Zeekanoen in Griekenland
Vakantieverslag sept-okt 2000

In de laatste week van spetember en eerste week van oktober 2000 een zeetocht gemaakt in de Griekse Cycladen.

wpe12.jpg (23225 bytes)

Met dank aan Geoffrey voor het verhaal

 

Donderdag 21 september

Kwart over vier vertrokken Geoffrey en Tessa met de leasebak van Geoffrey. Roelof, Ranka en Matthea hadden en half uurtje voorsprong. Vanwege de hinderlijke avondspits pas drie uur later bij de grens (Venlo). Via de mobiel een tankstation afgesproken waar Roelof c.s. op ons stonden te wachten. Bij het tankstation was helemaal niets te beleven, zelfs geen snackbar of zoiets. We besloten nog een uurtje door te rijden tot een wegrestaurant. Verder de hele nacht doorgereden.

Vrijdag 22 september

In Zwitserland was het heerlijk rustig op de weg. De Gothardtunnel was gesloten, zodat we de pas over moesten. Vlak na de Italiaanse grens nam Ranka het stuur over, waarna Geoffrey even zijn ogen kon sluiten. Bij Bologna was wat verkeersdrukte, maar geen echte file. Ergens langs de weg een ontbijtje en verder maar weer richting Ancona. Daar kwamen we ruim op tijd aan, ondanks het drukke verkeer. Maar na een uur in de rij gewacht te hebben om aan boord te mogen, bleek dat we nog moesten inchecken bij de "Blue Star Ferry". Toen werd het toch nog haastwerk.

Om twaalf voeren we weg. Een grote luxe boot (van Nederlandse makelij). Lekker soezen in het zonnetje op het achterdek, een stevige maatijd in het restaurant en vroeg pitten (al om tien uur). Dat wil zeggen, niet Roelof en Matthea die nog de discovloer opgingen…

Zaterdag 23 september

Acht uur op en negen uur van boord. In behoorlijk tempo van Patras naar Athene Piraeus) gescheurd. De afslag naar Piraeus was aangegeven middels een tamelijk onopvallend, klein bordje, maar werd door de eerste auto (Roelof) op tijd gezien. Kano's inpakken, boodschapjes doen en bijna de boot missen doordat we in gedachten nog in MEZT leefden.

lwf261.jpg (15872 bytes)

Afvaart was om 17.00 uur Oosteuropese zomertijd. Na het eten zijn we vrijwel direct gaan slapen (ca. 20.00 uur), na enige discussie wat we zouden doen na aankomst op Santorini: een hotelletje zoeken of toch direct gaan varen naar een strandje om daar de tentje op te zetten.

Zondag 24 september

Om twee uur 's nachts werden we (wreed) gewekt: we lagen in de haven van Santorini en moesten de veerboot verlaten. Redelijk fris (we hadden een kleine zes uur geslapen) gingen we eerst ontbijten. De haven van Santorini –  Athinios –   is een bonte verzameling van reisbureautjes en – dure – eettentjes.

We pikten er op goed geluk eentje uit en bestelden een omeletje. We hadden geen haast, want inmiddels was het plan om niet meer te gaan slapen, maar vlak voor zonsopkomst met de dagtocht te beginnen. Als eerste zouden we naar de vulkaankrater varen, die in het middelpunt van het halvemaanvormige eiland ligt.

wpe13.jpg (46429 bytes)

Om zes uur staken we van wal, vijf geruisloze zeekano's uitgerust met flitslichtjes waardoor een spookachtig effect ontstond. De speleolamp van Geoffrey zorgde voor het uitlichten van details: een bootje dat onze richting op voer en de kust van Nea Kameni, het grootste en jongste kratereiland. In een baai aan de noordkant stapten we uit voor een stevige ochtendwandeling. Op een tiental meters afstand stond de enige boom die het eiland rijk was. Er zijn diverse kraters op het eiland, maar de grootste was waarschijnlijk de 'echte', want langs de wand ontsnapte hier en daar wat zwaveldampen. Terwijl we naar de oostkant van het eiland liepen, kwam de zon op boven Thira, de hoofdstad van Santorini (op Griekse kaarten wordt het eiland zelf ook Thira genoemd). Met het uitzicht op Palea Kameni (het oudere en kleinere broertje, dat iets ten zuidoosten van Nea Kameni ligt), Aspro (een verder weg gelegen rotseilandje) en het nog bewoonde Thirasia werd een yoghurtje soldaat gemaakt. Beide laatstgenoemde eilandjes maken nog onderdeel uit van de oorspronkelijke kraterwand, net als Santorini zelf.

Inmiddels was het weer tijd om verder te varen. Eerst tussen Nea Kameni en Palea Kameni door, vervolgens om Aspro of Aspronisi (betekent wit eiland) heen naar de zuidkust van Santorini. Een fraaie kust met enkele grotjes. Bij het eerste strandje voorbij de zuidwestpunt (Messa Pigadi Beach) werd de tocht even onderbroken voor een eerste zwempartijtje van de vakantie (ook een vorm van benen strekken). Bij Kaikis Beach stopten we voor de lunch (lekker visje) en een siësta, nadat we cultuur hadden opgedaan bij de opgravingen van Akrotiri. Daara was het nog een behoorlijk stuk varen naar Perissa Camping, waar we net voor donker aankwamen. Snel een prutje gekookt en de slaapzak in. Van de discodreunen hadden we in het geheel geen last.

