Opgaven uit het decentenexamen 1978 Klik hier om terug te gaan naar de vorige bladzijde.
Alle spellen komen uit viertallen-wedstrijden.
De opgaven 1 t/m 5 zijn ontleend aan het docentenexamen van 1978. Van de tien vraagstukken in dat examen zijn er vijf opgenomen in de "voorbereiding op de spelkennistest" van 1998. U kunt die laatste vijf vinden in mijn desbetreffende rubriek.
Het zijn daar de vraagstukken 8, 9, 13, 14 en 16.

1. 2.
Z/allen AB107
AV74
B93
62

Zuid speelt  3SA. 
West start met  8
Hoe luidt uw speelplan?
Z/allen HB8743
104
763
84

Zuid speelt  6 .
West komt uit met  10.
Hoe luidt uw speelplan?
?
9
?
?

65
832
AHV4
AH73
?
?
?
?
Klik hier om naar het antwoord te gaan. ?
?
10
?

AV1096
H3
AHVB
AV
?
?
?
?
Klik hier om naar het antwoord te gaan.

3. 4.
Z/allen

De bieding (OW pasten steeds):
Zuid
1SA
3SA
Noord:
2SA
a.p.
West komt uit met  V. Zuid neemt de eerste slag met de Heer en speelt  10 na. Bij West komt  2 en in Noord  6.
Hoe speelt Oost tegen?

Klik hier om naar het antwoord te gaan.

Z/allen 9873
B7
AH642
64

De bieding (OW pasten steeds):
Zuid
1
3
3
Noord:
2SA
3
4
West komt uit met 
Hoe speelt Oost tegen?

Klik hier om naar het antwoord te gaan.

953 
B76
HB876
A3


V1054
A6
1097
AH85

5. 6.
Z/allen H4 
B10875
H53
A104

De bieding (OW pasten steeds):
Zuid
1SA*
3SA
Noord:
3
a.p.
*) 1SA = 12-14 punten, 3 =vijfkaart, invite
West komt uit met  6. De eerste slag wordt met de Heer in de dummy gewonnen, waarna  B van tafel wordt voorgespeeld.
Hoe speelt Oost tegen?

Klik hier om naar het antwoord te gaan.

Z/allen HB2
A92
H962
963

Nadat Zuid had geopend, volgde West in klaveren. Niettemin bereikten NZ het 4 -contract.
West start met 
Hoe luidt het speelplan van Zuid?

Klik hier om naar het antwoord te gaan.


B7
A43
B1084
9762
86
B5
V103
HVB1087

AV3
H843
AB75
A2
109754
V1076
84
54

7. 95 
B104
HV2
A10753

 
 

B1072
V853
A94
H6

De bieding (OW pasten steeds):
Zuid            Noord
1SA *)         3SA 
*) 1SA = 15-17 punten
allen passen
West komt uit met 2. In de dummy wordt  10 bijgespeeld.
Hoe speelt Oost tegen?
Klik hier om naar het antwoord te gaan.

Antwoorden op bovenstaande vraagstukken:

1.
Zuid moet eerst  5  naar  10 en dan  6  naar  B - dus tweemaal snijden op  H  en  V - spelen, om zo te trachten een van deze honneurs te vangen. Gaat dit beide keren mis, dan resteert nog de snit op  H.
Naar opgave 2.

2. 
Eerst troeftrekken. Daarna vier ruitenslagen maken en daarbij op tafel een harten opruimen. Met troef naar de dummy en op  A snijden. Als Oost  A heeft kan een klaveren op  H weg. Als West  A heeft en  H  verloren gaat, kan tenslotte nog op H worden gesneden.
Naar opgave 3.

3.
2 -  door West bijgespeeld - moet worden uitgelegd als een oneven aantal ruitenkaarten bij West (laag-hoog). Zuid heeft dan slechts twee ruitenkaarten en kan de ruitenkleur van de dummy vrijspelen als Oost in de eerste ruitenronde al  A zet.  A zal eerst als entree van tafel gespeeld moeten worden, voordat de ruiten daar hoog zijn.
Naar opgave 4.

4.
West kan hoogstens een punt of zes hebben. Misschien is daar een hoge troefkaart bij en zou hij daarmee de derde klaverenslag hoger kunnen troeven dan de dummy. Die kans is echter kleiner dan de volgende: West kan drie kleine troefjes hebben. Dan moet Oost na het winnen van de eerste klaverenslag een kleine troef naspelen. De volgende troefslag wint Oost, die dan  A speelt en klaveren na. De dummy kan dan niet meer overtroeven.
Naar opgave 5.

5.
OW kunnen in het meest gunstige geval drie schoppenslagen en twee hartenslagen winnen. Daartoe moet Oost om te beginnen  B onder  H bijspelen. Zodra harten wordt gespeeld moet Oost meteen  A zetten en  7 naspelen. Zodra West aan slag komt zijn dan zijn schoppenkaarten hoog.
Naar opgave 6.

6.
Andre Boekhorst beschreef dit spel in zijn rubriek in "De Volkskrant" in '85 naar aanleiding van de Bols-Bridgetip van Gabriel Chagas. West mocht de eerste slag houden en vervolgde met  V voor Zuids Aas. Dan speelt Zuid  3 naar de 9. Oost wint, maar kan geen klaveren terugspelen en kiest voor schoppen. NZ winnen en  B valt in de daarop volgende troefslag. De troeven van Oost worden er uit gesneden. Als Zuid nu  5 naar de negen wil spelen, zet West  10, zodat in de dummy de Heer moet worden gespeeld. Oost is immers de ongevaarlijke hand en had deze slag mogen winnen, maar niet West! Nu worden eerst twee schoppenslagen geincasseerd, eindigend in de dummy. De situatie is dan 

 

-
-
V3
B

-
-
96
9

-
-
AB7
-

 

109
-
8
-

Van de tafel wordt nu  9 gespeeld. West wint en mag in Zuids vork spelen.
Naar opgave 7.
 

7.
West kan maximaal 5 punten hebben. De start met  2 duidt op het bezit van een hartenhonneur. Als dat  H is, maakt het niet uit wat Oost bijspeelt, omdat de leider dan altijd twee hartenslagen maakt. Maar als West  A heeft moet Oost nu duiken, want dan heeft Zuid van harten Heer-klein en maakt dan alleen  10! Als de leider in de dummy snel de  10 liet bijspelen zou die laatste figuur de meest waarschijnlijke kunnen zijn. Dus let bij tegenspel ook op het "gedrag" van de leider.