UITGEKOOKT SPELEN EN TEGENSPELEN
Klik hier om terug te gaan naar de vorige bladzijde.
  Een leider maakt zijn speelplan aan de hand van tenminste 27 kaarten. Dertien in de hand, dertien in de dummy en de uitkomstkaart. Soms heeft hij nog informatie uit het biedverloop en ook de uitkomstkaart kan informatie over het zitsel van de tegenstanders vertellen. Daardoor heeft de verdediging het meestal moeilijk dan de leider. Goed tegenspel begint vaak met een dodelijke start. Als dan de tegenstanders er nog in slagen om een schijnbaar waterdicht contract down te spelen, dan is het tegenspel minstens zo vermeldenswaard als een goed afgespeeld contract. Van dergelijke goed gespeelde en tegengespeelde spellen hier zeven voorbeelden. 
Klik op het spelnummer 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, of gebruik de balk aan de zijkant van het scherm. 
Spel 1    Waar komt de negende slag vandaan ?
Z/-



742
VB10942
62
HB
AHB6
853
A73
963

98
AH6
HB85
A852




V1053
7
V1094
V1074
Het bieden:
West:
=
pas
pas
Noord:
=
2
3SA
Oost:
pas
pas
a.p.
Zuid:
1SA
2
West komt uit met  V; de dummy mag de drie bijspelen en bij Oost komt de 7 op tafel. Zuid legt  6. Het moet nu voor West duidelijk zijn dat de leider nog met  AH in zijn handen zit. Doorspelen van de hartenkleur heeft geen zin voor de verdediging. West krijgt zijn harten echt niet vrij. Al heeft de leider geen lengte in de hoge kleuren, toch had West een goede inval: hij speelde  H na.
West mocht ook de tweede slag houden. Toen probeerde West het met  7. En opnieuw dook de leider, Oost won met  10 en speelde  V na. Zuid nam met het Aas en bij West verscheen de Boer. Toen kwam de leider zelf met  A. Kleine hartentjes bij West en Noord. Maar wat moest Oost bijspelen? Zowel het wegdoen van een ruiten als van een klaveren levert de leider zijn contract. Ook als West in de tweede slag met harten was doorgegaan, zou Oost in dezelfde problemen zijn gekomen. Om deze reden is het voor een leider in een 3SA-contract meestal verstandig in het begin van het spel die slagen af te geven die hij toch moet verliezen. Het laten doorspelen van de tegenstanders levert hem vaak een goed inzicht in de kaartverdeling van de tegenstanders. 
Spel 2    En waar zit de twaalfde slag ?
N/allen



VB9
HVB75
42
764
6
1096
A1085
AVB53

AH103
A43
VB963
10




87542
82
H7
H982
Het bieden:
West:
=
pas
pas
Noord:
pas
2
6
Oost:
pas
pas
a.p.
Zuid:
1
2
West start met  H. Dat wordt dus een hartenverliezer en als  H en  H miszitten, is er helemaal geen redden aan. Dacht de leider in eerste instantie. Maar hij wilde de moed niet in een te vroeg stadium opgeven.
De uitkomst won de leider met  A.  A en  H na, West  B. Daarna  3, West  V, getroefd op tafel.  V door Oost gedekt met  H, door de leider getroefd. Met ruiten naar  A op tafel en  B, waarop in de hand een harten weg ging. Nu troefde Zuid  5 met  9.
Zelfs als West  H zou hebben gehad, zou het contract nog worden gemaakt. Door het tempo in handen te  houden kan het klein slem de leider niet meer ontgaan.
Hieronder de wijze waarop GIB met de OW-handen mij niet kon verslaan.  

Noord:
Oost:
Zuid:
West:>
1.
6
2
A>
2.
6
8
A>
3.
9
2
H>
4.
5>
7
3
5.
A>
9
10
6.
V
H
3>
7.
A>
7
6
8.
B>
2
3
9.
5
8
9>
10.
8>
5
10
11.
3
H>
4
12.
10
8
B>
13.
10
4
V>
Spel 3    Sally weet het wel
Z/allen



H7
B732
1054
AHB3
V5
HV4
HVB62
V107

AB109632
A6
7
865




  84
10985
A983
942
Het bieden:
West:
=
pas
pas
a.p.
Noord:
=
2
3SA
Oost:
=
pas
pas
Zuid:
1
2
4
Zuid corrigeerde terecht naar het juiste manchecontract. Maar u ziet het:  H zit fout en het contract is gedoemd om een down te gaan. 
West komt uit met  H. Dat is bij dit paar een teken dat deze speler dan ook het Aas van deze kleur heeft dan wel de Vrouw. Omdat de Vrouw op tafel verschijnt, weet Oost dat zijn maat dus  A heeft.
Dit spel werd beschreven door Sally Horton, kort nadat zij met het Engelse team in Sao Paolo werelfdkampioen was geworden bij de dames. Oost ziet niets in de klaverenkleur en seint af met de kaart die wordt bijgespeeld in die eerste slag. Als West dan toch  A naspeelt, wordt van Oost een signaal verwacht met welke kleur West  in de derde slag moet nakomen. Sally adviseert een "Lavinthal-signaal": Oost speelt de laagste van haar overige klaverenkaarten bij en vraagt om ruiten.  A wint de derde slag en zo gaat de leider down. Het is te zien dat harten of klaveren naspelen in de derde slag het contract aan NZ cadeau geeft. Het soort tegenspel is vaak op scorekaartjes af te lezen.
Spel 4    Eindelijk eens een deelscorespel
O/-



10873
1085
HV8
742
5
V962
A10965
B96

AHVB64
73
4
10853




92
AHB4
B732
AHV
Het bieden:
West:
=
pas
a.p.
Noord:
=
pas
Oost:
1
doublet
Zuid:
1
2
Praktisch alle spellen die als interessant worden gepresenteerd, zijn manche- of slem-spellen. Ofwel: de spellen hebben een zeer onregelmatige verdeling. Alsof er geen interessante deelscorespellen zijn. Hier is er dan toch eentje.
West startte met  5 en Oost won met  B. "Fantastische uitkomst van partner", zal Oost hebben gedacht. En wat speelt Oost na? Eerst maar drie hoge klaveren incasseren. "Mooi", denkt de leider nu. "Troeftrekken en  10 wordt de achtste slag!"