Maandag 25 september

Tot negen uur geslapen. Gelukkig was er voldoende schaduw onder de lage boompjes. Na een hele kilo Griekse yoghurt met appel en kaneel zat iedereen vol. Na de lange vaardag van gisteren was het nu tijd om het eiland te verkennen. Via de camping brommertjes gehuurd bij popie Marco. Om twee uur scheurden we weg. Via Pirgos en Thira (even kort een terrasje pikken en flappen met ham en feta als lunch) naar Ia, op het uiterste noordwestpuntje van het eiland. Inderdaad een zeer pittoresk dorpje, vergeven van de toeristen. Het zou zo door Center Parks gebouwd kunnen zijn. Na enige twijfel of we hier de beroemde zonsondergang zouden afwachten, besloten we toch terug te rijden, omdat het anders wel erg laat (en donker) zou worden. Langs de kustweg, en later een onverhard binnendoorweggetje kwamen we weer in Pirgos, waar we het eerste restaurant indoken. Goed gegeten. Vooral het toetje: allerlei rare gesuikerde dingen (mandarijnen, baby-aubergines, walnoten, bergamotballen – smaakt echt naar Earl Grey, druiven, groene sinaasappel, vijg, en nog iets oranjes.). Je hebt wel gelijk een forse hypersaccharose te pakken.

In het donker terug naar de camping. Rillen in ons T-shirtje en korte broek. Ook een Helly-Hansen hielp nauwelijks. De disco (aan de overkant van de straat) was al aan het warmdraaien. Ook wij konden lekker swingen tussen de kano's.

Geoffrey had niet veel zin om de camping te varlaten, maar ja,  Matthea had natuurlijk niet voor niets haar rode rokje meegenomen... Even later vertrokken we dan toch met zijn allen naar de 'Paradise Bar', waar we ons tot een uur of één vermaakten. Er was windkracht 7 voorspeld, dus echt veel haast hadden we niet en als je niet moe genoeg bent, slaap je ook slecht. Terug naar de camping volgden we de kortste route: over het muurtje. Matthea werd hier voor de rest van de vakantie getekend.

Dinsdag 26 september

Ondanks de gebakken eieren met spek besloten we definitief vandaag niet op te breken (Ranka voelde zich niet fit en wilde op de camping blijven en sowieso leek urenlang tegen windkracht 7 in beuken niet zo aantrekkelijk). Het alternatief was een kort tochtje 'om de kaap' naar Kamari Beach, een kilometer of drie à vier.

Hier deden we toch anderhalf uur over, maar deze inspanningen werden beloond met een ijsje en een eveneens anderhalf uur durende siësta. Er was ook een camping, maar deze bleek een kilometer landinwaarts te liggen en was bovendien gesloten.

Typisch een geval van naseizoen. De terugtocht ging aanmerkelijk sneller (drie kwartier). De golven, 2 à 3 meter hoog, waren vrij rommelig, zodat niet alleen het surfen niet zo wilde lukken, maar ook het fotograferen een vrijwel hopeloze opgave was.

In Perissa stond Ranka al op het strand te wachten. Roelof bleek het beste zichtbaar op grote afstand. Volgens Ranka lag dat aan zijn anorak. Er stonden korte, maar krachtige brekers (dumpgolven), waarin het goed bodysurfen was.

De wind zou toenemen tot windkracht acht. Kanoën was uitgesloten. Om de kans op tegenwind te minimaliseren, werd besloten naar Naxos te gaan en vandaar uit naar het zuiden (de 'Small Cyclades') te  varen. Via de lieftallige juffrouw van de receptie werd vervoer naar de haven geregeld (de campingbus bleek beschikbaar als de chauffeur bereid was te rijden). De boot naar Naxos zou al om acht uur 's ochtends vertrekken, dus wilden we om zes uur worden afgehaald. De kano's bonden we dezelfde avond nog op het dak van de campingbus.

Woensdag 27 september

Vijf uur op. Gruwelijk. En dat na een slechte nacht – we waren nog steeds niet gewend aan de discodreunen. Om kwart voor zes was de chauffeur al aanwezig en een half uur later stonden we in de haven. Om zeven uur zaten we aan het – zelf meegebrachte – ontbijt van yoghurt met vruchten en Nestlé clusters – een soort cornflakes met rijstklompjes en noten.

Bij het kopen van de kaartjes vernamen we dat er die nacht een veerboot in het zicht van de haven van Paros op de klippen was gelopen (bij windkracht 10 volgens de verhalen) en gezonken. Later hoorde we hier nog meer over en het heeft zelfs de Volkskrant gehaald. In ieder geval zou onze veerboot minimaal drie uur zijn vertraagd. Tegen de verwachting in arriveerde hij om tien uur, slechts twee uur te laat, maar er werd gelijk medegedeeld dat hij niet meer zou uitvaren. Grrr.

Om twaalf uur mochten we de boot op. Daar kon je wat comfortabeler hangen dan buiten al zou de boot pas vertrekken als het wind afnam en dan via Anafi weer naar Santorini om pas dan riching Naxos te varen. Ondanks het gebrek aan informatie (we bleven het proberen bij telkens andere bemanningsleden) werd aan het begin van de avond wel duidelijk dat we niet meer zouden uitvaren. Na het eten aan boord doden we de tijd met een potje hartenjagen totdat het middernacht was geworden en we Ranka konden feliciteren. In de lounge matjes uitgerold en in de slaapzak gekropen.

