de andere schepen waarvan het anker ging krabben. Het inklaren en het verkrijgen van een visum is geen probleem al moet men wel geduld uitoefenen. We zijn hier in Zuid-Amerika! |
Geen twee weken maar drie maanden in Suriname
Surinamerivier Vlakbij de nieuwe
brug over de Surinamerivier vinden we een ligplaats naast een Braziliaans
motorsailertje. De bemanning kijkt vol belangstelling naar al die moderne
snufjes op de Nirvana. Marian gaat naar de havenautoriteiten van Nieuwe
Haven. Ik kijk mijn ogen uit. Na een overtocht van 16 dagen moeten mijn
hersens wennen aan alle nieuwe indrukken. Ondertussen maak ik me een
beetje zorgen over het vervolg hier. Op de rivier heb ik nog geen
geschikte ankerplaats gezien; afwachten maar. Naast de boot zie ik dat het
water sneller gaat stromen. Converseren met de Brazilianen naast me gaat
niet erg vlot, zodat ik me in de kajuit terug trek om de laatste gegevens
van de overtocht in het logboek op te schrijven en de kaart van de rivier
nogmaals goed te bestuderen. Midden in de rivier ligt een levensgroot
doormidden gebroken wrak van een schip dat als een soort golfbreker de
kade van Nieuwe Haven beschermt. Aan beide kanten varen vrij grote schepen
voorbij, daar is het dus diep genoeg en hoef ik niet de buitenzijde van de
rivier op te zoeken als we een ankerplaats gaan zoeken. Gelukkig daar komt
Marian, 'alles oké, we kunnen naar de ankerplaats bij De Pier'. 'Wat
bedoel je met, De Pier?' 'Ja, net voorbij fort Zeelandia'. 'Goed we zien
wel'. Even later varen we tegen de stroom en de wind naar drie geankerde
zeiljachten bij een pier van een hotel. Hier moet het dus zijn. We gaan
voor anker en we genieten van onze behouden aankomst.
Toch is het genieten van korte duur. De Surinamerivier die eerst zo rustig leek blijkt na een tijdje een snelstromende rivier te zijn. Het log geeft na enige tijd 3 knopen aan. Het rivierwater snelt voorbij en vormt aan de boeg van de Nirvana een boeggolf. De ankerketting vieren we uit voorzorg tot 60 meter. Nu komen we toch wel wat dicht bij de oever. We besluiten de eerste tijd aan boord te blijven en goed te bestuderen hoe de boot zich gedraagt. Als de stroom omdraait draaien we 180 graden en liggen met de achterkant van het schip tegen de wind. De stroom is hier duidelijk sterker dan de wind. Het omdraaien gaat langzaam waardoor de Nirvana ligt te rollen op de golven. Na een halfuur is de rust weer terug. We hebben nu ook even de tijd met de verrekijker de oever af te speuren. Vlak achter ons ligt het fort Zeelandia. Ik had een groot fort verwacht, maar het fort lijkt meer op een vriendelijke boerderij. Het fort is omzoomd met bomen en de gebouwen hebben zadeldaken die er erg Nederlands uitzien. Vlak voor het fort staat een ruïne. Uit de resten van de muren is goed te zien dat het een statig gebouw moet zijn geweest. Naast ons is een bossage waarachter een paar restaurants zichtbaar zijn. Het hotel Torarica is een groot complex met verschillende gebouwen. Het ziet er goed onderhouden uit. Vlak voor de pier ligt een ponton waar de bijbootjes kunnen afmeren. Mensen flaneren op de pier, het voelt vertrouwd westers aan. Voor ons zien we de steiger van de pilot-boten. Op de steiger liggen boeien voor de scheepvaart klaar. De vorm is gelijk aan die welke we kennen uit Nederland, alleen de kleur is tegengesteld. De spitse tonnen zijn rood, de stompe tonnen zijn groen. Ja, we hebben het I.A.L.A.-A stelsel verruild voor het Amerikaanse I.A.L.A.-B stelsel. Het water van de rivier is bruin en lijkt meer op een modderstroom dan op een regenrivier die uit het regenwoud komt. Het is zichtbaar dat de oever naast ons snel aangroeit. De pier ziet er nog nieuw uit, maar staat bij laagwater nog maar nauwelijks in het water.
