Het weer op Horta
De beste pilots voor gebruik voor de planning van de oversteken op de Noordelijke Atlantische Oceaan is de Atlantic Pilot Atlas van James Clarke (ISBN 0-07-011921-X). Deze pilot kaarten geven per maand alle informatie over wind en stroming op de route. De kaarten zijn handig gebonden en daardoor zeer hanteerbaar op de kaartentafel. Verder biedt The Atlantic Crossing Guide van Anne Hamminck (ISBN 0-7136-3599-1) een schat aan informatie.
|
Feest op de Azoren en de laatste etappe naar Vlissingen
AzorenGelegen midden in
de Atlantische Oceaan, Tussen Europa en Noord-Amerika, liggen de
Azoren uitgespreid op de hoogte van Lissabon, tussen 39°43'
en de 36°55'. De negen eilanden hebben een totale oppervlakte
van 2.333 km2. De oppervlaktes variëren van 747km2 (het Eiland
Sao Miguel) en 17 km2 (het eiland Corvo). De vulkaantop van
Pico op het eiland met dezelfde naam, die een hoogte bereikt van
2.351 m, is het hoogste punt van de Azoren en van heel Portugal.
De bevolking bestaat uit ongeveer 240.000 mensen. Klimaat De Azoren
genieten het hele jaar door een gematigd klimaat zonder grote jaarlijkse
schommelingen in temperaturen. De dagtemperatuur varieert van een
gemiddeld jaarlijks minimum van 14°C tot een aangename 25°C
in midden augustus. De gemiddelde watertemperatuur, onder invloed
van de Golfstroom, ligt het gehele jaar tussen de 16°C en 22°C. Een wandeling naar de top van PicoDe dag na aankomst
maken we kennis met nog twee Nederlandse schepen in de haven. De
Lotje Twee en de Sophia. Deze twee schepen worden bemand door twee
families die slechts twee stambomen tellen. Het volgende is het
geval; de mannelijke tak van de bemanningen van de twee schepen,
Machiel en Evert-Jan, zijn broers en de vrouwelijke tak, Liselotte
en Paulien, zijn zusters. Beide schepen zijn twee jaar onderweg
en hebben beiden twee kinderen aan boord. De kinderen van beide
schepen trekken samen op met de Bodine en Maxime,
We kijken ondertussen
ook nog uit naar de Flying Chaos die vandaag zal vertrekken. We
hebben een prachtig uitzicht over Faial. Ergens links van ons moeten
de Celadon en de Gumbah nog varen richting Horta. Wij klimmen verder.
Theo is een ervaren klimmer en als we even zitten uit te puffen
gaat hij stilletjes verder. Als we hem missen is hij al een puntje
geworden dat langzaam maar zeker naar boven beweegt. Wij blijven
achter en genieten van het uitzicht en verorberen het lekkers dat
we hebben meegenomen. Aan het eind van de middag staan we weer op
het punt waar we werden afgezet. De taxi komt en neemt een deel
van ons groepje mee naar het dorpje aan de voet van de berg. Een
deel blijft wachten op de terugkomst van Theo. Als uiteindelijk
Theo zich weer bij ons voegt lopen we terug naar het dorpje. Na het weekend en de vele feestdagen hier op Faial kunnen we aan onze verstaging gaan werken. De enige watersportwinkel hier heeft het op erg druk nu steeds meer schepen hier binnenlopen. De medewerkers zijn erg vriendelijk en schenken aan elke klant de nodige aandacht. Ze hebben echter geen mogelijkheid nieuwe verstaging te maken. Wel bestaat de mogelijkheid met Sta-Loc terminals de verstaging aan te passen. Helaas zijn de onderdelen niet op de Azoren en moeten in Engeland besteld worden en via Lissabon vervolgens naar de Azoren gevlogen. David van de winkel moet dan naar het vliegveld gaan om de onderdelen door de douane te loodsen. We moeten dus geduld hebben. En dat valt ons niet zwaar hier op Horta. We komen tijd te kort. De schildering op de muur van 7 jaar geleden moet nog aangevuld worden met een teken dat we ook nu weer veilig zijn aangekomen.
