DE GEBOORTE VAN ONZE CATTERY
Toen wij hier 13 jaar geleden kwamen wilden wij dan ook als
nieuwgeboren plattelanders een kat.
Het werd een ‘gratis af te halen’ katje. Een cyperse poes.
We noemden haar Poema.
Ze was 8 weken en na eerst gewend te zijn aan ons, ons
huis, en wat groter gegroeid, mocht ze onze tuin gaan verkennen om het tot haar
terratorium te maken. Maar ‘s avonds wilde wij haar weer veilig en knus binnen
hebben.
Gaandeweg bleef ze overdag wat langer weg, maar nog steeds stonden wij
erop dat ze s’nachts binnen was.
Ze ging ook de schuur verkennen en haar eerste
muis heeft ze daar gevangen. Vol trots kwam ze hem ons laten zien.
Het bleef niet bij muizen, ze ving ook mollen. In
hoogtijmollendagen ving ze er wel 2 per dag.
Ze ging vaker en langer de schuur
in, uit zichzelf, en vond er ook een heerlijk plekje om weg te doezelen.
En toen wilde ze ‘s avonds niet meer naar binnen. Ze wilde in de schuur
blijven. Dus wij gaven gehoor aan haar wens.
Haar moeder was een buitenkat, het nestje
was ook buiten geboren. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. We zouden haar onrecht hebben gedaan
haar binnen te houden tegen haar zin. Ze heeft dan ook een prachtige plaats in
de schuur, haar eigen huisje.
Ze is een geweldige lieve poes en als wij in de tuin zitten
kruipt ze op schoot, slaat haar voorpoten om onze nek en legt haar kopje tegen
onze schouder en de motor wordt gestart en worden wij getrakteerd op een
wasbeurt.
En vandaag de dag vangt ze nog steeds mollen en muizen.
Maar ja, die avonden waren ineens niet meer zo knus. Geen
kat meer op schoot.
Nu hadden wij een poosje geleden een plaatje gezien van een
witte Noorse Boskat en dat leek ons toch wel heel wat.
Dat wilde
uiterlijk, die prachtige ogen, dat robuuste lichaam.
Dus de kittenbemiddeling werd gebeld met de vraag of er ergens
een witte Noorse Boskat was En deze keer wilden wij een kater. Maar neen, een
witte was er niet, wel een blauwe. BLAUW? Hoe moest dat er wel niet uitzien?
Echt blauw?
Het was op een zondag en wij reden naar Groningen, zagen de blauwe
kater en vielen als een blok voor hem. Enkele uren later liep hij al bij ons in
huis rond te dartelen.
KJELL AV DAHLGARD
Hij werd de stamvader van onze cattery.
Maar ja, Kjell werd een beetje eenzaam. Hij had niet genoeg
aan ons gezelschap. En Poema wilde nog steeds niet naar binnen. Sterker nog, ze
wilde helemaal niets weten van Kjell.
Het was duidelijk dat hij graag een soortgenootje wilde. En
wij wilden dat ook wel. Maar deze keer moest het dan toch echt een witte
worden. Een poes leek ons leuker voor Kjell dan een kater.
En wij vonden haar.
KAYLEIGHS METTE THYRA.
Oke, dit was genoeg. 3 geweldige katten met een geweldig
karakter.
En toen kwam de vraag aan ons of
wij wel eens naar een show waren geweest met onze katten
en werden nieuwsgierig gemaakt. Wij
besloten om met Kjell 1 x naar een show te gaan om te kijken of hij voor een
keurmeester net zo geweldig was als voor ons.
Fout.
Het bleef niet bij 1 x. Sterker nog, wij wilden nu ook
kittens van onze twee prachtige Noren.
De rest zal bekend zijn. Het Noorse Boskattenvirus.
Inmiddels zijn wij heel wat jaren
verder en hebben 10 geweldige Noren en onze bovenste beste muizen,
mollenvangster, vrijmachine Poema (Poedeloet voor insiders).
Wij hebben niet meer dan 2 maal per jaar een nestje. Wij
vinden dat het leuk moet blijven en kunnen op deze manier ons steeds
weer voor 100% inzetten en genieten van onze kittens.
Karakter en gezondheid staat bij ons voorop en met een
vleugje ambitie streven wij naar de rasstandaard die zo kenmerkend is voor de
Noorse Boskat.
De vachtkwaliteit is een onderdeel van superieur belang
waarbij de kleur een ondergeschikte rol heeft.
Met andere woorden:
Wij combineren geen
ouderdieren om een bepaalde vachtkleur te verkrijgen.
Wij hebben ons hart verloren aan de Noorse Boskat en een
ieder die met dit geweldige ras voor het eerst kennis zal maken is eenzelfde
lot beschoren.