MEESTERLIJK   VERDEDIGD
Klik hier om terug te gaan naar de vorige bladzijde.
Een leider maakt zijn speelplan aan de hand van tenminste 27 kaarten. Dertien in de hand, dertien in de dummy en de uitkomstkaart. Soms heeft hij nog informatie uit het biedverloop en ook de uitkomstkaart kan informatie over het zitsel van de tegenstanders vertellen. Daardoor heeft de verdediging het meestal moeilijker dan de leider. Goed tegenspel begint vaak met een dodelijke start. Maar als die niet is gevonden en de tegenstanders slagen er toch nog in om een schijnbaar waterdicht contract down te spelen, dan is het tegenspel minstens zo vermeldenswaard als een goed afgespeeld contract. Van dergelijke goed tegengespeelde spellen hier zeven voorbeelden. 
Klik hier op het spelnummer 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, of gebruik de driehoekjes aan een van de zijkanten van het scherm. 
Spel 1    Dat kan toch niet down !?
N/allen 1065
AH984
10
AB82

742
103
AB86
HV106

AHV93
VB2
72
543
B8
765
HV9543
97
Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
pas
pas
pas
pas
1
2
3
3
6
pas
pas
doublet
pas
doublet
1
2
pas
5
a.p.
3 van Noord was een controlebod: Aas of singleton. Zuid wist nu dat zijn maat een 3-5-1-4 of 3-5-0-5 verdeling had en vroeg naar de kwaliteit van zijn hand. Wat dat laatste betrof had Noord wel mogen passen, maar hij maakte er nu toch klein slem van.
West had met Zuid mee zitten denken en wist nu ook hoe de hand van Noord in elkaar zat.
De troefkleur moest bij NZ van goede kwaliteit zijn. En daar zou een hartenkleur onder zitten waarop de leider wellicht binnen zou kunnen lopen. De gedoubleerde ruitenkleur leek door het slembod ook weinig gevaar op te leveren, al had Oost met zijn doublet om een uitkomst in die kleur gevraagd.  Wat zou er op tegen zijn om met klaveren te starten? Maar de tegenstanders hadden zeker  A en dan konden der overige klaveren wellicht ook worden opgeruimd. Daarom startte West met  6, de leider in onzekerheid latend wie van zijn tegenstanders wat van deze zwarte kleur had. De leider veronderstelde nu dat de ontbrekende klaverenplaatjes verdeeld zaten en moest wel het Aas spelen. Al vraagt Zuid naar de betekenis van de uitkomstkaart en krijgt hij als antwoord: "Kleintje belooft plaatje", dan schiet hij daar nog weinig mee op. Geen Oost-speler zal zeggen: "Jo, leg toch gewoon de Boer. Ik heb niks in klaveren, maar wel wat in ruiten." Omdat er een zekere verliezer was in de lage kleuren, ging het contract nu 1 down. Bij iedere andere start zou het speelplan een fluitje van een cent zijn geweest.
Spel 2    Een goed speelplan is nooit weg
N/OW A85
AH
AV1064
V103

H102
874
532
H654

B96
VB53
97
AB92
V743
10962
HB8
87
Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
pas
a.p.
1
3
pas
pas
1
3SA
Al komt de sterke hand op tafel, de leider zal geen enkel probleem hebben om zijn contract te maken. Een schoppenslag, vier hartenslagen, minstens een ruitenslag en het ontwikkelen van een derde klaverenslag moet toch niet zo moeilijk zijn. West begon met  2. Ook hier vroeg de leider naar de betekenis van deze kaart. "Eerste, derde of vijfde van boven." In de dummy werd de 4 goed genoeg bevonden. Oost won met  B.
De leider was er niet van onder de  indruk. Het zou alleen jammer zijn, als die Boer sec had gezeten. Oost vervolgde met  3. West mocht de 10 houden en ook de Heer. Toen speelde West  3 na. De leider moest toen diep nadenken en probeerde  V. Oost won en de leider wierp boze blikken naar zijn tegenstanders. Oost speelde nu  8.  De leider moest toen helemaal gaan gokken. Dat komt ervan als je dat al eerder bent gaan doen en niet op safe speelt.  H zat dus ook verkeerd en de tegenstanders hadden al vijf slagen. Al had Oost in plaats van  8 een kleine schoppen gespeeld, dan had zich dezelfde ramp over NZ voltrokken. Het lijkt zo mooi om in een SA-contract eerst de verliezende slagen af te geven, toch is dat niet altijd het goede speelplan. Zeker niet als de tegenstanders zeer funeste uitkomsten weten te bedenken.
Spel 3    Niet altijd eerst slagen afstaan in een SA-contract
W/-- A1032
-
HV85
B10732

9
V8653
A73
AV94

HB7
HB1094
B106
H5
V8654
A72
942
86
Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
pas
pas
pas
pas
pas
1
2
3SA
pas
pas
pas
a.p.
1
1SA
2
Er is - dat moet gezegd worden - veel lef voor nodig om in de kleur van de leider uit te komen. West deed het. Met  3. Oost won en speelde - wetend dat zijn partner een vijfkaart in die kleur moest hebben - harten terug. Zuid kon duiken. De hartenkleur zou drie slagen gaan opleveren. Het was een kwestie van het ontwikkelen van de ruitenkleur. 
Als West aan slag bleef, zat  H veilig. En zie: West speelde  9 na. klein in de dummy; voor de veilige  H. Drie hartenslagen meegenomen. En dan  A eruit jagen. West nam meteen en speelde  A en  V. Dat was genoeg voor de downslag.  Is dit nou biljant van OW gespeeld, of deed de leider het zo stom? Toch was Zuid niet zo'n huis-tuin-en-keuken-bridger. Hij werd op het verkeerde been gezet door slimme tegenstanders. En dat hoeft echt niet steeds te gebeuren door zich niet te houden aan uitkomst-afspraken en -gewoonten.
Spel 4    Hebt u al eens ondergetroefd? 
N/allen AB
B8
AV10942
AV8

