Home - NZG/NSO - Mar.Mamm.Database - Atlantic Seabirds - NIOZ home - NZG/CvZ - CSR Consultancy - Ardea

 

 

(6) Zeevogels op zee

 

De Nederlandse Noordzee bleek van bijzondere betekenis te zijn voor overwinterende Roodkeelduikers Gavia stellata. Tussen oktober en april bleek deze broedvogel van arctische toendra's talrijk in onze omgeving voor te komen en liefst 13% van de Noordwest Europese populatie overwintert bij ons! Zwarte Zee-eenden Melanitta nigra waren eveneens talrijke overwinteraars, zo veel was al uit zeetrektellingen gebleken. Niet bekend was dat wij in sommige jaren 10% van een Europese populatie van bijna anderhalf miljoen vogels konden onderbrengen. De Fuut Podiceps cristatus, een vogel van de Nederlandse binnenwateren, bleek in strenge winter massaal naar de kustwateren te verhuizen. Niet minder dan 21% van de Europese populatie in sommige seizoenen. Nog veel verrassender was de betekenis van het Nederlandse continentale plat voor een vermeend schaarse doortrekker als de Grote Jager Stercorarius skua, broedvogel van Shetland, de Faeroer Eilanden en IJsland. Liefst 11% van de wereldpopulatie gebruikte ons territorium in de vroege herfst. De precieze trekbaan van de Dwergmeeuw Larus minutus kon in kaart gebracht worden, een attractieve soort waarvan op sommige perioden van de najaarstrek bijna 20% van de wereldpopulatie in Nederlandse wateren foerageerde. Dat er op de Nederlandse Noordzee naar schatting 18.000 Kleine Alken Alle alle (een hoogarctische alkachtige afkomstig van Spitsbergen) en 7000 Papegaaiduikers Fratercula arctica overwinterden was ronduit verbijsterend voor vogelaars die dergelijke soorten voordien niet eens jaarlijks waarnamen.

            Interessant was ook de betekenis van de Nederlandse Noordzee als kraamkamer voor 'echte' zeevogels die op de Britse rotskusten broedden. Drieteenmeeuwen Rissa tridactyla bleken kort na het uitvliegen de beste plekken op de Noordzee te benutten en in verscheidene jaren bleek de betekenis van de Nederlandse Noordzee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tanja Weichler en Kees Camphuysen, waarnemend aan boord van FRV Tridens

 

Ronduit spectaculair is de jaarlijkse 'armada' van zeekoetenkuikens. Zeekoeten Uria aalge  broeden op de steile klifkusten van Schotland en Noordoost-Engeland. Jonge zeekoeten worden door beide ouders gevoerd, maar de dagelijkse vluchten van en naar de voedselgebieden vergen veel energie voor deze moeilijk vliegende soort bij de snel toenemende voedselbehoefte van het opgroeiende jong. Na ongeveer 2 weken wordt het nog onvolgroeide donsjong dan ook 'gepusht' om in zee te springen en vervolgens ontfermt de vader zich over het jong. Vaders met hun jong kunnen in augustus overal in de Noordzee worden gezien. Luid piepend maakt het jong zijn aanwezigheid kenbaar, terwijl de oudervogel het dier begeleid en van voedsel voorziet. Tot voor kort wist niemand waarheen dit vertrek leidde. De vogels vertrokken naar zee, zoveel was duidelijk. Inmiddels hebben we geleerd dat de zeekoeten de Noordzee op zijn breedste punt zwemmend oversteken, van Schotland op weg naar het Deense Skagerrak, van Noordoost-Engeland op weg naar…de Nederlandse Noordzee. Naar schatting 15.000-44.000 zeekoetenkuikens groeien op in de Nederlandse kraamkamer ten noordwesten van Texel, een lokaal verrijkt zeegebied met de naam 'het Friese Front'.

 

Typische Zeekoetenkolonie op Westray (Orkney Eilanden) (C.J. Camphuysen)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                       

 

Zeekoet met kuiken op volle zee (C.J. Camphuysen)

 

 

 

Verder

 

Terug naar vorige pagina

Terug naar homepage

 

Verder lezen

 

Camphuysen C.J. 1995. Grauwe Pijlstormvogel Puffinus griseus en Noordse Pijlstormvogel P. puffinus in de zuidelijke Noordzee: een offshore perspectief. Limosa 68: 1-9.

Camphuysen C.J. 1999. Jagers in de Nederlandse kustwateren. De Graspieper 19(3): 53-65.

Camphuysen C.J. 1999. Diurnal activity patterns and nocturnal group formation of wintering Common Murres in the central North Sea. Colonial Waterbirds 21(3): 406-413.

Camphuysen C.J. 2000. Zomerwaarnemingen van Noordse Pijlstormvogels Puffinus puffinus in Nederland. Limosa 73: 7-16.

Camphuysen C.J. 2002. Post-fledging dispersal of Common Guillemots Uria aalge guarding chicks in the North Sea: the effect of predator presence and prey availability at sea. Ardea 90(1): 103-119.

Camphuysen C.J. & A. Webb 1999. Multi-species feeding associations in North Sea seabirds: jointly exploiting a patchy environment. Ardea 87(2): 177-198.

Stone C.J., Webb A., Barton C., Ratcliffe N., Reed T.C., Tasker M.L., Camphuysen C.J. & Pienkowski M.W. 1995. An atlas of seabird distribution in north-west European waters. Joint Nature Conservation Committee, Peterborough, 326pp.