Het maken van een beeld ...


    Het proces van klei tot beeld is een lang proces. Alle beelden zijn gemaakt vanuit een basis van klei. Wanneer ik tevreden ben over de vorm daarvan begint het gipsen. Vervolgens haal ik de zorgvuldig opgebouwde klei voorzichtig uit de gipsen mal zonder deze te beschadigen. In deze mal wordt het cement (al dan niet gemengd met granito en/of glas) gegoten. Wanneer dit is uitgehard hak ik de gipsen mal voorzichtig om mijn beeld weg. Een beeld van granito moet daarna nog flink geschuurd worden, een beeld van aluminiumcement wordt gepatineerd. Heel wat weken, of liever gezegd maanden later is het beeld klaar. Dan is het nog zoeken naar de meest geschikte plek in of om huis en een geschikte sokkel. Het is het mooiste wanneer je om het beeld heen kunt lopen om het van alle kanten te kunnen zien.

 

Boetseren

In enkele avonden boetseer ik de rivierklei in een vorm zoals ik dat wil. Als ik van te voren bedenk hoe het moet gaan worden, loopt het toch vaak heel anders. Dat is een grappig proces. De klei vertelt me als het ware hoe ik verder ga. Met een natte doek en plastic om het beeld zorg ik ervoor dat de klei niet uitdroogt en ik er een volgende keer mee verder kan. Als hulpstukken gebruik ik verschillende soorten spatels (deze geven een eigen persoonlijke 'toets', net zoiets als een vingerafdruk, maar dan met een spatel).

Beelden van granito vereisen een heel glad model in klei. Hiervoor gebruik ik houten staafjes om mee te rollen, een houten blokje en heel fijn schuurpapier (en zelfs de papierkant daarvan). Hierboven zie je dat ik al aardig ver ben met het glad maken van de klei, je kunt zien dat hij al wat gaat glimmen. Hoe gladder de vorm, hoe makkelijker het schuren aan het eind van het proces.

 

Gipsen

    Gipsen kan in één keer of moet in meerde delen afhankelijk van de vorm waarin ik de klei heb geboetseerd. Wanneer alle klei via de onderzijde uit het beeld gehaald kan worden kan het beeld in één deel gegipst worden. Wanneer dit niet het geval is, bijvoorbeeld door een smal deel gevolgd door een breder deel (zoals bij de kleine vorm van "in moeder schoot" en het staande torso, zie de foto hierboven), moet de mal uit twee delen bestaan. Het gips meng ik voorzichtig met water. Eerst laat ik handen vol gips zonder te spetteren in het water vallen totdat dit verzadigd is (er vormen zich dan eilandjes). Pas dan mag ik gaan roeren, met een beweging in de vorm van een 8. Het gips gooi ik met gesloten vingers tegen het beeld. Dit is best lastig, om te richten heb ik de neiging mijn vingers te gebruiken, maar dit geeft alleen maar heel veel troep en helpt het richten niet. Het gips gaat er in verschillende lagen om heen, het is belangrijk de gipslaag overal dik genoeg te maken. Wanneer ik te snel of te veel in één keer erop doe, glijdt het gips zo weer naar beneden. Het gips hard snel uit waardoor ik dezelfde avond nog de klei uit de gipsen mal kan halen. Dit kan met mijn vingers, of ik gebruik een mirette.

 

Gieten en uithakken

    De mal mag geen gaten vertonen, moet goed schoon en nat zijn. Als de mal te droog is zal deze het water uit de cement onttrekken, wat niet de bedoeling is. Eerst meet ik af hoeveel water er in de mal gaat. Bij granito neem ik deze hoeveelheid aan steentjes, daarbij doe ik de helft van dat aantal cement (portland).
    Dit meng ik goed met een troffel, daarbij gaat water tot het de dikte heeft van bulgaarse yoghurt. Dit mengsel giet ik snel in de mal, het cement moet natuurlijk in alle hoekjes komen. Schudden en porren met een stokje zorgt ervoor dat er geen luchtbellen in blijven zitten. Wanneer het beeld vol is blijf ik net zo lang het water eraf schuiven totdat er geen water meer bovenop blijft staan. Belangrijk is dat de mal in beide richtingen waterpas staat. Een stukje papier, een lap en plastic erover en klaar is het gieten. Na ongeveer zes dagen mag ik mijn beeld dan eindelijk uithakken. Dit is erg leuk en spannend om te doen.  Belangrijk is dat ik de bijtel in een hoek van 90 graden ten opzichte van mijn beeld zet. 
    Een andere techniek is het plaatsen van de bijtel precies tussen beeld en gips, dit vindt ik wat enger, maar het werkt wel goed. Als het goed gaat, komen er soms hele delen in één stuk vanaf. Zo heb ik natuurlijk de minste kans op beschadigingen. Het uithakken geeft wel enorm veel rotzooi, de splinters vliegen me om de oren.

 

De afwerking van het beeld

Na het uithakken spoel ik het beeld af onder stromend water. Een beeld van aluminiumcement is dan eigenlijk meteen klaar, maar heeft van zichzelf een vaal grijze kleur. Met verdunde oostindische inkt (zoals bij "in moeder schoot") of ecoline kan ik het een andere kleur geven. Met de goede nuances rood en groen kan er zelfs een op brons gelijkende kleur ontstaan. Ook gekleurde was geeft, naast een beschermend laagje zodat het beeld ook buiten kan staan, een kleur aan het beeld. Zo gebruikte ik bij het staande torso bruine en witte was over het gehele beeld en kalkwas om wat accenten te geven.
Ook een koperborstel kan gebruikt worden om wat accenten te geven. Een granito moet na het uithakken nog flink geschuurd worden. Met diamantschuursponsen van grof naar fijn, vervolgens met steeds fijner wordend waterproof schuurpapier. Hiermee kan ik ook beter in de hoekjes en randen komen want zo'n schuursponsje is nogal stug. Het is erg leuk om te zien hoe snel de steentjes naar voren komen, hoe langer ik schuur hoe meer en hoe groter de steentjes worden. Aan het eind voelt het beeld helemaal glad aan en is hij iets glanzend. Hieronder kun je het verschil zien tussen een deel wat al wel geschuurd is en een deel waar dat nog niet is gebeurd.