Donderdag 28 september

Ondanks dat de airco op vol stond te brullen en alle lichten aan waren (sabotage werd serieus overwogen, maar was niet eenvoudig uitvoerbaar). 's Nachts had Roelof slingers opgehangen en ballonnen opgeblazen. s' Ochtends vroeg begon een of andere tweede reserve hulppurser al te zeuren dat de slingers weg moesten. Dat deden we braaf. Door ze drie meter verder weer op te hangen en ook de ballonnen aan het plafond te bevestigen. Ontbijt aan boord, daarna koffie met appelbroodje op een terras (het was ten slotte feest). Daarna op de kade de krant van gisteren gelezen met muziek uit de wereldontvanger van Matthea. Volgens de havenmeester was het nog steeds 9 Beaufort, maar er was een klein kansje dat later in de middag de wind voldoende zou gaan liggen om te kunnen (durven?) uitvaren.

Aan het eind van de ochtend deed de bemanning (voltallig zo te zien) oefeningen met de reddingsboten. Van een strak geleide exercitie was geen sprake; het bleek al moeilijk genoeg de vastgeroeste lieren in beweging te krijgen.

Om drie uur moets iedereen plots van boord af: de boot zou vertrekken naar Anafi, om zes uur weer terugkeren en om zeven uur dan eindelijk (via o.a. Naxos) naar Piraeus te varen. Roelof wilde eerst gewoon aan boord blijven en meevaren naar Anafi, maar dat vonden ze geen goed plan. Het aan boord laten van de kano's vonden wij op onze beurt geen goed plan: al onze bezittingen zaten erin.

Omdat het best redelijk weer was (4 à 5 Beaufort in de beschutting van Santorini en half bewolkt) besloten we de peddels maar een beetje nat te maken. Tot halverwege Thira en weer terug. Voorbij de kaap stond er een flinke bries, plaatselijk zelfs zo'n 7 Beaufort. Na het terugsurfen was er nog voldoende tijd om een beetje te zwemmen.

Op de kade was het inmiddels behoorlijk druk geworden. Met bussen tegelijk werden de toeristen gedropt. Redelijk volgens planning voer de boot om kwart over zes de haven weer binnen. Alsof er een heldendaad was verricht gaf de stuurman een lange hoornstoot.

Weer aan boord moesten we goed opletten dat domme toeristen hun zware koffers niet op onze ranke kanootjes dumpten. Er stond nog een vrij harde wind, maar de boot has er vrij weinig last van. We namen een extra toeristische route: Folegandros, Sikinos, Ios en dan Naxos. Geplande aankomsttijd: elf uur 's avonds. Alle lounges waren vol en alle dekbanken bezet. Dan maar in de gang op de grond een potje blufpoker.

Tegen middernacht liepen we de haven van Naxos binnen en aan de grond. Een 'bad manoeuvre' zo verklaarde de eerste stuurman later. Een kabeltros werd door een motorbootje van de achtersteven naar de steiger gevaren. De pogingen om daarmee de veerboot los te trekken leken geen ander effect te hebben dan het testen van de breeksterkte van de kabel. De pogingen werden gestaakt en er werd gewacht op een sleepbootje van Paros die de voorsteven los zou kunnen trekken hetgeen nog zo'n twee uur zou duren. En dat terwijl de kade nog geen tweehonderd meter verwijderd lag. De matroos die de laadklep bewaakte, kon echter niet zonder buitensporig geweld worden overgehaald de klep nog wat te laten zakken, opdat wij onze kano's soepel te water konden laten. Dan maar braaf afwachten. In de VIP-lounge maakten we om de tijd te doden een fles wijn en wat worstjes soldaat. Matthea, Ranka en Roelof gingen nog even liggen.

Om kwart over twee was het zover: we konden van boord. Eenmaal op de kade snel een hotelletje opgezocht en gebeld. Via een accomodatiebureautje kon je hetzelfde hotel boeken, maar dan 2000 Drachme duurder. Het hotel bleek weliswaar vol, maar de hotelbaas had nog ruimte in een dependance (op loopafstand). Snel douchen en dan slapen. Het was inmiddels vier uur geworden.

Vrijdag 29 september

Uitslapen tot half elf, een half uurtje later naar het 'hoofdhotel' voor ontbijt. Daarna geld pinnen en boodschappen doen. Matthea kocht een snelle zonnebril, model Petra, omdat ze haar eigen zonnebril kwijt was. Om kwart over twee zaten we in de boot. We konden makkelijk instappen vanaf een klein, maar vlak strandje. De havenpolitie had nog een zeven Beaufort gemeld, maar meer dan een dikke vijf was het niet. Met de wind in de rug konden we lekker surfen naar de zuidpunt van Naxos. Het rotseilandje Aspronisi (bekende naam) was prachtig gebeeldhouwd door de elementen. Geoffrey voer er als eerste op af, gevolgd door Roelof en Ranka. Tessa en Matthea lieten zich verder drijven en wachtten een paar honderd meter verder geduldig totdat de anderen het rotseilandje hadden gerond. Bij een volgende rotspartij werd uitgebreid geplast, Roelof klom uit zijn boot, sprong in het water om zo weer in zijn boot te klimmen. Door deze actie werd ondubbelzinnig aangetoond dat zijn marifoon niet waterdicht was evenals het 'waterdichte' hoesje dat er speciaal voor was gekocht. Bij het leeg laten lopen van de marifoon verdween een batterij naar de zeebodem.