Hoe kunnen OW dit contract toch down spelen?
Oost kan straffeloos vervolgden met  H. Hij heeft tenslotte nog  A om de Vrouw op tafel mee te vangen. Hij krijgt bij het spelen van  H van West een kleurpreferentie-signaal. West heeft nog twee hartenkaarten, de 10 en de 8, om een van de twee overige kleuren (dus: behalve de troefkleur) mee aan te geven. West speelt de 10, waarop Oost vervolgt met  2. Zuid kan proberen om  10 hoog te krijgen of een ruiten. Maar dat lukt nu niet meer, want hij houdt na het troeftrekken niet voldoende troeven over. Als Oost dus zijn gulzigheid even beheert, kan het contract toch nog down.
Spel 5    Wie doet nou zo iets?
Z/allen



B42
H765
5
A9842
108
V
AV10973
VB75

AV9765
1043
H42
H




H3
AB982
B86
1063
Het bieden:
West:
=
pas
pas
Noord:
=
2
4
Oost:
=
pas
a.p.
Zuid:
1
2
West kwam uit met  5. Op tafel werd de eerste slag gewonnen met  V en toen ging  5 richting de Heer in de hand. Oost zag terecht dat zijn klaverenkaarten niet geschikt waren om er slagen mee te winnen, maar wel om er signalen mee af te geven. Hij speelde  10 bij. West won met het Aas en kende zijn maat: hij speelde een kleine harten na. Oost won met  A.

Het tegenspel liep lekker. West kreeg nu zijn ruitenintroever. Op tafel werden de volgende twee slagen met de klaverenplaatjes gewonnen en Zuid kon zijn hartenverliezers opruimen.  8 van tafel nam Zuid met de Vrouw. West gooide daar  B onder. Dat betekende voor de leider dat Oost nog  H42 had en West door zijn troeven heen was.
De leider kon dus nu probleemloos in ruiten naar de dummy oversteken en opnieuw op H snijden.
Een down, toen West toch nog een troef bleek te hebben!
Spel 6    Tweemaal anders maar beide keren goed
O/allen



AV102
B95
6
AV1073
H95
64
H109843
B6

74
A1073
A52
9854




B863
HV82
VB7
H2
Het bieden tijdens een viertallenwedstrijd:
West:
=
2
3
Noord:
=
pas
pas
Oost:
1
2SA
3SA
Zuid:
pas
pas
a.p.
Het bieden aan de andere tafel:
West:
=
1
4
Noord:
=
pas
a.p.
Oost:
1
2
Zuid:
pas
pas
Het spel werd gespeeld tijdens een landenwedstrijd waaraan gerenommeerde spelers deelnamen. De vraag is: Waarmee komt Zuid uit aan de eerste tafel? En: Waarmee komt Noord uit aan de tweede tafel? Let bij het bepalen van uw keuze meer op het biedverloop, op de kaarten in uw uitkomsthand en op het mogelijke bezit van uw partner. Het diagram bekijken en dan beslissen is niet eerlijk!
Aan de eerste tafel startte Zuid met  2 en dat was raak!
Aan de tweede tafel startte Noord met  6, waardoor  A,  H,  A en een hartenintroever verloren gingen. Dus ook 4 gaat down, hoewel minder dan 3SA. Dat komt ervan als een hoge kleur wordt verzwegen.
Spel 7    Aan beide tafels een fiasco
W/NZ



AV98752
H1072
V
5
3
V5
AHB108764
103

H6
B9
932
AVB962




B104
A8643
5
H874
Het bieden:
West:
1
4
Noord:
2
4SA
Oost:
2
doublet
Zuid:
2SA
a.p.
Dit is een historisch spel. NZ waren Rebattu en Mulder; OW waren Shariff  en Chemla. lekker gedurfd bieden, maar het zijn dan ook topspelers in actie. Ondanks het doublet liepen NZ niet weg naar een contract in de lage kleuren. Het was afwachten of het een goede gok was, want dat het een gok was zal een ieder duidelijk zijn. Alles hangt af van de uitkomst. Er is maar een kleur waarbij het fout kan gaan.
Waarmee komt West uit?
Het spel werd gespeeld in een landenwedstrijd Nederland-Frankrijk. En aan beide tafels werd er gestart met  2. Het Nederlandse NZ-paar ging aldus gedoubleerd slechts 8 down, want de Franse Oost had een harten weggegooid op de schoppentrein van West. In de andere kamer hetzelfde biedverloop met uitzondering van het slotdoublet, omdat de Nederlandse Oost bang was dat NZ de gelegenheid zouden aangrijpen om naar een lage kleur te gaan. Ook hier werd gestart met  2 en OW gooiden de juiste kaarten af op elkaars lengteslagen. Negen down dus, maar niet gedoubleerd. 
Even nadenken alvorens uit te komen kan een vracht aan punten opleveren.