BRILJANTE   ACTIES
Soms maakt een spel geschiedenis. Een speler is trots op zijn afspel. Een tegenspeler onder de indruk van zijn tegenstander. Een toeschouwer enthousiast over zijn toevallige plaats achter een topspeler. Het commentaar bij de vuegraph is als wierook. Aan de bar wordt over het spel gepraat. Een bridgejounalist hoort het verhaal. En het spel is meteen historisch. Hier ziet u van dergelijke spellen zeven voorbeelden. Hun oorsprong ligt in mijn archief.
Het verhaal erbij maakt verder commentaar overbodig.

Klik hier op het spelnummer 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, of gebruik de rode driehoekjes om door te gaan.
Spel 1   Dat komt er nou van !

Z/OW AV54
A53
HV975
10

H73
B1096
832
962

9
H8742
A104
A875
B10862
V
B6
HVB43
Het bieden:
West:
=
pas
pas
pas
pas
pas
Noord:
=
2
2
4
4SA
6
Oost:
=
pas
pas
doublet
pas
a.p.
Zuid:
1
2
2SA
4
5
Dat komt er nou van, als je met zo'n armzalig handje opent.  Partner heeft een paar punten mee en stopt je - met je drie van de vijf azen -  zonder pardon in klein slem. 
West bedacht dat hij met een troefuitkomst niets kapot kon maken. Hoewel het alles behalve een aanrader is om van een vierkaart troef te starten. Het was deze keer ook niet erg dat hij niet uitkomt in de kleur waarin zijn partner een doublet gaf op een conventioneel bod.
West bedacht dat hij met een troefuitkomst niets kapot kon maken. Hoewel het alles behalve een aanrader is om van een vierkaart troef te starten. Het was deze keer ook niet erg dat hij niet uitkomt in de kleur waarin zijn partner een doublet gaf op een conventioneel bod.
De leider bekeek nu de 27 bekende kaarten en zag dat het spel niet te maken was. Tenzij.... hij om te beginnen met een stalen gezicht zou spelen en daarmee zijn tegenstanders in de waan zou brengen dat het slem wel te maken zou zijn.
A won de slag.  10 voor het Aas en een geslaagde snit op  H.  A meegenomen, waarop  4 weg ging. Met een ingetroefde schoppen naar de hand en op tafel weer een klaveren getroefd.  H en  V geincasseerd. Dat waren inmiddels al tien slagen.
Op tafel liggen nog  7 en  97. West heeft nog drie troeven:  1096 en de leider heeft ook nog drie troeven:  H87. Oost heeft nog  B en  HV, maar ondanks dat hij deze zwarte plaatjes heeft is hij niet gevaarlijk. Van tafel wordt  7 gespeeld. De leider troeft laag. West mag deze slag nemen, maar speelt dan in de hartenvork van de leider.




Spel 2    Niet snijden voor de winst

N/allen 1096
7
AVB53
A1085

HVB52
VB6
764
42

A43
AH103
9
VB973
87
98542
H1082
H6
Het bieden:
West:
=
pas
pas
pas
a.p.
Noord:
1
3
4
5
Oost:
=
pas
pas
pas
Zuid:
2
3
4
6
Ook hier is duidelijk sprake van een opening met een armzalig handje. Noord deed er alles aan om in een zo laag mogelijk contract te komen. Maar toen Zuid met 3 mancheforcing bood, koos Noord toch liever voor een contract in een lage kleur, omdat Zuid kennelijk niet veel in ruiten had. Maar Zuid was niet tevreden met de manche, er moest zelfs nog een slem gespeeld worden ook!
West startte met  H. Meteen maar genomen en na  A op  H een schoppen op tafel opgeruimd, waarbij West de Boer speelde. Nu werd eerst  9 naar het Aas gespeeld en Oost dekte de daarop volgende  V met de Heer - getroefd door de leider. Nu een kleine harten op tafel getroefd, waardoor inderdaad  10 hoog werd.  A en  B wonnen de volgende twee slagen en Zuid kon een schoppen kwijt. Een kleine ruiten getroefd. Nu volgende  10 uit de hand. Oost zal nog moeten bekennen, maar West moest troeven, omdat anders de laatste schoppen van tafel verdwijnt; op tafel overgetroefd. Van tafel komt dan  5. Als Oost met zijn laatste troef - de Heer - troeft, doet Zuid een schoppen weg en heeft nog  VB voor de laatste twee slagen. Troeft Oost niet, dan doet Zuid ook schoppen weg, want die  5 is de dertiende ruiten en West heeft geen troef meer. De clou van dit spel is dat de snit op  H  moet worden vermeden. Als er een andere weg naar succes mogelijk is dan die via een snit, dan verdient die andere weg de voorkeur.