Nog voordat we de zuidpunt van Naxos bereikt hadden, begon de vermoeidheid toe te slaan. Het surfen wilde niet bij iedereen even goed meer lukken. Eventuele plannen om gelijk over te steken naar Schinoussia werden snel verworpen. Het zou ook veel te laat worden. Tijdens het ronden van de zuidpunt keken we voortdurend achterom om de prachtige zonsondergang gade te slaan. Kalandos Beach bereikten we bij invallende duisternis. We voeren meteen het eerste strandje links in. Na uitstappen bleek dat het klein en keiig was. Dit strandje stond ook niet op de kaart aangegeven. Instappen en in volledige duisternis naar de noordoostpunt van de baai varen, waar het echte strand zou moeten zijn. Dat leek er meer op: een mooi zandstrand met een paar verdwaalde struiken en een moerassige strook erachter. Bij het koken bleek de Coleman lamp een waardevolle aanwinst. De Ouzo smaakte voortreffelijk.

Zaterdag 30 september

Na een uitgebreid ontbijt moest er eerst worden gezwommen, zodat we (wederom) pas om kwart over twee in de boot zaten. De wind was vrijwel geheel gaan liggen en zolang we in de beschutting van baai voeren, peddelde Tessa met de benen op het voordek.

Het plan over te steken naar Schinoussia (centraal gelegen) werd al snel opgewaardeerd tot het iets ambitieuzere Koufonisi, het meest noordoostelijk gelegen eiland van de kleine Cycladen, via een oversteek naar Kato Koufonisi. Toen we dat eiland naderden, waren duidelijk de rechthoekige sporen van een of andere ruïne zichtbaar.

Op de noordpunt van Kato Koufonisi stonden indrukwekkende rotspieken in zee en konden er een paar doorsteekjes gemaakt worden. Dit was verreweg het meest fotogenieke deel van de vakantie. Met enige tegenzin peddelden we even later verder naar Koufonisi. In de haven was een mooi strandje, waar we aanlegden om boodscappen te gaan doen. Bijzonder was de ontmoeting met een Noor die al geruime tijd op het eiland woonde en zelf ook een zeekano heeft. Hij vertelde de meest bizarre geruchten over de veerbootramp (verzekeringsfraude, kwade opzet). In de plaatselijke winkel kochten we een ijsje en voeren naar de camping die een kilometer verder lag. Te voet gingen we terug naar het dorp voor boodschappen en avondeten dat uit diverse gegrilde en gefrituurde vissen/visjes bestond. Vooral de gefrituurde visjes (ca. vijf centimeter lang) zagen we de rest van de vakantie in groten getale in de diverse havens zwemmen.

Zondag 1 oktober

Pas om negen uur werden we de tent uitgebrand. Warm die zon! Ontdekking van de dag: honing door de yoghurt. Rond één uur voeren we weg voor de ronde van Koufonisi. Diverse grotjes en doorsteekjes. Om de geslaagde ronding te vieren, namen we nog een ijsje in het dorp. Via Glaronisia (ook hier leuke grotjes) en de zuidkust van Kato Koufonisi staken we over naar Schinoussia. Halverwege voeren we nog door Klidoura heen (bestaat in feite uit twee eilandjes, dus zo'n prestatie was dat nou ook weer niet). Waar precies ons einddoel (Psili Ammos Beach) lag, was van een afstand niet direct duidelijk, zodat we ons opspitsten in twee groepjes om de trefkans te vergroten. Geoffrey en Tessa troffen doel: een vlak strand bezaaid met kiezels, enkele bomen en een daaraan vastgebonden ezel. Een paar Grieken gingen net vissen en bevestigden dat dit Psili Ammos Beach was. Voor een bezoek aan de grot op Iraklia (dé bezienswaardigheid van het eiland) lag volgens hen een strandje aan de zuidwestkant van het eiland het gunstigst.

Hoewel we beide tenten hadden opgezet, sliepen Roelof en Geoffrey buiten.

Maandag 2 oktober

Maandag rustdag. We zouden te voet het eiland gaan verkennen. Via Mesaria (tien huizen) naar de hoofdstad en vandaar door naar Tsiggouri Beach diagonaal aan de andere kant van het eiland. Heerlijk zwemmen in de baai, o.a. naar een rotseilandje voor de kust. Ondanks verwoede pogingen was het halverwege dat rotseilandje te diep om de bodem te kunnen aantikken.

Iets hoger in de baai lag een restaurant waar we enkele kleine hapjes bestelden. We dobbelden wat totdat de keuken dichtging. We wandelden verder naar de haven waar we bij een kakelend omaatje een paar visjes bestelden. Bij het zien van de rekening begonnen we een vermoeden te krijgen, waarom het omaatje zo vrolijk kakelde. De dagomzet was weer binnen.

Voldaan slenterden we omhoog naar Schinoussia-stad en gingen op zoek naar een restaurant. Er bleek er nog eentje open te zijn. Gezellig tentje waar Matthea nog de show stal met een wervelende dance-act. In het donker (voor Geoffrey extra donker – hij had zijn zonnebril nog op) terug gelopen naar Psili Ammos Beach. Het was wederom een prachtige nacht. Alleen Tessa verkoos nog de beschutting van de tent, de rest sliep onder de sterrenhemel.

 

Dinsdag 3 oktober

De ochtend begon onstuimig: Matthea's tent – onbemand – woei weg. Zelden waren we zo snel onze slaapzak uit. Maar de tent werd gered. Toen we eenmaal wegvoeren, was van de sterke wind niet veel meer over. Via Aspronisi (hattrick!) passeerden we de smalle doorgang  ten noorden van Argilos en staken over naar Iraklia. Halverwege werd een all-out oefening gedaan. In plaats van een X-redding door een zwemmer (de standaard methode) lukte het Roelof om – gesteund door Matthea – via zijn achterdek in te stappen, maar de snelste methode was toch de re-entry and roll die Geoffrey demonstreerde.