De afmeerplaats is aan een drijvend dok waar het stromende water van de rivier vrij spel heeft. De Nirvana wordt dan weer met geweld tegen het dok geduwd en 6 uren later staan de meertouwen weer strak als pianosnaren. Het water kolkt om ons heen. Dat het een echte scheepswerf is wordt ons 's avonds duidelijk. Als om vier uur 's middags de ploegen wisselen horen we kort daarna een sissend geluid. Het blijkt dat men in de buurt van ons een schip gaat zandstralen. Ja hoor, even later komen wolken fijn zand precies onze kant op. Snel sluiten we alles af en vluchten het terrein op. We krijgen te horen dat het stralen tot middernacht zal duren. We babbelen wat met de bewakers op het terrein vlak voor de poort en horen allerlei wetenswaardigheden over Suriname. Maar daarover later. Net na twaalven gaan we de schade bij de boot bekijken. Er ligt een dikke laag fijn zand over alles, maar die laat zich met water gemakkelijk verwijderen. We gaan slapen en de volgende ochtend kunnen we inderdaad de boot goed schoon krijgen. Na twee dagen zit het beslag er weer op. Ondertussen hebben wij de mast geïnspecteerd en alle draaiende delen gesmeerd. Tijdens de oversteek heeft de boot niet geleden en is alles heel gebleven. We zoeken de ankerplaats voor het hotel weer op. We zetten weer 60 meter ketting en wanen ons weer veilig. Veilig? We liggen nog niet of we worden op de ankerplaats belaagd door een trimaran. Eerst leek het of we genoeg afstand hadden want ik vond zelfs dat hij nogal ver van de pier geankerd had. Hij had dan ook de grootste moeite om zonder motor met de bijboot de pier te bereiken. Maar na het draaien van het tij komt hij snel dichterbij. Zijn anker krabt. We starten de motor en sturen vrij van hem. Daarna gaat bij ons het anker op en gaan zeker 50 meter verder weer voor anker. Toch blijkt dit niet genoeg te zijn. Bij elke tijwisseling zeilt de trimaran over de ankerplaats en belaagt zo ook de andere boten. Onderling bepraten we de zaak maar de Engelsman, die zich voordoet alsof hij een indiaan is, verandert niets aan de situatie. Hij vindt dat de andere schepen makkelijker kunnen manoeuvreren en dat die maar moeten reageren als zijn anker krabt. Hij blijft er stoïcijns onder. Uiteindelijk vertrekt hij en is de rust weer terug op de ankerplaats. In Domburg, komen we hem weer tegen als we voor een tripje het binnenland in zijn. Ja, hij ligt hier veel beter en is blij dat hij weg is uit Paramaribo. Hij had ons nog wel moeten afduwen toen hij 'anker opging'… Als we op een avond bij Jaap en Alie van de Boo zijn, die hier elk jaar komen om met hun motorboot de rivieren op te gaan, bespreken we de anker problemen. ' Waarom leggen ze geen meerboeien? Dan is het probleem toch voorbij?' Jaap had al eens een balletje opgegooid bij de havenautoriteit (M.A.S.) en die vonden het een goed idee. De volgende ochtend teken ik een voorstel voor het hotel en Marian probeert een afspraak te organiseren. Maar dat lukt niet; 'nee, hoor we hebben geen belangstelling'. Ik doe al mijn huiswerk in een enveloppe en stuur het naar de directeur van het hotel Torarica met een briefje. Misschien doet hij er nog wat mee. Maar na een paar weken komen we erachter dat deze handelswijze echt Hollands is. Zoiets moet je via bevriende relaties brengen. We bespreken het plan met Jerrel Vijber,die met zijn houseboat voor de pier van Torarica ligt. Hij vindt het een goed plan en zal het met de directeur de heer Robles bepreken. Het plan kan zelfs leiden tot een promotie van allerlei zaken die iets met de watersporters van doen hebben. Zo kunnen er misschien ook wel andere bedrijven de kosten van aanleg helpen dragen. ............... Visum voor SurinameZonder visum mogen