Verslag waddentocht Hemelvaart Lauwersoog - Wieremerplaat - Simonszand - Lauwersoog
Gedetailleerde planning zie: planning.xls
Dag 1: Lauwersoog - Wieremerplaat
's Ochtends werd er relaxed ontbeten op de R&S-kade in Leiden. De boten waren al opgeladen en we hoefden pas rond een uur of 1 in de boot te zitten. Roelof en Bob hadden hun eigen boot, Aranka de Sirius en Matthea de Noctiluca van Tessa. Tegen een uur of negen vertrokken we en een kleine 3 uur later kwamen we aan in Lauwersoog. Gelukkig konden we de auto en trailer op de parkeerplaats naast de veerboot kwijt. Naast een meer dan riante hoeveelheid voedsel voor 4 dagen, verdween er ok nog zo'n 60 liter water in de kano's, ruim voldoende voor 4 dagen zoals later zou blijken. Iets later dan gepland, maar minder later dan verwacht voeren we met een heerlijk briesje in de rug richting de Engelsmanplaat. Voor het eerst de marifoon uitgeprobeerd. Vanaf de haven was de ontvangst in de vuurtoren van Schiermonnikoog slecht, maar vanaf het water kon je op hoog vermogen (5 watt) uitstekend met de vuurtoren praten. De stroom trok al snel flink aan zodat we de achterstand op ons schema in no-time hadden ingehaald.
Na een lange winter was het weer heerlijk om weer op de wadden te varen. Na ongeveer een uurtje varen werden de eerste contouren van het vogelwachtershuisje en het baken op de Engelsmanplaat zichtbaar. Bob zag nog een flatgebouw ergens ter noorden van de Engelsmanplaat, maar dat bleek later toch een varend flatgebouw oftewel schip te zijn.

Keurig op tijd kwamen we bij de Engelsmanplaat waar me wet een flinke stroom door het Westgat langs spoelde. Bij de meetpaal kon je duidelijk zien dat er een rand droog was gebleven bij het laatste hoogwater, potentieel mooie campingplaats, precies op dezelfde plek waar we twee jaar geleden ook al eens gestaan hadden. We voeren eerst nog een stukje door, het smerig gat binnen, richting het vogelswachterhuisje waar volgens de vuurtoren nu ook daadwerkelijk vogelwachters waren. In het smerig gat hadden we in het begin nog stroom mee, maar al snel werd het zo ondiep dat er helemaal geen stroom meer stond. Bij het Smerig Gat 15 vonden we het wel welletjes, legden de kano's op het strand en wandelden naar het vogelswachterhuisje. Er waren inderdaad 3 vogelwachters, absoluut het meest relaxde beroep ter wereld. De hele dag in een palen hut over het wad uitkijken, afgewisseld door laag water waar je een wandelingetje kan maken en wat vogels kan gaan tellen. Gelukkig konden ze ons ook nog wat informatie geven over de zandplaten in de omgeving. Het bleek dat naast het randje op de Engelsmanplaat dat we al gezien hadden, er ook nog een strook op een zandplaat ten noorden van de Engelsmanplaat droog bleef (ongetwijfeld mede dankzij de oosten wind). De plaat staat wel op de zeekaart, maar heeft geen naam. Het enige wat er over vermeld wordt is dat het een voormalige munitiestortplaats is. Wij hebben de plaat toen maar de Wieremerplaat gedoopt omdat hij dicht bij de Wieremer gronden ligt.
De vogelwachters konden ons ook nog vertellen dat er een geultje door deze Wieremerplaat heen liep vanaf het Smerig gat naar de Noordzee. Gelukkig vonden we dit geultje ook, want inmiddels was het behoorlijk laag water en was het smerig gat ook echt een smerig gat waar je niet meer echt door kon varen. Het geultje was ruim een halve meter diep, ruim voldoende voor een zwaar beladen zeekano. Op de rechter oever troffen we een kolonie zeehonden aan, die deze kanoënde bezoekers interessant genoeg vonden om ons van dichtbij te komen bekijken. Aan het einde van het geultje aangeland om te kijken waar de beste kampeerplaats zou zijn. Die bleek aan Noordzijde, waar de plaat vrij stijl in de Noordzee verdween zodat we niet ver hoefden te zeulen met de kano's.