De bezoekjes aan de
vele restaurantjes en aan het internetcafé en niet te vergeten
de voorbereiding van de gezamenlijke etentjes met de andere zeilers
doen de dagen voorbij vliegen. De ene dag een wandeling met elkaar
over het eiland de volgende dag duiken we bij de Malo de motorruimte
in om de generator te onderzoeken. De dagen rijgen zich aan elkaar
en we genieten van onze laatste vrijheid. Misschien is dit laatste
de diepere achtergrond dat er 's avonds spontaan gezamenlijke maaltijden
worden klaargemaakt. Dit is immers de laatste stop voordat we weer
in het drukke snelle leven zullen duiken. De Gumbah en de Celadon lopen binnenDe marifoon staat gedurende de dag uit, maar op geregelde tijden roepen we op het afgesproken kanaal 77 de Gumbah op. En ja hoor, we krijgen antwoord. De Gumbah heeft ons gehoord en varen onder de kust van Faial richting Horta. We maken het bekend bij de andere zeilers en de ontvangst wordt voorbereid. Ferry en Carla zijn veilig binnen. Een paar dagen later komt de Celadon in zicht van de havenmond. We zijn compleet. Alle schepen die gelijktijdig St. Maarten verlieten zijn nu veilig binnen. Het feest is nu compleet. Ik weet niet wat de bemanningen van de overige schepen in de haven van Horta denken over de verrichtingen van de Hollanders, maar elke dag gebeurt er wel wat. Overdag helpen we elkaar de mankementen op te lossen en na gedane arbeid maken we samen, ondanks de regen, de kade onveilig met barbecues. We zijn het er met ons allen over eens: 'zeilers een prima volkje!' De stagen worden aangepastHet duizelt ons van
de adviezen en de raadgevingen over onze verstaging. Er zijn twee
onderwanten die zichtbaar mankementen vertonen. Eén stag
heeft een noodverband en was negen jaar oud en één
stag was slecht één jaar oud die we door een reserve
op de oceaan hebben vervangen. Direct nadat we aangekomen waren
stapte Robert aam boord die vele jaren tuiger was voor Etap in België.
Hij bestudeert de wijze waarop de terminals aan de stagen zijn gewalst.
Hij concludeert dat de walsen netjes zijn gemaakt, zowel de originele
van Seldén als de nieuwe van onze tuiger Hans Jansen. Mooi
recht en gelijkmatig. Wel verbaast hij zich over het aantal keren
dat er geperst is. De terminals zijn slechts één keer
door de wals gegaan. Hij perste altijd twee keer waardoor een ronde
persing ontstaat. Alleen bij de terminals aan de zeerailing perste
hij slechts één keer. De tijd verstrijkt te snelHet wachten op de
Sta-loc terminals duurt lang. Elke dag wandelen 's morgens naar
het winkeltje die bestelling in Engeland heeft geplaatst. De eigenaar
vindt dat het ook lang duurt en we krijgen, als doekje tegen het
bloeden, groente uit eigen tuin. Het wachten wordt hierdoor bijna
een feest. We doen wat klusjes aan de boot en de dagen vliegen voorbij.
Hans helpt Jeroen van de Malo met een revisie van de generator.
Gereedschap voor het slijpen van de kleppen worden geleend bij het
winkeltje en via e-mail worden in Nederland onderdelen besteld.
Deze worden weer meegenomen door bemanningen die voor de laatste
etappe binnen vliegen. Alle schepen komen zo weer in topconditie.
Horta - FalmouthAls eerste vertrekt
Lotje Twee naar Falmouth. Vertrek Faial
De posities van de schepen worden nauwlettend in de gaten gehouden. Wij varen met de Sophia aan kop, de Gumbah en de Celadon met de Anna Carolina varen op een dag afstand en de Olle-P vaart op een afstand van vier dagen achter ons, maar deze komt snel naderbij.Het is opvallend dat
de Sophia gedurende de hele oversteek dicht bij ons blijft. Wij zien niets in die ontsnappingsmanoeuvre. De wind blijft uit de Westhoek en we hebben genoeg reserve om nog wat meer wind op te vangen. Ook de Sophia besluit gewoon door te gaan. Onze weerkaartjes van Bracknell laten zien dat het wel zal meevallen met de uitdieping van de depressie. Weer een stag gebrokenToch hebben we weer
pech met de verstaging. Nu moet een stag van het hoofdwant eraan
geloven. Gelukkig zijn we nu bedreven in het maken van een noodverbinding
en varen door, zei het iets voorzichtiger. Na 8 dagen zien we de kust van Zuid-Engeland weer terug. We lopen een uur later als de Sophia Falmouth binnen en worden door de bemanning van "Lotje Twee" welkom geheten. Lotje Twee is aan een ramp ontsnapt. Vlak voordat ze de haven van Falmouth binnenliepen ontstond er 's nachts brand aan boord bij het achterschip. De twee kinderen, Martijn en Bart-Jan lagen te slapen toen Machiel en Liselotte de brand ontdekten. De verlichting viel uit en Machiel zocht met een zaklantaarn waar de brandhaard precies zat. Dan slaat Murphie toe. De zaklantaarn van het type "oplaadbaar" blijft niet lang branden. In het donker wordt de brandblusser gepakt. Maar die blijkt het niet te doen. Gelukkig is er nog een tweede aan boord en wordt de brand in het achterschip toch nog op tijd geblust. De kinderen hebben van dit voorval niets gemerkt. Wachten op de anderenEvert-Jan en ik hebben elkaar beloofd dat we voor de nog zeilende schepen op de Golf van Biskaje een scheepsweerbericht zullen maken. Elke ochtend loopt of Evert-Jan, of Gerrit verdwaasd en slaperig over de steiger opweg naar de Nirvana of de Sophia. Hoewel het ook wel gebeurt dat we elkaar ergens op steiger tegenkomen. Het valt dan ook niet mee zo 's morgens nog te weten wat we de vorige avond hadden afgesproken. We ontvangen enkele weerkaartjes en zetten die om in een gesproken weersverwachting. Op de afgesproken tijd en frequentie zenden we die verwachting dan uit naar de achtergebleven schepen. De bemanning van de Celadon neemt onze weersverwachting niet te serieus en blijft geloven in de voorspellingen van Herb. Hierdoor varen zij nog ergens op de Golf als de anderen al veilig zijn binnengelopen. Als er zich weer een depressie aankondigt vinden we het welletjes en raden de bemanning van de Celadon met klem aan nu toch echt rechtstreeks naar Falmouth te varen.
