Waarom  kampioenen  kampioen  blijven.
Iedereen wil graag de beste zijn. Dat wordt wel door sommigen ontkend, maar in de grond van hun hart zouden zij toch graag ook - al is het maar voor even - kampioen willen zijn. En waardoor zou het komen dat  kampioenen vaak kampioen blijven? Hier een paar voorbeelden van de manier waarop dat gebeurt.
Klik hier op het spelnummer 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, of gebruik de rode driehoekjes aan de zijkant van het scherm. 
Spel 1    Het nut van twee zwarte Vrouwen
Z/-
 
 

B8742
7
7
A109632

V103
654
B432
HV4

AH5
AHVB32
AH65
-

 
 

96
1098
V1098
B875

Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
pas
pas
pas
pas
a.p.
=
2
3
4
5
=
pas
pas
pas
pas
2
2
4
4
6
Het openingsbod van Zuid is manche-inviterend. Noord heeft een "afwacht-bod". Zuid geeft zijn voorkeurskleur aan. Noord doet alle mogelijke moeite om af te stoppen in de manche, maar Zuid wil minstens klein slem spelen. West start met  7.
De leider was - vele jaren geleden - Charles Goren, die tegen het echtpaar Granovetter speelde. Zij vermeldden het spel in het boek "Tops and Bottoms". De wijze van bieden wijst erop dat Zuid een renonce klaveren heeft. Daarom startte West niet met  A. De leider kan zijn contract maken als hij een van de klaverenhonneurs in de dummy kan benutten. Met de uitkomst van West leek dit niet te gaan lukken. Met de gehoopte klaverenstart was dat anders geweest.
Goren begon met het trekken van de troeven in drie slagen. West deed twee klaverenkaarten weg.
A  en  H volgden. Op de tweede ruitenslag deed West een schoppen weg. Daar schoot de leider dus niets mee op. Wat nu gezongen?
Goren sloeg  A en speelde  5 naar de Tien! Die slag hield en op  H van de dummy ging in de hand  H weg. West won de slag en was gedwongen om de tafel weer aan slag te brengen met schoppen of klaveren. Op tafel konden daardoor de twee zwarte Vrouwen worden benut om de verliezende ruiten uit de hand weg te doen. 
Fantastisch gespeeld van Goren, vindt u ook niet? Toch was het een "nul", want alle andere Westspelers waren wel met  A gestart, waardoor alle andere leiders een overslag hadden gemaakt. Door niet met "Blackwood" Azen te vragen zette Goren zijn tegenstander op het goede been.
Spel 2    Vindingrijke partner
O/allen
 
 

5
B6
B9852
B10964

HV962
V72
V10
H83

B1083
854
A7
AV52

 
 

A74
AH1093
H643
7

Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
pas
2
3
pas
a.p.
=
1
doublet
pas
pas
1
2
pas
pas
4
pas
2
pas
3
a.p.
Het komt regelmatig voor dat "gewone" bridgers - als zij lezen hoe topbridgers bieden - zeggen: "Ik snap er geen jota van! Hoe kan West nou 2 bieden als hij maar 1 schoppenkaart heeft!" "Een controlebod." "Een controlebod?? Met maar drie punten??"
Leider op de Oost-plaats was Omar Sharif en hij kreeg  B als uitkomstkaart.
Zo'n strijd om de deelscore getuigt van een lekker "robbertje" bridge. Het spel werd  gespeeld in een viertallenwedstrijd waarbij aan de andere tafel Omars nevenpaar het 3 -contract mocht spelen.  7 IMP's winst voor het team van Omar op dit spel. Hij had een vindingrijke partner bij zich: Martin Hoffman.
Spel 3    Verschrikkelijk bieden
N/OW
 
 

VB1074
85
B1095
A6

63
AB
H86432
B84

AH
H962
AV
H10952

 
 

9852
V10743
7
V73

Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
1
pas
a.p.
pas
2
4
pas
2
pas
1
3
4
Weer een 4 -contract. En weer vier kanjers van bridgers aan de tafel. Niettemin luidde het commentaar op dit biedverloop: "Verschrikkelijk!" Vooral het 4 -bod van Noord moest het  ontgelden. Dan had best "3 " mogen zijn, een vraag om met dekking in deze kleur 3SA te bieden. 
Dit spel en het vorige werden beschreven door Nicola Gardener. Het 4 -bod werd gedaan door Rixi Markus.  Omdat 1 en daarna 3 van Zuid getuigde van reverse bieden, had Noord niet op 4 mogen passen. Maar het was toen al te laat om verantwoord in 4SA te eindigen.
Het is duidelijk dat de leider er geen probleem mee had om zijn contract te maken.
Spel 4    Het kan nog beter
Z/OW
 