Om het spannend te houden hebben we de tent dicht bij de vloedlijn opgezet. Na een voedzame en lekkere maaltijd (recept Matthea) bouwden we toch maar een dijkje rondom de tenten, voor het geval dat... De rest van de avond werd gevuld met het legen van wijn- en portflessen
Rond een uur of een was het dan echt hoog water. Bob en Matthea lagen al in de tent toen onze dijk werd beproefd. Gelukkig bleef het bij drie golven die er tegenaan sloegen, anders was de dijk zeker weggespoeld. Wel stond er rondom de tent water naast de dijk, toch spannend...
Dag 2: Van Noord-Rif (Wiremerplaat) naar Simonszand
Mooi op tijd op en na een uitgebreid ontbijt iets te laat weg. Maar elk nadeel heb z'n voordeel, later weg betekent hoger water en dus minder sjouwen. Na het oversteken van het Westgat richting Schiermonnikoog, met een licht windje mee en mooi weer een eitje. We moeten vrij ver om de zuid, want het eiland loopt verder door dan je op grond van de kaart zou denken. Dat komt omdat de hoogwaterlijn het meest in het oog springt maar het nog geen hoogwater is. Langs de veersteiger gevaren, maar niet uitgestapt, want we hebben water en eten genoeg. Rond half twee over het wantij om bij de EB12 de ebstroom in de Eilanderbalg op te pikken. Daarna is het parool : volg de stroom, volg de tonnen. De westkant van Simonszand is vrij steil en daar liggen dan ook de zeehondjes. Het is met zeehonden net als met kampeerplek-zoekende kanovaarders : ze stappen het liefst uit aan de steile kant van de plaat, dan hoef je minder te lopen en desgewenst ben je weer snel in diep water. Als we langsvaren/langsdrijven gaat de groep te water. Doen ze dat uit nieuwsgierigheid of omdat ze bang voor ons zijn ? De jacht op zeehonden wordt in de Waddenzee al zo lang niet meer beoefend dat de beestjes toch niet meer mensenschuw zouden moeten zijn. Geen idee trouwens hoeveel generaties iets als slechte ervaringen met het mensdom blijft hangen. Zeehonden hebben voorrang, van 15/5 tot 1/9 is de westkant van de plaat (hun zonnebank) voor mensen verboden. We kamperen ca 200m buiten het verboden gebied.
Wat doe je zoal op zo'n plaat ? Afmelden bij de kustwacht, tentje bouwen, zonnebrand smeren, wandelen, brandhout zoeken, vogeltjes kijken en eten, vooral veel eten. Vanaf de plaat kan Roelof via de marifoon met de vuurtorenwachter praten, die ons met de kijker al gezien had. Als het donker is zijn de vuurtorens van Schier en Borkum te zien. En er worden weer flessen geleegd ....

Dag 3: Rustig dagje op Simonszand
Lekker wakker worden op een min of meer onbewoond eiland.
In de ochtend zien we de waterlijn tot waar de zee die nacht is geweest. We zijn
ruim droog gebleven, maar Simonszand ligt ook een stuk hoger. De zee is nu een
klere eind weg en we zijn blij dat we niet hoeven te vertrekken, want je bent
een uur bezig om met je boot de waterlijn te bereiken die ergens een km verderop
ligt.
We gaan een ontbijtje doen! En gedurende het ontbijt wordt
het langzaam hoog water. Onze buren, de twee andere kanoërs zijn rustig aan het
opbreken. Ik ben nog steeds jaloers op hun windschermpje, omdat ik overtuigd ben
dat je dan veel minder zand eet als je zo’n schermpje hebt.
Even later ga ik even buurten bij onze buren als ze bijna
vertrekken en de waterlijn redelijk hoog is. Ze varen naar de Engelsmanplaat
vandaag. Gisteravond hebben ze ons avond vuurtje nog gezien. Ze waarschuwen ons
dat de Rottumerplaat bewaking daar nogal heftig op kan reageren door kanoërs
van Simonszand te sturen. Lijkt me vervelend! Even later help ik de boot sjouwen
naar de waterlijn. Ze hebben lichte boten. Dat doen wij hen niet na. Ze waren zo
ligt als een veertje.