Op een naamloos strandje aan de zuidkust van Iraklia hielden we even pauze. Via Mega Avelas, een rots bij de zuidwestpunt van Iraklia, voeren we naar de volgende baai, waar het door de Grieken beschreven strandje moest liggen. De wind was inmiddels toegenomen tot een dikke zes (en vrijwel pal tegen). De vorm van de baai klopte niet goed met de kaart: de eilandjes Mikro en Mega Avelas zouden uit zicht moeten verdwijnen. Misschien toch achter de volgende kaap. Eenmaal in die baai bleek de vergissing: geen strandje en volgens de gps waren we al iets te ver naar het noorden doorgevaren. Discussie: hier – moeizaam – uitstappen of terugvaren naar de vorige baai met kans op een redelijk strandje. Onder voorbehoud dat we zouden omkeren als de wind te heftig zou blijken, werd gekozen voor het laatste.

Eigenlijk waren de golven best wel leuk. Vriendelijk zwaaiden we naar een passerende vissersboot. Het bewuste strandje was snel gevonden. Alleen was het onmogelijk vanaf dat strandje de vaste wal te bereiken. Dat laatste ging wel in het uiterste puntje van de trechtervormige baai, daar waar zich een indrukwekkende hoeveelheid afval en zeewier had verzameld. De golven klotsten gemeen. Met de nodige moeite landde Geoffrey als eerste op de vuilnisbelt en hielp Roelof uitstappen. Op zijn beurt wist Roelof een fatale crash van Matthea te voorkomen.

Tegen zessen – een half uur voor het invallen van de duisternis – en bewapend met een tandenborstel en enkele andere persoonlijke bezittingen lieten we onze kano's achter en liepen in ganzenmars richting de hoofdstad, Panagia geheten. Het pad was niet zo duidelijk maar we moesten in ieder geval aan de andere kant van de berg zijn. Boven gekomen was het inmiddels redelijk donker en Roelof ontstak de benzinelamp. Het felle schijnsel verlichtte weliswaar het pad, maar was ook zo verblindend dat het netto effect eerder negatief dan positief was. Maar de meningen hierover waren verdeeld.

In Panagia informeerden we naar 'rooms to let', werden doorverwezen naar de plaatselijke bakkerij, annex winkel, annex restaurant, waar voor ons gebeld werd en we een afspraak  maakten om anderhalf uur later te worden opgehaald. Zodat we nog genoeg tijd hadden om wat te eten.

Villa Zografos bestond uit een verzameling luxe appartementen, waarvan wij er twee kregen toegewezen, die gegroepeerd lagen om een weelderige tuin. Maar wij hadden alleen aandacht voor de douche en de bedden.

Woensdag 4 oktober

Het geplande ontbijt om negen uur werd niet gehaald: Ranka klopte om vijf over negen op onze deur. Even later werd het ontbijt geserveerd op het terras. Gesterkt vertrokken we te voet naar de grot. Bij de bakker in Panagia werd even gestopt om water in te slaan en een ijsje te eten tegen de dreigende oververhitting. Vanaf de hoofdstraat was de route naar de grot goed aangegeven met rode pijlen. Dat wil zeggen, alleen het begin en, zo bleek een dik uur later, ook het eind. Het grootste deel van de wandeling, die bijna tot bij de kano's terugvoerde, was ongemarkeerd. Zo halverwege begonnen we te twijfelen of we niet een pijltje hadden gemist. We waren al voorbij de plaats waar de grot was ingetekend op de kaart. Met behulp van waypoints van de baai waar de kano's lagen, en de hoofdstad probeerden we een ruwe positiebepaling in de gps te zetten om zo een globale looprichting naar de grot te kunnen bepalen.

Terwijl Roelof en Geoffrey hiermee bezig waren, kwam het opgetogen 'Gevonden!' door het dal galmen. Ranka en Tessa waren een stukje doorgelopen en hadden weer een rode pijl gevonden, en kort daarna de ingang. Bleek de grot behoorlijk fout op de kaart te staan, zodat de gps-methode op een drama zou zijn uitgelopen.

Een grote, dubbele ingang leek veelbelovend, maar na een korte inspectie bleek het niet de 'echte' grot te zijn, maar slechts een feest- en slaaphol voor de plaatselijke jeugd, bezaaid met afval. De ingang van de echte grot lag er pal tegenover en had een bescheiden ingang van ca. een meter doorsnee. De bezoeker moest nederig op zijn knieën de grot binnen kruipen. Om het niet al te avontuurlijk te maken, lag er in de ingang een lap jute, niet precies een rode loper, maar even effectief. Direct achter de ingang lag een pikzwart zaaltje met altaar (van ene Johannes). De grot was in gebruik geweest (of nog in gebruik) als kerkje, wat ook de fraai klinkende scheepsbel verklaarde die buiten bij de ingang hing. Het zaaltje, zwart van de roetende kaarsen, was bezaaid met bezoedelde en afgebroken druipsteen.

De volgende twee en een half uur brachten we door in de grot, gedeeltelijk lopend, gedeeltelijk kruipend en klauterend, gehuld in korte broek en T-shirt, en met een petje als hoofdbescherming. De meest ervaren grotter, Geoffrey, liep als enige een – kleine- hoofdwond op.