Spel 3    West  in  dwang

N/NZ VB
AV973
H10
8742

953
B
V98754
B65

A104
H108
B32
AH93
H8762
6542
A6
V10
Het bieden:
West:
=
pas
a.p.
Noord:
1
2
Oost:
1
pas
Zuid:
doublet
3SA
Uitkomst:  5. In Noord de Boer, Oost de Heer en Zuid wint met het Aas. Een kleine ruiten naar de 10 op tafel was een buit voor het Aas van Oost, die schoppen naspeelde voor  B op tafel. Terwijl vijf hartenslagen werden geincasseerd, werd en passant  10 meegenomen. Bij de laatste hartenslag wordt in de hand  2 weg gedaan. Maar wat moet West opruimen? West heeft de keuze uit  V9 en  B65. Doet hij een ruiten weg, dan is de tweede ruiten op tafel hoog. Doet hij een klaveren weg, dan wordt er een klaveren op tafel hoog.

Had hij dat kunnen weten? Ja. De uitkomst hoefde niet door te lopen naar de hand, waar ongetwijfeld  A zat. Verstandiger is het dan om een andere kleur te proberen. En dan kwam  4 terugspelen meer in aanmerking. Zou dat zijn gebeurd, dan had de leider  H moeten leggen en won  A van West de slag. West mag dan niet meteen  V incasseren, maar troef spelen. Het eindspel zal zo zijn dat Oost in een ruiten-schoppen-dwang gebracht zou kunnen worden, maar dat lukt niet, omdat eerst op tafel een kaart weg moet alvorens Oost moet bijspelen. Voorwaarde is wel dat West  10 gedekt houdt.




Spel 4    Voorkom een dwang als verdediger

N/- HB53
HV8
10982
H5

1087
742
AV6
V1073

A104
H108
B32
AH93
V62
A5
B754
B942
Het bieden:
West:
=
pas
pas
a.p.
Noord:
1
1
3
Oost:
pas
pas
pas
Zuid:
1
2SA
4
West startte met een kleine klaveren voor  A. Uit de hand van de leider kwam  3, via  2 en  8 voor  A van Oost. Oost speelde  9 terug, voor  H op tafel.  3 naar  9 was voor  10 van West. Niet wetend wat nu te doen incasseerde West  A en de verdediging gaf de overige slagen af aan de leider. Maar met zo'n fatalistische instelling komt een bridger niet ver.
Hadden OW hiertegen iets kunnen ondernemen? Ja! Als Oost toen hij de tweede slag won met  A, niet een klaveren had teruggespeeld, maar een ruiten, dan loopt het spel anders. 
Hadden OW hiertegen iets kunnen ondernemen? Ja! Als Oost toen hij de tweede slag won met  A, niet een klaveren had teruggespeeld, maar een ruiten, dan loopt het spel anders. Had hij dat kunnen weten? Ja. De uitkomst hoefde niet door te lopen naar de hand, waar ongetwijfeld  A zat. Verstandiger is het dan om een andere kleur te proberen. En dan kwam  4 terugspelen meer in aanmerking. Zou dat zijn gebeurd, dan had de leider  H moeten leggen en won  A van West de slag. West mag dan niet meteen  V incasseren, maar troef spelen. Het eindspel zal zo zijn dat Oost in een ruiten-schoppen-dwang gebracht zou kunnen worden, maar dat lukt niet, omdat eerst op tafel een kaart weg moet alvorens Oost moet bijspelen. Voorwaarde is wel dat West  10 gedekt houdt.




Spel 5   Hoe kan dat nou?

