|
Home - NZG/NSO - Mar.Mamm.Database - Atlantic Seabirds - NIOZ home - NZG/CvZ - CSR Consultancy - Ardea |
(4) Zeetrektellingen
Voor de gemiddelde vogelkijker in de jaren zestig en
het begin van de jaren zeventig waren zeevogels dieren op enkele zwart-wit
platen in de Peterson's vogelgids ("de kist") die je normaal
gesproken nooit zag. Pagina's die dus gewoon konden worden omgeslagen. Dat
veranderde in het midden van de jaren zeventig. Enkele oplettende
veldornithologen hadden ontdekt dat je gezeten op een hoog duin en constant
turend over het water wel degelijk zeevogels kon zien voorbijvliegen! De komst
van goedkope, maar sterk vergrotende Japanse veldkijkers maakte dat de stipjes
en kruisjes ook nog redelijk op naam te brengen waren. Duikers, jan-van-genten,
jagers, alk/zeekoeten (niet te determineren alken of zeekoeten),… Vooral in de
herfst bij harde aanlandige wind bleken al die fascinerende zeevogels gewoon in
onze kustwaterendoor te trekken! Deze nieuwe tak van waarnemen, 'zeetrektellen'
genoemd, zorgde er al snel voor dat de Nederlandse avifauna's herschreven
moesten worden. Zo stond de Grauwe
Pijlstormvogel Puffinus griseus in
de in 1970 gepubliceerde Nederlandse Avifauna te boek als een dwaalgast waarvan
vijf gevallen bekend waren (waaronder drie vondsten en een 'onbevestigde
waarneming'). Zelf kan ik mij de zware noordwesterstorm in oktober 1973 nog als
de dag van gisteren herinneren, toen liefst 18 van die bewoners van het
Zuidelijk
Halfrond achter de branding langsvlogen! Deze
pijlstormvogels bleken regelmatige doortrekkers in de herfst, Alken Alca torda en Zeekoeten Uria aalge waren talrijke wintergasten,
liefst vier soorten jagers konden elk jaar worden gezien, Noordse Stormvogels Fulmarus
glacialis, Papegaaiduikers Fratercula arctica en Kleine Alken Alle alle bleken ook fit en gezond in onze omgeving door te
trekken.
Noordse Stormvogel Fulmarus
glacialis (C.J. Camphuysen)
Terug naar vorige pagina
Terug naar homepage
Verder lezen:
Camphuysen C.J. 1985. Zeetrektellingen. In:
Hustings M.F.H., Kwak R.G.M., Opdam P.F.M. & Reijnen M.J.S.M. (eds).
Vogelinventarisatie: 215-219. Pudoc, Wageningen.
Camphuysen C.J. & Dijk J.van 1983. Zee- en
kustvogels langs de Nederlandse kust, 1974-79. Limosa special issue 56(3):
81-230.
Geldermans F. & Rebel C. 2001.
Zeetrektellingen 2000 Vogelwerkgroep Den Helder. De Steenloper (speciale
editie) 19(101): 1-56.
Geldermans F. & Rebel C. 2002. Zeetreklangs
Huisduinen 2001. Vogelwerkgroep Den Helder, De Steenloper (speciale editie)
20(107): 1-69.
Ham N.F. van der 1989. Influx
of Long-tailed Skuas in the
Ivens R., Spek V. van der & Westerduijn R.
1999. Zeetrektellingen langs de kust van Scheveningen, voorjaar 1998. Coastal
Bird Migration Monitoring Group Scheveningen, Scheveningen.
Leopold
M.F. & Platteeuw M. 1987. Talrijk voorkomen van Jan van Genten Sula bassana bij Texel in de herfst: reactie op lokale
voedselsituatie. Limosa 60(3): 105-110.
Ouden J.E. den & Stougie L. 1987.
Zeetrekgegevens nader bekeken. Sula 1(3): 57-65.
Platteeuw M. 1987. Trekbewegingen van Kokmeeuwen
Larus ridibundus langs de
Noordzeekust: oorzaken en achtergronden. Sula 1(2): 29-37.
Platteeuw M. 1990. Het voorkomen van de Zwarte
Zeeëend Melanitta nigra langs de
Nederlandse kust: een evaluatie. Sula 4(2): 55-65.
Platteeuw M. 1991. Zeevogels langs de
Nederlandse kust: wanneer, welke soorten en onder wat voor omstandigheden. Sula
5(1): 2-15.
Platteeuw M. & Stegeman L. 1989.
Voorjaarstrek van Grote Sterns Sterna
sandvicensis langs de Nederlandse kust: interpretatie van seizoenspatroon.
Sula 3(2): 51-59.
Winter C.J.N., Geelhoed S., Stegeman L. &
Woutersen K. 1996. De trek van kust- en zeevogels langs de Nederlandse kust in
1994. Sula 10 (special issue): 1-40.