Het moet ooit een mooie grot zijn geweest, de overgebleven druipsteenformaties waren nog best indrukwekkend, maar zelfs helemaal achter in de grot was er vrij veel vernield. Geoffrey nam enkele brokstukken mee als souvenir. Normaalgesproken absoluut taboe, maar in deze ravage vond hij het toelaatbaar.

Terwijl wij zaten bij te komen voor de ingang van de grot, kwam er een buslading Duitsers of Oostenrijkers aangedenderd. Meer dan het ingangszaaltje kunnen ze niet gezien hebben, want halverwege de terugweg, haalden de snelsten onder hen ons al in. Onze –  en dan met name Roelofs – besmeurde T-shirts waren echter voldoende bewijs voor hotelbaas Zografos dat we echt de grot in waren geweest.

Naar de veerhaven gelopen voor het avondeten.

Donderdag 5 oktober

Half negen ontbijt op het terras. Mr. Zografos bracht ons met zijn terreinwagen naar Panagia, vanwaar wij de inmiddels bekende route namen richting grot om vlak voor de grot naar rechts af te dalen, de baai in. Er stond een vlak zeetje. Tegen half twaalf zaten we in de boot en via Mikro Avelas (een nog kleinere rotspunt bij de zuidwestpunt van Iraklia) zetten we koers naar het discoparadijs Ios.

Bij de platte rots Petalidi, vlak onder de noordpunt van Ios, moest Tessa even plassen en ging pardoes in het water zitten. Na het ronden van de noordwestpunt, op een strandje dat we eerst voor Plakotos Beach hielden, zijn we even gestopt voor een lichte lunch met yoghurtjes. Behalve zwemmen werd er ook fanatiek geoefend met eskimoteren en Ranka en Roelof slaagden erin een re-entry and roll uit te voeren.

De ligging van een schildpadvormige rots deed vooral Ranka twijfelen aan de locatie van de lunchplek: het kon nooit Plakotos Beach zijn geweest. Maar bij nadere inspectie bleken er op de zeekaart drie ondiepten of rotsen langs de noordwestkust te liggen, waarvan er op de toeristenkaart slechts één stond aangegeven. Geoffrey wilde er wel een fles wijn om verwedden dat het wel Plakotos Beach was geweest, volgens Ranka waren we nog aan de noordkust uitgestapt. Bij terugkomst zouden de gps trackpoints het bewijs moeten leveren (we bleken uiteindelijk in een baaitje vlak naast 'Plakotos Beach' te hebben gelunched, allebei fout dus. Als compromis hebben ze elkaar de beloofde fles wijn gegeven). Overigens, op een ander kaartje dat we op Ios kregen, stond Plakotos Beach aan de noordkust aangegeven, vlak onder Petalidi. But what's in a name.

De noord- en westkust van Ios is best mooi, maar niet spectaculair. Geen grotjes, bijvoorbeeld. Onderweg vond Roelof een zinken teiltje dat wonderbaarlijk genoeg was blijven drijven. Tessa herkende er een hoofddeksel in, zette het gevaarte op haar hoofd en had plots ontzettend veel weg van onze koningin.

De zonsondergang en de compacte wolk boven Sikinos waren erg fraai. Terwijl we voor de haven langs voeren, ruim voor de naderende veerboot (de Candia van de ANEK lines), vond deze het nodig een paar flinke hoornstoten af te geven. Ze hadden ons – in ieder geval Ranka – gezien!

Op Milopotas Beach, een breed strand in een diepe baai, bleken alle campings dicht. Bij navraag in een bar werd ons verteld dat camping Far Out het langste openbleef (die was dus al dicht), maar dat we korting zouden krijgen op de kamers in hotel Dionysos als we haar naam (Kiki) zouden noemen. Omdat wild kamperen op een strand zonder enige vorm van privacy ons niet optimaal leek, besloten we hiervan gebruik te maken. De zon was inmiddels onder en, inderdaad,  door het noemen van Kiki's naam kon er 20% van de prijs af. Dr. 8000 per kamer, met ontbijt en zonder de standaard 20% toeslag voor het derde bed. Niet slecht.

Na een verkwikkende douche naar een restaurantje aan de uiterste linkerkant van het strand. Schitterend uitzicht over de baai, maar het was al duidelijk einde seizoen: veel keus was er niet meer. Als afsluiter koffie mét bij Kiki.

Ondanks de nette, ruime hotelkamer wilden Roelof en Geoffrey buiten slapen. Na enig aarzelen voegden Ranka en Matthea zich bij de heren. Dauw en muggen maakten het slapen zo goed als onmogelijk. Al na een uur hield Matthea het voor gezien, even later (om half twee) gevolgd door Ranka. De slaapzak werd gestaag klammer en de muggen bleven hardnekkig rondzoemen. Tegen half vijf overwon uiteindelijk ook bij Geoffrey de irritatie het van de luiheid en zocht hij het hotelbed op: gezellig bij Tessa in een droog en muggenvrij bed.

Vrijdag 6 oktober

Het ontbijt bestond uit een lopend buffet. Het was geen probleem de kano's te laten liggen tussen de appartementen. Van het bij het hotel horende zwembad hebben we geen gebruik gemaakt. Zoveel luxe was aan ons niet besteed.