Vijf minuten later zijn we dus echt de enige mensen op de plaat.
Bob en ik vinden het leuk om ons eigen eiland van alle
kanten te gaan bekijken. Juist gedurende hoog water, anders moeten we te ver
lopen. We zien een kudde zeehonden op de kant zitten en willen hen niet
verjagen. We lopen eromheen met een ruime afstand van 500 meters, maar dat
vinden de honden niet genoeg en opnieuw pezen ze één voor één het water in.
Geen idee wat voor afstand zij accepteren als ongevaarlijk.
Even later zien we een hele grote groep vogels die laag
over het eiland vliegt. Het is een waanzinnig mooi gezicht. We lopen nu op iets
meer dan een km van de tenten vandaan. Die zien we als een heel klein stipje
achter ons. We lopen langs het water dat tussen de twee platen van Simonszand
ligt, een soort klein binnenmeer. We zien nog een paar andere zeevogels, waarvan
we de naam niet weten. Zolang we Tessa niet bij ons hebben heet alles Sijsje. We
hebben lLopsijsjes gezien, Zwemsijsjes en Vliegsijsjes.
Bij het begin van het binnenmeer met een afstand tot de
andere Simonszandplaat van circa 10 tot 20 meter zien we een oude kampplaats.
Het dijkje rond de tent staat er nog. En er staat nu met hoog water bijna rondom
water. Dat is een waanzinnig leuke locatie. Aan deze kant van de plaat is het
ook direct diep dus hier zou je ook nooit ver met je kano hoeven lopen. Dat
moeten we onthouden. De plek is ook duidelijk gemarkeerd met een paar plastic 10
liter can's die gevuld zijn met zand.
Nu lopen we weer terug naar de tenten. We nemen vanaf nu al
het brandhout mee wat we zien. Dat blijkt nog zoveel dat we het niet allemaal in
één keer mee kunnen sjouwen. Even later zijn we weer terug bij Matthea en
Roelof die lui liggen te bakken, lezen en kletsen. Nu ja veel anders kan je hier
niet doen dus doen Bob en ik hier even later maar aan mee.
Na het eten zijn we moe en voldaan. Verbazingwekkend hoe je zo moe kan worden van een dag helemaal niets doen! Misschien door de waarschuwing van onze medebewoners van de plaat, misschien omdat we te moe waren, maar niemand neemt het initiatief om een vuur te maken. Nadat het donker is geworden kruipen we voldaan de tenten in.

Dag 4
Ook vandaag stonden we rond acht uur op. Onze tafel was nog niet geheel onder het zand verdwenen, de wind was iets gaan liggen. De voorspelling was dat de wind zou aanwakkeren tot kracht 5 en dat er wat motregen zou zijn. Eerst maar even ontbijten. De cruesli met yoghurt en banaan was zo lekker, dat we geen behoefte meer hadden aan gebakken eieren. De laatste eieren mochten dus mee terug in de boot. Gelukkig kon er wel wat uit. Afval werd verbrand. Overtollig water werd gebruikt ( 10 liter voor de afwas), of gewoon leeggegoten (Bob en Ranka allebei ruim 6 liter). Ruim 3 liter per persoon per dag én sap én wijn is blijkbaar toch te veel van het goede. We vertrokken 2 minuten na de geplande vertrektijd en voeren naar de oostkant van Simonszand. Slechts één zeehond was zo vriendelijk ons uit te zwaaien. Al snel begon het te regenen, ter hoogte van de Mothoek bleef het niet bij motregen. Ook tijdens het varen is niet alles zonneschijn. Toch niet ontevreden voeren we gestaag voort. Ondanks de tegenwind was onze snelheid volgens de GPS (of diens aflezer) minimaal 4 km per uur. Onze blazen begonnen op te spelen. Bob zag een mogelijkheid: een plaspaal. Oftewel, een superboei met ladder en bovenop een platje met reling. Roelof mocht hem helpen. Bob klom in de paal en Roelof dreef weer af, hij voelde blijkbaar geen behoefte om een foto te maken. Bob was opgelucht. We voeren verder. Zo kwam het ervan dat om 16:30 de boten op de kant lagen klaar om te worden uitgepakt en opgeladen. De parkeermeneer kwam ons melden dat we hiervoor 15 minuten de tijd hadden. Nu het einde van het Hemelvaart weekend was gekomen zouden hier achterelkaar twee veerboten arriveren met totaal 1600 mensen aan boord. En die mensen zouden allemaal over, langs en tussen onze spullen doorlopen. Genoeg reden om op te schieten. Zo zaten we in een recordtijd van 30 minuten in de auto, op naar Leiden. Daar aten we een heerlijke Thaise maaltijd. Waarna we allemaal huiswaarts gingen.