wij Nederlanders niet in Suriname verblijven. Het is niet mogelijk in Nederland een visum aan te vragen en dan een half jaar later in Suriname aan te komen. Dus het moet geregeld worden in Suriname. Ondanks dat we hoorden dat de Surinaamse overheid nogal 'oud' ambtelijk is georganiseerd hebben wij daar niets van gemerkt. We kregen bij 'Nieuwe Haven' een stempeltje in ons paspoort en konden daarna na het week-end naar Consulaire zaken waar we voor Nf 60,= (Nederlandse gulden) p.p. een visum kregen. Opvallend was wel dat we in Nederlands geld moesten betalen. We hadden nog wel wat geld maar konden niet passen. We kregen een tegoedbon van vijf gulden en konden daarmee later langs komen. Toen we ons een weekje later weer bij Consulaire zaken meldden was er nog steeds geen wisselgeld. De oplossing werd gevonden door ons in plaats van vijf gulden tien gulden terug te geven. Aan een teruggave in Surinaamse valuta werd niet gedacht. Het visum is twee maanden geldig. Als ik dit schrijf zitten we bijna twee maanden in Suriname, dus we hebben ons weer gemeld bij Consulaire zaken. Ze gaven ons het advies even naar het buitenland te gaan, terug te komen en dan een verlenging aan te vragen als ze eventueel bij de afdeling vreemdelingenzaken geen medewerking zouden verlenen. Wij naar de vreemdelingenzaken. 'Nee, jullie moeten niet hier zijn maar naar Nieuwe Haven gaan'. 'Zijn die vandaag open?'. 'Ja, ja, die kunnen u helpen'.De wandeling naar Nieuwe Haven duurt een half uur. Er staat een rij
voor het loket 'Nederlanders'. Als we aan de beurt zijn krijgen we te
horen dat we alleen woensdag of vrijdags geholpen kunnen worden. De
volgende morgen gaan we weer naar Nieuwe Haven. De rijen zijn lang. We
worden van de ene balie naar de andere gestuurd. Uiteindelijk moeten we
toch aansluiten achter de langste rij. We hebben genoeg tijd om de
handelwijze van de ambtenaren hier op Nieuwe Haven te bestuderen. Vlak
voor ons zit een dame keurig in een grijs uniform met vele strepen. Ze
kijkt in paspoorten en vergelijkt de foto's met die in een boekje. Ik
vraag me af of ze het nauwkeurig doet. Af en toe staart ze lodderig naar
het plafond. Volgens mij slaapt ze met haar ogen open. Om haar heen loopt
een kwieke dame in oranje kledij die hard moet werken om haar taak tot een
goed einde te brengen. Ze zoekt bij alle paspoorten, waarvan de
verblijfsvergunning verlengd moet worden uit een rij kaartenbakken, een
bijbehorende kaart. Ze geeft aan de nieuwkomers in de rij een volgnummer,
ze laat niet met zich sollen als er nog iemand na sluitingstijd bij de rij
wil aansluiten. Ze werkt als een paard vlak voor de halfslapende beambte
met de vele strepen. Zou ze als ze gepromoveerd wordt ook zo'n leuk
baantje krijgen als haar collega? 's Avonds bespreken we het voorval bij het verjaardagfeest van de SBS6 journalist Marijn Duintjer Tebbens in het nieuwe huis van Armand Snijders (journalist). Een ieder heeft zo zijn ervaringen met de Surinaamse overheid. De eindconclusie is dat de soep nooit zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend. Millennium wisseling De kist met vuurwerk wordt op een pick-up
geladen in de Domineestraat. Het is oudejaarsochtend even voor twaalven.
Langzaam wordt de slinger vuurwerk uit de kist op straat uitgerold. De
pick-up rijdt langzaam tussen de mensenmenigte door. De politie
controleert de gang van zaken. Pang, boem, boem. De slinger ontploft met
een oorverdovend lawaai. Ik sta met de vingers in mijn oren en probeer met
mijn arm mijn ogen te beschermen tegen de rondvliegende rood-roze
papiersnippers. Is dit leuk vraag ik me af? Naast me staat Marian 'vind je
dit leuk?', vraag ik. 'Nee, maar ik wil het niet missen'. We lopen verder.