IJsje eten. Informeren naar de vertrektijden van de boot naar Piraeus. Met de bus naar de haven. Informeren bij twee andere reisbureautjes. Drie keer geïnformeerd, twee verschillende scenario's. Volgens twee bureautjes zou er 's ochtends om negen uur een boot vertrekken en misschien een tweede om kwart over acht 's avonds. Maar of dat het geval was, zou pas in het begin van de avond duidelijk worden. Het kantoortje van de ANEK lines meldde slechts één boot om één uur 's middags. Normaal gaan er minimaal vier boten per dag, maar nu lagen er 65 in de motteballen: onvoldoende zeewaardig, zo was gebleken na een snelle inspectie naar aanleiding van de veerbootramp een week eerder.

Maar eerst naar Valmas Beach gelopen waar Tessa, Matthea en Roelof gingen zwemmen en daar een doorzwembaar grotje ontdekten, terwijl Geoffrey de heuvel beklom voor een fraai uitzicht over de zwemmers enerzijds en Milopotas Beach en Santorini anderzijds.

Via veel 'steps' omhoog naar Chora, de hoofdstad (heet op bijna alle eilanden Chora) met leuke smalle straatjes en doorkijkjes. En propvol souvenirwinkeltjes, barretjes en restaurantjes. Gewone woningen zitten er vrijwel niet meer tussen. Via een paar windmolens naar boven gelopen richting amfitheater. Geen prehistorische ruïne, maar een jaren negentig bouwsel dat zo te zien nog regelmatig voor theatervoorstellingen wordt gebruikt. Een geschikte ambiance voor een groepsfoto.

Dezelfde weg terug is een beetje flauw, dus ruwweg in een rechte lijn cross country doorgestoken naar Milopotas. Het terrein wordt doorsneden door allerlei muurtjes die schapen en ezels nog wel kunnen trotseren, maar een stel Levitassers laat zich daardoor niet tegenhouden, ook niet door een boze, wild gebarende en roepende Griek die vermoedelijk de landeigenaar was (waarom zou hij zich anders zo druk maken om een paar verdwaalde toeristen?). Scheldend en tierend stond hij naast zijn blauwe pickup. Roelof ging direct in dekking en wist ongezien de verharde weg te bereiken. De rest was al gespot, werd door het steiler wordende terrein gedwongen een omtrekkende beweging te maken (omhoog en naar rechts), maar kon toen vrij gemakkelijk via een spiraalbed tot het asfalt afdalen.

De boze man bleef tot op het laatst wachten (voorbij een bocht in de weg) en terwijl we het laatste stuk terug liepen, verwachtten we hem ieder moment achter ons, maar we hebben hem niet meer gezien. Met de eerste druppels bereikten we Kiki's place en bestelden iets dorstlessend. Even later barstte een geweldig onweer los. Prachtige bliksemflitsen boven de baai. Een loodgrijze wolk dreef langzaam naderbij. En dan een inslag in de baai. Wat een fantastische knal! De sfeer was ook fantastisch, mede door de drie rondjes Ouzo van het huis. Onderwijl bestelden we enkele snacks en speelden een potje blufpoker. En ook de goocheltruc van de baas met het camerabandje van Ranka (mager surrogaat voor haar halsketting die ze niet wilde afstaan) droeg bij aan de melige stemming. Geoffrey werd uitgemaakt voor Hollandse mafia (vanwege zijn zonnebril).

Toen het onweer voorbij was gedreven en nog steeds niets bekend was over een eventuele avondboot, namen we de bus naar de haven om daar kaartjes voor de boot van één uur te kopen. Negen uur was toch wel oncomfortabel vroeg. Bij de bushalte en in de bus werden we aangeklampt door een Athener die overduidelijk één van de dames wilde versieren (hij kon vermoedelijk een beetje rekenen). Met de nodige onzin (Hollanders kunnen heel goed zwemmen, kijk maar naar Pieter en Inge in Sydney, roken allemaal hash en Amsterdam is veel beter dan Berlijn) hielden we hem zoet.

Met de kaartjes op zak met de bus weer terug naar Chora voor een hapje eten. Weer met de bus terug naar Milopotas om de dag met een kopje koffie bij Kiki (en een laatste Ouzo van het huis) te besluiten. Onze kano's opgehaald en besloten op het strand te gaan slapen. Plastic zeil uitgespreid en de vijf matjes naast elkaar erop. In geval van regen zouden we wel ergens aan de overkant van de straat beschutting zoeken. En ja hoor, na een paar uur begon het te druppelen. Snel slaapzak en matje opgepakt en bij Far Out onder een afdakje gaan liggen. Op dat moment begon het te plensen en bleek het afdakje hardstikke lek. Met slaapzak en matje in de armen geklemd, hebben we zo een minuut of tien gestaan tot de regenbui voorbij was. Nergens was een droog plekje te bekennen.

Het was inmiddels half vijf geworden. Roelof vond het voldoende opgeklaard en ging weer op het strand liggen, gevolgd door de rest. Na een kwartiertje begon Geoffrey te twijfelen aan zoveel optimisme en kreeg de heldere ingeving zijn (buiten)tent op te zetten. Dat bleek achteraf een puik plan, want het heeft de rest van de nacht nog drie keer geregend, waarvan één keer stevig.

Zaterdag 7 oktober

Kwart over negen op. Het zonnetje kwam al weer door. Als eerste werden diverse spullen te drogen gehangen, terwijl de kano's werden ingepakt. Nog even zwemmen. Het lukte op een gegeven moment net om naar de bodem te duiken. Geoffrey's inschatting was een diepte van 5 á 6 meter, terwijl Roelof niet verder wilde gaan dan 3½ meter. Door op Roelof zijn schouders te klimmen en dan nog onder water te verdwijnen, kon Geoffrey de meetlat verlengen tot:

lengte(Roelof) + lengte(Geoffrey) – grootte(hoofd van Roelof) ˜ 3.5 meter

Een drievoudige piramide met Matthea erbij was niet stabiel te krijgen. Dus nu weten we het nog niet.