Verslag waddentocht 4,5,6 augustus Holwerd-Ameland-Wieremerplaat-Holwerd
Gedetailleerde planning zie: planning.xls
Deelnemers: Geoffrey van Heerde, Bob West3rbrink
fabriaa
Voor
mij het tweede zeekanoweekend dit jaar. Het plan was om met z’n achten in drie
dagen een rondje Ameland te varen met een bezoekje aan een zandplaat. Op de
eerste dag wilden we de westpunt
van Ameland ronden en op de camping aan de Noordzeekust kamperen. Aanvankelijk
wilden we ook onze skates meenemen, helaas passen die niet door een standaard
luik.
Inger
en ik hadden het makkelijk, we konden in Haarlem blijven waar we opgehaald
werden door Ranka en Roelof. Ondanks de lichte beschadiging van de bolide en de
hevige regenval arriveerden we na een aantal uur veilig in Holwerd. Het duurde
even en toen kwamen ook Geoffrey, Bob, Tessa en Remco met de boten aan. Afladen,
inpakken, omkleden en instappen. Instappen leek niet makkelijk met de zee die
door een windkrachtje zes tegen de kade klotste. Bob zag een mooi plekje tussen
een grote boot en de kade, hier gingen we te water. Rond een uur of 1 voeren we
de eerste boei tegemoet. We hadden al meteen door, dat het niet echt snel ging.
Het eerste sleepje was snel uitgedeeld. Maar we ploeterden voort. Vervelend vond
ik de stukken waar we dwars op de wind voeren, ik had veel last de Roompot op
koers te houden. En begon ook al te mijmeren over een sleepje.
Zover
kwam het niet. Het bleek dat we echt niet opschoten. In 2 uur hadden we 5,5 km
van de geplande 38 km gevaren. Dit leek ons erg ongustig en we overlegden.
Tijdens dit overleg dreven we vlot weer een boei terug. Er waren veel
mogelijkheden: doorvaren naar de zuidwest punt van Ameland, de ¨veerbootgeul¨naar
Nes pakken, omkeren en door naar Lauwersoog of terugkeren naar ons vertrekpunt.
Het werd dit laatste. Met gemak verviervoudigden we onze snelheid. Dat was nog
eens lekker varen.
In
de haven zochten we een redelijk plekje om uit te stappen. En zo kwam een deel
van ons met de kano binnen de hekken van de veerbootterminal te staan. Dat kwam
mooi uit, aangezien we verzonnen hadden dan maar de veerboot naar Ameland te
pakken. Er ontstond een tafereel dat me erg aan onze vakantie in Griekenland
deed denken: zon, een slaapzak drogend over het hek, kano’s op hun
kanokarretjes wachtend op de grote boot en een relaxed sfeertje.
De
overtocht duurde een half uurtje, ik vraag me soms af waarom wij altijd zo
moeilijk doen. Maar eigenlijk weet ik het wel.
De
wieltjeslozen (Remco en Bob) kregen met behulp van Inger een lift geregeld voor
zichzelf en hun boten. Wij moesten heel het eiland oversteken met onze kano’s
op wieltjes. Zelfs het fietsverhuurbedrijf wilde toch niet aan bagagevervoer
doen toen ze zagen dat het 6 zeekano’s betrof. Inger kon wel mooi haar bandjes
hier op pompen. Onderweg reserveerden we een tafel in een restaurant en kreeg
Geoffrey last van een aflopend bandje. Toch arriveerden we op de camping. Deze
bood een heel ander aanblik dan vorig jaar met Hemelvaart. Ons prive veldje van
toen was omgetoverd tot jeugdveld met veel lekkere muziek, bier, tentjes en
mensen. Gelukkig was er voor ons een rustiger plekje op het familieterrein.