 

-
1087
AH76532
853

84
AHV54
B94
HV4

AHV72
B6
V108
A96

 
 

B109653
932
-
B1072

Viertallenwedstrijd.
Het bieden in de open kamer:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
2
pas
=
2
4
=
pas
a.p.
1
2
En het bieden in de gesloten kamer:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
2
a.p.
=
2
=
pas
1
2
Tegen 4 startte West met  7, meteen op tafel met het Aas genomen. De tweede slag toonde aan dat Oost zes troeven tegen had. Wie geen kampioen is geeft zich dan gewonnen, maar hier zat een kampioen op de Zuid-stoel.
De leider incasseerde drie hoge troefslagen, drie hoge klaverenslagen en drie hoge hartenslagen en constateerde tot zijn grote voldoening dat beide zijkleuren 4-3 en 3-3 zaten, ondanks de extreme verdeling van de schoppen- en ruitenkaarten. Een 4-3 verdeling geeft weliswaar 62% kans, een 3-3 verdeling echter maar goed 35%. De kans dat de troeven 6-0 zitten, is maar 1,5% kans. En de ruiten 7-0 is maar 0,5%. In zo'n geval zitten de andere kleuren dan vaak ook onregelmatig verdeeld. Hoe vaak is het geluk kampoenen niet goed gezind?
In de gesloten kamer Kwam West uit met  A en zag tot zijn schrik zijn partner meteen renonceren met  3. West schakelde over op klaveren via Oosts  10 voor  A van Zuid. Zuid nam drie hoge schoppens mee en bracht West aan slag met ruiten. Ook hier was de extreme verdeling meteen duidelijk. West ging er weer uit met ruiten en toen volgden vijf hartenslagen en nog twee klaverenslagen voor NZ. Dat werd dus 3SA+2, een nog beter resultaat dan in de open kamer. Zuid had zeer correct de waarde van zijn hand ingeschat.
Toen later dit spel nog eens in de club werd nagespeeld, bleek het gros van de NZ-paren in een desastreus 4 -contract te eindigen. De club had terecht zijn kampioenen ingezet bij deze viertallenwedstrijd.
Spel 5    Wie komt in het optimale contract?
N/-
 
 

852
H76
A63
B1083

AH
V104
HV
AH7642

B103
AB9
B109742
5

 
 

V9764
8532
85
V9

Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
pas
pas
a.p.
1
3
3SA
pas
pas
pas
1
3
5
West kwam uit met  B, in de dummy hoog genomen.  H werd door West meteen genomen, die een kleine klaveren speelde voor de Vrouw van Oost, maar getroefd door de leider. Die speelde weer een rondje troef en toen een kleine harten naar  A.  10 haalde de laatste troef bij West weg. Daarna  A en een kleine klaveren getroefd. Tenslotte  H en  H, twee hoge klaveren op tafel en  V getroefd. 5 +1 gemaakt. 
Het spel werd door twee kampioensviertallen nagespeeld en daarbij ging het zo:
Het bieden in de open kamer:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
pas
pas
pas
2
4
4SA
6SA
pas
pas
pas
a.p.
2
3
5
Oost startte met  4 en het contract was na deze uitkomst niet meer te maken. Er ging een harten- en een ruitenslag verloren.
Het bieden in de gesloten kamer:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
pas
pas
a.p.
2
3
5SA
pas
pas
pas
2
3SA
5SA
Hier zat het contract in de gunstige hand, zeker toen West zo vriendelijk was om onder  H uit te komen. Zegt deze winst meer over het tegenspel dan over het goede biedverloop? Met een Aas en een Heer buiten boord is 6SA een hachelijke onderneming, lijkt mij. Maar zo gek is het nou ook weer niet want dit spel was ooit ook door Zia Mahmood en Omar Sharif als Noord en Zuid aldus geboden en gespeeld:
Het bieden van Mahmood en Sharif:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
pas
pas
pas
a.p.
2
2SA
4
5
pas
pas
pas
pas
2
4
4SA
6SA
4 was hier de uitkomst van Oost; kleintje belooft plaatje. De leider wint en speelt  H en  V. West dook beide slagen. Toen  4, via de 9 voor de Heer. West nam nu  A mee en ging er met schoppen uit. Dat was niet zo slim, want als hij niet eerst  A had gespeeld, maar meteen schoppen had nagebracht, was het contract - in plaats van 1 - zelfs 4 down gegaan. Mazzel voor Zia.
Spel 6    De kampioen hult zich in het purper
O/allen
 
