Melk in de sloot

 Na de stormvloed in Zeeland in de nacht 31 januari op 1 februari 1953 kwam het een week later nog tot een vorstperiode. Ik kon toen (acht jaar oud) leren schaatsen op het slootje tussen het erf van onze boerderij en die van buurman Liewes in Adorp. Ik verbaasde me er over dat de eerste tien meter richting weiland het ijs van onderen wit opscheen, verderop kreeg het de normale zwarte kleur. Het was in de periode van de staking bij De Ommelanden. Kennelijk was mijn vader, die samen met zijn broers veehouder was, genoodzaakt geweest in deze periode vanwege de staking melk in de sloot naast de boerderij te laten lopen. In mijn herinnering zit ook nog vaag, dat de naam “Sake van der Ploeg” in die periode thuis vaak in negatieve zin werd genoemd.

Jaren later, begin zeventiger jaren, was ik als afgevaardigde voor de afdeling Ten Boer actief in het gewest Groningen van de PvdA. Ik was er bij, toen in 1971 een meerderheid van de gewestelijke vergadering het kamerlid Sake van der Ploeg weerde van een verkiesbare plaats op de Groningse lijst. Het argument dat werd gebruikt, was zijn onwil om in de provincie Groningen te gaan wonen. Wat er daarbij werkelijk speelde werd mij destijds niet duidelijk.

Sinds enige tijd doe ik mee aan een Groningse werkgroep van de Vakbondshistorische Vereniging (VHV). In deze groep proberen we de vakbondsgeschiedenis in Groningen beter te documenteren. Bij onderzoek naar belangrijke naoorlogse stakingen stuitte ik daarbij op de staking bij de zuivelfabriek De Ommelanden in 1952 en 1953. Ik heb daarover in het kader van de VHV werkgroep onlangs een kort verhaal gemaakt. Wat een achtergrond geeft aan mijn jeugdherinneringen. Het verhaal is te vinden op de internetsite van de VHV.

 

Cor Uitham, augustus ’09