Z/allen HV1065
876
A8
754

A93
3
97632
AH62

4
HVB1092
HVB54
9
B872
A54
10
VB1083
Het bieden:
West:
=
2SA
a.p.
Noord:
=
3
Oost:
=
4
Zuid:
1
4
West smokkelde een klaverenkaart en bood "unusual". Het had voor Zuid geen zin om zijn ruitenkleur te laten horen. Het duurde even voordat West zijn laatste paskaartje op tafel legde en Oost was daardoor uit de bieding gehaald. West startte met  A, werd door Oost in die kleur aangemoedigd. Overigens had het Oost moeten verbazen dat West de slag won. Volgens de aan hem doorgegeven informatie had hij ervan uit moeten gaan dat Zuid meteen zou troeven.
West vervolgde met  H en gaf daarmee het contract cadeau.
Hoe moet er dan anders verdedigd worden? 
West had bij het bieden een armzalige vijfkaart ruiten in de aanbieding gedaan en zijn vierkaart klaveren in lengte opgewaardeerd. Hij had toch zeker heel consequent het vrijwillige klaverenbod van Oost kunnen verhogen. -100 is aantrekkelijker dan -620. En als je dan met bieden je nek uitsteekt, moet je ook dapper blijven. Maar het kan nog beter. West had in de tweede slag met ruiten moeten vervolgen. Nog beter: hij had met een kleine ruiten moeten uitkomen. Oost had dan een introever kunnen krijgen.




Spel 6   De downslag omzeilen

N/allen 54
HV8
98654
932

VB1098
95
B73
B86

A76
A63
AV102
AH10
H32
B10742
H
V754
Het bieden:
West:
=
pas
Noord:
=
3SA
Oost:
pas
a.p.
Zuid:
2SA
Een heel alledaagse bieding met twee heel alledaagse handen. Zo zien we dat vaker. West komt natuurlijk uit met  V. Deze slag mag hij houden en hij vervolgt met  B, die door Oost wordt overgenomen. Ook deze slag is voor de verdediging en Oost speelt schoppen terug. Zuid moet nu nemen. De leider zal van de ruiten moeten leven en West mag niet meer aan slag komen. Als er over  H wordt gesneden en die zit bij West, dan is het contract down.
Als West  H sec zou hebben, is het Aas slaan de oplossing. In dit geval zit  H niet bij West maar bij Oost en schiet de leider niets op met het slaan van het Aas. Wat wel een oplossing is, is naar de tafel gaan en een kleine ruiten spelen. 
Speelt Oost dan  H, dan mag hij die houden. Zou Oost nog een schoppen hebben, dan zitten de schoppen 4-4 en is er nog niets aan de hand. Alle andere kleuren zijn gedekt, de tafel is nog bereikbaar en - als de ruitenblokkade wordt opgeheven - zijn er vier ruitenslagen. 3SA gemaakt. Zelfs met een overslag als de schoppen 3-3 zitten.

Spel 7   Geef - voor de dertiende slag - nooit op

N/allen HB6
98
AHV3
10962

V1043
6
9742
AHVB

A52
AVB1074
5
853
987
H532
B1086
74
Het bieden:
West:
=
pas
doublet
Noord:
1
1SA
a.p.
Oost:
pas
pas
Zuid:
1
4
Bij iedere uitkomst behalve klaveren is het contract eenvoudig te maken, maar West start natuurlijk wel met klaveren.
West legt vier keer achter elkaar een klaveren op tafel en de vierde keer - Oost doet tweemaal een schoppen weg - moet Zuid troeven.
Hoe verder?

De leider  steekt over naar  A en kan nu tweemaal succesvol op H snijden, maar de tweede keer doet West een schoppen weg. De leider kan al snijdend  H niet vangen. Hij legt zich neer bij 1 down.
Wat? 1 down?

1 down hoeft nog niet! Zolang de dummy bereikt kan worden, is er nog een kans.
De tafel is nog met  9 aan slag. Oost heeft nog  H5. Nu worden eerst de hoge ruitenkaarten op tafel afgespeeld en op  V gaat in de hand  A weg. De vierde ruiten van tafel wordt in de hand getroefd, want voor het eindspel is nodig dat ook in de hand twee troeven overblijven en de elfde slag op tafel  wordt gewonnen. Dat kan door met de laatste schoppen in de hand naar  HB5 in de dummy over te steken. Als in de twaalfde slag vanuit Noord een schoppen wordt voorgespeeld moet eerst Oost een troef spelen en is het contract binnen. Voor deze figuur is het noodzakelijk dat de leider zijn troeflengte even kort maakt als die van de tegenstander met de resterende troeven.