Na deze exercitie in drie kwartier relaxed naar de haven gepeddeld, onze kano's klaar gezet bij het hek van de aanlegsteiger, nog wat slaapzakken te drogen gehangen in het vriendelijke zonnetje en ons gereed gemaakt voor een ontbijt. Navraag bij het kantoortje van ANEK lines leerde ons dat de boot vertraagd was en niet eerder dan half drie – drie uur zou arriveren. We namen dus de tijd voor een uitgebreid 'special breakfast' met een heerlijke Griekse yoghurt met fruit en honing toe. Werkelijk onovertroffen.

Halverwege het ontbijt begon het plotseling te druppelen. Geen serieuze bui, maar er was in geen velden of wege een regenwolk te bekennen: een strak blauwe hemel waarin het zonnetje vrolijk stond te schijnen met aan de verre horizon een paar onschuldige schapewolkjes. Bizar.

Na het ontbijt ontdekte Roelof de Griekse versierder van de vorige avond: geboeid achterin een politiewagen die vlak naast onze kano's stond geparkeerd, klaarblijkelijk wachtend op transport naar Piraeus. Een gevaarlijke crimineel? De Jack de Ripper van Ios?

Tegen drieën kwam een veerboot de haven binnen. Keurig op tijd dachtten we eerst. Maar het was een bootje van concurrent Hellas Ferries (de Express Poseidon). Bleek de boot van negen uur te zijn die slechts zes uur te laat was. Het verklaarde ook de redeljk grote groep toeristen op de kade. Nog maar even navragen bij ANEK. Het zou tegen vieren worden. Dan nog maar wat drinken. Een laatste Retsina, een laatste baklava. Een soort afscheid van de Cycladen.

De veerboot – de Candia – dus dezelfde die Ranka gisteren bijna had overvaren (een beetje overdrijven mag best op zijn tijd) kwam rond de afgesproken tijd. Met de kano's omhoog naar het hoogste parkeerdek.

Voor het eerst deze vakantie zaten we met daglicht op een veerboot tussen de Cycladen. Alles wat we gevaren hebben en alles wat we de komende jaren nog willen varen, was zichtbaar. Via Naxos naar Paros gevaren. Mooie, veelbelovende kust en een leuk havenplaatsje. Ook de 'killing cliffs' – aangewezen door een medepassagier – waren goed te zien. Het begon te regenen. Na het avondmaal was het weer tijd voor een potje blufpoker in de 'Distinguished class lounge' (wij vonden van onszelf dat we wel tot 'de stinkende klasse' behoorden), zonder Ranka, want die was op de bank in coma geraakt. Om half tien toch nog maar even plat op vrij beschikbare britsen in een kale, felverlichte gang.

Zondag 8 oktober

Om één uur 's nachts aan in Piraeus. Bij het van de laadklep afbonken kreeg het karretje van Geoffrey's kano prompt een lekke band. Dat had niet op een gunstiger tijdstip kunnen gebeuren. Auto's halen uit de parkeergarage, kano's uitpakken en opladen. Nog een kopje koffie tegen de slaap en tegen drieën reden we richting Patras. Het was lekker rustig op de weg, desondanks slaagden we erin te verdwalen in de buitenwijken van Athene. De weg vragen aan een autochtoon bleek te helpen.

In Patras, ruim op tijd, stopte we bij een gezellig drukke pizzaboer voor een Italiaans ontbijtje. Lapzwanzen die nog om vijf uur 's nachts een kater aan het wegeten waren, of flinkerds die al om vijf uur 's ochtends hun ontbijt nuttigden? Het was inmiddels licht geworden en na enig ronddwalen streken we – minus Tessa – neer bij een restaurantje voor een kopje uitstekende koffie en een potje blufpoker.

Na het inchecken bezochten we de ruïnes van de plaatselijke burcht, bewonderden de olijf- en citrusbomen in de kasteeltuin, pikten een terrasje voor een kopje koffie (echt, het laatste kopje – de cafeïne kwam onze oren uit) en ontdeden ons van het grootste deel van de ons nog resterende Drachmen.

Tegen half twaalf konden we de boot op. Beetje zonnen aan dek. Lunch aan dek in het zonnetje leek zo'n mooi plan, maar de giro's waren net op en de selfservice visjes mochten het restaurant niet verlaten, ook niet onder begeleiding. Met zijn vijven rond een klein tafeltje geschaard ging het ook wel, zij het dat Ranka wel erg pontifikaal in het gangpad zat (terwijl de obers opvallend vaak juist dat ene gangpad moesten passeren).

Na het diner disco met (zeer) gedeeltelijk eigen muziek van Matthea en Roelof. Enkele hoesjes bevatten niet wat er op stond. Verrassing!

Maandag 9 oktober

Gewekt door omroeper en Ranka die al vroeg uit de veren was. Een beetje laat voor het ontbijt strompelden Geoffrey en Tessa naar de bar voor een snel kopje koffie met appeltaart. Terwijl de ferry rondjes aan het varen was om een oranje, omgeslagen sloepje, hingen we afwisselend een beetje aan dek en bestudeerden de display van de gps. Met een kleine drie uur vertraging konden we rond het middaguur de boot verlaten.

De verdere terugreis verliep zonder bijzonderheden.