Overal zien we hetzelfde. In de Domineestraat hangt een dichte mist van
kruitdampen. 's Avonds verzamelen zich duizenden mensen bij 'het Vat'. er
is een podium, er zijn kraampjes en er wordt gedanst. Wij doen mee en
voelen ons thuis tussen al die feestende mensen. Tegen elf uur wordt het
stiller, de mensen trekken huiswaarts. Wij zoeken de Nirvana op. vanaf de
rivier hebben we een reusachtig uitzicht op Paramaribo. Om twaalf uur
barst het vuurwerk los. Prachtig, prachtig. Het derde millennium is
begonnen.
Berg en DalJan en Lygia ruimen net hun boekenstalletje aan de Tourtonnelaan op als we komen aanlopen. Hé, wat leuk dat jullie ons komen opzoeken. Wij gaan zo naar huis, als jullie daar naar toe gaan, dan zijn wij er ook zo'. Jan en Lygia wonen en werken een half jaar in Nederland en de overige tijd zijn ze in Suriname. We leerden elkaar kennen bij de vergadering van de N.D.P., waar Desi Bouterse zijn oudejaars voordracht houdt. We komen bij hen in gesprek over de oude plantage Berg en Dal. Deze plantage met een oude geschiedenis wordt op dit moment vrijgemaakt uit het oerwoud. In Nederland en
Suriname zijn stichtingen opgericht met o.a. als doel de oud bewoners van
de plantage te laten terugkeren. We worden uitgenodigd om met Jan en Lygia
eens een kijkje op Berg en Dal te nemen. Met de pick-up gaan we op weg. De
route gaat over zandpaden zo'n 70 km naar het zuiden. De reis duurt
ongeveer twee uur. Als we aankomen vallen ons direct het vervallen kerkje
en een plantage huis op. Verder staan er nog een aantal plantage woningen.
De sfeer bevalt ons direct. Het is niet verwonderlijk dat Jan en Lygia
hier een woning willen bouwen. Lygia heeft oude rechten op de plantage
omdat haar voorouders hier hebben gewoond en gewerkt. We bespreken op een avond de mogelijkheden en het duurt daarna
niet lang of ik probeer een karakteristieke plantagewoning te ontwerpen.
We komen nog wel drie keer terug in Berg en Dal. We tekenen de
plantagewoning (directeurshuis) na, we baden in de rivier, we filosoferen
over de bestaansmogelijkheden, kortom we hebben het er op onze manier
druk. We leren er Romeo kennen die al een huisje op Berg en Dal heeft
gebouwd en al zijn
spaarcentjes inzet in de opbouw van de plantage. Hij is voorzitter van de
stichting in Rotterdam en ondervoorzitter in Paramaribo. Het is geen
gemakkelijke taak die hij heeft opgepakt.
'Boven op de berg zijn nog graven te vinden van vooraanstaanden van de
plantage en je vindt er ook nog graven van de slaven'. 'Romeo ben jij er
al geweest?' 'Nee, gaan jullie eerst maar'. Samen met Bernd uit Duitsland,
die voor een paar weekjes bij Jan en Lygia logeert klauteren we achter een
gids aan, de berg op. Als we boven zijn komen zien we eerst een gebied met
houten paaltjes, dat moeten de graven van de slaven geweest zijn en daarna
komen we bij vier statige graven. We proberen de graven schoon te maken om
de opschriften beter te kunnen zien. We worden door een zware regenbui
genoodzaakt naar beneden te gaan; morgen weer proberen. De volgende
ochtend Architectuur in en rond Paramaribo
Wat ziet het er verwaarloosd uit maar wat is dit mooi zeg'. Dit denk ik
steeds als we door Paramaribo lopen. Je kijkt je ogen uit. Schrille
contrasten die op een of andere wijze in harmonie zijn. Nieuwbouw in een
oerlelijke Amerikaanse neostijl tegen een gaaf koopmanshuis in oud
Surinaamse plantagestijl. Of een moskee direct naast een
synagoge. Gelukkig zie je dat er, ondanks de erbarmelijke economie in
Suriname, toch nog geld is om fraaie panden op te knappen. Sommige panden
die niet mis zouden staan in Amsterdam of Delft
harmonieren hier met Zuid-Amerikaanse koopmanshuizen. En dan die stoepen;
als je mooie stoepen wilt zien dan moet je hier in Paramaribo zijn. De
overgang van de openbare straat gaat hier via de stoep naar de ingang van
het gebouw en niet zoals in Amsterdam met zo'n afstandelijk trapje. Nee,
hier word je als het ware voordat je bij het gebouw bent al welkom
geheten. Helaas zijn deze
beelden mooier dan de werkelijkheid, want lopen in de stad kan alleen als
je naar de grond kijkt. Geen trottoir is beloopbaar, overal kuilen en
gaten (putten zonder deksel) of als er eens een vlak stukje is, wat alleen
's morgens vroeg is te zien, staat er op een asociale wijze een
vierwielaangedreven monster geparkeerd. Surinamers hebben of een oud
afgedankt autootje uit Nederland, soms nog met Nederlandse kentekenplaten, of een 6-cilinder 4-wheel drive.