Op
de camping borrelden we alvast, er moest immers een hoop op. Een enkeling nam
een douche. Daarna waren we klaar om uit eten te gaan in Nes. Als echte
buitensporters wilden we buiten eten. Helaas bleken we toch (relatieve) watjes
en verhuisden we al voor het hoofdgerecht naar binnen.
Remco,
Ranka en Roelof konden dit ’s nachts rechtzetten, zij hadden hun bivakzak bij
zich. De weergoden hadden als de betere ¨ik ben geen watje test¨ verzonnen dat
het maar eens flink moest gaan regenen, aldus geschiedde.
’s ochtends werd ik
wakker in een toch wat vochtige slaapzak. Op zich had de bivakzak het goed
gehouden, maar er was toch wat water tijdens de echt hevige plensbuien naar
binnen gesijpeld via de ingang. Tijdens het opstaan kregen we ook nog de nodige
hoosbuien over ons heen, maar toch vertrokken we redelijk op tijd (8:00)
vanaf Ameland. We hadden nu een stevige wind in de rug. Geofrrey voer op
kop en al snel kwam het eerste booreiland (Ameland-02) in zicht. Op een mooie
golf surfde een aantal dwars onder het booreiland door. Op het tweede booreiland
(Ameland Oost) waren zowaar mensen aan het werk die merkwaardig naar ons keken.
Raar groepje Greenpeace aktivisten daar beneden zullen ze wel gedacht hebben.
Rond 12 uur kwam de
branding bij de Wieremer gronden in zicht. Het weer was inmiddels opgeklaard en
er scheen een behaaglijk zonnetje. Helaas was de branding op de Wieremer gronden
deze keer niet echt spectaculair, maar toch goed genoeg om even een frisse
douche te krijgen. Inger verloor nog even de macht over haar peddel en bekeek de
branding eens van een andere kant. Maar goed, Bob had de mogelijkheid om een
X-redding te oefenen in de branding wat deze keer goed ging.
Ook deze keer was het weer
springtij en nadat we ons per marifoon hadden afgemeld en gevraagd hadden
wanneer het hier precies hoogwater was (nu) begrepen we dat er van de plaat niet
heel veel droog bleef. Gelukkig was er ongeveer 100 meter verderop een plek met
droog zand. Nadat we de tenten hier hadden opgezet en een meer dan riante lunch
hadden genuttigd (grootste uitdaging dit weekend was absoluut om het eten op te
krijgen) met gebakken eieren, krentenbrood koek etc. was het tijd om een middag
dutje te doen. Het bleek dat er vlak bij de tent een vat chemisch afval lag. Met
de marifoon aangemeld en gevraagd of ze het konden komen ophalen.
Toen het water ver genoeg
gezakt was, en we weer een beetje wakker werden was het tijd voor een
wadwandelingetje. Eerst maar eens op zoek nar de vogelwachters in het
vogelwachterhuisje. Zoals te verwachten strandde we al snel op het smerig gat.
Blijkbaar waren we ook iets te vroeg weggegaan, want we zakte nog tot onze
middel in het slik en/of water. Eenmaal aan de overkant kwam de vogelwachter al
aanlopen. Hij ging ook net zijn middagwandeling maken. Gelukkig gaf hij ons nog
wat goede tips waar we het smerig gat op de terugweg het best konden oversteken.
Verder werd het, het standaard rondje langs het baken vanwaar we een prachtig
uitzicht over de omgeving (Engelsmanplaat, Rif, Noord Rif, Schiermonnikoog,
Ameland, etc) hadden. Het is duidelijk dat de Engelsmanplaat steeds verder
afkalft. Erop kamperen kan eigenlijk al niet meer en de fundamenten van een oud
baken staken nu ook voor het eerst boven het zand uit.
Op de terugweg waren Remco
en Geoffrey zo verstandig om de tip van de vogelwachter op te volgen. Tessa en
Matthea waren iets eigenwijzer en staken iets eerder over en zakte ook
“iets” verder weg. Bob en Inger probeerde nog eerder over te steken en
liepen al snel vast.
’s Avonds uitgebreid geborreld, veel wijn gedronken en lekker gegeten. Daarna lekker gaan slapen.
Gedetailleerde planning zie: planning3.htm