|
De Grimesons
Ergens in het verre verleden van een
mogelijke toekomst, woont een gezin in een klein dorpje aan de rand van
een immens woud. De grimesons, bestaande uit grootvader Grossom
Grimeson, grootvader Flinst Frinson, grootmoeder Mandina Grimeson, vader
Gapan Grimeson, moeder Dinsa Grimeson, zoon Mandak Grimeson en
dochtertje Kapie Grimeson wonen in hun gezellige huis aan de rand van
het dorpje op een steenworp afstand van het dicht begroeide woud.
Zoon Mandak wordt op een dag
aangesproken door Drifter, een zwervende monnik uit een lang vergeten
kloosterorde.
Deze verteld hem dat hij op zoek moet
gaan naar het gouden Drakenzwaard van Valdaz, dat ooit heeft toebehoord
aan zijn voorouders.
Drifter vertelt hem dat het
voortbestaan van de mensheid afhangt van dit zwaard .
Drifter verdwijnt weer en laat Mandak
met veel vragen achter.
Mandak gaat, na zijn grootouders te
hebben uitgehoord over de geschiedenis van het geslacht Grimeson, op pad
om tegemoet te komen aan de wensen van de vreemde zwerver.
Onderweg op zijn zoektocht krijgt hij
hulp van de maffe magiër Magias en de mensdraak Draksion.
Gezamenlijk bieden zij het hoofd aan de
vele gevaren en vreemde situaties die zij op hun weg tegenkomen.
Achtervolgd door de Slachter en zijn
kornuiten Krup en Kras, komen zij langzaam tot de conclusie dat er geen
weg terug meer is.
Met de hulp van de elfenkoningin Gwenna
en de heksenzusters Sorbina en Luthasia zien zij kans het zwaard te
bemachtigen uit de klauwen van de machtige Drakenmeester en redden zij
de wereld van de totale vernietiging.
|