62
AH975
HB3
B52

H9743
632
5
H943
V1085
V104
876
1076 
Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
2
a.p.
1
3
4
pas
pas
a.p.
1
4
Met een 4-3 fit in een van de hoge kleuren wil nog wel eens een manche in die kleur worden gespeeld, maar in de lage kleuren is dat een zeldzaamheid. Liever speelt een bridger dan zonder troef. Ook hier is het  geen troefcontract in een lage kleur met een 4-3 fit geworden, en zonder troef zou het ook een ramp zijn geworden.
Noord vermeed beide onmaakbare contracten, maar ook 4 is een moeilijk karwei.
West startte met  A en vervolgde met  H en  9. 
Op tafel wordt de derde slag met  B getroefd en  A meegenomen.  8 voor de Heer en de snit op  H lukt. Dan wordt een kleine ruiten in de hand getroefd. Dan twee hoge klaveren en  A. Er zijn tien slagen gespeeld en de leider heeft nog  H97 in handen. Oost heeft nog  V108;  West  6 en  97. Op tafel liggen tenslotte  1094. Van tafel moet dus een ruiten komen. Oost moet troeven. Gebeurt dat met  8, dan troeft de leider over. Gebeurt dat met een van zijn andere kaarten, dan troeft de leider onder! Zou West met een andere kaart zijn uitgekomen, dan zou met verwisseling van slagen tot dezelfde eindfiguur zijn gekomen.
Spel 5    Hoe kan dat nou? 
Z/NZ 65
82
VB1098
A1042

HVB98
B9
75
HV86

A7432
AHV1073
AH
-
10
654
6432
B9753 
Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
2
doublet
pas
doublet
=
doublet
4
5
a.p.
=
pas
pas
pas
a.p.
2
3
4
6
Vraag even niet naar de betekenis van dit bieden. Na het doublet van Noord op het volgbod van West was Zuid niet meer van slem af te houden. Noord bood wat hij volgens de afspraken moest bieden en Zuid zette gewoon zijn zin door. 
West startte met  H en Oost bekende met de 10 tot groot genoegen van de leider.
West had gelukkig slechts vijf schoppenkaarten en zou dus wel de ontbrekende klaverenplaatjes hebben. De leider kon zo de eerste slag winnen en speelde twee rondjes troef, waarbij West  B9 toonde. Toen werden  A en  H gespeeld. 
Ogenschijnlijk is de dummy voor de leider onbereikbaar. Maar Oost heeft geen schoppen meer en waarschijnlijk nog  6. Dus mag Oost de dummy aan slag brengen, waartoe hij nu met een klein troefje werd ingegooid. Oost koos ervoor om klaveren na te spelen voor het Aas op tafel. Daar lagen nog drie hoge ruitens waarop de leider zijn verliezende schoppenkaarten wegdeed. De drie resterende troeven in de hand completeerden de twaalf slagen.
Dat was +1660 in een viertallenwedstrijd. Bovendien speelde in de andere kamer het nevenpaar de leider in een 4 -contract 1 down. Samen +1760 = 18 IMP's.
Spel 6    Een blokkade opheffen 
Z/allen 7432
B93
6
AH532

V9865
H7
B104
1084

A10
AV
AH752
V976
HB
1086542
V983
Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
pas
a.p.
=
2
=
pas
1
3SA
Tijdens het bieden meende Zuid dat op tafel voldoende slagen zouden komen te liggen om de manche te maken. Nadat West was uitgekomen met een kleine schoppen en Noord zijn kaarten op tafel had gelegd, telde Zuid vlot 9 slagen, maar zag even over het hoofd dat deze kleur zou blokkeren. Hij won de tweede schoppenslag, speelde  V en een kleine klaveren naar het Aas en toen ging het fout. Als dit spel nou in een spelkennistest had gezeten, had Zuid misschien de oplossing wel gezien. 
Want een oplossing is er daadwerkelijk. Toen Zuid zijn  V had geincasseerd en was overgestoken naar de tafel, had hij een kleine schoppen moeten spelen en daar zijn  9 op moeten wegdoen. West maakt dan nog drie schoppenslagen, waar de leider zijn kleine ruitenkaarten op weg doet.  V kan zo nodig nog weg op de vijfde klaveren van de tafel.
Spel 7    Het kleinste kansje benutten 
N/allen 2
-
HVB432
AHVB32

B109876
987652
5
-

AHV543
AHVB43
A
-
-
10
109876
10987654 
 
Het bieden:
West: Noord: Oost: Zuid:
=
pas
pas
doublet
2
3
4
a.p.
pas
pas
pas
2
3
4
Toen Zuid 4 bood, vond West het tijd worden om een doublet los te laten. En dat werd ook hoog tijd, want ondanks de mancheforcing opening van Noord zit er ogenschijnlijk geen enkele maakbare manche in voor NZ. Maar Zuid rook toch een heel klein kansje. Waarmee komt West uit? 
Kijk even niet naar de kaarten, maar luister puur naar de bieding. Iedereen komt natuurlijk met troef uit, maar niet onze West. Die startte met harten. Getroefd in de dummy en op  A deed de leider nog een harten uit zijn hand weg. West mocht troeven en kon met troef drie slagen maken, maar toen hield het echt voor hem op.
Zou West met troef zijn gestart, dan zou ook dit manchecontract down zijn gegaan.



html> center">