 

A632
H10
A4
B10982

H109
643
85
AHV65

V8
AB9852
H973
3

 
 

B754
V7
VB1062
74

Het bieden tijdens een viertallenwedstrijd:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
doublet
pas
a.p.
=
pas
3
pas
pas
pas
2
2
4
Zuids opening was de Multi. West bedacht een - vrij zwak - informatie doublet. Noord paste (naar 3 zou hij altijd nog kunnen). En Oost paste omdat hij 2 wel wilde tegenspelen. Zuid bood zijn kleur en Noord gaf een uitnodiging tot de manche, waar Zuid op in ging.
West kwam uit met  B.
De eerste slag was voor  A op tafel. Een kleine troef liep via de 7 van Oost naar de 10 van West, die met klaveren vervolgde. Zuid troefde in de hand en ving met  A beide bij de tegenstanders nog uitstaande troeven.
Dit spel beschreef Cees Sint ooit onder de titel "De Vork van Morton" in een van zijn wekelijkse krantenrubrieken. 
"Kardinaal Morton, kanselier onder koning Hendrik de Zevende in Engeland, belastte de rijke Londense kooplieden regelmatig fors ten gunste van de koninklijke schatkist. Zijn benadering was dat kooplieden die sober leefden, voldoende geld overhielden om de schatkist rijkelijk te kunnen spekken, terwijl kooplieden met een opzichtige leefwijze kennelijk genoeg te besteden hadden en dus ook stevig aangesproken konden worden. En zo werden beide categorieën onderworpen aan de beruchte 'vork van Morton'." Toegepast op bridge betekent de 'vork van Morton' dat elke tegenstander - met of zonder sterke hand - dient bij te dragen aan de winst van de leider.
Bovenstaand spel werd gespeeld tijdens een Olympische finale. Aan de ene tafel ging de leider nu in de fout. Waarschijnlijk omdat hij het verhaal van Kardinaal Morton niet kende. Hij gaf  V cadeau aan de sterke West die immers informatief had geboden. Dit in plaats van een kleine schoppen naar de Heer te spelen.
Aan de andere tafel had de leider de tweede slag gewonnen met  A en daarna een troefje aan West afgestaan, die vervolgens zijn beide Azen incasseerde en de rest aan de leider schonk.
Alleen bridgekampioenen hullen zich in purper.
Spel 7    Je moet maar durven
W/allen
 
 

H876543
V32
V9
B

10
H1098
AH103
AH109

AV9
AB75
76
8762

 
 

B2
64
B8542
V543

Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
3
doublet
pas
4
5
6
pas
pas
a.p.
4
5
Gewaagd geboden. Na de preëmptieve opening van West zou een doublet van Noord voor straf zijn geweest. 3SA zou de beide lage kleuren hebben betekend en 4 was zoeken naar een fit met een sterke hand. Alle drie de overige kleuren kon Noord verdragen. Het werd harten. Zuid had er zin in en forceerde het klein slem. West kwam uit met zijn secce  B, ondanks dat Oost niet had gedoubleerd op het semi-conventionele bod van Noord. Dat gaf de leider al enig inzicht in de kaartverdeling. 
West had dus vijf rode kaarten met ongetwijfeld daarbij beide rode Vrouwen. Oost had een vierkaart klaveren met de Vrouw en een doubleton schoppen; dus zeven rode kaarten. 
De uitkomst werd in de dummy genomen.  10 was voor het Aas en West moest daarna  V wel dekken met de Heer, getroefd op tafel.  9 in de hand was nu hoog.
In drie ronden werden de troeven getrokken. Oost deed  2 weg.
H werd geincasseerd en een klaveren afgegeven aan Oost.
Oost aan slag kon ofwel  5 terugspelen ofwel naar de ruitenvork. Oost koos voor een kleine ruiten. De Aas op tafel won het van de Vrouw van West. De leider hoefde nog slechts een ruiten van de tafel in te troeven en zijn overige kaarten waren hoog.
Zoals het kampioenen betaamt hadden NZ zich door de preëmptieve opening van de tegenstander niet uit een slemcontract laten drukken. En dat slechts met 28 punten samen. Al was deze leider slechts een klein plaatselijk kampioentje, dat met dit spel zijn toppositie handhaafde.

y>