Waar ze die laatste van betalen blijft voor mij een raadsel. Het verschil
tussen Suriname en Nederland vertelt Jerrel van de rivierboot voor het
hotel Torarica. 'Hier is alles lekker vrij, man. Hier kan je doen wat je
wilt. Als je een huis wilt bouwen dan doe je dat. Er is grond genoeg en
niemand die zich ermee bemoeit.' Als je langs de Suriname rivier vaart zie
je het direct. Er staan plaatjes van
huizen en afschuwelijke, in mijn ogen althans, catalogus huizen uit een
boekwerkje zoals de Wehkamp. Maar alles kan. Je leest de vrijheid van
opvattingen hier zo vanaf. Zoals iedereen hier z'n politieke partij vindt
of opricht, er zijn er meer dan twintig op 450.0000 inwoners, zo kan een
ieder zijn eigen droompaleis bouwen. Terug naar begin
De brug over de SurinamerivierTijdens ons verblijf raakt de brug over de Surinamerivier gereed. Met Armand Snijders krijgen we een rondleiding. De brug is gebouwd door Ballast Nedam uit Nederland. Het moet een voorbeeld zijn van de huidige Nederlandse kennis over bruggenbouw. Maar wat is het geworden? Een echte
aannemersbrug, waarbij vergeten is dat het oog ook wat wil. De opgave was
wel dat het erg goedkoop moest, maar dat er dan lelijk gevormde
opleggingen gemaakt moeten worden, vraag ik me toch echt af. De
verschillende overspanningen stroken niet met elkaar. Het verhaal wil dat
er de eerste 70 jaar geen onderhoud nodig is. Dat is een goed
verkoopargument in Suriname, maar dan moet het verhaal over de brug wel
kloppen. Uit het gesprek met de voorlichter van de aannemer word ik niet
echt wijzer over de maatregelen die genomen zijn om het onderhoud te
minimaliseren. Er is portlandcement gebruikt en geen hoogovencement. Deze
laatste is toch beter voor de omstandigheden waaronder deze brug staat?
'Ja, maar we hebben de maximale wapeningsdekking aangehouden', is het
antwoord. Op de brug aangekomen zie ik dat de verankeringen van de
brugleuning vastzitten met beschadigde gegalvaniseerde bouten dwars door
een betonrandje. Het zal mij benieuwen hoelang dat houdt bij een
gemiddelde vochtigheid van 80% en een dagelijkse regenbui. Genoeg hierover
want het is ook nog een politiek geladen onderwerp. De grote vraag blijft
of een investering in een wat grotere pont de dagelijkse beweging van 1200
voertuigen niet veel goed koper had kunnen opvangen? Maar ook dat is
politiek. De brug is in april klaar, ruim voor de aanstaande verkiezingen.
Maar Bosje (Jules Wijdenbosch) stelt de opening nog even uit
tot vlak voor de verkiezingen in mei. Nog wat extra stemmen bij zijn
nieuwe DNP 2000 partij vindt hij belangrijker dan een eerdere opening!