Ze luisteren nu en we zien ze enkele dagen later, zij het met wat schade aan de zeerailing toch binnenlopen. De schade aan de zeerailing is het gevolg van de spatzeiltjes die tussen de railingdraden zijn gespannen. Eigenlijk zijn die zeiltjes ondingen op een schip op groot water. Bij een flinke golf komt er zoveel druk in die zeiltjes dat je niet raar moet kijken dat niet alleen de zeiltjes losscheuren maar dat ook enkele scepters uit het dek worden getrokken. Maar ondanks dat zijn we allemaal heelhuids binnengelopen en het feest kan starten, zeker als we even later vernemen dat de Anna Carolina ook veilig en wel in Plymouth is binnen gelopen. Wij vervangen onze gebroken stag. De tuiger van Seldén-masten in Falmouth komt ook nog even langs en komt direct tot de conclusie dat het moet liggen aan het gemis van toggles. Het toeval wil dat naast ons een splinter nieuw schip ligt uit Zweden met ook een Seldén-mast. Ook hier zijn geen toggles geplaatst nabij het dek. De schipper van de nieuwe boot overweegt of hij ze moet laten monteren, maar gelooft uiteindelijk toch niet dat de oorzaak van de problemen met onze verstaging alleen aan het gemis van toggles is te wijten. Ook ik twijfel nog of dat de echte oorzaak is, want de terminal heeft twee vorken, een boven en een onder, waardoor de terminal eigenlijk als een soort toggle werkt. We blijven ruim een week in Falmouth, voordat voor de laatste keer op vreemd grondgebied de touwen worden losgemaakt. Het is een vreemd gevoel, dat over slechts enkele dagen we weer in Nederland zullen zijn. Op 15 juli is de vertrekdag. We starten de motor om naar de bark van Falmouth Industry te gaan om rode diesel te tanken. Helaas blijkt er een touw in de schroef te zitten, zodat ik nog even in het water moet. In een duik is het touw uit de schroef gesneden. Niets kan ons meer tegenhouden. (helaas!) Ons OceaanliedTijdens de oversteek van Horta naar Falmouth horen we niet veel van de Gumbah. Zij hebben immers geen SSB-radio aan boord. Maar in Falmouth blijkt dat Carla en Ferry niet stil hebben gezeten. Een heus Oceaanlied hebben ze gedicht. We zullen het nog vaak zingen op onze reunies. REFREIN:
Ik kan je echt niet nemen, we gaan staande bij, ** naam van bijbehorende boot Op de Flying
Chaos zitten Irma en Raoul, Helaas
de Maybe hebben we niet meer gezien, Machiel
en Liselotte op de Lotje Twee, Anna Caroline,
dat is de kleinste boot, En daar
heb je Gumbah, een hele stoere boot, Nirvana
met Gerrit en Marian aan boord, Dan de
Sophia met Paulien en Evert-Jan, En vanaf
Horta gingen er nog twee, Dan heb
je Hans en Theo, op de Celadon, Zeilend
op de Malo, Jeroen en Carolien,
Falmouth - VlissingenDe zeilen kunnen we wel vergeten. De wind is op. We motoren vrijwel de gehele route naar Vlissingen. Wat een gedoe. We varen op met de Gumbah. Zij varen door naar hun thuishaven in Hellevoetsluis. We hebben een afspraak gemaakt met onze vrienden Arie, Ingrid en Carina, die ons opwachten met hun Hallberg Rassy 29 in de haven van Vlissingen. We maken met de GSM om 04.00 uur contact met ze dat we dreigen aan te komen en vragen ze of er een plekje voor ons is. Het blijkt er zeer vol te zijn. Maar ik ben natuurlijk eigenwijs en zet toch door naar de buitenhaven. Het is er werkelijk propvol. Er is nauwelijks plaats. Gelukkig zijn er een paar vroegerikken die met het tij naar buiten willen en komt er wat ruimte. Het is 18 juli 2000. Voor het eerst in het nieuwe millennium zetten we vaste voet aan wal in Nederland. De reis zit erop. Het is nauwelijks te beseffen, we zijn er beduusd van. Het zit erop, het zit erop. |
Van Lanzarote naar Kaap Verden Suriname houdt ons gevangen (I) Suriname houdt ons gevangen (II) Op herhaling bij de Caribische eilanden |