Homepage
 
 
     
 
Ervaringsgericht Onderwijs
   
 
 
 
   
 
   
   
   
   
   
   
   
   
   
 
Stuur een e-mail naar juf Debbie!
 
 
Home
   

Ervaringsgericht Onderwijs

Welbevinden, betrokkenheid en competentie
Dé uitgangspunten van Ervaringsgericht Onderwijs (EGO) zijn welbevinden, betrokkenheid en competentie van de kinderen.

Wat is welbevinden?
Welbevinden wordt binnen het EGO gedefinieerd als een bijzondere toestand van het gevoelsleven die zich laat herkennen aan signalen van voldoening, genieten, deugd beleven,waarbij de persoon:

  • ontspannen is en innerlijke rust toont...
  • energie in zich voelt stromen en vitaliteit uitstraalt...
  • open is en zich voor de omgeving toegankelijk opstelt...
  • spontaneïteit aan de dag legt en zichzelf is....

omdat....

  • de situatie tegemoet komt aan de basisbehoeften...
  • hij/zij beschikt over een positief zelfbeeld...
  • en in voeling is met zichzelf...
  • waardoor een gave emotionele ontwikkeling gewaarborgd wordt.

De basisbehoeften waarin moet worden voldaan voor een hoog welbevinden zijn lichamelijke behoeften; behoefte aan affectie, warmte, tederheid; behoefte aan veiligheid, duidelijkheid, continuïteit; behoefte aan erkenning; behoefte om zichzelf als kundig te ervaren en de behoefte om moreel ‘in orde' te zijn.

Het EGO onderscheidt vijf niveaus van mate van welbevinden, variërend van een uitermate laag welbevinden (niveau 1) tot een uitgesproken hoog welbevinden (niveau 5). Gestreefd wordt naar een welbevinden op niveau 4 of 5, daar niveau 3 een wisselend, neutraal welbevinden betekent.

Het Expertisecentrum EGO Nederland heeft tien actiepunten opgesteld voor het vergroten van welbevinden en betrokkenheid in de klassenpraktijk. (Afkomstig van www.ervaringsgerichtonderwijs.nl)

Wat is betrokkenheid?
Betrokkenheid wordt binnen het EGO gedefinieerd als:

  • een bijzondere kwaliteit van menselijke activiteit...
  • die zich laat herkennen aan geconcentreerd , aangehouden en tijdvergeten bezig zijn...
  • waarbij de persoon zich openstelt en een intense mentale activiteit aan de dag legt, zich gemotiveerd voelt en geboeid is en een grote mate van energie vrijmaakt en een sterke voldoening ervaart....

omdat....

  • de activiteit aansluit bij de exploratiedrang en het interessepatroon...
  • en zich aan de grens van de individuele mogelijkheden situeert...
  • waardoor ontwikkeling ontstaat.

Hoge betrokkenheid wordt gekenmerkt door betrokkenheidsignalen:

  • energie
  • creativiteit & complexiteit
  • nauwkeurigheid
  • mimiek en houding
  • concentratie
  • verwoording
  • doorzetting
  • reactietijd

Ook betrokkenheid wordt aangeduid middels vijf niveaus variërend van weinig tot geen activiteit (niveau 1) tot volgehouden intense activiteit (niveau 5). Niveau 3 staat voor min of meer aangehouden activiteit zonder intensiteit.

Betrokken activiteit is ontwikkelingsbevorderend omdat men niet gewoon bezig is, maar mentaal volop actief en omdat men zich aan de grens van zijn mogelijkheden beweegt.

Betrokken activiteit leidt tot fundamenteel leren: men krijgt beetje bij beetje, anders en beter greep op de wereld.

Wat is competentie?
Competenties verwijzen naar:

  • de mate van behendigheid, vaardigheid en inzicht die uit de prestaties blijkt...
  • het succes waarmee hij/zij zich in een veelheid van (leer)situaties uit de slag trekt...
  • het gemak waarmee hij/zij nieuwe informatie verwerkt en bijleert...
  • de competenties op het vlak van zelfsturing...
  • de sociale vaardigheden...
  • de mate waarin verbeeldingskracht blijkt en creativiteit…
  • de expressie- en communicatieve vaardigheden.

Om het competentieniveau van leerlingen te bepalen kunnen we informatie uit verschillende bronnen putten. Om te beginnen zijn er de 'harde gegevens': resultaten op metohdegebonden toetsen, prestaties op huiswerkopdrachten, rapportcijfers, testgegevens, scores op productgeoriënteerde leerlingvolgsystemen (niet-methodegebonden toetsen).

Daarnaast beschikt men als leerkracht over heel wat impressies die op grond van al dan niet systematische observatie zijn verzameld: tijdens de lessen, tijdens groepswerk, contract- en projectwerk, in individuele gesprekken met het kind, gesprekken met vorige leerkrachten of andere leerkrachten die met het kind werken, oudergesprekken, uit informele momenten ook buiten de klas, op de speelplaats en bij schooluitstapjes.

Net als bij welbevinden en betrokkenheid worden voor competentie vijf niveaus onderscheiden. Niveau 1 staat voor zeer zwak: 'presteert ver onder het gemiddelde van leeftijdsgenoten'. Niveau 3 staat voor matig: 'presteert op het gemiddelde niveau van leeftijdsgenoten'. Niveau 5 staat voor zeer sterk: 'presteert ver boven het gemiddelde niveau van leeftijdsgenoten'.

 

Bovenstaande informatie is afkomstig uit de theorie behorende bij
de verschillende modulen van de post-Hbo opleiding Ervaringsgericht Onderwijs, verzorgd door Expertisecentrum EGO Nederland, Fontys
Hogescholen Pabo Eindhoven en gebruikt op Pabo Groenewoud Nijmegen
in de specialisatiemodulen verzorgd door Trudy Kanters.