Een week naar de CarolinabrugWe liggen eigenlijk al weer veel te lang op een plek met de Nirvana. We moeten eens proberen of we de rivier op kunnen. Het moet mogelijk zijn tot de Carolinabrug is het verhaal. Onze zeekaart gaat niet zover, maar ik denk als je de buitenbochten aanhoudt moet het te doen zijn. Vlak achter de Carolinabrug ligt de oude nederzetting van de joden, de Joden-Savanna. Misschien kunnen we die met de bijboot bereiken, want de Carolinabrug kan niet meer open. We vertrekken met de familie van Marijn (SBS6) en Bernd naar Domburg (even voorbij Boxel). Zo zien we Paramaribo weer eens vanaf het water. Een ieder geniet zichtbaar aan boord. Met het busje dat Domburg aandoet gaan ze weer terug naar Paramaribo. Wij blijven achter bij Domburg. De volgende dag wachten we tot in de middag op het tijdstip dat het tij weer naar binnen loopt. Op de motor gaan we de rivier op. Groen, groen en stilte. We varen sprakeloos door tot het bijna donker wordt en we het anker ergens in de buurt van Esters Lust laten vallen. De nacht valt snel in en we liggen midden in het oerwoud met
allerlei vreemde geluiden om ons heen. De volgende middag komt de
Carolinabrug in zicht. Hoe varen we daar naar toe? De dieptemeter begint
nu getallen te produceren die dicht bij de diepte van onze boot liggen. En
ja hoor, we zitten vast. Gelukkig gaat het water nog wat omhoog. Na een
uurtje wachten drijft de Nirvana weer. We blijven in de buurt nog wat
ronddraaien in de hoop de geul richting de brug te vinden. Het lukt ons
niet de route te vinden en we besluiten op een afstand van een 500 meter
voor anker te gaan. Vanaf deze plek is de Joden-Savanna niet te zien, maar
volgens inlichtingen kunnen we met de bijboot daar wel naar toe. De
volgende dag gaan we al vroeg opweg. We hebben geluk want we kunnen 's
morgens nog gebruik maken van de vloedstroom om verder de rivier op te
gaan, 's middags bij eb kunnen we dan weer gemakkelijk terug. De Carolinabrug is een houtenbrug met een stalen
hefgedeelte. Doordat de fundatie van dit deel ook van hout is en verzakt,
is de stalen constructie gaan vervormen en loopt het hefgedeelte klem bij
het omhoog hijsen. Maar we hebben er geen last van met de bijboot en op de
stroom varen we snel richting de Joden-Savanna. Direct na de eerste bocht
in de rivier zien we een steiger langs de rechter oever. Even later staan
we op de kant en worden opgevangen door twee man die bezig zijn het gras
te maaien. We krijgen een informatieblaadje en voor 1500 gulden (ongeveer
3 gulden in Nederland) mogen we de omgeving bekijken. Midden op het
goedonderhouden grasveld staat de ruïne van de oude synagoge uit 1685.
Meer dan de fundatie en een stuk muur met een raam is er niet van over. We
lopen verder en vinden al snel de graven van de betergesitueerden en een
stukje verder de graven van de slaven. Het verschil is dat men, zoals we
ook al zagen op de Plantage Berg en Dal, als slaaf een houten kruis krijgt
en als baas een stenen grafplaat. Deze plek wordt heel fraai beschreven in
de historische roman van Cyntia Mc Leod: 'Hoe duur was de suiker?'. We
blijven een kleine week bij de Carolina brug en kunnen de Nirvana weer
toonbaar maken en Marian doet de was. Het water is hier schoon en het ligt
hier rustiger dan voor Torarica. Op de terug weg blijven nog een paar
dagen bij Domburg liggen omdat het weer regenachtig is volgens de radio.
Regenachtig betekent dat het water met bakken uit de lucht valt. De
pannetjes die we in de regen zetten zijn in vijf minuten tot de rand
gevuld, nee zo hebben we het nog nooit regenen. Paramaribo loopt
gedeeltelijk onderwater doordat de riolen zien het water door slecht
onderhoud niet kunnen verwerken. We horen ook dat er door slechte planning
bij de uitbreiding van een woonwijk de vaarten die voor de afwatering
zorgen zijn dichtgegooid. Het resultaat is dat de hele wijk onder water
staat.
Lees verder over onze belevenissen in
Suriname
|
Volg de reis van Marian en Gerrit Broertjes die zij
maakten van 1999 tot 2000.
Van Lanzarote naar Kaap Verden Suriname houdt ons gevangen (I) Suriname houdt ons gevangen (II) Op herhaling bij de Caribische eilanden |